Gij zult niet moraliseren

© Brecht Goris

Jan Mertens

Je mag niet moraliseren. Dat hoor je vaak in discussies over hoe we nu best omgaan met de klimaatuitdaging. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het soms een beetje moeilijk heb met dat verwijt. Misschien ben ik gewoon zelf een moralist in het diepst van mijn gedachten en is daarmee het punt afgesloten. (Volgens sommigen die veel slimmer zijn dan ik, ben ik in wezen een echte Kantiaan. Ik denk dat de imperatief in mijn geval meer falend dan categorisch is, maar dat is een discussie voor tijdens een klokvaste wandeling, veronderstel ik.)

Er is nood aan structurele en systemische antwoorden.

Wat bedoelt men juist met moraliseren? Soms gaat het erover dat je een probleem niet zomaar in ethische termen mag stellen, omdat het dan niet meer neutraal of rationeel kan benaderd worden. Soms is er een bezwaar in de zin dat je mensen niet persoonlijk op hun morele verantwoordelijkheid mag aanspreken omdat het probleem systemisch is en op dat niveau moet aangepakt worden. En soms gaat het ook om een discussie over wat een effectieve communicatiestrategie is die tot gedragsverandering zou kunnen leiden. Die drie argumenten worden vaak met grote stelligheid (enigszins categorisch) geuit in discussies over klimaat.

Met het grootste deel van de motieven achter die argumenten ben ik het meestal wel eens. Een (neoliberale) strategie die erop neerkomt dat we er wel zullen komen door mensen op hun persoonlijke verantwoordelijkheid te wijzen zonder verder een duidelijk overheidskader met bindende regels en ook duidelijke verantwoordelijkheid voor de economische en financiële actoren is echt niet wat we nodig hebben. Er is nood aan structurele en systemische antwoorden en de politiek mag de eigen verantwoordelijkheid niet zomaar op de schouders van de burgers leggen of doorschuiven naar ‘partnerschappen’. Regeringen moeten hun verantwoordelijkheid nemen en moeten verantwoording afleggen aan parlementen. Ik vind ook dat we best manieren zoeken om mensen op een goede manier te betrekken bij een proces van maatschappelijke verandering. Over al die dingen moeten we niet meer discussiëren, ik deel ze.

De ecologische gulzigheid van de levensstijl van de wereldwijde consumentenklasse vermindert de kansen van anderen nu en later om een waardig leven te leiden.

Maar het schuurt soms een beetje, daarom enkele voorzichtige nuanceringen. De klimaatuitdaging is acuut. Het wezen van die uitdaging is volgens mij een rechtvaardigheidsprobleem (een probleem van macht dus ook). Historisch gezien is een minderheid van de wereldbevolking verantwoordelijk voor een situatie waar de meerderheid de gevolgen van draagt. De klimaatverandering zelf vergroot de ongelijkheid tussen rijk en arm.

De ecologische gulzigheid van de levensstijl van de wereldwijde consumentenklasse vermindert de kansen van anderen nu en later om een waardig leven te leiden. Dat is dus een ethisch probleem, als je het zo formuleert. Als het je helemaal niet kan schelen wat er met anderen gebeurt, nu of later, is het blijkbaar geen ethisch probleem.

Waarom zou je in dat geval überhaupt iets willen veranderen? Waarom zou ik nu mijn levensstijl veranderen, gericht op een lagere voetafdruk (door eigen keuzes of door opgelegd beleid) voor een situatie in de toekomst (bv. het leven van mijn kinderen)? Misschien omdat ik het goede wil doen en omdat dat me innerlijke vrede geeft. Niet omwille van een eng eigenbelang, lijkt me. In ons ethisch handelen, als burger en als politieke gemeenschap, laten we zien dat we een kwaliteit hebben die we aan onszelf als mensheid toeschrijven: de mogelijkheid om voor het goede te kiezen.

De urgentie van de actuele klimaatcrisis botst met een aantal vooronderstellingen van vooral een liberale visie op wat het betekent om individu of burger te zijn, waaronder een strikte opdeling tussen privé en publiek. Die opdeling is heel belangrijk.

Er is echter ook de vaststelling dat de domeinen waarin we het zwaarst wegen op de planeet zijn: wonen, eten en verplaatsen. Het zijn telkens dingen die heel symbolisch zijn voor onze consumptiegerichte manier van leven. En die consumptiepatronen zijn zelf van systemische aard. Ze beginnen niet een meter voorbij mij, ze lopen dwars door ons heen.

Er is vanuit een keuze voor rechtvaardigheid een probleem met onze vleesconsumptie in een eindige wereld. In die zin is het persoonlijke politiek, je kunt die dingen niet zomaar achter de muur van het privéterrein verbergen. Wat we inderdaad niet moeten doen, is mensen individueel zeggen dat zij minder vlees moeten eten. We moeten wel met elkaar erover praten hoe we samen, collectief, minder vlees gaan eten. Het eerste lijkt me moraliseren in negatieve zin, het tweede lijkt me het voeren van een ethisch debat.

Vlees minderen doe je voor je eigen gezondheid, maar ook als een positieve bijdrage aan het geheel. Aangesproken worden op dat ethische motief verlamt niet, maar kan net een sterkere motivatie worden. Je ziet vandaag trouwens hoe de vleesconsumptie daalt en de spelers die alternatieven aanbieden het economisch goed doen. Het systeem begint te veranderen, mee omdat sommigen met het alternatief begonnen.

Als je ervan uitgaat dat een keuze van persoonlijke gedragsverandering een deel vormt van een ruimere strijd om tot systemische verandering te komen, dan kan het net hoop geven. Zelf keuzes maken geeft je het gevoel deel te zijn van het alternatief, geeft je het gevoel dat je niet machteloos hoeft te zijn, geeft je energie en handelingskracht. Het ondersteunt je in je wil om iets als een goed mens te zijn.

Het klinkt heel cool en links om te zeggen dat jij niet verantwoordelijk bent, maar het systeem wel. Het is niet onwaar, maar het is ook een beetje een zwaktebod.

Het zou niet slim zijn om net dat warme motief te missen, waardoor je je kunt verbonden voelen met anderen in je actie. Argumenten over geld bv. geven mij niet echt een warm gevoel, zetten me wel aan om te gaan rekenen, om mezelf te vergelijken (en dus af te scheiden) van anderen.

Het klinkt heel cool en links om te zeggen dat jij niet verantwoordelijk bent, maar het systeem wel. Het is niet onwaar, maar het is ook een beetje een zwaktebod. Als jij ervoor kiest om met Ryanair te vliegen en zo impliciet de sociale werkomstandigheden van de medewerkers aanvaardt, dan is de grote baas van Ryanair (ongetwijfeld een echte kapitalist) toch niet helemaal verantwoordelijk voor jouw keuze. Je had het ook gewoon niet kunnen doen. Het waren individuele burgers die iets wilden veranderen aan het energiesysteem en zich verenigden in een coöperatie en zo een systemische verandering op gang brachten. Iemand zet altijd de eerste stap van een vreedzame revolutie.

Het heeft ook met vrijheid te maken. Sommige mensen zeggen dat “ze” niet moeten komen zeggen dat hij of zij minder moet vliegen. Ze zeggen er dan na dat ze het goed zouden vinden als de overheid (of zelfs een strenge leider) regels zou uitvaardigen, die er dan in de feiten op neer zouden komen dat ze minder kunnen vliegen. Mij lijkt dat een raar soort vrijheid. Ik voel me vrijer als ik in volle verantwoordelijkheid een ethische keuze kan maken, waardoor er niemand is die me komt zeggen dat ik iets wel of niet moet doen.

Als we zelf niet op onze waarden willen worden aangesproken, moeten we trouwens wel nog altijd die politici verkiezen die dan in onze plaats wel ethische keuzes gaan maken. Een motief daarbij is natuurlijk het sociaal dilemma (waarom zou ik iets doen als de buurman het niet doet), dat klopt. Maar het kan je toch ook een goed gevoel van rust geven dat jij het zelf wel doet, in afwachting van sterk overheidsbeleid. Je bent al bezig met de verandering, en vergroot zo de druk.

Ik heb soms de indruk dat de angst om te moraliseren zelf kan verlammen. Als het bv. zo zou zijn dat het verhaal dat de milieubeweging brengt – en jammer genoeg krijg ik soms dat gevoel – alleen nog een soort neutraal, waardevrij, technologisch verhaal wordt dat angstvallig wegblijft van een ethisch discours, alsof het niet gaat om machtsrelaties, dan voel ik iets als “afstand”. Het maakt me niet warm, ik voel me niet verbonden, voel me geen deel van een beweging, het geeft me geen droom. Het spreekt me niet aan in mijn ethische verontwaardiging. Het legt me wel uit hoe mijn leven in alle opzichten beter zal worden, en dat is goed, maar het helpt me niet bij de moeilijke vragen, bij mijn angst en verdriet over wat zal komen. Ik wil samen met anderen warme waarden kunnen delen en zo energie krijgen.

Ik heb een ethisch probleem met een organisatie die het geen probleem vindt om tegelijk een bezwaarschrift in te dienen tegen de bouw van een groot vervuilend bedrijf en er tegelijk veel geld van te ontvangen om elders een “compensatie” te doen.

Het is een paradox. De terechte angst – ik overdrijf nu een beetje – om een neoliberale strategie van persoonlijke moralisering te vermijden, kan ertoe leiden dat ik zelf alleen nog zal worden aangesproken als een calculerend wezen dat vooral kijkt naar de eigen belangen. (“What’s in it for me?”) Net als de woordvoerder van de natuurbeweging ben ik best bereid compromissen te sluiten en wil ik ook niet aan de kant staan. Maar als ik bomen moet zien als “eenheid boom” die gerealiseerd is in een soort neutrale context, dan herken ik de mensen niet meer die mij hoop gaven.

En dus, ja, ik heb een ethisch probleem met een organisatie die het geen probleem vindt om tegelijk een bezwaarschrift in te dienen tegen de bouw van een groot vervuilend bedrijf en er tegelijk veel geld van te ontvangen om elders een ‘compensatie’ te doen. Als natuurbehoud een “rationele” of “neutrale” discussie is, is dat waarschijnlijk een goede deal. Als natuurbehoud een ethische kwestie is, mee ingegeven door het feit dat ik als mens en ethisch wezen ook een deel ben van het web van het leven, dan is er een probleem.

Misschien is de angst voor het moraliseren ook de angst dat we tegen sommige mensen zullen moeten zeggen dat ze iets zullen moeten minderen. Op dat vlak is het, denk ik, tijd voor enige intellectuele eerlijkheid, zeker als je uiteindelijke (ethische) motief een duurzame en rechtvaardige wereld is. Hoe je het ook draait of keert, hoe je het ook verpakt, om onze gezamenlijke voetafdruk (onrechtvaardig verdeeld qua lasten en lusten) in absolute cijfers naar beneden te krijgen zullen we samen sommige dingen minder moeten doen. Het heeft geen zin dat uit de weg te gaan.

Als we mensen willen motiveren voor een welvaart die meer kwalitatief is (zuivere lucht!) in plaats van enkel kwantitatief (een HEEL grote SUV!) moeten we hen overtuigen om een stap te zetten die net niet is ingegeven door eigenbelang op korte termijn (zelfs al doe je nog zoveel moeite om het net wel zo te verpakken).

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Persoonlijk denk ik nog altijd dat de keuze om ethisch te handelen, het diepmenselijke verlangen dat je kinderen en de kinderen van anderen een goed leven zullen hebben, de beste drijfveer kan zijn. De geschiedenis leert ons dat een ethische grondhouding je kan helpen om de moed te vinden om in moeilijke of wanhopige tijden de dingen te doen die nodig zijn, zoals je niet neerleggen bij een welbepaalde machtsverhouding. Het zou jammer zijn als we die weg van verandering te zeer afsluiten uit angst voor wat we verzamelen onder het koepelbegrip moraliseren.

Het zijn zoekende beschouwingen, ik weet het ook niet allemaal. (Ik faal, gelukkig.) Maar het lijkt me goed dat we samen zoeken naar een debat dat de valkuilen van een verkeerd soort moraliseren vermijdt, maar tegelijk mogelijkheden zoekt voor een sterk verhaal dat net wel ethisch is. Anders zouden we wel eens meer kunnen verliezen dan we winnen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.