Tranen (en Bach) als stille troost

© Brecht Goris

Jan Mertens

Misschien is het de nakende vakantie die wenkt. De vermoeidheid aan deze kant. De lege stille plek die daar voor me ligt. Een stapeltje boeken. Ontmoetingen met de mensen die me dierbaar zijn. Trage woorden en de lege plekken tussen die woorden. Even verdwijnen in een ander ritme, als een rivier.

De voorbije dagen vroeg ik me soms af wat ik zoek in die vakantie. Vakantie is iets in je hoofd. Je kunt het zien in je lichaam. En om een of andere reden kwam het woord troost opduiken, ergens in dat lichaam. Ik wist niet goed of dat het goede woord was, maar het kwam. Misschien ben je door je vermoeidheid minder afgeschermd tegen het oerverdriet dat ergens in je huist en heeft die troost daarmee te maken. Het zou kunnen.

Het is niet altijd gemakkelijk om in de wereld te zijn. Je kunt niet zomaar je burgerschap in de ijskast zetten en de dingen overlaten aan anderen, als je er niet genoeg van overtuigd bent dat alles bij hen in goede handen is. Soms ben je het beu om verontwaardigd te zijn, omdat je precies telkens grenzen moet opschuiven die je zelf niet wilt opschuiven. Het is altijd verleidelijk om cynisch te worden, maar dat zou de ultieme nederlaag zijn.

Je probeert te leven in waarheid. Je probeert de tekenen van de tijd te zien, probeert iets te leren uit de geschiedenis. En dat alles terwijl je faalt, elke dag waarschijnlijk een beetje. Dat gevoel. Het klinkt groter en belangwekkender dan het waarschijnlijk is, maar het blijft me bezighouden. Soms kwellen.

Het zou in het kader van mijn komende vakantie wel handig zijn als de heer DT, tevens president, zichzelf wél een keer in de ijskast zou zetten. Voor enkele weken. Veel vraag ik niet. Maar zelfs dat zal hij me niet gunnen, zo heb ik begrepen. Ik scoor ongetwijfeld dan ook hoog op zijn schaal van slechte mensen (evil, wicked, despicable, hate-filled…). Ik ben onbeleefd omdat ik niet gewoon zwijg en hem geweldig vind. Ik ben een slechte man en een slechte vrouw. Ik ben een slechte patriot. Ik ben waarschijnlijk ook te kritisch, waardoor ik de noodzakelijke orde in gevaar breng. Ik ben ongetwijfeld “de andere”, waarop alle persoonlijke angsten van een wankele egomannelijkheid kunnen geprojecteerd worden.

Het moet zoiets zijn. Als je die gruwel bezig ziet op het scherm, begin je jezelf bijna vies te vinden. Je ziet hoe woorden kunnen werken als iets dat functioneert in hetzelfde universum waar ook verkrachtingen plaatsvinden.

DT zegt dat die vrouwen terug naar hun land moeten gaan. (Men legt uit dat die vrouwen Amerikaans burger zijn.) DT zegt dat het onterecht is dat zij zich door zijn woorden zouden aangevallen voelen. Ze zouden zich integendeel tegenover hem moeten excuseren, want ze hebben “lelijke” dingen gezegd.

(Men legt uit dat wat hij zegt racistisch is.) DT zegt dat hem dat niet kan schelen, want velen geven hem gelijk. (In een goed functionerende democratie is het overigens niet de taak van een parlementslid om te zeggen dat de president altijd gelijk heeft. Het is wel de taak de grondwet mee te bewaken. De grondwet zou moeten beschermen tegen een dictatuur.) DT zegt met zoveel woorden dat die vrouwen “volksvijandig” zijn. (Het parlement neemt een motie aan die zegt dat de woorden van de president racistisch waren.) DT trekt zich er niets van, voelt zich officieel geweldig onbegrepen en gaat op verkiezingscampagne.

Die ander is dan ook nog eens een vrouw, die blijkbaar een of andere fallocentrische orde van mannelijke “eer” en trouw verstoort.

En dan zijn er die vreselijke schokkende beelden van die verkiezingsrally. Elk kleinste detail van zijn lichaamstaal is weerzinwekkend. Alles wat er fout kan zijn aan een bepaald soort mannelijkheid dampt van het scherm. Je ruikt het tot hier. (Ik sta dan de hele tijd te roepen tegen de televisie, in laten we zeggen weinig ‘verbindende’ woorden, ik geef het toe.)

En dan zie je hoe de woorden werken. Hoe het kader wordt opgebouwd van die “andere”, niet van “ons”, die een vijand van “het volk” is. Die ander is dan ook nog eens een vrouw, die blijkbaar een of andere fallocentrische orde van mannelijke ‘eer’ en trouw verstoort, en bovenop een gekleurde vrouw én een vrouw die blijkbaar niet zomaar gelooft in de god van het christendom.

De grote leider hoeft zich dus helemaal niet in te houden. De haat gulpt uit elke porie. En hij doet dat door de woorden te bezetten. (De andere is tegen Amerika, is tegen de eenheid waarin de natie en de president samenvallen, is tegen de volksmens, is tegen de volkswil, is diegene die haat wat zo vanzelfsprekend lichtend duidelijk zou moeten zijn…) En dan komen die spreekkoren. “Send her back!” En dat zielig, gevaarlijk, akelig, toxisch ventje staat goedkeurend toe te kijken, wat hij daarover later twittergewijs ook moge beweren. En weer is er een grens verschoven…

En hoe erg dit ook al is, dan kijk je naar de toeschouwers van het hele gebeuren. Al die partijgenoten die dagenlang misschien een beetje knarsetanden en zich binnenskamers toch wel wat zorgen maken over het verschuiven van normen en waarden, maar dan toch maar zwijgen. Ze hebben immers iets te verliezen. En ook al is die president in wezen een verachtelijke persoon, hij is toch wel handig voor de partijbelangen, eigenlijk…

Het niet eens zijn met de normvervaging is “activisme”, en dat is volksvijandig.

Dus zwijgen ze maar, of verdedigen het onverdedigbare. En dan is er die (ook wel enigszins akelige) woordvoerster van de president die aan een kritische journalist vraagt of hij even wil zeggen van welke etniciteit hij zelf is. En dan zie je in beeld achter de vilein grijnzende president die vrouwen staan met hun bord met daarop de woorden ‘Women for Trump’. (Ik sta ondertussen te trillen voor het scherm.)

De bezetting van de woorden. Megan Rapinoe mag het ondertussen ook ervaren. Een vrouw die voetbalt, scoort, en dan ook nog eens niet hetero is, niet bereid gedwee te zwijgen voor DE president, zich niet zomaar wil laten gebruiken door een vieze man die alle grenzen van de waardigheid al lang overschreden heeft, die mag je blijkbaar aanvallen.

Het niet eens zijn met de normvervaging is “activisme”, en dat is volksvijandig: “…they want to destroy everything that is wholesome in our country and in our Judeo-Christian civilization”. Voor mannelijke angsten zou je an sich enig mededogen kunnen voelen. Maar waarom moeten sommige mannen zo nodig hun eigen wankele angst overroepen door agressie tegen anderen?

De bezetting van de woorden. Tegen die benauwende, uitsluitende invulling van iets als (mannelijke) ‘eer’, staat een woord als ‘waardigheid’. Dat woord lijkt me kwetsbaarder, maar daarom niet minder strijdbaar, zij het op een andere manier. En ineens moest ik terugdenken aan Sophie Scholl, die studente die met haar broer nee zei tegen de nazi’s, en daarvoor werd gedood.

Wie die film Die letzten Tage al zag, herinnert zich zeker de ijzingwekkende scène waar zij moet verschijnen voor de rechter die haar ter dood zal veroordelen. Het is de moeite om nog eens te kijken. Hoe de woorden werken. Hoe eer tegenover waardigheid staat. Hoe de onvatbaarheid en grilligheid van bewegende woorden van verzet angst oproepen die overbruld moet worden. Hoe de toeschouwers zwijgen, hun medeplichtigheid aanvaarden. Hoe kritiek een belediging is van de grote leider en dus een vorm van verraad. De bezetting van de woorden. Het verzet van de woorden.

Troost, dat zocht ik, besefte ik. Soms lijkt het immers alsof de wereld een beetje gebroken is, alsof we niets leren. Er zijn gelukkig ook ontzettend veel mensen die blijven zoeken naar waardigheid. Ze blijven zoeken, zijn niet van plan de woorden uit handen te geven, net zomin als de dromen waar die woorden voor staan. De aarde voelt je verzet wel. Die zin kwam ooit op een moment van twijfel zomaar naar me toe. Om die goed te begrijpen heb ik nog de rest van mijn leven nodig, denk ik. En dat is niet erg.

Ik ben er vrij zeker van dat DT niet zo’n fan is van Bach. Wat op zich wel een geruststelling is. Voor troost moeten we misschien toch bij Bach zijn. Bach weet iets dat DT nooit zal weten, denk ik. Ik wist dat ik naar de plek moet gaan waar het concerto voor twee violen in D klein (BWV 1043) is. Dat trage middendeel, daar moet je naartoe gaan voor troost.

Ik denk weleens dat alles daar is. Al het verdriet, al het verlangen van de wereld. Die twee violen die om elkaar heen cirkelen. Soms dansen ze samen, soms verwijderen ze zich van elkaar. De muziek richt zich op en legt zich daarna weer neer. Soms voel je een einde, en dan weer een nieuwe adem. En je zou willen dat het nooit stopt, dat het eindeloos door kan gaan. Hoe het je lichaam kan vullen met alles wat zou kunnen zijn, en hoe je tegelijk zo geborgen kunt voelen in leegte. En hoe de tranen (die echt elke keer komen, bij mij toch) je zo kunnen troosten.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.