Jongens in zwembroek, en andere normen en waarden

Op 9 december sprak Bie Vancraeynest tijdens een avond rond het thema van het winternummer van MO*: het begin van de geschiedenis. De MO*lezing werd georganiseerd door MO* i.s.m. Zuidcafé en Vlaams-Nederlands Huis deBuren en met de steun van Triodos Bank en De Roma. Hier kan u de toespraak van Bie bekijken, beluisteren en lezen.

Bie Vancraeynest werkt met jongeren in het leukste jeugdhuis van Brussel. Die geprivilegieerde positie kleurt haar blik op de stad en de wereld en blijkt een eindeloze inspiratiebron. Bie schreef vanuit die positie heel wat columns voor MO.be en engageerde zich voluit in Hart boven Hard.

 

‘Hier sta ik dan! In de Roma!

Om iets te vertellen over het begin van de geschiedenis en superdiversiteit.

Niet slecht voor een Vlaams meisje uit Wevelgem…

Wat legitimeert mij eigenlijk om over dit thema een aanzet te doen?

‘De laatste vijfentwintig jaar kwam er steeds meer variatie in de nieuwe migratie.’  

Misschien mijn dagelijkse evenwichtsoefening? Dat is: in een stevig stedelijke context, werken met veel verschillende mensen én het trachten leuk te houden Misschien wat ik, als West-Vlaamse daarin heb moeten leren en waar ik dat allemaal heb gedaan? Misschien het feit dat ik ook ergens ben aangespoeld en weggewaaid?

Dat laatste heb ik gepikt. Aangespoeld en weggewaaid. Het is de prachtige titel voor een themaweek over de melting pot die Oostende is geworden. De minderhedenadviesraad, de Maro, organiseerde het voorbije weekend een infoavond over de ‘superdiversiteit in oostende’. Superdiversiteit in Oostende? Echt?

Er zijn 130 verschillende natonaliteiten in Oostende!

130, dat zijn hoeveel rijen in de Roma?

Ik ben er zelf ooit voor naar Brussel getrokken: om omringd te zijn door meer verschillende soorten mensen, om meer talen te horen, meer dingen te proeven. Om de wereld op mijn stoep te hebben. Maar ondertussen is de wereld een beetje overal komen wonen. Ook in Oostende, al is dat als kust- en havenstad altijd wel behoorlijk gemengd geweest. De laatste vijfentwintig jaar kwam er echter steeds meer variatie in de nieuwe migratie, de mix is groter geworden.  

Ons land is voor altijd veranderd en verkleurd. Dat vindt duidelijk niet iedereen gemakkelijk.

Ik ben behoorlijk geschrokken van de zwarte pieten discussie. En dan is ze hier nog nauwelijks gevoerd. Eerlijk? Ook ik moest aanvankelijk gewezen worden op hoe fout die hele zwarte piet wel is.  Dat dat eigenlijk niet meer kan, anno 2014. En nu denk ik ook: zachtjes naar de uitgang begeleiden die man.

Het probleem is niet de slecht geschminkte chiroleiders die de Sint bijstaan bij het jaarlijkse sinterklaasfeest. Dat is eerder aandoenlijk onhandig, en al helemaal niet kwetsend bedoeld. Het is wat ervan komt als je je eigen koloniale geschiedenis niet naar behoren op het onderwijscurriculum zet.

Wel word ik ontzettend droevig van de haat die wordt gegenereerd tegenover iedereen die nog maar durft voor te stellen om die traditie te updaten.

Wat een ironie dat mensen die willen bewijzen dat het hier geen racistische traditie betreft, dat graag doen met racistisch scheldproza.

We zijn heel lang bezig geweest met de ‘Adaptation side’  Hoe komen mensen aan in onze samenleving? Wat moeten ze kunnen en weten? Wat moeten ze?

Maar is het niet stilaan tijd  om werk te maken van de ‘Treatment side’?  Hoe wil en kan de ‘ontvangende samenleving’ reageren op de aanwezigheid van migranten?

Demos vzw, een kenniscentrum, actief binnen het Vlaamse participatiedecreet, kondigde een eenzijdige integratiestop af voor nieuwkomers, onder het motto ‘de noodzakelijke stap opzij.’

‘Het is tijd dat we ons ook beginnen inzetten voor de groeiende groep angstige Vlamingen die zich niet weet te nestelen in de superdiverse samenleving. Ze verdienen al onze aandacht.’

De Vlaming kan inderdaad alle hulp gebruiken.

‘Het helpt om niet van alles een groot spel te maken.’

Maar ook de Waal en vele Brusselaars. Ik ging tijdens onze WK-campagne kijken naar de wedstrijd tegen Japan in het dorpje  Meix-devant-Virton, hartje Gaumestreek. In de lokale parochiezaal was er een groot scherm opgehangen en alles, maar dan ook alles zat onder de belgiche driekleur. Ons bont gezelschap had meer beziens dan onze duivels. Vanessa moest uitleggen dat haar kapsel geen ode aan Fellaini was, maar gewoon haar eigen haar en er heeft een kindje twee speelhelften inafgebroken gekeken naar de Senegalese Malick gekeken.

Kijk, laat ons de mensen die er gedisciplineerd elke dag tijd voor uittrekken om een ronde te doen langs alle nieuwssites en daar consequent met onverdraagzaamheid en vaak grammaticaal uitdagende zinsconstructies experimenteren, laat ons die zure Wilfried van Genechtens of clint.be-abbonnees voor het gemak even vergeten… 

Laat het ons hebben over de gemiddelde Vlaming. De Oostendenaar, de Kortrijkzaan, de mensen uit Neerpelt.
En laat ons er van uitgaan dat je attitudes en vaardigheden kan aanleren. Maar je moet wel de kans krijgen en en moeten plaatsen zijn om dat te doen.

Ik ben daarin nogal te vinden voor een pragmatische aanpak. Met als belangrijkste motto:

Let’s not sweat the small stuff.

Het helpt om niet van alles een groot spel te maken.

Voor mij is de hoofddoek daar een voorbeeld van.

Hoe meer ruimte je aan mensen geeft zichzelf te zijn, hoe beter ze functioneren.
In mijn jeugdhuis zijn er meisjes, mama’s, personeelsleden, stagiaires,leden, bestuurders met en zonder hoofddoek, en dat is altijd  zo geweest. En dat is NOOIT, in het twintigjarige bestaan van het jeugdhuis, een probleem geweest.

Ik begrijp echt niet waarom er een hoofddoekenverbod is.

Ik begrijp dat niet.

‘Sinds wanneer is gemengd zwemmen een essentieel onderdeel geworden van ‘onze normen en waarden’?’

Als ik een jong meisje met een klein stemmetje aan de telefoon hoor vragen of ze haar hoofddoek op mag houden tijdens haar stage, dan breekt mijn hart.

Ik begrijp niet waarom we meisjes en vrouwen ervan weerhouden om iets te doen omdat zij echt graag willen: ergens werken of studeren omdat  wij vinden dat zij er van weerhouden worden om te  doen wat ze willen.

Een directrice van een katholieke school zei me dat ze voor het hoofddoekenverbod was omdat de school voor haar een neutrale plek moest zijn. Tja…

‘Maar eenmaal ze de hoofddoek dragen, willen ze niet meer gemengd zwemmen.’  

Gemengd zwemmen? Ik studeerde twintig jaar geleden af aan de middelbare school, in een oerdegelijk meisjeslyceum.  Ik heb er nooit een jongen, laat staan één in een zwembroek gezien.

Sinds wanneer is gemengd zwemmen een essentieel onderdeel geworden van ‘onze normen en waarden’?

Als er iets is, dat mensen ervan weerhoudt om te gaan zwemmen, is het vooral omdat er nauwelijks zwembaden open zijn in Brussel op dit moment. Omdat de eindtermen over zwemmen worden versoepeld, naar ‘niet verdrinken’…  En omdat  er wel geld is om files te subsidiëren maar niet om in behoorlijke publieke sportinfrastructuur te investeren. Dat is the big stuff.

Let’s not sweat the small stuff.

Hoe doen jullie dat, communiceren met ouders die het Nederlands niet machtig zijn? Het stond in een mailenquete gericht aan mijn onze organisatie.

‘Wel euh, wij spreken daar Frans tegen’. Was ons antwoord. Of we spreken Engels of Lingala of Spaans of Arabisch of een van de dertien talen die wij met zijn allen spreken in huis.

‘Dat ze de taal spreken, dat is toch het minste.’

‘We hebben geen taalprobleem, we hebben een communicatieprobleem.’

Is dat zo? Is dat het minste? Dat geldt dan toch niet voor iedereen.

We hebben geen taalprobleem, we hebben een communicatieprobleem.

In ons jeugdhuis zijn er twee lieve jongetjes Voo en Alexander. Ze zijn half Chinees en half Thais. Met de woorden ‘Salut Ping Pong’, worden de twee vriendjes enthousiast begroet door een Marokkaanse vrijwilliger.  Dat is geen politiek correcte begroeting. In het jeugdhuis worden mensen eigenlijk zonder scrupules aangesproken op waar ze (ongeveer) vandaan komen.

Een Tangerois, is voor altijd een Tangerois. Ik ben voor altijd een Flamand. Een kat wordt een kat genoemd en dat is op zich geen probleem, zolang er niet wordt neergekeken op waar je vandaan komt. Zolang het een erkenning is van je roots, en geen scheldwoord.

Aan Malick vroeg een jongere: ‘Hey Malick, tu préfères qu’on dit ‘azi’ ou ‘black’ quand on parle de toi?’ Azi betekent ‘slaaf’ in het Arabisch en is net als ‘black’ slang voor Zwart-Afrikaan.

Moi, je préfère que vous dites Malick’, was zijn laconieke antwoord.

Het is goed om talen te leren, maar we moeten vooral leren communiceren.

De bange Vlaming heeft soms last van heimwee. Ik heb best begrip voor mensen die zich graag wentelen in het paneermeel van de nostalgie. Ook ik verlang soms terug naar vervlogen tijden toen de wereld kleiner en eenvoudiger leek… Maar wat moeten we aanvangen met dat  ‘gevoel iets belangrijks of iets dierbaars te zijn kwijtgeraakt’?

 Ik denk dat we kunnen proberen daartegenover iets anders belangrijks en nieuws te plaatsen dat dierbaar kan worden.

Mijn grootvader ontdekte, zoals vele mensen van zijn generatie, de diversiteit in de laatste jaren van zijn leven in het bejaardentehuis. Tot dan stroomde de wereld enkel via de beeldbuis de voorkamer binnen. En hij had het niet zo begrepen op ‘de vremde’.

Dat de Senegalese en Tunesische verzorgsters net iets enthousiaster dansten dan de zusters wanneer hij Ramona speelde op zijn accordeon, dat kon hij met zijn eigen ogen zien. Hij leek blij dat hij op de valreep nog wat aanspraak kon maken op wereldburgerschap.

‘We moeten op zoek naar meer plaatsen om elkaar te ontmoeten.’

We kunnen natuurlijk niet wachten tot iedereen in het bejaardentehuis beland.  

We moeten op zoek naar meer plaatsen om elkaar te ontmoeten. Naar meer manieren om verbindend te werken.

Neem onze zaalvoetbalclub Chicago Phoenix, die als een feniks uit de as wil herrijzen maar voorlopig nog fladdert in de onderste regionen van de P5 competitie. De onderkant van de competitie is een kleurrijke verzameling van ploegen die elkaar wekelijks ontmoeten voor een sportief duel.

Het voordeel van sport is dat de spelregels al bestaan en dat er scheidsrechters zijn die de moed hebben om in hun vrije tijd die regels te laten respecteren.

Er zijn veel sportclubs die complexloos de meest uiteenlopende mensen samen laten trainen. Neem de staptocht  met de vrouwen van de Brussels Boxing Academy. Mohamed, de hoofdtrainer, had een supertrektocht voor ons uitgestippeld in de Ardennen. Met zijn twintig waren we, mannen en vrouwen tussen 25 en 40, met en zonder papieren, wetenschappers, architecten, garagisten. Sommigen perfect uitgerust voor de geplande kilometers, iemand wou het op teenslippers proberen.

Als je op een van onze Grote Routepaden gaat stappen, komt je als eens andere wandelaars tegen. Zie je een groepje tegenliggers, dan speculeer je automatisch over hun onderlinge verband: is het een groep vrienden? Een koppel? Een gezin?

Ik zag dezelfde taxerende blik in de ogen van onze tegenliggers. Ik zag ze raadselachtig zoeken naar wat de grootste gemene deler was tussen dat zootje ongeregeld. Alvast niet de taal, want onderweg werden er drie talen gesproken…

De grootste gemene deler vinden tussen verschillende mensen is niet altijd gemakkelijk, maar zonder uitzondering de moeite.

In mijn straat is niemand de baas, iedereen is in de minderheid. Geen week gaat voorbij zonder dat een verhuiswagen in- of uitlaadt. Op de hoek is een reisburootje dat je voor een prikje naar onbekende Roemeense steden brengt: Brasov, Ploietsi en Braila. Mijn naaste buren zijn Syrische koerden uit Turkije, Senegalezen,Marokkanen en iemand uit Wallonie. We treffen elkaar in de imagoverlagende winkels in onze straat.

We hebben het over het weer en de tram die er nu dan toch niet komt. En over het nieuwe fantastische park, dat ze hebben aangelegd onder de Bockstael brug. Wat een heerlijke plek is dat geworden zeg. Als ze eens iets goed doen in Brussel, dan zeggen we het ook graag!

Dat park met zijn moestuin, broodoven, serre, bijenkorf, mini-boerderij is een echte cosmopolitan canopy geworden.

De Cosmopolitan Canopy is een uitvinding van etnograaf Elijah Anderson en tevens de titel van zijn laatste boek. Hij legt daarin de plekken bloot in Philadelphia waar mensen elkaar ongedwongen ontmoeten en goed lijkenop te schieten met elkaar. Pockets of serenity where people practise getting along together.

Je spant een spreekwoordelijk doek over een aantal mensen en spreekt af dat op die plek, iedereen netjes met elkaar omgaat, hoffelijk is, geduldig. Lief is voor elkaar.

De Reading Terminal Market in Philadelphia is zo’n plek die hij beschrijft, een multicultureke eetmarkt waar de amish hun groenten verkopen naast een soulfoodstand.

‘Goed eten helpt’, zegt Anderson.

In de Canopy laat je je ethnocentrisme los, je staat open voor de ander. Hij gelooft dat wat op die plaatsen wordt geoefend, iets is, waar de hele samenleving kan van mee profiteren. Het is een tijdelijke staat, geen permanente…

Ik moest aan Tomorrowland denken, toen ik het las. Maar dan minus de drank en de drugs.

Wacht eens? Is dit nu mijn antwoord op het superdiversiteitsvraagstuk: hoffelijkheid en Tomorrowland? Gaan we onze samenleving redden met popup parkjes en exotische eetmarkten? Ik hoorde mezelf inlangs pleiten voor meer couscousavonden, en ik dacht, het is ver met mij gekomen. Maar ook: wanneer ben ik nog eens naar een couscousavond geweest?

We bevinden ons hier in Antwerpen in een stad die al lang voor Oostende meer dan honderd ‘aangespoelden en weggewaaiden’ bevatte, ook een havenstad. Waar al veel pogingen zijn ondernomen om een cosmopolitisch feestje in de spreekwoordelijke cosmopolitische tent te bouwen. En net deze stad was lang koploper was qua percentage racistische stemmen.

Dichter bij huis, in mijn jeugdhuis, is een stevige discussie gaande over de plaats van nieuwkomers, die ‘makkelijker’ zijn in de omgang, snel veel dingen mogen doen en de bestaande hegemonie van sommige jongeren bedreigen.

Ik kan gewoon geen andere oplossingen bedenken dan ontmoeting, empathie, verbinding. Halfzachte concepten die makkelijk lijken maar echte moed vragen, meer moed vragen dan de kortzichtige oplossingen die door onze strot worden geramd.

De echte basis is en blijft gelijke rechten en het bieden van een fijn toekomstperspectief aan iedereen. Maar ondertussen zullen we echt wel moeten leren om van verschil een beetje meer de norm te maken. Door veel te oefenen. Met interculturele competenties is het als met yoga: na wat oefening, stretch je verder dan je dacht te kunnen.

Een samenleving verandert voortdurend. Vroeger mocht je roken op de trein. En op het werk en op restaurant. We betaalden Belgische frank en er was geen commerciele televisie. Een trol was iets uit het universum van Rien Poortvliet. Er verdwijnen dingen, er komen dingen bij en andere dingen veranderen gewoon..

Hoe gaat dat nu verder evolueren?

‘Voorspellen is moeilijk, vooral als het om toekomst gaat.’ Ik dacht altijd dat dat een Arabisch gezegde was maar toen ik het wou verifiëren vond ik dat het een Chinees gezegde was en elders werd het aan de Deense wetenschapper Niels Bohr toegewezen.

Onzekerheid is dus alvast vrij universeel.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Coördinator van Vzw Toestand

    Bie Vancraeynest is coördinator van Vzw Toestand, een organisatie die leegstaande of vergeten gebouwen reactiveert tot tijdelijke en autonome socioculturele centra.