Postkolonialisme met Chinese karakteristieken?

Ook in China zijn ze de westerse kolonisatie niet vergeten

© Brecht Goris

Ching Lin Pang

Alhoewel China niet erg aanwezig is in het postkoloniaal debat, is het land niet gespaard gebleven van koloniale uitbuitingspraktijken. De negentiende eeuw wordt in de Chinese geschiedenisboeken steevast voorgesteld als de ‘eeuw van de vernedering’. Westerse mogendheden met Engeland en Frankrijk voorop – maar ook ons klein landje België — wilden een deel van de Chinese koek.

Geheel terzijde, maar wist je dat Leopold II als kroonprins de droom koesterde om China te koloniseren? Vooral de vernieling en plundering van het oude Zomerpaleis in oktober 1860 tijdens de Tweede Opiumoorlog zijn in het Chinese geheugen gegrift. De aanleiding voor de brutale vernieling was het bericht dat een aantal westerse afgezanten gevangen waren genomen en dood gemarteld.

Engelse en Franse soldaten gingen zorgvuldig te werk. Alle gebouwen van het paleis werden met de grond gelijk gemaakt en naar verluidt een slordige anderhalf miljoen kunstvoorwerpen ontvreemd en verscheept naar het Westen. Het is dan geen toeval dat zo een tien jaar geleden — in 2009 — de Chinese overheid protest tekende toen het Londense veilinghuis Christie’s twee bronzen koppen van een rat en een konijn wilde veilen als deel van de verzameling van de toen pas overleden modeontwerper Yves-Saint-Laurent. De herkomst van deze kunstobjecten kon inderdaad teruggeleid worden naar het oude Zomerpaleis.

Het thema ligt nog steeds gevoelig bij Chinezen, zeker in het geval van het Zomerpaleis.

Ook bestaat de kans dat je als westerse toerist ter verantwoording wordt geroepen door een lokale Chinees bij een bezoek aan het Paleis of wat er nog van overblijft. Met andere woorden het thema ligt nog steeds gevoelig bij Chinezen, zeker in het geval van het Zomerpaleis.

Op andere plekken zijn de Chinezen dan weer pragmatisch. Niemand die een glaasje Franse wijn drinkt in de voormalige Franse concessie in Shanghai onder het afkoelend bladerdek van eeuwenoude platanen zal klagen over de Franse bezetting van dit gebied in de negentiende eeuw. Chinese hipsters en bobo’s willen maar al te graag gezien worden in deze trendy wijk van Shanghai.

Toch lijkt een stille kentering aan de gang ook met betrekking tot hoogwaardige kunstschatten. Toen ik in China was tijdens de paasvakantie had ik de kans de mythische oasestad Dunhuang te bezoeken in het noordwesten van China. Als toegangspoort tot de Zijderoute speelde de stad een belangrijke rol op economisch, militair, cultureel en religieus vlak tijdens de middeleeuwen. Zo is het boeddhisme in China verspreid geworden via deze stad.

De talloze beelden en muurschilderingen in de Mogao en andere grotten en Boeddhistische manuscripten zijn geduldige getuigen van de enorme religieuze en culturele uitstraling van deze godsdienst en van deze periode in de Chinese geschiedenis. De manuscripten dateren uit de periode van de vijfde tot de elfde eeuw en hebben een grote historische, filologische en literaire waarde. Het oudste bewaard gebleven gedrukte boek, de Diamantsoetra, werd ook daar gevonden.

Dunhuang is evenmin bespaard gebleven van de onverzadigbare drang van de Westerse mogendheden tot accumulatie van kennis en kunstschatten in de negentiende eeuw.

Dunhuang is evenmin bespaard gebleven van de onverzadigbare drang van de westerse mogendheden tot accumulatie van kennis en kunstschatten in de negentiende eeuw. Westerse onderzoekers zoals Laurel Stein en Paul Pelliot, maar ook Japanse en Russische onderzoekers bemachtigden een groot deel van deze geschriften. Ze kochten ze aan voor een appel en een ei van de Taoïstische monnik Wang Yuanlu. Ook belangrijke beelden en fresco’s werden verkocht en verscheept naar het Westen.

Het bezoek aan de Mogao-grotten was voor mij persoonlijk een erg emotioneel moment. Sinds ik als studente oosterse filologie visueel kennis maakte met de Zijderoute door de gelijknamige Sino-Japanse documentaire, heb ik een sterke fascinatie ontwikkeld voor deze oasestad. Tijdens het recente bezoek was ik erg aangegrepen door de overweldigende beelden en wervelende schilderingen in de grotten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Toen mijn Chinese collega’s me voorstelden om deel te nemen aan de obligate kameeltocht in de woestijn en het bijwonen van de voorstelling “De herontdekking Dunhuang”, een soort van immersief melodrama, had ik mijn twijfels. Ik ben geen grote fan van voorgekauwde toeristische attracties. I hate to admit it maar beide activiteiten waren verrassend. Laat ik me beperken tot de voorstelling van de herontdekking van Dunhuang. Dit immersieve melodrama is het werk van Wang Chaoge, één van de meest toonaangevende regisseuses van China. Ze is opgeleid door de bekende regisseur Zhang Yimou.

Natuurlijk was er de verblindend mooie scenografie van de ganse voorstelling om nog maar te zwijgen over de prachtige zijden gewaden die de rijkdom en diversiteit van de Zijderoute verbeelden. Maar wat me het meest bijbleef, is het verhaal. Hoe wordt het narratief van de negentiende eeuw geconstrueerd en uitgebeeld? Op een gegeven moment wordt de Taoistische monnik Wang Yuanlu de pijnlijke vraag voorgelegd: ‘Wat zijn jouw motieven voor de uitverkoop van de nationale kunstschatten aan Westerlingen?’ Ik had verwacht dat hij aan de schandpaal zou genageld worden als verrader. Niets was minder waar omdat Guangyin op een bepaald moment op ongemeen dramatische wijze plots uit de muur opdook en verzoenende taal sprak.

De blik van Guanyin is niet gericht op het verleden, maar op het heden en de toekomst.

Guanyin is in het Chinese volksgeloof de meest populaire boeddhistische heilige, een soort Moeder Maria. Ze sprak op geruststellende toon en veroordeelde niemand en dus ook niet de Taoïstische monnik Wang Yuanlu. Ze betreurde uiteraard dat zovele kunstschatten weggehaald zijn uit het moederland. Anderzijds benadrukte ze dat deze objecten in goede handen terecht gekomen waren en dat ze zorgvuldig bewaard en bestudeerd zijn geworden in hun ballingschap. Ze maande echter aan om zorg te dragen voor het cultureel erfgoed dat zich nog in China bevindt en de menige objecten, die in de toekomst zullen opgegraven worden. Ze hield een passionele pleidooi voor de bewaring, bescherming en studie van kunstobjecten. Met andere woorden, haar blik is gericht op het heden en de toekomst.

Gelijkaardige meningen hoor ik van mijn Chinese collega’s archeologie en kunstgeschiedenis. Ja, zo is het bijvoorbeeld waar dat de Zweedse archeoloog Johan Gunnar Andersson een doorslaggevende rol heeft gespeeld in de studie van prehistorisch China. Zijn vele opgravingen hebben bijgedragen tot de ontdekking van de Pekingmens en de studie van de Yangshao-cultuur, dixit mijn Chinese collega. Maar het is wel zo dat deze praktijk nu niet meer geoorloofd is. Westerse onderzoekers kunnen niet op eigen houtje opgravingen doen in China en vervolgens de opgegraven kunsthistorische objecten naar Europa sturen.

Het is me niet duidelijk of deze genuanceerde visie veeleer een standpunt is van intellectuelen of ook door de meerderheid van de Chinezen gesteund wordt. Feit is dat de show van de “Herontdekking van Dunhuang” een groot succes kent en daardoor zeker een impact heeft op de Chinese publieke opinie. Deze visie getuigt van een groot respect voor het behoud en bewaring van cultureel erfgoed met een blik naar het heden en de toekomst zonder de soms pijnlijke geschiedenis te negeren.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Antropologe

    Ching Lin Pang is antropologe verbonden met Universiteit Antwerpen en KU Leuven. Met een open blik bestudeert ze de hedendaagse ontwikkelingen in Azië met een focus op China.