In dit soort tijden kun je niet op kunstenaars besparen

Laat ons niet de generatie zonder kunstenaars worden

© Charis Bastin

Lisette Ma Neza

Beste Jan Jambon,

Het cliché van de armelijke kunstenaar ken ik. Zielig, machteloos en huilend aan de lijn met de belastingdienst over financiële tekortkomingen. Op de grond in het allereenzaamste ateliertje, dat ook een slaapkamer is, ook een keuken, ook een woonkamer. Aan de muren onafgewerkte gedichten. Op de vloer metronomen en metaforen, de kinderbak met knutselspullen, veel te moeilijke literaire boeken, etensrestjes en flarden depressies. Dat is de dystopie die mij al levenslang wordt ingefluisterd.

Jan, dat is de nachtmerrie die mij ook nu weer achtervolgt, waarin ik zelf soms bijna geloof, dat ze de werkelijkheid wordt, dat ik in een wereld beland waarin aan kunst geen waarde wordt gehecht.

Dat alleen de grote namen en kunstinstellingen overleven. Niet de cultuurliefhebbers die mij met veel handen en kleine middelen van jongs af aan hebben gesteund. De Mama’s Open Mics, de Kunstbendes, de You On Stage's. De vluchtelingenkinderen met hoge innerlijke noodzaken en een erfgoed aan verhalen om te vertellen. Dat soort kunstenaars belandt als allereerste op de brandstapel.

Het is survival of the richest in de kunstwereld, of ja, in elke wereld van vandaag. Af en toe betwijfel ik het allemaal en denk ik: 'Misschien had mijn lieve moeder toch gelijk.'

‘Misschien, Jan, misschien hadden ze allemaal gelijk, denk ik nu.’

Want mama wilde mij op mijn achttiende in haar kangoeroebuidel opbergen, liever dan dat mijn artiestenleven zou beginnen. Dan denk ik aan hoe ze mij en mijn overspoelend creatief brein het liefst wilde verstoppen voor de wereld. Opdat ik steden en dorpen ver weg van Brussel zou blijven, in plaats van te vertrekken naar de Belgische kunstschool waarop ik was toegelaten.

Het voelde als censuur bijna, hoe ik op vakantie bij mijn tantes in het buitenland extra uren aan de wiskunde moest zitten, want ‘Lisette, al dat gedans van je, al dat gepiano, dat gedichten, al dat gedoe, dat zal je toch niets opleveren, en het minste nog genoeg geld voor een dak boven je hoofd of dagelijks brood.’ Misschien, Jan, misschien hadden ze allemaal gelijk, denk ik nu.

Jongleren met examens

Vaak zien mensen louter de fijne kant van het verhaal, zeker in deze Instagram-generatie. Ze zien de foto waarop ik naast Sven Gatz sta (die vorig jaar nog in een deel van uw schoenen stond) met de Belgische vlag om me heen gewikkeld, omdat ik kampioen was geworden. De overwinning is wat mensen zien. De roem die er lijkt te zijn. Het revolutionaire: als eerste vrouw, eerste kleurlinge, eerste Nederlandstalige Belgisch Slam Poetry-kampioene.

Toen de Kunstbende in België nog bestond en daar nog genoeg subsidies voor waren, noemden ze me de schrik van elke kunstbende, de “Hollander” die alle prijzen kwam stelen. (Daar werd ik zo verdrietig van, ik probeerde enkel aan mijn ouders te bewijzen dat ik een kunstenaar was. Daarom deed ik elk jaar weer mee.)

Ik maakte thuis ruzie, ik schreeuwde uit waarom kunst van belang en solidair is. Waarom ik dit was en ze me zo moesten laten zijn, zoals Ramses Shaffy.

Niemand ziet de denigrerende blikken en vraagtekens van vrienden en familieleden die, met goede bedoelingen, het vak onderschatten, want ze hebben het beste met me voor en willen me beschermen voor machtige witte mannen zoals jij. (Ik wil bijna sorry zeggen voor mijn woorden, maar dat doe ik niet.) Hoe ik zo goed als uitgelachen werd omdat ik 'gewoon artiest' wilde worden, in plaats van informatica te willen studeren of iets dergelijks.

Dan nog alle docenten van alle middelbare scholen, die het talent zagen maar er niet perse in wilden geloven. Die bleven hameren op het huiswerk, de examens over dingen die je niet wilt weten. Die drie miljoen maal belangrijker zijn dan de gedichtenbundels, de research, de dirigenten, de musea waarvan ik wilde leren.

Dan nog de bezuinigen, die jaren terug al begonnen.

Goed, ik heb altijd naar die mensen geluisterd. Zo revolutionair en rebels als nu was ik wel, maar ook weer niet. Een (woord)kunstenaar werd ik in stilte. (Eigenlijk ben ik nog steeds niet revolutionair of rebels, maar lijkt dat soms zo. Ik ben enkel eerlijk en een beetje een flapuit.)

Ik heb alle duizenden ballen altijd hoog proberen houden. Altijd gejongleerd met wat moest van de buitenwereld en wat innerlijke noodzaak had. Ik ben altijd mijn huiswerk blijven maken, mijn examens en alle dingen waar ik niet van droomde heb ik allemaal gedaan.

De fijne kant is eigenlijk veel leuker. Ik bleef namelijk ook altijd op het podium staan. Ik maakte thuis ruzie, ik schreeuwde uit waarom kunst van belang en solidair is. Waarom ik dit was en ze me zo moesten laten zijn, zoals Ramses Shaffy. Ik zocht naar bijbaantjes om mijn reiskosten naar optredens — waarvoor ik geen eurocent betaald kreeg — te kunnen betalen. Zo belandde ik als Nederlander ook in België en bleef ik even, misschien iets te lang hangen.

Vechten voor de kunst

Ik heb, sinds ik het mij kan herinneren, gevochten voor de kunst. De kunst die niet anders kan dan gemaakt worden. De kunst die met noodzaak, die met intelligentie, die met bezinning uit de maker stroomt. De kunst, waarin geïnvesteerd moet worden, die inspireert, die levens drastisch verandert, die van zowel persoonlijk als collectief belang is, die collectieve trauma’s heelt, die een verwerkingsproces in start zet, die het rouwen verzacht en de liefde aan je uitlegt. De kunst die van zowel de kunstenaar als de toeschouwer is, die identiteit bevat, die tegelijkertijd niets en alles vertelt.

In tijden waarin de democratie telkens de straat op moet trekken, omdat het volk op een andere manier nauwelijks nog gehoord wordt. In tijden waarin presidenten niet worden verkozen vanwege een excellent inzicht in het leiderschap of omdat ze het volk vertegenwoordigen, maar door algoritmes en sociale experimenten die perfect zijn berekend. Propaganda die van persoon tot persoon anders op het beeldscherm verschijnt.

Dat besparen, dat is bijna censuur. Zo voelt het.

In tijden waarin het grootste natuurgebied bijna doodbrandt en enkel tienermeisjes al deze zuurstof willen redden, tijden waarin enkel tienermeisjes nog hoop hebben.

In tijden waarin asielzoekerscentra voller zitten dan de gevangenissen in Rwanda direct na de genocide in 1994. In tijden waarin er geen barmhartigheid wordt getoond naar de nieuwe Europeaan toe, die over zee en lijken heen eindelijk weer ergens thuis wilt horen. In tijden waarin deze asielzoekerscentra in brand worden gestoken.

Tijden waarin er revoluties ontstaan, overal ter wereld, op allerlei manieren, om allerlei redenen, maar vooral omdat er niet naar de mensen wordt geluisterd. Dat er wordt gelogen en dat we dat weten.

Wereldwijd gebeurt er vanalles: Ele não in Brazilië. #nietmijnregering voor het Vlaamse Parlement gister, men spreekt inmiddels over een #MeToo-revolutie, een revolutie in Chilli, in Libanon, de VRT zal zoals de klimaatmeisjes, zoals de Lijn op straat komen en oh God, het is ook weer bijna 5 december en nog zoveel meer hashtags die eraan zitten te komen.

Cultuur brengt mensen samen, maar dat niet alleen: de kunst reflecteert, weerspiegelt, verwart, maar legt ook uit, beantwoordt.

Alle dingen die ik u schrijf, weet u al, heeft u al gehoord en gelezen. U kent deze wereld al en mijn punt zal u niet in het minst deren, verwacht ik, helaas. Maar, Jan Jambon, alle respect, maar in dit soort tijden kun je niet op kunstenaars besparen. Waarom is het dat u wilt dat we stil zwijgen, nu we juist broodnodige dekoloniserende, geëngageerde, kritische kunst over stigma’s en taboe maken? Nu we eindelijk durven. Dat besparen, dat is bijna censuur. Zo voelt het.

Subcultuur op je nachtkastje

Vechten voor kunst en cultuur, dat zal ik blijven doen en daar heb ik mijn redenen voor. De geschiedenis toont het belang van het maken van kunst en het hebben van een cultuur. Van grottekeningen tot percussie en van streetart tot slam poetry. Elke generatie breekt met het verleden, het is de avant-garde, die al voordat de maatschappij het beseft, de toekomst voorspelt.

Cultuur brengt mensen samen, maar dat niet alleen: de kunst reflecteert, weerspiegelt, verwart, maar legt ook uit, beantwoordt. Het zorgt ervoor dat mensen elkaar begrijpen. Dat een leefwereld of subcultuur waar je geen weet van hebt, ineens in de huiskamer staat of op je nachtkastje ligt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Jan Jambon, minister-president van een regio die — als het aan u alleen zou liggen — een cultuurloze toekomst tegemoet gaat. Minister, van een sector die u zelf graag om zeep helpt.

Weet u, nu zelfs mijn moeder haar buidel heeft dichtgenaaid, nu ik inmiddels mijn kunstopleiding heb afgerond en na over uw 60-procent-plannen heb gelezen, weet ik inmiddels ook dat dat voor niets zou zijn geweest.

Ik schrijf u ondanks al die dingen toch met een hoopvol hart. Deels omdat ik nog jong ben en omdat nog alles kan gebeuren. Deels omdat ik zag hoe mijn moeder de kunst leerde begrijpen, en het belang ervan. Hoe ze toch bleef proberen en hoe ze nu haar dochter toch begrijpt… Als dat kan, dan is er ook hoop dat u uw ministerie zult begrijpen.

Uw armzalige ministerie. De cultuur, die solidair, huilend in operagezang, met megafonen en slogans zoals klimaatmarstieners op het kruispunt voor het Vlaams Parlement staat. Puur om te vragen of zij met u in dialoog mogen gaan. Uw sector, die roepend in A-majeur om een gesprekje vraagt, die haar verdriet en teleurstelling aankaart.

Als u echt zo veel geeft om de Vlaamse identiteit, het Vlaamse erfgoed en de internationale status van Vlaanderen, laat dan de kunstenaar niet sterven. Laat ons niet de generatie zonder kunstenaars worden. In cultuur moet je investeren en de Vlaming heeft dat nodig. Die investering, niet de besparing.

Mijn voorstel aan u — nu de bal naar onze kant hebt geschopt — is dat u de kunstenaar en cultuurmens met u samen laat ontdekken wie of wat Vlaanderen is. Laat de creatieve mens zijn. Zonder kunstenaar blijft er helemaal niets meer over van dat ge-“Vlaamse identiteit”, want het is de kunstenaar die zoiets complex toch weet te creëren of definiëren.

Lisette

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Slam poet

    Lisette Ma Neza is afkomstig uit Nederland, maar woont ondertussen in Brussel waar ze film studeert.  In 2017 won ze als eerste Nederlandstalige vrouw het Belgisch Kampioenschap in Poetry Slam