Vlaamse vissers blij, WWF ontevreden over vangstquota

De Europese Visserijministers verlagen het quotum voor kabeljauw in de Noordzee met slechts 14 procent. Het resultaat van de Europese raad van Visserijministers is een grote teleurstelling voor milieuorganisaties. De Vlaamse vissers vinden dat ze er goed vanaf komen en dat Visserijminister Yves Leterme hun belangen opnieuw uitstekend heeft verdedigd.
De vissoort die dit jaar bijzonder in de schijnwerpers stond was de kabeljauw. Wetenschappers hadden in oktober gepleit voor een vangstverbod, dat in de voorstellen van de Europese Commissie werd afgezwakt tot een reductie van het quotum met een kwart. Uiteindelijk beslisten de ministers het quotum voor kabeljauw in de Noordzee met slechts 14 procent te verlagen. Veel onderhandelingsruimte was er niet, want Europa sprak eerder al dezelfde reductie af in een bilateraal akkoord met Noorwegen.

Het aantal dagen dat vissers mogen uitvaren werd teruggebracht met 7 à 10 procent, afhankelijk van de maaswijdte van de netten. De commissie had eerder een uitvaarreductie van 25 procent voorgesteld. EU-visserijcommissaris Joe Borg verklaarde op de afsluitende persconferentie woensdagnacht dat het herstelplan voor kabeljauw niet de verhoopte resultaten had opgeleverd en dat het in de loop van 2007 zou worden herzien.

Het Wereldnatuurfonds is teleurgesteld. “Het politieke gesjacher met quota’s gaat door terwijl de oceaan in een diepe crisis zit. De Commissie en de ministers willen dat maar niet inzien”, zo verklaarde Carol Phua van het WWF.

Ook de voorgestelde vangstreducties voor schol en tong in de Noordzee, respectievelijk 12,5 en 15 procent, liggen lager dan wat de wetenschappers hadden aanbevolen.

De ministers besloten verder om het moratorium op ansjovis in de Golf van Biskaje gedeeltelijk op te heffen. Acht Franse en twintig Spaanse boten, 10 procent van de gemeenschappelijke vloot, mag gedurende twee maanden te zee op “voor experimentele doeleinden”, om na te gaan of het ansjovisbestand zich al voldoende heeft hersteld.

De Vlaamse regering vindt dat ze de belangen van de Vlaamse vissers goed heeft verdedigd. “Voor onze boomkorvloot is de reductie van het aantal vangstdagen in kabeljauwgebieden teruggebracht van 25 tot 8 procent”, zegt Sofie De Wispelaere van het kabinet van Visserijminister Yves Leterme, “De voorgestelde vangstreductie van 12 procent voor tong in het Bristolkanaal, waar België bijna 2/3 van het quotum voor zijn rekening neemt, is herleid tot een reductie van 6 procent”.

Vlaams visserijminister Yves Leterme krijgt een pluim van Luc Corbisier van de Oostendse rederscentrale: “Chapeau voor de minister-president, het is al het derde jaar op rij dat hij de zaak zo goed weet te bemeesteren”. Leterme heeft tijdens de tweedaagse marathonvergadering voortdurend ruggespraak gehouden met de Vlaamse reders.

De geringe reductie van het kabeljauwquotum in de Noordzee is volgens Corbisier mee te danken aan het bilaterale akkoord dat Europa eerder afsluit met Noorwegen en dat hetzelfde visbestand betreft. De reder toonde zich ook opgelucht over het feit dat de door de commissie voorgestelde reductie van aan tong geassocieerde soorten als tongschar, tarbot, griet en witje er niet is doorgekomen. De Nederlandse vissers hebben volgens Corbisier minder reden tot juichen, omdat zij vooral in de fel overbeviste Noordzee vissen.

Corbisier pleit voor een geleidelijke aanpak om tot een duurzame exploitatie van visbestanden tegen 2015 te komen. Ook vindt hij dat er rekening moet worden gehouden met de klimaatverandering en de opwarming van het zeewater. “De kabeljauw is een koudwatervis en gaat dus steeds noordelijker zwemmen. Daarom hebben wij minder kabeljauw en krijgen we in de plaats zeebaars en inktvisachtigen”.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift