Wanneer bekent Corbyn kleur?

© Krijn Ter Beek

Brexit ligt nu al drie jaar als een steen op de maag van Labour-leider Corbyn. Terwijl het merendeel van zijn jeugdige achterban de Europese Unie als een medestander ziet in de strijd tegen de erfenis van Margaret Thatcher en de Blairites in de partij zich die erfenis in de vorm van de Derde Weg heeft toegeëigend, heeft Corbyn zelf altijd eurosceptische twijfels gekoesterd.

Hoe progressief is een Unie die de ijzeren vuist van de financiële markten misbruikt om de socialistische regering van een van zijn leden het regeren onmogelijk te maken?

Die twijfels waren mede ingegeven door een verleden van Marxistische politiek economische kritiek op het kapitalisme dat de in identiteitspolitiek gedrenkte millennials achter Momentum – de vernieuwingsbeweging binnen Labour die hem in het zadel heeft geholpen – node ontberen. En door de beschamende herkolonisering van Griekenland door een Commissie die het verdedigen van het eigen imperium belangrijker vindt dan het wel en wee van Griekse burgers.
Hoe progressief is een Unie nu helemaal die de ijzeren vuist van de financiële markten misbruikt om de democratisch gekozen socialistische regering van een van zijn leden het regeren onmogelijk te maken en neoliberaal beleid op te leggen?

Hoe terecht die twijfels zijn – en hoe onterecht dus de steun voor het Europese project van de millennials binnen Labour – werd deze week nog eens haarfijn uit de doeken gedaan in een prachtig overzicht van de Duitse socioloog Wolfgang Streeck van het wel en wee van de zogenaamde sociale agenda van de Europese Unie. In een lang stuk in het Britse tijdschrift New Left Review laat Streeck zien dat veel progressieve argumenten voor meer Europese integratie, omdat alleen meer Europa het ontketende kapitalisme van het grootbedrijf zou kunnen temmen, zijn gebaseerd op een volstrekt achterhaald beeld van waar de Europese Unie anno 2019 voor staat.

De gedachte dat Europese integratie zou kunnen leiden tot het ontstaan van een Europa-brede verzorgingsstaat, of dan toch tenminste tot een harmonisatie van de regels die de kwetsbare factor arbeid moeten beschermen tegen uitbuiting door de factor kapitaal, ontstond in de jaren zeventig, in respons op de arbeidsonlusten en studentenprotesten van de late jaren zestig. Het leidde tot een reeks van Brusselse wetgevingsinitiatieven op het gebied van medezeggenschap, arbeidsverhoudingen en de creatie van Europese werkgevers- en werknemerskoepels die de Europese Commissie zouden moeten adviseren bij het vaststellen van Europa-brede normen.

In retrospectief zou het het hoogtepunt van het sociale Europa blijken: een schamele tien jaar waarin de Europese Unie er wetgeving doorheen loodste die de medezeggenschap van werknemers regelde, de arbeidstijden aan banden legde en voorzag in een Europees corporatisme door vakbonden in Brussel zeggenschap te geven over de agenda van de Europese Commissie. En het zijn precies die initiatieven die de Europese Unie onder progressieve Britten zo’n goede reputatie hebben gegeven.

Na tien jaar Thatcheriaans neoliberalisme zag Labour in dit soort initiatieven een kans om via Brussel de klok terug te draaien. Dat is het beeld dat dertig jaar later, in ieder geval bij een deel van de Labour-aanhang nog altijd bestaat, een Unie die opkomt voor de kwetsbaren en lidstaten dwingt zich te conformeren aan arbeidsnormen en voorzieningstandaarden die in landen als Denemarken, Zweden, Finland en Nederland normaal waren geworden.

De Interne Markt was onverenigbaar met een grote verzorgingsstaat en heeft in alle lidstaten dus een afbraak van voorzieningen en beschermingen afgedwongen.

Niets is minder accuraat. Onder hevige tegenwerking van het georganiseerde grootbedrijf mondde de medezeggenschap uit in een pallet aan keuzemogelijkheden die liepen van iets naar niets en werkgevers uiteindelijk nergens toe verplichten. Hetzelfde gebeurde met het georganiseerde overleg tussen werkgevers en werknemers op Brussels niveau: werkgevers kwamen simpelweg niet opdagen en gaven er de voorkeur aan de zaken op nationaal niveau te regelen om daar hun favoriete wedren naar beneden-spelletje te spelen. Terwijl de werktijdenregeling – waar Britse progressieven het grootste deel van hun eurofilie aan ontlenen – uiteindelijk is uitgemond in een wet zonder tanden die de verdere flexibilisering van de Britse arbeidsmarkt alleen maar heeft vertraagd, niet gestopt.

Het kwam door de massieve tegenwerping van het georganiseerde grootbedrijf en hun politieke handlangers in de Europese Unie. Onder Jaques Delors – voorzitter van de Europese Commissie van 1985 tot 1995 – begon de tegenbeweging. De Interne Markt en de euro – waarvan Delors de politieke architect was – zijn uitgesproken neoliberale projecten. De Interne Markt was onverenigbaar met een grote verzorgingsstaat en heeft in alle lidstaten dus een afbraak van voorzieningen en beschermingen afgedwongen.

Wat er aan sociaal beleid resteerde, was uitsluitend bedoeld voor de maximale mobilisatie van alles en iedereen ter meerdere eer en glorie van economische groei. En de euro was daar de kroon op. Door zich te verplichten tot afbouw van de staatsschuld en reductie van begrotingstekorten werd de bandbreedte aan beleid van de lidstaten met een streek van de pen danig ingeperkt: gij zult neoliberaal zijn of gij zult niet zijn.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
En ja, Groot Brittannie is al jaren een van de grootste netto-betalers aan de Europese Unie. En nee, afscheid van de onderzoeksgeldpotten van Brussel gaat niet het Verenigd Koninkrijk schaden maar de wetenschapsbeoefening in de Europese Unie zelf provincialiseren.

Wat mij betreft hebben de Brexiteers al het gelijk aan hun zijde en is er geen enkele reden voor Britse progressieven om voor de Europese Unie te zijn. Het wordt tijd dat Corbyn kleur bekent en de Brexit voor progressieven gaat kapen in plaats van het in handen te laten van een stel corpsballen die terugverlangen naar het Engeland van George de vijfde.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift