Ik heb niets aan je schuldgevoelens. Je bondgenootschap daarentegen...

Witte schuld

© Brecht Goris

 

‘Met goedbedoelende witte mensen praten over racisme is zoals met een oude vriend praten, die je graag ziet, maar al een tijdje niet hebt gezien, waardoor je alles zorgvuldig moet uitleggen’, hoor ik mij gisteren nog zeggen tegen een – zwarte – vriend na een vermoeiende dag. ‘Met zwarte mensen praten, voelt dan aan als thuiskomen en omarmd worden in herkenning en begrip.’

In haar bijdrage voor Zwart, “Geen goed nieuws”, een grote inspiratie voor deze column, beschrijft OneWorld-hoofdredacteur Seada Nourhussen hoe ze niet meer over racisme kan praten met witte mensen. ‘Het kost me teveel zielenarbeid en het is letterlijk fysiek vermoeiend voor me. Ik moet mezelf iedere keer binnenstebuiten keren, laten opdrogen aan de lucht totdat alles strakgetrokken is en pijn doet en dan weer terug klappen. Ik moet niet alleen uitleggen en reconstrueren – terwijl ik zelf ook nog zoveel van mijn eigen vermoedens en reflexen moet uitzoeken en theoretiseren –, maar ook troosten, aanmoedigen en schouderklopjes uitdelen.’

Ik heb het punt waar ik niet meer over racisme wil praten met witte mensen, nog niet bereikt. Nog niet.

Dit punt, waar ik niet meer over racisme wil praten met witte mensen, heb ik nog niet bereikt. ‘Nog niet’, omdat ik ondanks mijn jonge leeftijd en naïeve hoop in de mensheid steeds minder energie heb, en ik die overblijvende energie steeds minder wil steken in gesprekken waar ik niets anders uithaal dan extreme vermoeidheid.

Je voert miljoenen oppervlakkige gesprekken, die aanvoelen als een inleidend universitair vak, waar je alle concepten moet uitleggen aan mensen die precies de kans niet hebben gehad zich te verdiepen in de materie – wat natuurlijk niet klopt, aangezien Google wel degelijk ook beschikbaar is voor witte mensen.

De zwaarte van die gesprekken voor mijn ziel staat in schril contrast met mijn opluchting wanneer ik dezelfde gesprekken voer met zwarte mensen – of andere mensen van kleur –, waar we de kern van het probleem kunnen bespreken, waar we samen kunnen helen en groeien, en bestaan, en elkaar kunnen liefhebben, en zo ook een versie van onszelf kunnen liefhebben.

Gewoon leeg

Vorige maand, haalde ik voor het eerst de deadline voor mijn column niet. Ik liet weten dat ik geen inspiratie meer had, maar dit klopte niet volledig – ik had net een week gehad waar ik over niets anders praatte dan mijn onderdrukking, mijn zwart-zijn, mijn vrouw-zijn, mijn zwarte vrouw-zijn, telkens voor een voornamelijk wit publiek, en ik was gewoon leeg.

Ik staarde naar mijn witte Word pagina, en naar het document dat ik bewaar met columnideeën, en zocht even naar welk deel van mijn ziel nog niet volledig blootgesteld was geweest aan de voornamelijk witte ogen die mij zouden lezen en beoordelen, zoals een diepe wonde dat blootgesteld wordt aan de buitenwereld, en ik dacht – nee. Deze maand krijgen jullie mijn wonden niet te zien.

Deze gesprekken over (structurele) ongelijkheden zijn inderdaad zielenarbeid. Ze stelen mijn levensenergie. Ik praat met mensen die deze constructies steeds bekijken als abstracte termen die ze niet kunnen vatten omdat ze daar niet mee geconfronteerd worden, terwijl ze voor mij een werkelijkheid zijn waar ik niet onderuit kan komen. Ik koos niet om bewust te zijn van sociale ongelijkheden, ze werden in mijn hart en ziel gestampt tot ik geen andere keuze had dan die te benoemen, en die aan te vechten. Het is daarom ontzettend vermoeiend wanneer iemand steeds hypothetisch blijft praten over heel reële problemen. Want telkens opnieuw, moet ik mijn (recht op) bestaan rechtvaardigen.

Hij: ‘Als dat werkelijk zo erg is, dan…’
Ik: ‘Hoezo, als het werkelijk zo erg is?’
Hij: ‘Allez, ik geloof je wel, maar ja, ik kan het me gewoon moeilijk inbeelden…’

‘Geloof’, alsof wat ik zeg niet gevestigd is in bewezen feiten, in een werkelijkheid die bestaat, of hij mij nu gelooft of niet, of hij het zich nu kan inbeelden of niet.

Dat ik de ervaringen van een transseksuele moslima met een hijab nooit volledig zal kunnen begrijpen, klopt. Maar dit is geen excuus om het niet te blijven proberen.

Mij lukt het nochtans om de ervaringen van andere bevolkingsgroepen grotendeels te begrijpen – het is niet onmogelijk met goede wil en empathie. Nu, dat ik de ervaringen van een transseksuele moslima met een hijab nooit volledig zal kunnen begrijpen, klopt. Maar dit is geen excuus om het niet te blijven proberen. Toch verwachten geprivilegieerde bevolkingsgroepen dat anderen (lees: onderdrukte groepen) hen zullen onderrichten over wereldwijde problematieken die al uitbundig behandeld zijn en vrij verkrijgbaar zijn.

Hoe grappig – ik ben aan het zwoegen om mijn rechtendiploma te behalen, maar ik heb het gevoel dat ik dankzij dit “racismedebat” een doctoraat heb behaald in lesgeven. Zo vaak moet ik dingen uitleggen, en zo beheerst moet ik omgaan met witte mensen wanneer ik praat over deze issues, alsof het kleine kindjes zijn die beschermd moeten worden van de ongemakkelijke waarheid. Een ongemakkelijke waarheid waar zij de vruchten van mogen plukken.

Hoe vaak maak ik mij niet comfortabel voor witte mensen wanneer ik praat over mijn onderdrukking? Hoe vaak moet ik hen, zoals Seada zegt, niet troosten omdat ze zich voor de een of andere reden aangevallen voelen? Ik kan niet praten over wit privilege en white supremacy met een witte persoon, zonder dat die zich begint te verdedigen. Dit is white fragility in actie. “Ja, maar ik doe dat niet…” “Ja, maar, niet alle mannen…” “Ja, maar niet alle witte mensen…” #AllLivesMatter #NotAllMen

Dit komt regelmatig voor bij mensen die links stemmen en denken bondgenoten te zijn. Omdat ze in de gelijkwaardigheid van alle mensen geloven, doen ze de moeite niet om zich verder te verdiepen in sociale ongelijkheid. Ze kunnen zich bijgevolg niet inbeelden dat ze ooit problematisch gedrag zouden kunnen vertonen.

Voor je het weet, hijacken ze het gesprek. Ze stelen tijd waarin we hadden kunnen praten over belangrijke onderwerpen en oplossingen hadden kunnen bedenken. Terwijl we al geringe ruimte hebben, moeten we de tijd nemen om hen goed te laten voelen, en vooral niet aangevallen te laten voelen, en vooral duidelijk te maken dat ze geen racisten/seksisten/homofoben/islamofoben zijn, ook al maken ze zich schuldig aan (subtielere) vormen van racisme/seksisme/homofobie/islamofobie, maar dat zij wél goede mensen zijn, en, en, en. De geprivilegieerde groep en hun gevoelens staan dan weer centraal. En de onderdrukte groep staat tot hun dienst.

Ik ben er klaar mee. Klaar met de gesprekken waar de arme zwarte vrouw de rijke witte man moet troosten omdat hij niet goed om kan met de schuldgevoelens die hij ervaart door zijn talloze privileges.

Ik ben daar klaar mee. Klaar met de gesprekken waar de arme zwarte vrouw de rijke witte man moet troosten omdat hij niet goed om kan met de schuldgevoelens die hij ervaart door zijn talloze privileges. In dit gesprek ben ik zowel onderwijzer als psycholoog. (En onbetaald, dan nog!) En zoals Gloria Wekker zegt in een interview met Knack: ‘Ik moet jullie schuldgevoel niet oplossen. Ik ben een wetenschapper, geen therapeut.’

Dat interview is ook weer zo’n voorbeeld van een witte man die de levensenergie uitput van een zwarte vrouw, en dan een interview publiceert waar hij “witte man” tussen aanhalingstekens zet. Doordrongen met allerlei schuldgevoelens die hij projecteert op Gloria, stelt hij onwetende vragen die niet tot de kern van haar boodschap gaan, en mist hij een kans om een verdiepende en betekenisvolle interview op te nemen. Zucht. Ik werd zelf moe van het lezen van dat stuk.

Hoe ongelooflijk, dat iemand een baanbrekend boek schrijft, en toch haar tijd moet verspillen met zulke interviews omdat witte mensen zich aangevallen voelen door de resultaten van haar wetenschappelijk onderzoek. ‘Als je je daardoor schuldig gaat voelen, moet je je afvragen: wat ga ik daarmee doen? Wat is de volgende stap? Denk daar eens over na, in plaats van vast te zitten in die schuld’, vat Gloria goed samen.

Het is vrij simpel, eigenlijk: als je je schuldig voelt, of denkt dat wij je schuldig willen laten voelen, weet dat het niet zo is. Onthou dat het niet zo is. Je bent onze prioriteit niet, en wij hebben daar de tijd niet voor. Stop met belangrijke gesprekken te hijacken met je witte schuld – wees beter, en get over it. Help me om de problemen op te lossen of ga weg.

Ik heb niets aan je schuldgevoelens – je bondgenootschap kan ik daarentegen wel gebruiken.

Sabrine Ingabire is schrijfster, activiste en studente. Je kan haar op Facebook volgen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Studente rechten

    Sabrine is een 21-jarige studente en gepubliceerde schrijver, die in 1995 Rwanda werd geboren. Toen ze vier was, kwam ze naar Brussel, België, waar ze Frans heeft geleerd.