Wereldhandelsorganisatie ziet volledig herstel nog niet voor ditjaar

Na de inzinking in de internationale handel van vorig
jaar, voorspelt de Wereldhandelsorganisatie (WHO) tegen eind van dit jaar
een ‘matig’ herstel van ongeveer één procent. De WHO komt tot deze conclusie
in haar jaarrapport 2001 dat deze week is verschenen. Een echt sterke
opleving zit er volgens de organisatie voor 2002 niet in. Dat heeft vooral
te maken met het feit dat de productie van goederen en ook de sector van de
informatietechnologie in de meeste landen maar matig zal groeien.


Na bijna twintig jaar ononderbroken groei beleefde de wereldhandel in 2001
een van de slechtste jaren. De export liep in volume met één procent en in
de waarde zelfs met vier procent terug in vergelijking met 2000. Die
exportinkrimping, de zwaarste sinds 1982, trof zowel de producten uit de
landbouw, de mijnbouw als de industrie. De uitvoer van diensten kende voor
het eerst sinds 1983 een achteruitgang en kromp ook met één procent. De
groei van bepaalde commerciële diensten - op het vlak van financiën,
communicatie, verzekeringen, auteursrechten en licentievergoedingen -
volstond toch niet om de neergang in vervoer en toerisme te compenseren.

De regio’s die het sterkst te lijden hadden van de verminderde uitvoer in
2001 waren vooral Oost-Azië en de Verenigde Staten, niet toevallig regio’s
die zich sterk toeleggen op de handel in informatietechnologie (IT).
Singapore en Taiwan bijvoorbeeld, die heel sterk afhankelijk zijn van de
handel in IT-producten, zagen hun uitvoer en omzet fors dalen. De uitvoer
van producten uit de ontwikkelingslanden daalde in 2001 met zes procent, dat
is nog iets meer dan het wereldgemiddelde, aldus het WHO-rappport. De
deskundigen van de WHO schrijven die daling toe aan de sterke terugloop van
uitgevoerde IT-producten uit Oost-Azië en ook aan de verminderde olie-export
door ontwikkelingslanden. De uitvoer en invoer van de groep van Minst
Ontwikkelde Landen bleef in 2001 ongeveer gelijk.

Het WHO-rapport schrijft de wereldwijde economische vertraging van vorig
jaar toe aan het uiteenspatten van de wereldwijde IT-luchtbel, de
slabakkende vraag in West-Europa en in veel mindere mate de gebeurtenissen
van 11 september. Het barsten van de IT-luchtbel leidde ook tot een
achteruitgang van de daarmee verband houdende investeringen. De wereldwijde
verkoop van halfgeleiders, een sleutelcomponent voor IT-producten, daalde
vorig jaar met 29 procent. Het kapitaal dat voor die sector werd
uitgetrokken, liep met 29 procent terug.

In 2001 werden voor het eerst sinds 1985 weer minder computers verkocht dan
het jaar voordien. De verkoop in mobiele telefoons, die de vorige twee jaar
telkens was verdubbeld, kromp in 2001 in met drie procent. De slabakkende
groei van de productie in West-Europa heeft volgens de WHO te maken met
interne factoren, en zou minder verband houden met de zwakke wereldwijde
vraag en de economische baisse in de Verenigde Staten. De derde oorzaak voor
de achteruitgang in de wereldhandel, de aanslagen van 11 september in New
York en Washington, hielpen volgens de WHO het toch al zwakke vertrouwen van
zakenlui en consumenten nog verder ondermijnen. Maar de meest opvallende
impact van de aanslagen op de handel was voelbaar in de transportsector en
het toerisme dat afhankelijk is van de luchtvaart. De Caribische staten,
waar het toerisme soms instaat voor meer dan een derde van de nationale
inkomsten, kregen in de nasleep van 11 september te lijden onder een bruuske
inkomensdaling.

Het WHO-rapport wijst verder ook op de aanzienlijke prijsschommelingen van
grondstoffen, die nog altijd een belangrijk deel uitmaken van de uitvoer van
de ontwikkelingslanden. Er waren in 2001 veel meer grondstoffen die een
prijsdaling noteerden dan een prijsstijging. De prijs van koper, het
belangrijkste non-ferrometaal dat de ontwikkelingslanden uitvoeren, daalde
in 2001 met meer dan tien procent. De koffieprijzen daalden met bijna dertig
procent tot het laagste peil sinds dertig jaar, katoen werd twintig procent
goedkoper en dat betekende vooral minder exportinkomsten voor Benin, Tsjaad,
Mali en Burkina Faso. De prijs van bananen ging wel met veertig procent de
hoogte in, omwille van de verminderde productie veroorzaakt door slechte
weersomstandigheden en plantenziekten in Ecuador en Centraal-Amerika. Ook
cacao kende een stijging van ongeveer twintig procent.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift