Trouw met mij!

Elke hond met een hoed op heeft de voorbije tijd zijn mening gegeven over de multiculturele samenleving. Daarbij viel onder andere de uitgesproken bezorgdheid over de migrantenhuwelijken op. Zijn alle huwelijken met jongens of meisjes uit het herkomstland nep? Gearrangeerd? Contraproductief voor de integratie? Samira Bendadi noteert hoe de Marokkaanse wereld in Vlaanderen denkt over de transnationale huwelijken. Ze vertrekt van haar eigen ervaring.
Marokko, zomer 1985. Hij was cool, ik was achttien. Hij zei dat hij Belg was, ik werd boos. Hoe kon hij geloven dat hij Belg was? Belgen zullen een migrant nooit als hun gelijke beschouwen en de Belgische nationaliteit kan daar niets aan veranderen. Dat had ik op school geleerd. Emigratie is een slechte zaak. Alleen sukkelaars emigreren. Ik zei dat ik liever had dat hij in Marokko kwam wonen. Verbaasd keek hij me aan, nam mijn woorden niet echt au serieux en zei: ‘Misschien, ooit.’ Ik wist dat hij het niet meende maar was vastberaden om hem op andere ideeën te brengen. Ik was achttien.
Twee jaar lang hebben we elkaar brieven geschreven. Hij schreef over de vele plannen die hij voor ons had. Hij was optimistisch. Ik filosofeerde en bleef praten over zijn terugkeer naar Marokko, over waarden en waardigheid. Ik was pessimistisch. Zo pessimistisch dat ik na een jaar wilde breken. Ik kon niet. Ik was te verliefd.
Ik had pas mijn baccalaureaat behaald toen ik hem leerde kennen. Ik had geleerd dat ik mijn verstand moest volgen, altijd en overal. Dat had ik altijd heel braafjes gedaan. Stiekem had ik wel gezworen dat ik mijn hart zou laten spreken als ik mijn partner moest kiezen. Mijn verstand vertelde me dat migratie geen goede zaak was. De ontworteling, de identiteitsproblematiek en het gevoel minderwaardig te zijn in een vreemd land. De degradatie van een gewone burger -zonder veel rechten en met weinig middelen- naar een tweederangsburger met wat meer rechten en middelen. Het beangstigde me. Veel mensen in mijn omgeving waarschuwden me voor alle gevaren van de migratie.
‘Jouw vertrek is een verlies voor ons’, zei Pierre Collignon, één van mijn docenten. Monsieur Collignon was een Fransman die al jaren in Marokko woonde. Zijn woorden streelden mijn ego, maar legden tegelijk de vinger op mijn wonde: mijn angst. De angst om migrant onder de migranten te zijn, de angst om mijn waardigheid, mijn identiteit te verliezen. Ik had één troost: België was een tweetalig land. Vlaams was de taal van de minderheid, was me verteld, en de draad van mijn academische opleiding in de Franse taal en literatuur oppikken, zou dan ook geen probleem zijn.
heb twee koffers meegebracht. Eén met mijn kleren. Bruidskleren en studentenkleren door elkaar. En een andere met mijn boeken, cursussen en rapporten. Flaubert: Madame Bovary, Balzac: Eugenie Grandet, Guy de Maupassant: Bel Ami, Stendhal: Le rouge et le noir, Mohamed Sefrioui: La Boite à merveilles, … Titels die me op de reis van thuis naar elders vergezeld hebben en die voor altijd in mijn geheugen gegrift zullen blijven. Ik heb de reis naar België met de hele familie gemaakt. Een eerste confrontatie met wat het betekent migrant te zijn. Ik vond het verschrikkelijk. In Frankrijk regende het.
Ik moest van nul af beginnen, op alle vlakken. Ik voelde me analfabeet. België was tweetalig, maar Antwerpen was Nederlandstalig. Ik wou mijn studies afmaken. Of liever, ik moest al mijn krachten bundelen om opnieuw te kunnen starten. Daarom wou ik niet al te veel met vrouwen omgaan, vrouwen die thuis bleven. Ik maakte me niet teveel illusies, maar was vastberaden om niet te falen. Ik keek mee naar het journaal van half acht, ik kon raden waarover het ging en bleef kijken. Bavo Claes had er een fan bij.

Vlaanderen, herfst 2004.


De tijd dat migratie in Marokko als een probleem werd voorgesteld, is lang voorbij. De torenhoge werkloosheid, ook onder hoogopgeleiden, heeft het vertrouwen in de toekomst weggenomen. Studeren is geen garantie meer voor een beter leven. Steeds meer jonge Marokkanen zijn er van overtuigd dat dat betere leven elders te zoeken is. Aan de andere kant van de Middellandse Zee. Migratie is niet langer een probleem, het is de oplossing. Sauve qui peut.
De aankondiging van de immigratiestop in België in 1974 was paradoxaal genoeg de start van de grote stromen immigranten vanuit Marokko. Oude gezinnen werden herenigd en almaar nieuwe gezinnen worden gevormd. De immigratiestop zorgde ervoor dat er naast politiek asiel -waarvoor heel weinig mensen in aanmerking komen- maar één manier is om in België te geraken: trouwen met een Belg of tenminste met iemand die legaal in België verblijft. De vraag naar Europese partners is momenteel bijzonder groot in Marokko.
goede zaak of een slechte zaak? Wie wint en wie verliest bij die blijvende trouwbeweging over de Middellandse Zee heen? Nouzha Chekrouni, de Marokkaanse minister voor Migrantenzaken, aan wie ik die vraag stel, kan ze niet beantwoorden. Voor haar is migratie een economische beweging, een becijferbaar gegeven.
Nadia weet wat ze wil en waarvoor ze staat. Ze heeft niemand nodig die haar bij de hand neemt. Op straat loopt ze met haar zwarte hoofddoek, haar donkere jas en lange rok, maar als je met haar praat, komt haar ware gelaat naar boven. Ze is de Vlaams Belgisch Berberse, een vrouw van de eenentwintigste eeuw en volop deel van de maatschappij waarin ze woont. Ze is een product van al haar identiteiten samen, verpakt in islamitische kleren. Ze wordt woest als haar moeder over een verre neef in Marokko begint. Ze heeft het te druk met de nieuwe opleiding. En ze ontdekte het meer van de spiritualiteit. Ze verdiept zich volop islam en soefisme.
Als kind heeft ze geleden onder het geruzie van haar ouders. Het hield maar niet op. Daarom is ze zeker niet gehaast om in het huwelijksbootje te stappen. Voor haar is het alles of niets. De man met wie ze haar leven wil delen, moet ze niet gaan zoeken. Hij moet ook niet aan haar voorgesteld worden. Ze is er zeker van dat ze hem op een dag zal tegenkomen. Hij zal even sterk begaan zijn met spiritualiteit als zijzelf. Als magneten zullen ze elkaar aantrekken. Of hij van hier of van ginder zal zijn, maakt voor haar niet echt uit. Maar hoeveel kans heeft Nadia om haar magneet te ontmoeten in de stad of het land waarin ze woont? Een onderzoek in Nederland zegt dat drievijfde van de allochtone huwelijken worden aangegaan met een partner uit het land van herkomst.
Fatima wil het toeval niet laten spelen. Zij is een huisvrouw zoals er veel zijn in Antwerpen, Brussel of Luik. ‘Om praktische en andere redenen is het beter dat jongeren hier in België met elkaar trouwen’, zegt ze. ‘Dat bespaart administratieve rompslomp, de lange procedure voor een visum en de kosten die gepaard gaan met de hele operatie om een partner uit het buitenland over te brengen.’ Bovendien betekent hier trouwen voortbouwen; trouwen met iemand uit het buitenland komt in het beste geval neer op vertraging of volledig opnieuw beginnen. Wie wil telkens weer beginnen?
De lijdensweg is lang en gekend. Velen hebben hem al doorlopen. Sommige koppels slagen er schitterend in, anderen lijden een verpletterende nederlaag. Meisjes die trouwen met een jongen uit Marokko moeten willens nillens de leiding nemen in het koppel. Dat is een nieuw gegeven, voor iedereen. Zij moet zorgen voor papieren en onderdak, hem begeleiden in de maatschappij, mee naar werk zoeken. Fatima wil niet dat haar dochter ter plaatse trappelt of achteruitgaat. Maar Fatima heeft ook een zoon. ‘
Voor hem liggen de zaken wat anders’, legt ze uit. Om te beginnen heeft hij meer mogelijkheden. De man neemt gewoonlijk het initiatief en kan gemakkelijker beslissen waar en met wie hij wil trouwen. Fatima denkt dat de meisjes die hier opgegroeid zijn op sommige vlakken beter scoren dan meisjes uit Marokko. Ze zouden gemakkelijker in de omgang zijn. ‘Maar sommigen zijn frivool en kunnen de verantwoordelijkheid voor een gezin niet dragen. Een man die het zekere voor het onzekere wil nemen, trouwt beter met een vrouw uit Marokko’, zegt Fatima. Al beseft ze dat ook de vrouwen in Marokko veranderd zijn. Het blijft een dilemma.
Kenza heeft de oefening gedaan. Minstens vijftien huwelijksaanzoeken kreeg haar oudste dochter Radia de laatste drie jaar. Radia vond al die kandidaten maar niks. Ze heeft ze ook één voor één geweigerd. Tot, op een van de vele zomerdagen in Marokko, een familie zich kwam aanmelden. Ze kwamen de hand van Radia vragen voor hun oudste zoon, Mohamed. Het waren goede vrienden van goede kennissen van haar ouders. Mohamed had rechten gestudeerd, zag er goed uit, had manieren en leek een man op wie je kunt rekenen. Het klikte meteen … tussen de ouders.
Radia aarzelde, wist niet of ze een stap vooruit of achteruit moest zetten. Maar iedereen in haar omgeving was zo enthousiast over Mohamed, dat ze uiteindelijk met de verloving instemde. Een feestje werd georganiseerd en Radia danste met haar verloofde. Ze zagen er allebei heel gelukkig uit. Radia ging vaak met hem uit. Die zomer ging snel voorbij. Drie maanden later moest ze samen met haar ouders terug naar Marokko om de huwelijksakte te sluiten. Een administratieve stap die noodzakelijk was om Mohamed te kunnen overbrengen naar België. Het huwelijk zelf werd gepland voor later.
Radia veranderde in een paar weken tijd totaal van houding. Over die man in Marokko wilde ze niets meer horen. Zijn brieven bleven onbeantwoord, zijn foto’s werden verscheurd en de video-opname van het verlovingsfeest belandde in de vuilnisbak. ‘We zijn niet geschikt voor elkaar’, zei ze tegen haar moeder. Kenza was woedend, maar dat hielp geen moer. De ouders werden met het probleem opgezadeld. Het probleem is hun woord. Ze leden gezichtsverlies. Bovendien moesten ze ervoor zorgen dat de partner en zijn familie niet moeilijk zouden doen en met de echtscheiding zouden instemmen.
Radia trouwde uiteindelijk met iemand die ze zelf koos en die minder beantwoordde aan de criteria van haar ouders. ‘Ze kan zo naïef zijn’, was de reactie van Kenza. De ouders hebben zich uiteindelijk met de levenswijze en de keuzes van hun dochter verzoend. Radia was het eerste bastion, de muur waartegen iedereen botste en niemand is erin geslaagd om dat bastion te overwinnen, de vele kandidaat immigranten inbegrepen. Van de jongere zus, die aan de universiteit studeert, kwam niemand de hand vragen en dat vinden moeder en dochter een goede zaak.

Vlaanderen, nog steeds herfst 2004


Hasnia heeft vaak mannen en vrouwen die met elkaar in de clinch lagen, opgevangen. Hun kreten voor hulp en bemiddeling werden elders niet gehoord. De familiekring is niet altijd ruim genoeg, de kennissen zijn niet altijd beschikbaar of durven zich in zulke heikele onderwerpen niet mengen. De individualisering is ook binnen de Marokkaanse gemeenschap in opgang. Hasnia werkte voor een lokaal integratiecentrum, ze heeft veel mannen geholpen. Nieuwkomers die bij hun vrouwen kwamen wonen, maar in de steek werden gelaten. Zijzelf is erg trots op haar man. Ze herhaalt het aan wie het horen wil: ‘Veel mannen die van Marokko komen, zijn beter opgeleid, rijper en nemen hun verantwoordelijkheden beter op. Kijk naar mij, ik ben zestien jaar getrouwd met een man uit Marokko, ik heb drie kinderen en ik ben zestien jaar gelukkig.’
De nieuwkomer is de jongste tijd ook een nieuwskomer. In elk journaal is er wel iemand die hem komt berispen of komt vertellen dat hij zich moet inburgeren. Die nieuwkomer is zelden zichzelf, hij is meestal de partner van. Voor mannen is dat nieuw. Om in zijn inburgeringsexamen te slagen, moet hij niet alleen weten wie de koning der Belgen is en hoe de sociale zekerheid in elkaar zit. Hij moet ook goed scoren in het examen dat zijn schoonfamilie en vrouw hem oplegt. Pas als hij zijn autonomie herwonnen heeft, kan hij zijn “mannelijkheid” terugwinnen.
‘Jij krijgt je verblijfsvergunning en ik mijn vrijheid.’ Dat kreeg Hassan te horen toen hij bij zijn kersverse vrouw in Antwerpen kwam wonen. Vaak werd zijn vrouw ‘s nachts thuisgebracht door jonge mannen -iets dat hij in zijn vreselijkste nachtmerries nog niet had meegemaakt. Ze moest hem niet hebben en dat maakte ze duidelijk. Waarom ze dan met hem is getrouwd? Omdat ze van de druk af wilde. Door te trouwen en te scheiden, kon ze eindelijk van het ouderlijk gezag af, kon ze haar leven zelf bepalen. Van hem wil ze niets.
Bij haar ouders gaan klagen, helpt niet. De ouders trekken zich terug nu ze getrouwd is. Hassan moet wel meewerken, anders kan hij zijn verblijfsvergunning vergeten. De verblijfsvergunning is het belangrijkste. Het allerbelangrijkste. Waardigheid en eer worden voorlopig in de koelkast gezet. Eerst moet hij opnieuw op zijn benen staan. Pas dan kan hij rustig een vrouw zoeken die hem in zijn waardigheid kan herstellen.De kans is groot dat hij die vrouw in het land van herkomst zal zoeken en vinden.
Vlaamse bruid is jong, mooi en houdt van het leven. Ze wil niet per se elke zomer met vakantie naar Marokko. Ze wil ook de Canarische eilanden ontdekken, tijdens een cruise op de Nijl van de zonsondergang genieten of gewoon naar Turkije gaan, al is het om daarmee te pronken. Maar hij heeft nog familie ginder, waar hij vandaan komt. Hij wil ze bezoeken en, waarom niet, helpen. Ouders zijn heilig. Hij wil ook in het land van herkomst een stuk grond of een woning hebben. Maar sparen voor een huis in Marokko, dat heeft haar vader al gedaan, dat wil zij niet. Ze heeft macht, ze kan die gebruiken en dat doet ze ook. Het botst en het ontploft. Een ondertussen gekend verhaal. Zij voelt zich gebruikt, misbruikt en verraden. Het is allemaal de schuld van de andere. De man die alleen bekommerd was om de papieren, de ouders die haar geduwd hebben in de richting van dat huwelijk.
Ze weet dat Vlaanderen aan haar kant staat. Haar verhaal komt in het nieuws, op de radio en de televisie en in de bijlagen van de krant. Ze is de belichaming van de onderdrukte moslimvrouw. Een uitstekend alibi om de moslimman na te trappen. Hun huwelijk is een schijnhuwelijk, een gedwongen huwelijk, een gearrangeerd huwelijk, … het is de besnijdenis, de maagdelijkheidwaanzin, de lijfstraffen, het stenigen… het is allemaal de schuld van Allah. Was het maar zo simpel en eenduidig.

Geen sensatie, geen aandacht.


Dat was de conclusie van een persconferentie waarop allochtone vrouwen wilden spreken over het huwelijksdebat, dat over hun hoofden heen wordt gevoerd. De vrouwen wilden uitleggen, nuanceren, de “echte” problemen benoemen. De opkomst was wat verwacht en gevreesd kon worden: veel vrouwen, weinig journalisten. Geen getuigenissen van onderdrukte moslimvrouwen, geen interesse. Bij de koffie achteraf zijn de islamologe, de psychologe, de sociologe, de politica en de anderen het eens. Het huwelijksprobleem is complexer dan het lijkt. Van hier of van ginder, dat is niet de eerste vraag, belangrijker is dat de twee partners zich op dezelfde golflengte bevinden.
Feit is dat de huwelijksmarkt hier beperkt blijft, vooral voor hoogopgeleide meisjes. Feit is dat heel veel jonge koppels uit mekaar gaan. Waarom trouwen de mensen? Omdat ze verliefd zijn? Waarom zijn ze verliefd? Omdat de andere aantrekkelijk, boeiend, interessant of rijk is, omdat hij of zij sociale status heeft. De koppeling tussen het huwelijk en het verbeteren van de levensomstandigheden heeft altijd bestaan.
Alleen maakt de verblijfsvergunning in een Europees land deze koppeling zichtbaar, erg zichtbaar. En daardoor wordt het een zware belasting voor het huwelijk. Het wantrouwen is groot, de tijd van onschuld is voorbij, een deel van de tweede en de derde generatie heeft ook met eigen geluk de prijs voor de grote kloof tussen Noord en Zuid betaald. Deze vrouwen willen niemand de schuld geven. Niet de ouders, niet de cultuur, niet de scheve internationale verhoudingen en zelfs niet de Belgen.
Ze kennen hun gemeenschap door en door en maken de brede samenleving ook aan den lijve mee. Hun ouders stonden met één been in België en met het andere in Marokko. Zijzelf staan met één been binnen hun gemeenschap en met het andere in de brede samenleving. Ze moeten vechten. Op twee verschillende fronten tegelijk: in de eigen gemeenschap voor hun eigen emancipatie en in de brede samenleving voor de emancipatie van hun gemeenschap. Die tweede strijd heeft niet minder met emancipatie te maken, maar is wel bijzonder tijd- en energierovend. En ze vertraagt het emancipatieproces van de allochtone vrouw.

Antwerpen, winter 2005


De eerste drie jaar in België heb ik me vastgebeten in de studie van de Nederlandse taal. Toen mijn broer na een jaar op bezoek kwam en een cursus economie in mijn hand zag, zei hij: ‘Een cursus economie in het Nederlands, en getrouwd ook nog? Je bent gek.’ Hij had gelijk. Ik heb de draad van mijn leven en mijn studies in Marokko nooit kunnen oppikken, dus ben ik een nieuw leven begonnen. Ik heb me een weg gebaand door een doolhof en die zoektocht is intellectueel en cultureel bijzonder verrijkend geweest.
Toen ik met de kerst in Marokko was, vertelde ik mijn moeder en mijn twee zussen hoe Belgisch ik geworden ben. Mijn wortels zijn in België, zei ik. Ze luisterden en knikten vol begrip. Ik ben een mengelmoes van verschillende elementen. Er is mijn ik, er is de opvoeding die ik gekregen heb en er is de rest: wat er allemaal bijgekomen is. Een grote liefde, een nieuw land, een dubbele identiteit, drie prachtige dochters. En een nooit aflatende strijd om mezelf te zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur