Waarom zouden we onze pijn niet delen?

Niet alles is onder controle (en dat hoeft ook niet)

© Brecht Goris

Anya R. Topolski

Tijd heelt alle wonden, zo wordt ons steeds gezegd. Maar dat is simpelweg niet waar, weet Anya Topolski, die zeven jaar geleden een dochtertje verloor. ‘Ook al is mijn diepe wonde niet meer aan het bloeden, er is nog steeds een pijnlijk litteken, een dat ik ook niet zou willen uitwissen.’

September is voor mij altijd een turbulente maand. Ik ben hierin niet alleen, denk ik. Overal om me heen zie ik mensen op het randje van een burn-out, worstelend met depressies, overweldigd door alles wat ze moeten doen, vooral dit jaar. Kinderen gaan terug naar school met de extra stress van corona (en natuurlijk de mondkapjes en de steeds weer veranderende regels).

Ik begin weer met lesgeven aan de universiteit. Dit jaar op een vervreemdende en eenzame manier – online, zonder het menselijke contact dat lesgeven voor zowel studenten als docenten zo verrijkend maakt.

Voor velen is september normaal een tijd om onze verhalen over de zomer te delen. Helaas hebben veel mensen dit jaar vooral verhalen over hun gebrek aan een pauze, aan vakantie, geen tijd om hun leeggelopen batterijen op te laden. Of ze nu over corona gaan of niet, de verhalen die mensen zouden moeten delen – over angst, over ziekte en over de dood – zijn precies de verhalen waar we moeilijk over praten.

We hebben impliciet en expliciet aangeleerd om te doen alsof we altijd gelukkig zijn, om alleen de goede dingen op Facebook te delen, dat we anderen niet lastig moeten vallen met ons verdriet – met wat echt in ons hart omgaat.

Bovenop alle andere uitdagingen waarvoor het leven ons stelt, is de eerste schooldag voor mij persoonlijk elk jaar een pijnlijke herinnering aan hoe weinig controle ik heb over mijn leven. Zeven jaar geleden werd ik wakker, opgewekt over de eerste schooldag van mijn kinderen, toen ik ontdekte dat ik mijn tweejarige dochter Hannah had verloren aan een asymptomatisch medisch raadsel. Dit verlies sloeg een ondragelijke wonde in mijn hart en brengt me nog steeds leed en pijn.

Ik realiseer me dat het misschien nu minder zichtbaar is – voor diegenen die niet echt kijken of luisteren (helaas geldt dat voor de meesten onder ons, en ook voor het grootste deel van onze tijd). Maar dit is waarschijnlijk ook omdat ik heb geleerd om het te verbergen.

Wat doen we onszelf aan en wat voor samenleving maken we als we ons verdriet onderdrukken en het niet langer delen met anderen?

Er is mij zo vaak verteld dat het makkelijker wordt met de tijd. Ik wil niemand van streek maken, maar het idee dat de tijd alle wonden heelt, is simpelweg niet waar. Ook al is mijn diepe wonde niet meer aan het bloeden, er is nog steeds een pijnlijk litteken, een dat ik ook niet zou willen uitwissen. Dat zou voelen alsof ik mijn dochter was vergeten, een verraad van alles wat Hannah voor mij betekent.

Dus waarom zeggen we, en willen we geloven, dat tijd alles heelt? Ik denk dat het komt omdat ons zo vaak is verteld dat we onze emoties, vooral de pijnlijke, onder controle moeten houden. Alsof er een lineair tijdspad is dat we kunnen volgen, met “gepaste” gevoelens met elke stap voorwaarts, tot alles weer helemaal “onder controle” is.

Maar kan dat wel? En moeten we het willen? Is deze uitdrukking niet een vriendelijke manier om mensen te laten merken dat het, na een bepaalde tijd, niet langer acceptabel is om over ons lijden te praten? Wat doen we onszelf aan en wat voor samenleving maken we als we ons verdriet onderdrukken en het niet langer delen met anderen? Zelfs nu ik dit schrijf, zijn er opnieuw tranen, en is mijn reflex onmiddellijk om ze te onderdrukken. Om ze onder controle te krijgen.

Hoezeer we onszelf ook proberen te overtuigen: we hebben geen volledige controle. Dit is de nobele leugen van het neoliberalisme. Keer op keer wordt ons verteld dat mensen volledig grip hebben over onze omgeving en over onszelf. Met corona hebben we nu een dagelijkse reminder dat dit een illusie is.

Misschien moeten we allemaal leren om te accepteren dat we geen volledige controle hebben over onze levens.

Maar hoeveel pijn veroorzaken we door krampachtig te proberen onszelf en onze samenleving “onder controle” te houden? Waarom blijven we dit doen? Waarom doen we zo ons best om het leven “terug naar normaal” te krijgen (alsof pre-corona normaal zo goed was voor de meesten van ons)? Waarom geloven we deze nobele leugen, vooral diegenen met privileges? Waarom verzetten we ons er niet tegen en nemen we het risico om overweldigd te worden door onze emoties, om onszelf eens niet te beheersen? Waarom zijn we zo bang om “in te storten”? In 2020 is de hele wereld meer dan ooit aan het worstelen om alles onder controle te krijgen – zowel individueel als maatschappelijk. En het is er niet beter op geworden.

Wat ik me de laatste tijd heb gerealiseerd, en ik denk dat we het allemaal ergens wel weten, is dat hoe meer we proberen de controle los te laten, hoe beter we tegen uitdagingen zijn opgewassen. Tegen wil en dank volhouden dat we gelukkig zijn, maakt ons alleen maar ongelukkiger. Onszelf opdragen niet verdrietig te zijn, maakt de pijn en eenzaamheid alleen maar meer gewelddadig. Misschien moeten we allemaal leren om te accepteren dat we geen volledige controle hebben over onze levens. Ik heb dit pas recentelijk zelf geleerd, op een harde manier. Laat me mijn ervaring hier delen.

Dit jaar, zeven jaar nadat het leven van mijn dochter tot een einde kwam, had ik een onverwachte ervaring. Deze vond plaats in de joodse maand Elul, de maand voor het joodse nieuwjaar (nu 5781). In deze maand bereiden praktiserende joden zich voor op de tien dagen van de Hoge Feestdagen, wanneer we berouw tonen over onze tekortkomingen (niet hetzelfde als “zonden”), zowel individueel als gemeenschappelijk.

Een van de manieren waarop ik me dit jaar voorbereidde was door deel te nemen aan een Joodse chant cirkel. We begonnen met het reciteren van het prachtige vers “Hear the call of my Beloved. Hear the voice She calls through me” uit het Hooglied (2:8). Totaal onverwacht werd ik compleet overrompeld. Mijn stem mengde zich met Hannah’s stem. De tranen overvielen me. De mijne en de hare. Ik geef toe dat ik op dat moment blij was via Zoom deel te nemen, zodat ik mijn video en geluid uit kon zetten. Maar achteraf vroeg ik me af: waarom was ik zo terughoudend om mijn pijn te delen?

En waarom waren deze emoties zo overweldigend, en brachten ze me terug naar de enorme pijn die ik de eerste paar maanden had gevoeld – het soort pijn dat spreken, rede en controle compleet onmogelijk maakt? Misschien had het te maken met dat ik ook nu mijn emoties niet goed durfde delen. Misschien had zeven jaar stilte, zeven jaar waarin ik mijn pijn alleen liet zien wanneer het mocht, de pijn juist laten groeien.

In het begin rechtvaardigde ik het als een overlevingsmechanisme. Daarna was het omdat ik voor mijn andere kinderen moest zorgen. Dan was ik weer te druk. En uiteindelijk bleef ik stil omdat ik mezelf had wijsgemaakt dat ik gerouwd had en ik nu ‘beter was’. De tijd zou het helen, toch? Ik realiseerde me nu dat ik mezelf voor de gek had gehouden. Ik had de nobele leugen willen geloven, en dus mijn emoties onderdrukt en in stilte geleden.

Deze “ik” moeten we niet begrijpen als de verantwoordelijke, autonome, liberale “ik”, die zelf schuldig is aan haar eigen pijn. Mijn “ik” is onderdeel van een “wij”. Ze is relationeel. Wij, als samenleving, leggen onszelf de stilte en eenzaamheid op.

Door het hier op te schrijven – door het te delen – wil ik hier weerstand tegen bieden. Maar ik kan het niet alleen: wij moeten het samen doen. De vraag is alleen hoe. Ik heb hierop niet het antwoord. Maar voor mij persoonlijk heeft het jodendom me geholpen te beseffen dat we ons kunnen vasthouden aan andere tradities en praktijken – vooral die rituelen die stammen uit een tijd waarin we onze sterfelijkheid nog niet zo vreesden en zo bang waren om te praten over verlies en dood.

Deze “religieuze” of spirituele praktijken zijn soms rituelen voor gezamenlijke of gedeelde rouw. Ze verzetten zich tegen de neoliberale leugen dat we verlies en eenzaamheid alleen als individu moeten dragen. Iemand verliezen, ons eenzaam voelen, gaat per definitie over onze relatie tot anderen – het is relationeel. Dus waarom zouden we het niet delen? Waarom worden zoveel mensen oncomfortabel wanneer ik verhalen deel over mijn overleden dochter? Misschien vrezen ze hun eigen pijn, of zijn ze bang herinnerd te worden aan hun eigen gebrek aan controle. Maar ik voel nu sterker dan ooit dat ik moet delen om haar (herinnering) in leven te houden. Dit is hoe ik haar niet vergeet, hoe ik trouw blijf aan haar.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Deze les is nu belangrijker dan ooit. Maar corona maakt het ons lastig, omdat we fysiek niet bij elkaar kunnen zijn. Zo vaak schieten woorden tekort en heeft de ander het nodig dat we er simpelweg voor hen zijn, om in stilte te luisteren, om hen te troosten en vast te houden. Dat is nu zoveel moeilijker. Maar het is belangrijk dat we ons realiseren hoezeer velen van ons dit jaar hebben geleden. Wanneer we deze last alleen dragen en doen alsof alles onder controle is, wordt het leed alleen maar groter.

We hoeven de nobele leugen van controle niet altijd vol te houden. Zelfs binnen de grenzen van corona moeten we – samen – de realiteit onder ogen zien dat we niet overal grip op hebben, niet op onze gevoelens en niet op de wereld. Dat is wat ik me deze maand realiseerde. De opeenstapeling van het afgelopen jaar en het verlies dat ik zoveel jaren in stilte heb geleden, werden me te veel. Ik brak. En ben ik blij dat dit gebeurd is, omdat het me deed beseffen hoe belangrijk het is om onze breekbaarheid en kwetsbaarheid te delen.

Trauma is een oorlog, en elke dag is een strijd. Niet alleen met de herinneringen en de pijn, maar ook tegen een samenleving die opzettelijk onwetend blijft.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.