‘Wij, Europeanen, slachten de ene heilige koe na de andere’

Verspreide gedachten bij het schrikbewind van Keizerin Corona

(c) Brecht Goris

Het coronavirus houdt de hele wereld in zijn greep. Ook columnist Geert Van Istendael kroop in zijn pen om zijn bedenkingen over deze wereldwijde crisis met ons te delen. ‘De afgod Globalisering valt van zijn voetstuk. Eigen mondmaskers eerst.’

Corona was een christelijke martelares in Egypte, achttienhonderd jaar geleden. Zij werd vastgebonden aan twee op de grond gebogen palmbomen die, plotseling losgelaten, haar vaneen scheurden. Zij was 16 jaar. Haar relikwieën berusten in Aken en in het Noord-Italiaanse Feltre, stadsdeel Anzù, waar haar bescherming wordt afgesmeekt tegen pest en andere epidemieën.

Zij keert nu terug als een bittere heerseres. Het rijk van Keizerin Corona strekt zich wijder uit dan het Romeinse of het Ottomaanse imperium. Zijn oppervlakte overtreft zelfs die van het grootste wereldrijk aller tijden, het roemruchte Britse Gemenebest. Keizerin Corona heeft de hele planeet aarde in haar greep.

Keizerin Corona heeft geen machtige legers nodig om miljarden aardbewoners te onderwerpen. Een lap vlees op een markt, een handdruk, een kuch. Zijzelf is infinitesimaal klein. De knapste geleerden kunnen slechts bij benadering haar grillige gangen nagaan. De Keizerin verslaan, dat kunnen ze vooralsnog niet.

Ziehier enige lukrake bespiegelingen bij het harde regime van onze nieuwe heerseres.

Keizerin Corona heeft de hele planeet aarde in haar greep

Corona is een globale heerseres. Maar in het wreed getroffen Italië zingen de burgers op straat allesbehalve globale liederen. Van Turijn tot Lecce gaan de Italianen op hun miljoenen balkons staan en galmen ze zich de longen uit het lijf. Opera, wat hadden we dan gedacht, maar ook de kermisachtig vrolijke deun van hun nationale hymne, Fratelli d’Italia en het mooie verzetslied Bella Ciao.

Voor het ritme slaan ze uit alle macht potdeksels tegen elkaar. In Siena houden ze het helemaal lokaal. Daar zingen ze uit volle borst hun lied voor het kruidje ijzerhard in de lege straten. Het refrein klinkt zo: Viva la nostra Siena, la più bella delle città, dus: leve ons Siena, de mooiste der steden. Helemaal ongelijk hebben ze niet, de senesi, het zij hun gegund. Om hun angst de baas te worden, zingen de Italianen liederen van hun eigen land, van hun eigen stad, van hun bloedeigen geschiedenis.

Het is niet duidelijk hoe de bewoners van onze verkavelingen elkaar toe zouden moeten zingen. Misschien vinden ze er wel iets op. In Gent hebben ze al samen Mia gezongen. In Leuven en Brugge speelt de beiaard We zullen doorgaan van Ramses Shaffy. Welk instrument hoort meer bij ons laagland dan de beiaard? Anti-globaler kan niet, ondanks het hyperglobale You’ll never walk alone dat wij allemaal voor onze deur ten beste zouden moeten geven.

Dan liever het klaterende handgeklap ter ere van al de mensen die zich te pletter werken om ons gemeenschappelijke hachje te redden.

In ons afbrokkelende koninkrijkje, kreeg ons rompregerinkje t’allenkant het verwijt te horen dat het te aarzelend optrad tegen Corona. Onze ministertjes waren veel te lang aan het wikken en wegen. Alsof je een oppermachtige Keizerin in één twee drie een halt kunt toeroepen. Eindelijk viel de beslissing. Scholen dicht, geen theater meer, geen bioscoop, geen concerten. Ikzelf heb tot 31 maart eenentwintig afspraken moeten annuleren. Meer zal volgen. Het land moet op slot.

De regering van het kolossale, altijd serieuze en efficiënte Duitsland trof haar besluiten een volle dag na het gesmade Belgische regerinkje. De beslissingen vertoonden een treffende gelijkenis met die van ons.

Nuchterheid en slagvaardigheid van het Nederlandse volk vinden in de wereld hun weerga niet. Welnu, de Nederlandse bewindslieden hebben dan toch de zonde der traagheid begaan, de acedia, een der zeven hoofdzonden. Zij hebben nóg langer gewacht met hun maatregelen dan de bloedserieuze Duitsers.

De politieke leiders van ons afbrokkelende koninkrijkje hebben er de afgelopen maanden, eendrachtig in hun tweedracht, een potje van gemaakt. Een vies, walmend, onappetijtelijk potje. Ze hebben zitten, lopen, staan, liggen kibbelen dat horen en zien verging. Vervang woorden als coalitie en Vivaldi door emmertje en schepje en je ziet de ruziënde kleuters in de zandbak zo voor je.

En zie, waar het schrikbewind van Keizerin Corona niet allemaal goed voor is. Binnen een halve week had België een regering. Een magere, ernstige dame met lang haar vroeg ons nagenoeg lege parlement het vertrouwen voor de vreemdslachtigste regering die België sinds 1830 ooit zag.

Laten we in vredesnaam ermee ophouden onze politici de huid vol te schelden. We hebben ze zelf gekozen

Een berucht citaat van Bismarck gaat zo: wetten zijn als worsten, je staat er beter niet op te kijken als ze gemaakt worden. Bismarck heeft dat nooit gezegd of geschreven, het is dus een nepcitaat, maar daarom niet minder treffend. Toegepast op ons: Belgische regeringen zijn als pansjen, je wilt niet weten hoe ze gedraaid worden.

Hoe lappen we het in godsnaam, telkens en telkens weer, hoe? Na kleinzielig getouwtrek wankelt een door de vrije pers van ons landeke gekleineerd, beschimpt, verguisd vernepelingske op kromme pootjes naar voren: onze nieuwe Belgische regering. Dat deerniswekkende gedrochtje zal de meedogenloze Keizerin Corona moeten verjagen. Iets anders is niet voorhanden.

Laten we in vredesnaam ermee ophouden onze politici de huid vol te schelden. We hebben ze zelf gekozen.

Wie welk woord brak, wie hoe en waar loog, bekwame politicologen, historici en journalisten zijn het al boven aan het spitten. Mij verrassen al die woordbreuken en leugens niet. Een jaar of dertig geleden, toen de keien van de Wetstraat mijn schoenzolen afsleten, was het niet wezenlijk anders. Wel kijk ik reikhalzend uit naar het volledige verhaal. Ik wil alles weten van gebroken woorden, wurgkoorden, dolken in ruggen en meer van dat fraais.

Wat mij stoort is dat de twee sterworstelaars een fundamentele wet van de politiek met voeten hebben getreden. Die wet bestaat uit één enkel woord. Discretie. Of zoals de oude liberaal Herman Vanderpoorten zaliger het zei: mutisme. Zwijgen dat je zweet. Paul Magnette en Bart De Wever hebben gekletst, gezwetst, gebabbeld, gezwamd, geklappeid, hun grote mondwerk stond niet stil. Je mag je tegenstander nog zo haten, je mag je tegenstander verdenken van alle slinkse listen in dit ondermaanse, je mag je tegenstander een klootzak vinden, geen bezwaar. Maar je houdt je bek. Tot het compromis rond is. Niet aldus PM en BDW. Zodoende maken zij keer op keer een min of meer eerbaar vergelijk onmogelijk. Ils ont raté l’occasion de se taire, zeggen ze in onze andere landstaal.

Drie figuren op de tweede rij hebben een andere wet overtreden. Die gaat zo: de overwinnaar vernedert nooit de verliezer in het openbaar. Maak dus geen selfies waarop twee victoriekraaiers staan te stralen terwijl op de achtergrond een derde juichend in het rond huppelt.

BDW zal niet naar voren kunnen treden als redder des vaderlands. Pech voor hem, hoezeer hij dat vaderland, ik bedoel België, ook veracht. Anderzijds moet nu een handvol liberalen en christendemocraten ten strijde trekken tegen Keizerin Corona. Elke nederlaag – en nederlagen zullen er zijn – zal hun zwaar worden aangerekend. BDW kan, Lucky Luke indachtig, ongeremd vanuit zijn heup met scherp schieten naar de magere, ernstige dame met lang haar.

Bij de vertrouwensstemming in de Kamer heeft de N-VA zich resoluut geschaard aan de zijde van de extremisten. N-VA, Vlaams Belang en PVDA: één front!

Indien de magere, ernstige dame met lang haar erin slaagt, met steun van de verzamelde virologen, de verschrikkelijke Keizerin te verjagen, zal zij de geschiedenis ingaan als een van de grootste Belgische regeringsleiders sinds de Bevrijding. Over welke modderige kronkelpaden zij ook naar de Wetstraat 16 is gestruikeld, op welk armetierig zandbankje van macht haar regering ook zit te kleumen, hoe morsig ook haar meerderheid is, mocht zij slagen, en het is ons aller verdomde plicht dat te hopen, dan zal haar ambtstijd een der diepere, edoch glorierijke mysteriën zijn uit de geschiedenis van mijn onbegrepen, onbegrijpelijke, ongrijpbare vaderland.

De afgod Globalisering valt van zijn voetstuk. Eigen mondmaskers eerst

Wij, Europeanen, slachten de ene heilige koe na de andere. Schengen? Weg. Reizen naar het buitenland? Weg. Begrotingstucht? Weg. Besparingen? Weg. Vliegverkeer? Weg. Vrij vergaderen? Weg. Stel, je voorspelde dat alles een maand of twee geleden, je had moeten rennen voor je leven. In eigen land: je had nog maar één maand geleden moeten voorspellen dat de federale regering weer de supreme gloedkern van Belgische macht zou zijn, elke rechtgeaarde N-VA’er zou je in je gezicht hebben uitgelachen.

Plotsklaps bevangt de Belgen een plechtig gevoel van burgerzin. In ons apenland? Jazeker. Toegegeven, het hamsteren is niet helemaal voorbij. Ook zagen we enkele fuifnummers die niet verder keken dan de bodem van hun bierglas. Zij zitten nu thuis. Voetgangersstraten lijken schoongeveegd. In wachtrijen houden mensen piëteitsvol afstand van elkaar. Het fileprobleem is opgelost. Ouders blijven thuis. Ze proberen zo goed en zo kwaad als het gaat het leven van hun kinderen draaglijk te maken. Ik vraag me af hoe lang we dat alles zullen volhouden. Want het zal nog weken duren, op zijn minst. Met drie balsturige belhamels in een appartementje? Als straks de eerste hittegolf aankomt?

Zullen demografen over negen maanden een piek in het geboortecijfer vaststellen? Zoals negen maanden na de nacht van 13 op 14 juli 1977, toen in heel New York de elektriciteit uitviel?

We leren met scha en schande dat het niet zo’n goed idee was om alles en nog wat van over de halve planeet naar onze winkels te slepen. Dat we misschien beter zelf een paar spullen maken. De afgod Globalisering valt van zijn voetstuk. Eigen mondmaskers eerst.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.