Wat deed Che Guevara in Congo?

In de Congolese voetsporen van Che Guevara

Maar liefst twaalf jaar duurde de research van stripauteur Jeroen Janssen en journaliste Hilde Baele over Jerome Sebasoni, die als jonge rebel de gids van Che Guevara in Congo werd. Ze goten hun zoektocht in een avontuurlijk en humoristisch verhaal vol bizarre wendingen. Wat deed Che Guevara eigenlijk in Congo?

In het boek Mijn kameraad Che Guevara brengen Jeroen Janssen en Hilde Baele het verhaal van Jerome Sebasoni. Als jonge Rwandese knaap rijpte hij tot rebel nadat zijn oom, Tonton Mutembe, in 1959 voor zijn ogen werd vermoord op bevel van een blanke pater Kerepi. Daarop sloot Jérome zich aan bij de Inyenzi, de Rwandese “outlaws”, voornamelijk bestaande uit Tutsirebellen.

‘Wat loopt die blanke hier te bevrijden in Congo?’

Jerome zou zijn volk verdedigen, de rechten, het land. Later, in 1965, trok hij samen met andere Inyenzi het Tanganyikameer over en zette laars aan wal in Congo. De Inyenzi zouden een handje helpen in de bevrijdingsoorlog van Congo om op hun beurt te profiteren van de hulp van deze rebellen om Rwanda te bevrijden. En daar kwamen ze de Cubanen tegen.

Jerôme Sebasoni vertelt over zijn ontmoeting met Che Guevara en de Cubaanse troepen. ‘Wat loopt die blanke hier te bevrijden in Congo? En waarom zou ik plots vriendelijk tegen hem gaan doen? Is het geen schijtbelg?’ dacht Jérôme.

Het was uiteindelijk Victor Dreke, alias commandant Moja, die de sympathie van Jerôme voor Che wist te onderhandelen. Wie is die Cubaan, Victor Dreke, alias commandant Moja? Jeroen Janssen en Hilde Baele trokken naar Cuba. Samen met hun tolk, Pablo Janssen, schoven ze aan tafel bij Victor en zijn charmante lady, Anita Morales. Hij vertelde over Jerome, over Che, over Cuba.

 

Wat deed Che Guevara in Congo?

Op 22 april 1965 arriveerde Che Guevara in het Tanzaniaanse Kigoma aan het Tanganyikameer, vlakbij de plek waar honderd jaar eerder de journalist Henry Morton Stanley dokter David Livingstone ontmoet had. Twee dagen later staken veertien Cubanen het meer over naar Congo. Kort nadien zouden er nog een honderdtal volgen.

Het doel was de Congolese rebellen van de latere president Laurent-Désiré Kabila te ondersteunen met ideologische en tactische vorming, en hen bij te staan in hun gewapende strijd tegen de militaire leider Mobutu.

Na de moord op de eerste democratisch verkozen premier Patrice Lumumba werd hij namelijk de sterke man in Congo. Maar de strijd liep niet lekker en de revolutie liet op zich wachten. In zijn Congo-dagboek klaagt Tatu, zoals Che zich daar liet noemen, over de onbekwaamheid, het gebrek aan discipline en het eeuwige geruzie tussen de Congolese rebellen.

In het leiderschap van Kabila zelf zag hij evenmin een reden tot optimisme. De lokale bevolking ging zich steeds vijandiger opstellen tegenover de opstandelingen, en na een tijdje viel ook de buitenlandse steun weg. Zo werd de Algerijnse president Ben Bella, Che’s belangrijkste steunpilaar in Afrika, in juni afgezet door een staatsgreep.

Op 20 november 1965 staken Che en de zijnen het meer weer over naar Tanzania; lijdend aan dysenterie en malaria en ontmoedigd door maanden van inactiviteit en nederlagen. Een jaar later vertrok Che naar Bolivië om daar de revolutie te ondersteunen. Op 8 oktober 1967 werd hij door het Boliviaanse leger gevangen genomen. De dag nadien schoten ze hem dood. En werd Che Guevara over de hele wereld een icoon.

Kris Berwouts, Afrikareiziger en Congo-specialist

© Jeroen Janssen

Kris Berwouts

Mijn vriend Che Guevara van Jeroen Janssen en Hilde Baele is uitgegeven door Oogachtend. 160 blzn. ISBN 9789492672384.
Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel, maar kan ook besteld worden via ann@oogachtend.be. Met vermelding van MO* krijgt u 10% korting. (+ 5 € verzendkosten)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2945   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift