Kapitein Holman, Generaal Polsslag & la grande vadrouille

© Brecht Goris

 

Het verleden leert ons niets, zo weten wij uit de geschiedenis. De toekomst leert ons alles, maar komt lichtjaren te laat en onplooit zich pas als ze geschiedenis wordt. Met die verpletterende waarheid moeten wij, nietige rechtoplopende tweevoeters, het stellen op deze aarde. En aan het aan eind wacht ons de dood.

Gelukkig is er kunst. Want die, zo weten wij immers, kan de wereld redden. Voor wie daar nog aan mocht twijfelen, geef ik aan het eind van deze tekst een sluitend bewijs. Alles is tijdelijk. Elk economisch en politiek model: triviaal en van voorbijgaande aard. Maar kunst als menselijke expressievorm is dat niet. Ze is geboren met de mens en zal er mee ten onder gaan. Dat bedacht ik mij, toen ik luttele weken geleden een boeiend interview las met de jonge actrice Anne-Laure Vandeputte in Knack Focus, waarin de vraag naar de essentie en de zin van kunst gesteld werd.

Sommige dingen worden merkelijk beter in de zomer. Zo ook Knack Focus, waarin des zomers een reeks boeiende gesprekken met jonge kunstenaars te lezen valt. Nu nog die dwaze televisiepagina’s uit dat boekje kieperen. De laatste stuiptrekkingen van een voorbije eeuw zijn het, waarin mensen nog ‘old-school’-televisie keken en in een magazine naar informatie over die programma’s op zoek gingen, afgedrukt als een bijsluiter bij een geneesmiddel.

Voor wie Anne-Laure Vandeputte niet kent: ze schitterde in de voorstelling JR van FC Bergman. In die voorstelling speelt Vandeputte nogal weergalloos en zonder gêne een losgelsagen junk. Zelf zag ik het nooit, maar ik hoorde het wonder zich avond na avond voltrekken, omdat ik op datzelfde moment, zo’n tien meter hoger zat, op de vierde verdieping van dezelfde toren die FC Bergman voor deze voorstelling liet ontwerpen.

Aangezien je karig moet zijn met het lof toezwaaien aan jonge mensen – god behoede dat ze naast hun schoenen gaan lopen - zal ik beknopt zijn. ALVDP is een erg goede actrice. Van het soort goed dat je niet alle dagen ziet. Van het soort ‘steengoed’ waar mensen na een voorstelling over praten, en waar ze andere mensen over aanspreken met de aansporing dat ze op hun beurt ook moeten gaan kijken.

Theater en bij uitbreiding kunst verhouden zich altijd tot de context waarin ze gemaakt worden, en elke keuze die een kunstenaar maakt, is a priori een politieke keuze.

Op aangeven van de interviewer vraagt ALVDP zich af hoe politiek theater mag zijn. ‘Voor elke KVS is er ook een Peter Van den Eede,’ zo stelt ze. Theater moet ‘relevant’ zijn, en ‘niet politiek’ klinkt het verder. Het onderscheid is irrelevant. Elke relevante kunst is immers ook politieke kunst. Of ze nu hoogst moraliserend, grappig, of compleet nihilstisch van vorm en inhoud is. Je kan preken als de duivel of met een kegel op je kop en je broek op half zeven rondjes draaien om je eigen as tot je daarvan omver valt.

Theater en bij uitbreiding kunst verhouden zich altijd tot de context waarin ze gemaakt worden, en elke keuze die een kunstenaar maakt, is a priori een politieke keuze.

Binnen die krijtlijnen kan vervolgens alles. Of zoals ik wijlen Marc Van Eeghem wel eens hoorde zeggen, terwijl hij zijn wijsvinger licht ironisch in de lucht stak: ‘Alles kan, mits goed gedaan’.

Soldatenblues of hoe de wereld redden?

Relevant zijn en de wereld redden, iedereen doet het op zijn manier. Joachim Pohlmann en Jonathan Holslag gaan alvast hij het leger om hun steentje bij te dragen. Dat is u vast niet ontgaan. Het was immers all over the media. Met bijbehorende foto: beide mannen, nogal knullig voor zich uitkijkend, met een te grote helm op het hoofd. Het leek wel een poster voor de remake van La grande vadrouillle, in regie van Jan Verheyen. Joachim & Jonathan. Kaptein Holman, Generaal Polsslag et la grande vadrouille.

Ons land wordt bedreigd, zo rechtvaardigden Posslag en Holman hun opstoot van vaderlandsliefde. ‘Vanuit het oosten en het zuiden’, verduidelijkten ze verderop. Dat was een hele opluchting: het noorden is dus nog onder controle en de kust is veilig.

De ene is de professor die eerder al zijn vingers brandde toen hij het omstreden voorwoord schreef voor het laatste boek van Tom Van Grieken. Aangezien driemaal scheepsrecht is, is het nu al uitkijken naar zijn volgende academische strapats. De tweede is woordvoerder voor de Vlaams-nationalisten en auteur.

Precies honderd jaar geleden eindigde de Groote Oorlog. Heel mijn jeugd heb ik te horen gekregen hoe francofone bevelen en dédain duizenden Vlaamse jongens het leven hebben gekost in Vlaamse velden. En wat doet de woordvoerder van de Vlaams-nationalisten? Hij veegt zijn voeten aan nooit meer oorlog en gaat bij het Belgische leger. Een teken des tijds is het zeker.

Holman en Polsslag namen, na hun outing in respectievelijk Knack en De Morgen, die laatste krant mee voor een publireportage tijdens hun eerste echte dropping. Daar is de krant zo fier op dat ze op hun site al weken met de foto uitpakken met het onderschrift: ‘Het beste van De Morgen.’ Mocht dat waar zijn, dan zei ik gelijk mijn abonnement op.

De lezer moest zich niet aan Rambo-taferelen of machisme verwachten bij het hele legeravontuur, zo waarschuwden de jongens in de krant. Dat mag ik verdomme hopen.

Oh nostalgie. Mijn generatie is groot geworden met Rambo’s First Blood, de Amerikaanse Vietnamveteraan die in een duistere spelonk een rat uit zijn nek slaat, daarna eigenhandig een jaap van een wonde zelf dichtnaait, en uiteindelijk in tranen uitbarst wanneer hij vaderlijk wordt toegesproken door de oude kolonel onder wiens gezag hij in ‘Nam’ diende.

Aan branieloos gekwek ook hier echter geen gebrek. De twee begonnen nét geen soldatendril op te dreunen.

Geen Rambo dus, al kwam de hele publireportage wel dicht in de buurt van An officer and a gentleman, ook al moest er hier nergens een naaistertje gered worden. Aan branieloos gekwek ook hier echter geen gebrek. De twee begonnen nét geen soldatendril op te dreunen. Wel kregen de jonge rekruten te horen dat ze nog dommer waren dan een bende boskamelen.

We konden ook zien hoe de twee leerden schieten met een FNC-geweer (een wat?), en daar blauwe plekken aan overhielden. Kapitein Polsslag – of was het nu generaal Holman, ik wil er vanaf zijn en het interesseert me ook geen ene moer – had het daar knap lastig mee, maar stelde moedig: “Hier toont de militaire dril zijn nut. Je moet doen en blijven doen om iets veilig te kunnen uitvoeren. En ik word dubbelhandig. Dat komt later nog van pas.” (einde citaat)

Nee. Je moet juist niets, tenzij het vooral nog een keer lezen om het echt te geloven. Als dié twee het vel van het land moeten redden dan zijn we eraan voor de moeite. Gelukkig dat moed een overschatte deugd is, tenzij dan misschien de moed het op een lopen te zetten. Doe mij dan maar de burgerlijke ongehoorzaamheid van de Zweedse studente die op haar eentje een repatriëring onmogelijk maakte.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De reportage, u voelde mij al komen, stonk een beetje. De journalist die het allemaal keurig optekende, treft geen blaam. Maar hoe gepast is het, zo vroeg ik me af, om als medium dat soort ‘pseudoreportage’ te brengen? Eerst word je gebruikt als roeptoeter en vervolgens mag je opdraven bij de eerste de beste photo opportunity. Overigens werd de reportage – bijna copy paste – nog eens dunnetjes overgedaan in de krant van 2 augustus, toen de twee afzwaaiden.

Is het nodig zoveel aandacht te schenken aan die neoromantische militaristische visie? Net zoals schroom een medium zou sieren als de staatssecretaris voor asiel en migratie, na een mindere peiling en een intern conflict, om zijn harde imago wat bij te vijzen, zijn hart wil luchten over zijn slechte nachtrust omwille van ‘Soedangate’, en zich wil outen als feminist (De Morgen, 7 juli).

Misschien is het wijzer op het beleid te focussen, dat is namelijk waarop politici beoordeeld moeten worden, en minder zulke artikels te brengen, om fier te melden dat je erbij was toen hij brak of tranen in de ogen kreeg.

De truc is niet nieuw. Patrick Dewael, in vergelijking met Theo Francken een mensenrechtenactivist, gebruikte hem al toen hij, jaren terug als minister van Binnenlandse Zaken, het uitvoerig had over het eelt op zijn ziel. Misschien is het wijzer op het beleid te focussen, dat is namelijk waarop politici beoordeeld moeten worden, en minder zulke artikels te brengen, om fier te melden dat je erbij was toen hij brak of tranen in de ogen kreeg.

Het is boeiend om zien hoe de twee belangrijkste N-VA-tenoren communiceren. De burgemeester ‘ondercommuniceert’, de staatsecretaris chargeert en ‘overcommuniceert’, op sociale media geregeld in Trumpiaanse stijl. Beide doen dat overigens meer dan degelijk want met maximale impact. En ze houden elkaar daarbij perfect in evenwicht.

Terwijl het smeken en bedelen is voor een interview met Bart De Wever, - de dag dat hij het nodig heeft zal hij het ook gelijk geven én krijgen bij eender wie - is Francken gul in allerlei ontboezemingen. U mag mij nu heel erg veel doen geloven, maar niet dat daar niet over nagedacht is.

Wie bij het zwaard leeft…

Maar terug naar de kunst en de soldatenromantiek. Die is natuurlijk niet nieuw. De romantische idee van het oorlogvoeren is immers zo oud als onze cultuur. In weinig teksten wordt de deugd van de krijger zo mooi bezongen als in de Ilias.

Volgens de mythe krijgt opperheld Achilles de keuze tussen een lang en onbeduidend leven of een kort en heldhaftig leven. Alsof de oude Grieken, onbewust, al voorvoelden dat wie bij het zwaard leeft, ook wel eens door het zwaard zou kunnen sterven. Achilles kiest – anders geen epos – voor het laatste.

In de film Troy – niet bij Homeros – wordt de held Achilles voor die keuze gesteld door zijn moeder, de zeenimf Thetis. Dichter Patrick Lateur, die Ilias en Odysseee niet zo lang geleden prachtig vertaalde, en die ik na onze reizen naar Itahaka en Troje graag een vriend noem, zal mij ongetwijfeld verwensen voor deze kijktip, maar ik heb een zwak voor de betere peplum-film van toen ik nog een jongen was. Het is vermoedelijk de cocktail van heroïek, gespierde mannen, broederschap én –ja - erotiek die het hem doet.

Er zijn weinig boeken zo gruwelijk en bloederig als de Ilias. Wonderlijk mooi zijn de oorlogspassages en de esthetisering van het geweld in het boek. Hoe de rivier rood kleurt van bet bloed in zang achttien, of hoe Achilles wraak neemt op Hektor, en zijn lichaam, de enkels doorboord en aan zijn strijdwagen gebonden, ettelijke malen rond de stad door het stof sleurt.

Maar onder al die taferelen, zo leerde mij Lateur, zit een diepe hunkering naar harmonie, verzoening en vrede verborgen. Dat leert ons het tafereel waarin de moeder van Hektor, vanop de stadswallen, toekijkt naar de dood van haar zoon, of de passage waarin de oude Priamus tot in het kamp van de vijand gaat om bij aartsvijand Achilles het lijk van zijn zoon terug te halen. Beide treuren om de dood van een geliefde.

Maar het mooiste verhaal met een soldaat en kunst in de hoofdrol kwam ik ooit in Italië tegen. Ik behoud het voor het laatst. Beschouw het als een zomerse reistip, maar het is tevens het ultieme bewijs dat kunst de wereld kan redden, of althans de wereld van een Italiaanse stad.

Op een boogscheut van het adembenemende Arezzo, waar ooit Etrusken woonden en waar je het magistrale, Storie della Vera Croce van Piero della Francesca kunt bewonderen, ligt San Sepolcro. Kleiner, minder bekend, maar de geboortestad van die vermaarde rennaissance-artiest. Op de grens tussen Toscane, Umbrië en Le Marche.

In de zomer is er een interessant theaterfestival waar ik ooit met een voorstelling stond. Daar kreeg ik van een festivalmedewerker het verhaal van het mooiste schilderij ter wereld te horen. Dat is namelijk te bewonderen in San Sepolcro. Op het schilderij is Christus te zien, borst half onbtloot, bloedend uit de zij. Aan zijn voeten een aantal figuren, waaronder ook de schilder zelf, dat was toen een gebruik.

© Piero della Francesca

De Verijzenis van Christus

Dat schilderij – dat de Verijzenis van Christus verbeeldt, heeft het stadje en haar inwoners van de ondergang gered. In de tweede wereldoorlog had een Engelse officier – ene Anthony Clarke - immers de opdracht San Sepolcro te bombarderen. Hij kende het schilderij. En toen hij in de lucht boven de stad hing, weigerde hij zijn opdracht uit te voeren omdat hij zich plots het schilderij van della Francesca herinnerde en het niet wilde beschadigen.

Een fresco van 500 jaar oud heeft een militair ervan weerhouden een stad plat te leggen, én gaf hem de moed zicht te verzetten tegen het bevel van een overste. Alle boskamelen nog aan toe! Later ontdekte ik dat de piloot het schilderij niet eens zelf gezien had, maar dat hij erover gelezen had in Along the road van Aldous Huxley, waarin hij zegt dat dit het mooiste schilderij ter wereld was. Het maakt het verhaal nog mooier.

Ik beeld me de legendarische scène graag in: de piloot - God weet hoeveel voet boven de grond - ziet San Sepolcro op zijn to-destroylijstje staan, activeert de radioverbinding en laat droogweg weten:

‘I can’t do that, sir.’

What?’

‘I repeat, can’t do that.’

‘This is an order.’

‘Sorry, sir.’

‘You stupid!! Even a fucking woodcamel can do that!!’

‘Sorry to say so sir, but a woodcamel wouldn’t fit in this plane.’

Dan zegt de soldaat, blik op oneindig, ‘Over and out’, verbreekt de verbinding, en maakt met een grote, sierlijke zwaai en ronkende motor rechtsomkeert. Want zo gaat dat in films. Na een belangrijke beslissing ligt de afwijzing achter het personage. Ze behoort tot de geschiedenis. De toekomst ligt, open en vrij, voor, klaar om hem of haar van alles te leren.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift