In een staat van overleving leren we het meeste over het leven

Zonder regen geen groei

© Charis Bastin

Lisette Ma Neza

In hoeverre blijven we bij onze gewoontes, normen, waarden, doen en laten, vraagt slampoëte Lisette Ma Neza zich af. Zal deze crisis onze democratie in de war schoppen? Creëren we spoedig een nieuwe wereld? Hoe bereiden we ons voor op de volgende pandemie? En hoe dichtbij is die?

Het regent harder dan we hebben kunnen.
We zitten in de vierde maand van een buitengewoon aangrijpend jaar. In de ban van de ziekte, in de greep van het angstvirus.
De (buiten)wereld waarschuwde ons luidkeels, maar we nemen haar herhaaldelijk voor lief. Haar buitenlucht, de aanwezigheid van medemens, elkaar. De grote brand in het grote Amazonewoud in Brazilië, de natuurbranden in Australië, de ebola-epidemie, die een
ver-van-ons-bed verhaal leek en dan de vleermuizen die ons infecteerden, de crisis die eerst alleen van Wuhan leek te zijn. Nu raakt het ons pas echt. Nu we de voordeur niet meer uit durven.

De lente is hier. Terwijl we onze devices op zomertijd zetten,
hunkeren we naar wat meer zuurstof. Het leek allemaal zo goed te gaan maar het regent ineens veel harder dan we hebben kunnen.
Vakkenvullers maken op minimumloon overuren, verplegers slapen al 30 dagen niet meer. Al mijn interpersoonlijke relaties, bezigheden
en uitstapjes staan op pauze. Het is alsof het nog winter is.

Wanneer ik mijn kleine zusje Facetime, wanneer ik een huilende
vriend aan de lijn heb nadat hij in één week zowel zijn grootmoeder als grootvader is verloren, wanneer ik rond bel om om hier en daar, allerlei dingen die het leven leuker maken afzeg en op elk ander moment waarop ik mijn liefde wil uiten, iemands soelaas
wil zijn, door een schouderklopje, een omhelzing, of een blik uit het echte leven. Wanneer ik met een lief duwtje in de rug, mijn mensen een hart onder de riem wil steken. Het is verdomd moeilijk, afstand en isolatie. Dat is logisch. Toch vraag ik mij continu
af, waarom we dit zo moeilijk vinden.

Onze ouderen hebben het enorm zwaar, onze kwetsbaren en zelfs
de jonge mens, waarover gezegd en geschreven wordt dat het een en al verslaafd is aan sociale media, zelfs de jonge mens kan amper zonder echte mensen en het fysiek dichtbij elkaar zijn. Misschien is de mens een kuddedier, misschien niet ieder mens. Waarschijnlijk
missen we elkaar en zeker in tijden waarin het niet anders kan, zien we hoe afhankelijk we soms zijn van elkaar en hoe we houden van gezelschap. Dat zullen we nooit meer voor lief nemen.

Dat gemis vind ik heel moeilijk. Nog moeilijker wordt dat,
wanneer het sterftecijfer elk etmaal wordt verhoogd. Deze dagen zijn er veel verliezen, zonder afscheid. Liefde die nergens heen kan. Rouwen, zonder begrafenissen. Dat is ook heel moeilijk.
Daar blijft het niet bij. Het raakt onze portemonnees, wereldwijd. Sommige landen vallen om, sommige regeringen houden zich net overeind en dit is pas het einde van het begin van dit jaar, van deze pandemie, van de ziekte die we kortgeleden een naam hebben gegeven, van COVID-19. Wat ook heel moeilijk blijft is de angst, die
ook van mij niet is weggebleven.

Echter zijn tijden van onmacht niet enkel schietgebedjes, tranendal,
paniek en smeekschriften. In een staat van overleving leren we het meeste over het leven. Dat heb ik op allerlei manieren meegekregen. In de geschiedenislessen in het onderwijs, leren we wat er is gebeurd, omdat de geschiedenis zich herhaalt en we voorbereid
moeten zijn. Ik stam af van een volk (het Rwandese volk) dat tegenslag, na tegenslag, toch weer overeind is gekomen en ook in mijn persoonlijke ervaringen heb ik uit pieken van ellende de grootste openbaringen ontvangen over, hoe nu verder.

We zitten er volledig in. Het is op geen enkele manier tijd
om terug te kijken, op waar we nu middenin zitten. Dit nieuwe tijdperk. Maar toch noemen we het hier en daar van alles en hebben de meeste thuisblijvers veel momenten van reflectie. Het is een nare film, die zich voor ons afspeelt, het tekort aan intensive-care
bedden, de helden, die zelf ziek worden. De onmacht. Een gevolg van globalisering, een neo-liberale globale wereld. Een gevolg van het eten van dieren. Een gevolg van veel, maar wat leren we hier uit?

In hoeverre blijven we bij onze gewoontes, normen, waarden,
doen en laten. Zal het onze democratie in de war schoppen? Creëren we spoedig een nieuwe wereld? Hoe bereiden we ons voor op de volgende pandemie? En hoe dichtbij is die? Met hoeveel zullen we corona overleven?

Het bestaan is voor velen met een vitaal beroep en voor veel
zieke en eenzame mensen ondraaglijk zwaar geworden. Toch blijf ik geloven in de andere kant van een hevige tegenslag. Dat we hier doorheen zullen komen, daar geloof ik zeker in. Dat het een enorme les is, ook. Een les die voor iedereen anders zou kunnen zijn.

Door de lente en het zonneschijn op de ramen heen, in de ban
van de virus, worden onze immuunsystemen helemaal op hun kop gezet. De wereld draait door. Zo voelt het. Juist nu is het tijd om weerstand te bieden, een goede weerstand te hebben. Niet om te vallen, maar met het laatste beetje kracht die we ondanks de onmacht
over hebben gehouden: ervoor te zorgen dat dit nooit meer gebeurd. Dat het ophoudt met regenen. Dat we immuun worden en dat we dit samen overleven en doorleven. Het regent harder dan ooit, maar zonder regen geen groei.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2800   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Slam poet

    Lisette Ma Neza is afkomstig uit Nederland, maar woont ondertussen in Brussel waar ze film studeert.  In 2017 won ze als eerste Nederlandstalige vrouw het Belgisch Kampioenschap in Poetry Slam