Zwart jaar voor Nigerese veekwekers

Veetelers in Niger hebben dit jaar 60 tot 80 procent van hun dieren zien sterven. Dat is het gevolg van droogte, maar ook van falende hulpverlening. De boeren en de regering werken aan maatregelen om een herhaling van de stille slachting te voorkomen.

Bacharou Gorel had driehonderd runderen voordat Niger begin dit jaar te kampen kreeg met droogte en misoogsten. Nu heeft hij nog 53 dieren. “Alle koeien die ik ben kwijtgeraakt zijn omgekomen door honger en dorst, omdat er niet op tijd hulp kwam”, zegt Gorel, een grote veeteler uit Ekrafane, in het noordwesten van Niger.

“Ik heb nog negen van mijn vijftig koeien over”, zegt zijn collega Hamado Sambo. “We zullen zeker tien en misschien wel twintig jaar zonder nieuwe rampen nodig hebben om er weer helemaal bovenop te komen.”

Massale verarming

De ramp heeft de grotendeels nomadische veetelers nog armer gemaakt. “We hebben geen melk meer om te verkopen”, klaagt Maïmouna Ag Zeïdi uit Abala, in het westen van het land.

Geen enkele regio in Niger is gespaard gebleven, zegt Harouna Abarchi van AREN, een Nigerese organisatie die veetelers helpt. Volgens een officiële telling bezaten de veetelers in Niger in 2007 10 miljoen koeien en 24 miljoen geiten en schapen. AREN schat dat 60 tot 70 procent van die veestapel is gestorven. Sahabi Barthé, een ambtenaar van het ministerie van Veeteelt, schat dat zelfs minstens 80 procent van het vee is omgekomen.

“De herders hebben niet op tijd hulp gekregen”, zegt Barthé. “De hulp kwam maar op gang in juli, toen de dieren al helemaal uitgeput waren.” Zo zien ook de veetelers het. “De hulpverlening had direct moeten beginnen toen in januari de eerste waarschuwingen binnenkwamen”, zegt Ibrahim Yahaya Touraroua, een herder en adviseur van de Nederlandse hulporganisatie Oxfam Novib. “Men had voorraden veevoeder moeten aanleggen in de veeteeltgebieden, maar dat is niet gebeurd.”

Veevoeder

De Nigerese overheid en hulporganisaties lijken die fout niet nog eens te willen maken. “Overal waar dat nodig is, worden nu depots aangelegd”, zegt Bilal Adamou, een herder uit Abala. Of die inspanningen zullen volstaan, is nog niet duidelijk. Volgens Abarchi van AREN werd de totale vraag naar veevoeder in 2009 op 16.000 ton geschat. De regering heeft de donorlanden voorlopig maar om 10.000 ton gevraagd.

De Nigerese regering en haar partners zijn op het platteland ook begonnen met het aanleggen van brandgangen. Die moeten vermijden dat grote oppervlaktes graasgebieden in de vlammen opgaan. Volgens Abarchi is de voorbije maanden al meer dan 300.000 hectare goede weidegrond door brand verwoest. Er worden plaatselijke herders ingeschakeld bij het werk aan de brandgangen, maar volgens Touraroua van Oxfam Novib moet de overheid meer tractoren inzetten om het werk sneller te doen opschieten.

Een derde oplossing die het vee in leven kan helpen houden bij droogte, is de veetelers in staat stellen ook naar de buurlanden te trekken op zoek naar goede weidegebieden. Dat levert nu veel problemen op met de autoriteiten van de buurlanden. “De landen in de regio moeten de afspraken uitvoeren die de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten gemaakt hebben over vrij verkeer van goederen en mensen”, zegt Abarchi.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift