Krasse knarren zijn geen uitzondering

Out of niet out, als je 65 en dus “oud” bent, vlieg je eruit

© Brecht Goris

Walter Zinzen

Vijfenzestigers worden nog steeds gedwongen er het bijltje bij neer te leggen. Zelfs al zijn het “krasse knarren” zoals Van Kooten en De Bie hen destijds noemde. Ook zij moeten er onverbiddelijk uit, schrijft Walter Zinzen. Er zijn nochtans voorbeelden genoeg van bejaarde mensen die een belangrijke rol spelen in politiek en samenleving. Niet iedereen is kwetsbaar, uitgerangeerd en zielig.

Ik word een beetje kregel als er weer eens vragen worden gesteld over de leeftijd van de nieuwe Amerikaanse president. Zal hij niet dood gaan voor het einde van zijn ambtstermijn? Zal hij wel een tweede termijn aan kunnen? Is hij mentaal nog in orde?

Het past in de manier waarop, zeker sinds het begin van de coronacrisis, over ouderen gesproken en gedacht wordt. Ze zijn kwetsbaar, uitgerangeerd en zielig.

Als de zomer komt in het land en de temperatuur stijgt een paar graden, dan regent het op de radio raadgevingen om toch vooral de oudere medemens goed in de gaten te houden en ervoor te zorgen dat hij/zij voldoende drinkt, want oudjes hebben geen dorstgevoel meer. Dat ook “oudjes” heel goed voor zichzelf kunnen zorgen schijnt bij niemand op te komen.

De Nederlandse oud-politica Hedy d’Ancona verwoordde het zo: ‘Ik heb het idee dat er altijd gevraagd wordt om compassie en respect. Ik ben in de 80 en vraag niet veel, gewoon wat ik altijd gevraagd heb: gelijkwaardigheid. Behandel ons niet met medelijden omdat we oud en kwetsbaar zouden zijn.’

Die betuttelende opvatting heeft natuurlijk aan kracht gewonnen door de drama’s die zich hebben afgespeeld – en zich nog steeds afspelen – in de ouderlingengestichten (een benaming die me heel wat correcter lijkt dan woon- en zorgcentra). Maar de overgrote meerderheid der ouderen zit niet in die gestichten en is helemaal niet zielig.

Joe Biden bijvoorbeeld. Waarom zou die man geen goede president kunnen zijn? Er zijn voorbeelden genoeg van bejaarde mensen die een belangrijke rol spelen in politiek en samenleving. In de Verenigde staten zelf bijvoorbeeld.

Wie kent Nancy Pelosi (80), de kwelduivel van Donald Trump, niet? Maar ook in Europa zijn er heel wat ouderlingen (geweest) met een indrukwekkend palmares. Wie herinnert zich Konrad Adenauer nog? “Der Alte” was zijn bijnaam, de oude. 73 was hij toen hij de eerste Bondskanselier werd van het na-oorlogse (West-)Duitsland. Veertien jaar lang leidde hij niet minder dan vijf kabinetten. Twintig jaar was hij voorzitter van zijn partij. Hij werd 91 jaar.

Krasse Knarren noemden Koot en Bie dit soort mensen indertijd. Maar het zou verkeerd zijn ze als uitzonderingen te zien.

Of Rita Levi-Montalcini, de Italiaanse Nobelprijswinnares voor geneeskunde in 1986. Ze overleed in 2012, ze was toen 103. Tot haar laatste dag bleef ze wetenschappelijk werk doen en was ze actief in de politiek als senator voor het leven. Ze kon dat allemaal blijven doen, zo zei ze in een interview, omdat de hersenen weliswaar afsterven maar zich de hele tijd vernieuwen op één voorwaarde: dat je ze onophoudelijk gebruikt en wel met passie.

Dat moet die andere Italiaanse in haar oren hebben geknoopt, de 83-jarige Sophia Loren, die alweer schittert in een film. Krasse Knarren noemden Koot en Bie dit soort mensen indertijd. Maar het zou verkeerd zijn ze als uitzonderingen te zien.

Zeker, niet alle ouderen zijn kras. Een generatiegenoot van me zegt geregeld: ‘de oude dag komt niet alleen’. Hij doelt daarmee op de kwalen en kwaaltjes die het leven soms lastig om dragen maken. Om nog te zwijgen van de ernstige ziektes en slijtageverschijnselen die bejaarden zorgbehoevend kunnen maken.

Maar veralgemening is, zoals altijd, een grove fout. Ook in ons land zijn er, zeker in de culturele sector, heel wat 60-, 70- en zelfs 80-plussers die met groot succes grootse dingen doen. Maar vooral: heel wat ouderen zijn actief op sociaal, economisch, cultureel of politiek gebied.

Allen samen vormen zij het bewijs dat we, althans in het rijke Westen, langer en gezonder leven dan voorgaande generaties. “Vergrijzing” wordt dat meestal genoemd. Een woord dat veel lijkt op “afgrijzen”.

Het komt me voor dat vooral politici dat afgrijzen delen, want al die ouderlingen kosten geld, veel geld. Dat was dan ook de reden voor de vorige federale regering om de pensioengerechtigde leeftijd op te trekken tot 67 jaar. Om ter luidst riep de hele rechterzijde dat we met zijn allen langer moesten werken.

Eruit. Onverbiddelijk.

Voor velen was dat een fijn idee. Wie ouder wordt, fit blijft en zijn job graag doet, wil heel graag nog een tijdje werken na zijn/haar vijfenzestig. Dus de verhoging van de leeftijdsgrens was – niet voor iedereen! – welkom.

Maar wat gebeurt er? vijfenzestigers worden nog altijd gedwongen er het bijltje bij neer te leggen. Vraag het maar aan Dorian van der Brempt, tien jaar lang een schitterend directeur van het Vlaams-Nederlandse huis De Buren, die niet liever vroeg dan dat nog een tijdje te blijven. Mijn levensgezellin en ondergetekende gingen vaak naar De Buren toen Dorian directeur was. Hij is nu vijf jaar weg en we zijn er nooit meer geweest. Het aanbod van De Buren is niet meer wat het was.

Mogen we hierbij het sprookje als zouden die oude witten de samenleving domineren definitief naar de prullenmand verwijzen?

Kurt Van Eeghem, die de luisteraars van Klara op zondagmiddag aan hun radio kluisterde, overkwam hetzelfde lot. Hij heeft gevochten als een leeuw om te kunnen blijven, maar op zijn 65 moest hij er uit. Onverbiddelijk. En deze week is Martine Tanghe aan de beurt. Ook zij oefent haar vak nog altijd met veel kunde uit.

Maar Dorian, Kurt en Martine mogen niet klagen: ze kunnen leven van hun pensioen. Dat is voor heel wat ouderen niet het geval. Ze leven in armoede. Er is in Vlaanderen wel degelijk sprake van discriminatie van ouderen. Niet ik zeg dat, maar Johan Leman, de ex-directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, de voorloper van Unia.

‘Een laag inkomen en dure zorg dwingt veel ouderen tot onaangepast wonen, afhankelijkheid van familie en sociaal netwerk, en beperking van sociaal-culturele participatie’, zegt hij in een opiniestuk, waarin hij de oprichting bepleit van een ouderenrechtencommissariaat.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Na racisme en seksisme is een nieuw -isme geboren: ageïsme noemen ze het in Nederland, grijsisme heet het bij Jean Paul Van Bendegem. Beste MO*lezer, oude witte mannen – en vrouwen! – zitten in hetzelfde schuitje als gekleurde medeburgers. Mogen we hierbij het sprookje als zouden die oude witten de samenleving domineren definitief naar de prullenmand verwijzen?

Afgelopen woensdag stond in de krant een studie waaruit bleek dat er (veel) meer oudere kiezers zijn dan jonge. Je zou dus verwachten dat die oudere kiezers ook wegen op het beleid. Niets is minder waar. Juist daarom vraagt Leman een speciaal commissariaat voor hen.

In wat voor samenleving leven wij eigenlijk dat we een speciaal commissariaat voor kinderrechten nodig hebben, een om discriminatie en racisme te bestrijden en nu ook een om de grijsaards een waardig levenseinde te bezorgen? Waarvoor hebben we dan eigenlijk zoveel parlementen en regeringen?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3059   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur