Zuidelijk Afrika moet zich aanpassen of hongeren

Zuidelijk Afrika wordt warmer en droger, en dat dreigt de nu al problematische voedselsituatie in de regio nog verder te verslechteren. Een mogelijke oplossing is overschakelen op gewassen die het goed doen in nog veel drogere streken, zegden deelnemers aan een internationale conferentie in Kaapstad.
Aan de vijfde Alexander von Humboldt-conferentie aan de Universiteit van Kaapstad namen de voorbije week klimaatexperts en milieuwetenschappers uit de hele wereld deel. Goed nieuws hadden ze niet voor zuidelijk Afrika.
“We schatten dat de maïsoogst in Zimbabwe en de Zuid-Afrikaanse provincie Limpopo met ongeveer negen procent zal afnemen tussen nu en 2045”, zegt Sepo Hachigonta van de Climate Systems Analysis Group (CSAG) aan IPS. Maïs is het belangrijkste voedselgewas in de regio.

Late regen


“De regio wordt in de eerste plaats warmer”, legt Hachigonta uit. “Als gevolg van de stijgende temperaturen verdampt er ook meer water. Daardoor krijgen planten het moeilijker. Ten tweede voorspellen we veranderende regenpatronen. Het gaat niet meer of minder regenen, maar het begin en het einde van het regenseizoen kunnen verschuiven.” Volgens de CSAG zal het regenseizoen in Zimbabwe en Limpopo binnen 30 jaar in pas in december beginnen in plaats van eind oktober, zoals dat nu het geval is. Dat levert problemen op voor de meerderheid van boeren die zich geen irrigatiesystemen kunnen veroorloven.
Zuidelijk Afrika worstelt nu al met voedselproblemen. Droogte heeft de voorbije jaren voor slechte oogsten gezorgd in Lesotho, Namibië, Mozambique, Swaziland, Zimbabwe en Zuid-Afrika. In 2006 haalde de regio 2,18 miljoen ton maïs te weinig binnen om de hele bevolking te voeden. In 2007/2008 was dat tekort opgelopen tot 4 miljoen ton.

Omschakelen


Andere gewassen telen is een mogelijkheid om die problemen op te lossen. “Maïs heeft veel water nodig, dus theoretisch zouden de boeren in zuidelijk Afrika beter gewassen als sorghum of gierst aanplanten”, zegt Hachigonta van de Climate Systems Analysis Group. Die graansoorten worden veel gegeten in West-Afrikaanse landen als Mali, waar nog veel minder regen valt. “Maar de mensen in zuidelijk Afrika eten al eeuwenlang maïs. Dat verander je niet zomaar”, geeft Hachigonta toe.
Sommige landbouwtradities dragen ook rechtstreeks bij tot het klimaatprobleem, zegt Medard Djatou, een antropoloog van de Universiteit van Yaoundé in Kameroen. Op veel plaatsen in Afrika worden akkers en grasland bijvoorbeeld nog afgebrand om een nieuw zaaiseizoen voor te bereiden. Daarbij komen grote hoeveeheden CO2 vrij.
Afrikaanse regeringen moeten veel meer investeren in voorlichting en bewustmaking over klimaatverandering en milieuvriendelijke teeltmethodes, vindt Djatou.
Urias Goll, een onderzoeker uit Liberia, is het daarmee eens. “Het is essentieel dat de mensen die de gevolgen van de klimaatverandering het eerst voelen, ook toegang krijgen tot alle informatie erover. Veel boeren denken nog dat de slechte oogsten een straf van de goden zijn. Ze moeten weten wat er aan de hand is, waarom de regens later komen en de oogsten mislukken en wat ze eraan kunnen doen.”
Volgens Goll is er nood aan specifieke informatie die boeren in verschillende regio’s duidelijk maakt waaraan ze zich kunnen verwachten. “De impact van de klimaatverandering verschilt immers van regio tot regio.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift