De globalisering is half af

De globalisering is nog maar half af, betoogt Jan Van de Poel, want individuele landen zijn aan hun lot overgelaten als het aankomt op het vooruit helpen van de verliezers van dat globale spel. De productiviteit ging dan wel omhoog, de vruchten waren voor het kapitaal. 

  • © Brecht Goris Jan Van de Poel © Brecht Goris
  • © Mandag Morgen De ‘olifantcurve’ volgens de Deense krant Mandag Morgen. Milanovic zelfde noemde deze weergave op twitter ‘definitively the coolest’. De olifant is tevens het logo van de Republikeinse partij. © Mandag Morgen

‘De overwinning van Donald Trump is in de eerste plaats te wijten aan de explosie van de economische en territoriale ongelijkheid in de Verenigde Staten’. Dat schreef Thomas Piketty – die voor lezers van deze pagina’s wellicht geen introductie behoeft - afgelopen week in De Standaard. Het is wellicht te vaak herhaald de voorbije dagen, maar de overwinning van Trump is ook een uitgestoken middenvinger van de blanke onderklasse uit de rust belt aan het establishment, wie of wat dat dan ook is.

Die middenvinger was overigens perfect voorspelbaar, althans voor de Schotse economieprofessor Mark Blyth (eerder deze week door 11.11.11 gevraagd voor een gesmaakte lezing in Bozar). Voor Blyth past de overwinning van Trump perfect in het rijtje ‘verrassingen’ zoals de Brexit, de monsterscores van Marine Le Pen in Frankrijk of Frauke Petry in Duitsland aan rechterzijde, of Podemos en Syriza aan de linkerkant. Beide zijdes keren zich tegen de globalisering, de macht van het kapitaal en zijn voor de welvaartsstaat. Al moet die welvaartsstaat er aan rechterzijde enkel zijn voor het ‘eigen volk’.

Wat de ene middenklasse wint, verliest de andere?

Als de overwinning van Trump echt te wijten is aan de groeiende ongelijkheid en het verschrompelen van de eens zo voortvarende, blanke middenklasse, moeten we daar dan eigenlijk niet blij om zijn? Want het spiegelbeeld van de teruggang van de middenklasse in de Verenigde Staten, en in mindere mate Europa, is de opkomende middenklasse in ‘ontwikkelingslanden’ zoals China, India of Vietnam.

De ‘olifantcurve’ van Branko Milanovic geeft weergaloos weer hoe de verschillende, wereldwijde inkomensgroepen er op zijn vooruitgegaan sinds het einde van de jaren tachtig van vorige eeuw.

Althans, dat zou je kunnen opmaken uit het werk van Branko Milanovic. Zijn ‘olifantcurve’ geeft weergaloos weer hoe de verschillende, wereldwijde inkomensgroepen er op zijn vooruitgegaan sinds het einde van de jaren tachtig van vorige eeuw.

Er bestaat geen betere manier om zowel de bloei van de middenklasse in de opkomende economieën (vooral in Azië) en de ‘wereldwijde plutocratie’ of ‘one-percenters’ als de ‘uitholling’ van de middenklasse in het Westen en de stagnatie van de allerarmsten in Afrika in één beeld te vatten.

Die realiteit heeft heel wat waarnemers doen verleiden tot de vaststelling dat de groei van de globale middenklasse een zero-sum-game is. Wat de middenklasse aan de ‘rijke’ kant verliest, wint de middenklasse aan de ‘arme’ kant.

Het zou er dus op neerkomen dat je van de ‘rijke’ middenklasse moet stelen om het aan de ‘arme’ middenklasse te geven. Dat heet dan de belangrijkste mondiale herverdeling in de geschiedenis, en die gebeurt gewoon vanzelf.

 

© Mandag Morgen

De ‘olifantcurve’ volgens de Deense krant Mandag Morgen. Milanovic zelfde noemde deze weergave op twitter ‘definitively the coolest’. De olifant is tevens het logo van de Republikeinse partij.

Het scenario van de globalisering

Los van de vraag of we blij moeten zijn met die evolutie, heb ik zo mijn twijfels of die redenering wel klopt.

Ten eerste is het maar de vraag of de teruggang van die ‘rijke’ middenklasse daadwerkelijk enkel te maken heeft met de globalisering. Na de val van de Muur en het einde van de geschiedenis, ruimde een economisch beleid van volledige tewerkstelling voor een beleid gericht op prijsstabiliteit. De inflatie verdween en dus kon de rente dalen wat een decennialange boom van de beurzen inzette.

De productiviteit ging omhoog, maar de vruchten waren voor het kapitaal.

Dat speelt natuurlijk in de kaart van mensen met geld. Het aandeel van arbeid in het nationale inkomen ging zienderogen omlaag. De productiviteit ging omhoog, maar de vruchten waren voor het kapitaal. Die ommekeer, waarvoor vooral de mensen uit de rust belts van de geïndustrialiseerde wereld de prijs betaalden, kwam er niet zozeer door de globalisering, dan wel door de politiek die het oor graag te luisteren legde bij die groep met veel geld.

Natuurlijk speelt de globalisering ook een rol, en een belangrijke. Maar dat betekent niet dat die globalisering volgens één enkele plot moet verlopen.

Globalisering is geen wetmatigheid, maar een scenario dat wordt geschreven door mensen. Dat scenario is de laatste decennia vooral geschreven door de winnaars van de globalisering.

De discussie over het CETA-verdrag bij onze zuiderburen ging misschien over partijpolitiek, maar ook en vooral over wie de pen mag vasthouden waarmee het scenario van de globalisering wordt geschreven. Vandaag hebben de verliezers van de globalisering die pen onvoldoende in handen zodat dergelijke verdragen onvoldoende bescherming bieden voor de volksgezondheid, het leefmilieu, arbeidsrechten of de mogelijkheid om alle spelers via belastingen te doen bijdragen.

De globalisering is bovendien eigenlijk bijzonder selectief. Omdat het vooral over productmarkten gaat, treft ze in eerste instantie gewone werknemers aan de slag in de ‘oude’ sectoren.

De ‘markt’ voor dokters en advocaten blijft vooralsnog netjes gesloten. Die groepen ondervinden geen concurrentie van getalenteerde, hoog opgeleide krachten uit China of India omdat ze een binnenlands diploma of één of ander baliecertificaat ontberen. Dat heeft misschien ook wel te maken met de groep mensen die de pen vasthielden wanneer het scenario van de globalisering geschreven werd.

De slurf van de olifant

Uiteindelijk doen we er beter aan naar de rechterkant van de grafiek te kijken, naar de slurf van de olifant. Wat zowel de ‘rijke’ als de ‘arme’ landen bindt is de spectaculaire groei van de ‘globale plutocratie’ die bijzonder immuun blijkt voor de krachten die voorheen ongelijkheid in het gelid hielden: sterke belastingen op inkomen en vermogen, gelijkwaardige collectieve arbeidsonderhandelingen, een sterke sociale bescherming, topkwaliteit in het publiek onderwijs en gezondheidszorg.

Voor al die zaken zijn individuele landen aan hun lot overgelaten, terwijl het kapitaal op wereldreis vertrok (zoals een redacteur van dit medium zo treffend schreef). Dus neen, de globalisering is geen zero-sum game, maar een spel met meer verliezers dan winnaars. Dat is vooral omdat ze maar half af is.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Policy and Advocacy Manager bij Eurodad

    Jan Van de Poel is Policy and Advocacy Manager bij het Europese ngo-netwerk Eurodad. Hij is er verantwoordelijk voor het beleidswerk rond effectieve ontwikkelingshulp.