Groenendaal

Een bus die als bestemming ‘Groenendaal’ heeft, brengt MO*columnist Jan Mertens in een filosofische stemming. ‘Gelukkig zijn er verhalen en liedjes om de plekken te betoveren. Gelukkig kunnen we verlangen.’

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Soms loop je door de stad en kun je alleen maar denken: wat is het leeg hier. Ook al moet je jezelf door een slenterende massa mensen wurmen. Ook al zie je propvolle winkels met spullen die uitschreeuwen dat ze dringend gekocht willen worden. Je denkt, ergens op een onbewust niveau: was er maar iets dat me zou kunnen verwarmen met een onbestemd verlangen. Of iets in die aard.

Als je wilt vinden, zoek dan niet. Dat heb ik ooit eens als levensmotto voor mezelf bedacht. Ik begrijp het zelf nog steeds niet helemaal, maar daar gaat het net over waarschijnlijk. Pas als ik het niet probeer te begrijpen, zal ik het kunnen begrijpen. Of iets in die aard.

Niet zoeken dus, en dan kan wat je verlangt zomaar naar je toe komen. Soms gebeurt dat dus. Het is zo dat ik elke vrijdagochtend, voor ik naar het werk vertrek, altijd eerst nog naar de markt ga. Zo rond half acht. Alle biogroenten zijn er nog dan, en elke week zie ik er dezelfde vroege vogels. Met de fiets op weg naar de markt, voorbije vrijdag, liet ik de stad voorzichtig binnenkomen in mijn hoofd. Op dat uur gebeurt er nog niet zo veel. Hier en daar zie je wat waggelende studenten, verdwaald in hun roes. Je moet vooral goed opletten dat je niet in gebroken glas rijdt met je fiets.

En ineens was de stad niet meer leeg.

Maar onbewust was ik dus klaar voor een verrassing. En zo geschiedde. Terwijl ik naast de kerk naar boven fietste, zag ik ineens een bus met vooraan op dat bordje in het groot: GROENENDAAL. Een glimlach kwam over mij, en in mijn hoofd klonk een liedje. En ineens was de stad niet meer leeg.

Onlangs kocht ik de verzamelbox met daarin alle opnames van Wannes Van de Velde. Zijn liedjes doen me vaak dromen. Op een van die platen in die box staat ook het liedje met als titel Groenendaal. Met die mooie zin erin: Tout est désert tout est normal, ce soir en gare de Groenendaal. Als ik in de trein het station van Groenendaal passeer, kijk ik altijd even naar buiten. Ik denk niet dat ik ooit als eens uitgestapt ben daar. En eigenlijk durf ik dat ook niet zo goed. Want door dat liedje is het een mythische plek geworden. Een plek die vol is van betekenis. In mijn hoofd alleszins.

Het is mooi dat liedjes dat kunnen. Zomaar poëzie toevoegen aan de soms akelig lege werkelijkheid.

Het is mooi dat liedjes dat kunnen. Zomaar poëzie toevoegen aan de soms akelig lege werkelijkheid. Ze doen iets met je ogen. Je draait ze een beetje naar boven, en er gebeurt iets in je hoofd. In je hoofd kun je een landkaart maken van de wereld, op basis van dierbaren die daar of daar wonen. Maar ook dus op basis van liedjes. Ik ben nog nooit in New York geweest, maar dat is toch de stad waar er een plek is die ik ken, denk ik toch. Stayin’ up for days in the Chelsea Hotel | Writin’ “Sad-Eyed Lady of the Lowlands” for you. Misschien moet ik er maar nooit naartoe gaan…

Maar terwijl ik door de stad fietste, dacht ik dus aan Groenendaal. De andere bussen straalden weinig poëzie uit. Ze reden naar Mechelen, of naar Gasthuisberg. Maar die ene bus, dat was anders. Op die bus zou je, bij wijze van spreken, zomaar een mooie vrouw tegen kunnen komen of zou je zomaar een ontroerend gesprek kunnen voeren over de liefde. Want die bus reed naar Groenendaal. Die plek van dat liedje.

Het liedje is niet van Wannes zelf, hij vertaalde een nummer van André Bialek. Je hoort ze niet meer zo vaak op de radio, die prachtige liedjes van Bialek. Ik ging dus later nog eens zoeken naar het origineel, en het was schitterend. En het gaat dus ook over de liefde. In de vertaling van Wannes gaat het over zijn eerste grote liefde, een meisje uit La Louvière. In het origineel komt dat meisje uit Oostende.

Oostende dus. De voorbije dagen was Oostende voor mij niet de stad waar de keizer zichzelf troonde (al dan niet gekleed). Oostende was de stad uit dat liedje van Spinvis, die ik onlangs nog zag optreden. Wat is dat toch met Spinvis? Elke keer als je naar een concert van hem gaat, blijven die liedjes nog dagen net onder je huid bewegen. Zo ook dus dat liedje over Oostende, met daarin de wonderlijke Justine. Met daarin de mysterieuze zin: Tot ziens, tot ziens, Justine | Want welke weg ik kies | Hij leidt naar hier. Dat blijft dan eindeloos in mijn hoofd gaan. Ook tijdens het concert zat ik te wachten op die zin, over elke weg die naar hier leidt. Misschien moet ik toch nog eens naar Oostende gaan, om die zin te zoeken, daar. Of beter om hem niet te zoeken, zodat ik hem kan vinden.

Wat is het wezenlijke van wat we zijn als mens?

Wat is het wezenlijke van wat we zijn als mens? Ik denk dat de mens in essentie een verhalen vertellend wezen is. Dat wat ons het gevoel kan geven dat we ‘ergens’ zijn, dat de dingen zin hebben, dat we ergens een plaats hebben waar we thuis kunnen zijn, dat er ergens iemand is bij wie we ons veilig kunnen voelen, dat gevaren en tegenslagen kunnen overwonnen worden, dat we kunnen vinden wat we zochten, zelfs wat we niet zochten. Verhalen kunnen dat.

Die volle winkelstraat in de stad, ze kan erg leeg zijn. Geen volle leegte, zoals de boeddhisten zeggen. Een lege leegte. Tot je een verhaal ziet, en dan verandert het. Je ziet iemand voorbij lopen, en in je hoofd maak je er een verhaal bij. Die persoon is op weg naar een geliefde, of doolt door de straten na een onverwacht verdriet. Je zou haar zomaar kunnen vragen of ze meegaat naar Wenen, zoals in dat liedje: And I’ll dance with you in Vienna | I’ll be wearing a river’s disguise.

Gelukkig zijn er altijd verhalen, gelukkig zijn er altijd liedjes. Zij raken onze diepste verlangens aan. Waardoor al die lelijkheid zomaar kan verdwijnen. Ze zijn van waarde, en dus weerloos. En alleen al daardoor troosten ze ons.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.