Kleren van een overledene dragen is in China uit den boze

Oud of nieuw?

© Brecht Goris

Tempus fugit. Een doctoraatsstudent uit Taiwan keert terug naar huis. Gewoontegetrouw wordt de afronding van de samenwerking gevierd met een maaltijd. Een tafel van twee zou de logica zelve zijn maar dat is buiten de Taiwanezen (of Chinezen of Aziaten) gerekend. Hij vroeg me of zijn twee andere Taiwanese vrienden en collega-doctorandi mee mochten. Uiteraard was dat geen probleem: ‘Hoe meer zielen hoe meer vreugd’. Of toch niet. In de Chinese vertaling van dit gezegde zou het woord ‘ziel’ zeker sneuvelen. Chinezen – en bij uitbreiding Taiwanezen en Hongkongers- hebben een dubbelzinnige verhouding met geesten en zielen.

Omdat we in de tuin van één van de oudste cafés van Leuven aten, kwam het verhaal van het pand aan bod. Het gebouw, dat eerst een klooster was, werd in de jaren zeventig een café en is dat sindsdien gebleven tot de komst van de nieuwe eigenaar. Die wil het gebouw voor eigen gebruik. De Taiwanese studenten waren onder de indruk van de lange geschiedenis van dit café. In Taiwan is zo een geval eerder een rariteit dan wel de regel. Mijn student legde me uit: ‘Mensen in Taiwan houden van nieuwe dingen, gaande van kleren tot huizen. Een oud huis is griezelig omdat zoveel mensen er al gestorven zijn’.

‘Een oud huis is griezelig omdat zoveel mensen er al gestorven zijn’

Het bracht me aan het denken. Die redenering geldt ook voor Hongkongers. Toen mijn moeder overleed, wilden mijn schoonzussen niets weten van kledingstukken uit haar garderobe. Wij, de dochters eigenden ons daarentegen elk een paar stukken toe als eerbetoon aan ons moeder. Het is niet zo dat mijn schoonzussen geen respect voor haar hadden, maar de traditionele Chinese gedachte schrijft voor dat je als levende geen kleren draagt van een overledene. De redenering gaat als volgt: ‘Je weet maar nooit wat de gemoedstoestand is van een dode. Hij of zij zou eens kunnen terugkomen als een kwade kracht’.

Dat geldt ook voor meubels of huizen. Je zou dit — zonder enig intercultureel normbesef – kunnen afkeuren als onversneden bijgeloof. In elk geval heeft het idee van tweedehands geen of weinig plaats. Het is een ongebruikelijk concept in Taipei. Dat is nog meer zo in Beijing. Kleren van een overledene dragen is uit den boze.

Bovendien is er de connotatie van armoede die aan tweedehands kledij kleeft. Ook de overheid doet moeilijk met een veelvoud aan regelgeving bij verkoop van oude kledij. Hygiëne blijkt een andere bezwaar te zijn voor gedragen kledij. Ook op de kunstmarkt mijden Chinezen archeologische objecten uit graven ondanks de historische en artistieke waarde.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Waarom is tweedehands zo ingeburgerd bij ons? Waarom wint tweedehands steeds meer aanhang? Dat heeft met duurzaamheid om te ‘consuminderen’ te maken. Een ander aspect is net de herkomst, de authenticiteit en de bezieling van oude objecten, die waarde geven aan tweedehands, vintage en op een ander niveau antiek. Net het feit dat de objecten gebruikt en gekoesterd zijn geweest maakt deel uit van de aantrekking van oude dingen.

Net het feit dat de objecten gebruikt en gekoesterd zijn geweest maakt deel uit van de aantrekking van oude dingen

Is er dan een onoverbrugbare kloof tussen Oost en West? Het antwoord is neen als we kijken naar de Koreaanse en Japanse samenleving. In beide landen kent tweedehands een grote bijval. In Japan wordt soms een gebruikt voorwerp meer naar waarde geschat dan een nieuw exemplaar. In de kunst wordt de zogenaamde “boboro“-collage, textiel gemaakt van restjes stof, erg gesmaakt. In Zuid-Korea is de “nieuwe retro” in het leven geroepen door de razend populaire reeks “Reply 1988” in 2012. Die geeft een romantische beeld van de jaren tachtig in Zuid-Korea, toen de samenleving veel warmer, relaxter en menselijker was dan de hedendaagse maatschappij.

Jonge mensen, voornamelijk tieners en prille twintigers, gebruiken de kledij en objecten om de toenmalige tijdsgeest weer tot leven te brengen. Betekent dit dat het slechts een kwestie van tijd is dat het recycleren van gebruikte voorwerpen ook ingang zal vinden in Taiwan of China? Dat is koffiedik kijken. Culturele gewoontes en denkbeelden zijn diep verankerd en veranderen niet van de ene dag op de andere. Bovendien is er een groot zelfvertrouwen onder Chinezen. Ze moeten niet per se in alles het Westen of Japan of Zuid-Korea achterna lopen. Anderzijds is er wel het toenemend ecologisch bewustzijn, en niet in het minst onder de jongeren. Dus ja, wat is het antwoord op de vraag: “Oud of nieuw?” Nieuw in China maar oud in Europa, althans voor nu.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Antropologe

    Ching Lin Pang is antropologe verbonden met Universiteit Antwerpen en KU Leuven. Met een open blik bestudeert ze de hedendaagse ontwikkelingen in Azië met een focus op China.