De Noord-Zuidkloof overbruggen: Hulp, Handel of Herbergen?

Internationale inkomensongelijkheid: moreel onaanvaardbaar vanuit verschillende ethische perspectieven, maar wat zijn onze instrumenten om de noord-zuid-kloof te overbruggen? Naast Hulp en Handel wordt nu ook Herbergen op tafel gelegd: kan het herbergen van meer migranten deze kloof helpen dichten?

Ton Rulkens (CC BY-SA 2.0)

Productie-eenheid voor Cashewnoten in Mozambique. Afrika levert 30% van de arbeid die op een of andere manier klaarmaakt wat u en ik eten of drinken, maar u en ik (onder) betalen dit continent slechts 1% van de totale toegevoegde waarde die gerealiseerd wordt in deze sector.

Het werd een avond met een aantal betekenisvolle stiltes, de avond dat Branko Milanovic zijn nieuwe boek over wereldwijde ongelijkheid voorstelde aan de Universiteit Antwerpen. Met daarin ook de controversele stelling dat we, na(ast) ontwikkelingshulp, meer zouden moeten inzetten op migratie om de inkomenskloof tussen rijke en arme landen te dichten. Desnoods, betoogt Milanovic, geven we migranten niet alle sociale, economische en politieke rechten, of toch niet meteen bij aankomst: burgerschap moet je ook verdienen, is de filosofie. Zodat migranten de autochtonen tenminste ten dele kunnen compenseren voor het ongemak dat ze veroorzaken met een deel van de inkomenswinst die ze door hun migratie kunnen realiseren.

Na zo’n redenering is een betekenisvolle stilte wel op zijn plaats: toch maar twee keer nadenken vooraleer we ons ideaal van een wereld met échte inter-nationale kansengelijkheid willen realiseren door, op nationaal vlak, tweederangsburgerschap te aanvaarden, niet?

Misschien was dàt wel het voornaamse punt dat de spreker die avond wilde maken: laten we dat idee toch eens verder onderzoeken. Want in het totale plaatje van de ongelijkheid mag de ongelijkheid tussen naties dan zowel de grootste als de moreel meest verwerpelijke zijn, veel instrumenten om haar te bestrijden hebben we immers niet.

Een open goederenmarkt, een gesloten arbeidsmarkt

Daarnaast hebben we door onze focus op sociale bescherming en kansengelijkheid binnen onze eigen landsgrenzen misschien ook wel wat last van bijziendheid.

De globale economie waarin we zijn ingebed is een grenzeloze wervelwind van goederen en diensten geworden, precies omdat die laatsten per definitie in voordeligere omstandigheden in het buitenland vervaardigd kunnen worden. Met andere woorden: minder voordelige omstandigheden dan wat we volgens onze eigen sociale, economische, politieke en milieuregels rechtvaardig vinden.

Ter illustratie: De onderstaande figuur traceert de (ca. 1 miljoen) jobs die onze Vlaamse consumptie van voedingsmiddelen mogelijk maken naar verschillende continenten. Het gaat om cijfers die door de Vlaamse Gemeenschap werden gebruikt om onze koolstofvoetafdruk te meten. Ongeveer 3/4e van die jobs bevinden zich in Afrika, Azië en Latijns-Amerika, terwijl die drie continenten minder dan 10% van de totale toegevoegde waarde van de voedingsproductie opeisen.

Afrika stelt de zaken extra op scherp

Afrika stelt de zaken extra op scherp: dit continent levert 30% van de arbeid die op één of andere manier klaarmaakt wat u en ik eten of drinken, maar u en ik (onder)betalen dit continent slechts 1% van de totale toegevoegde waarde die gerealiseerd wordt in deze sector. Terwijl één arbeidsplaats in Europa gemiddeld bijna 53.000 euro aan meerwaarde oplevert (waarvan een deel voor lonen, een deel voor bedrijfswinsten en een deel voor de overheid, in de vorm van belastingen), is dat voor de arbeid geleverd door Afrikanen gemiddeld slechts 642€ per job.

Tewerkstelling en meerwaarde/job
gecreëerd door de productie van voedingsmiddelen voor Vlaamse consumptie (2010)

Bron:  o.b.v. Koolstofvoetafdruk van de Vlaamse consumptie, figuren 64 en 75.

Bron: o.b.v. Koolstofvoetafdruk van de Vlaamse consumptie, figuren 64 en 75.

De tweederangsburger die we zo koppig uit onze eigen samenleving willen weren, blijft op die manier netjes buiten beeld.

Het lijkt er dus sterk op dat we enerzijds de gelijke behandeling en sociale bescherming van iedere burger hoog in het vaandel voeren, terwijl we anderzijds via de internationale inbedding van onze economie in de globale wervelwind van goederen en diensten, een reuzegroot achterpoortje hebben waarlangs we toch kunnen profiteren van zeer goedkope, onbeschermde arbeid en lage milieulasten. De tweederangsburger die we zo koppig uit onze eigen samenleving willen weren, blijft op die manier netjes buiten beeld. Maar hij/zij is er wel degelijk.

België-Qatar

In België zijn we overigens nog net wat properder op onszelf dan onze buurlanden: we zijn er als één van de weinige geïndustrialiseerde landen in geslaagd om in een context van toegenomen internationale concurrentie met opkomende groeilanden, de binnenlandse inkomensongelijkheid binnen min of meer stabiel te houden. Maar hoe succesvol kan je zo’n beleid noemen in het licht van de wereldongelijkheid?

Stel ons model tegenover dat van een gemiddelde golfstaat, waarvan de economie structureel gebruikt maakt van migranten, met een statuut dat wijzelf, met onze Europese welvaartsstatige blik, zonder aarzelen een slavenstatuut zouden noemen.

Dat slavenstatuut van een Filipino in Quatar blijft echter nog steeds gepriviligeerd genoeg om voortdurend ook weer nieuwe migranten aan te trekken. Dàt is immers het soort dynamieken dat we mogen verwachten in de wereld die de onze is, en waar staatsburgerschapsmeer- en minwaarden zover uiteen liggen dat zelfs een slavenstatuut in Qatar te verkiezen is boven de arbeidskansen in de Filippijnen.

In zo’n wereld draagt Qatar bij tot het verkleinen van de noord-zuidkloof, terwijl België dat niet doet. Of toch niet via de arbeidsmarkt.

In zo’n wereld draagt Qatar bij tot het verkleinen van de noord-zuidkloof, terwijl België dat niet doet. Of toch niet via de arbeidsmarkt.

Overigens werkt de Qatarese economie niet alleen internationaal herverdelend: door haar arbeidsmarkt te internationaliseren zorgt Qatar ook, méér dan België, voor een meer efficiënte wereldeconomie. Die efficiëntiewinsten worden dus enerzijds opgestreken door de Filipino migranten, anderzijds door de Qatarese bedrijfswereld.

Niet dat de voorstanders van meer migratie Qatar willen promoten als een nieuw model. De vergelijking geeft evenwel zeer duidelijk de limieten aan van een op nationale leest geschoeid sociaal beleid in een geglobaliseerde economie. Is er dan werkelijk geen manier om nationale en internationale rechtvaardigheid te combineren?

Milanovic’ voorstel komt niet uit de lucht gevallen. Eerder stelde Dani Rodrik al voor om te experimenteren met tijdelijke migratie: maak het arbeiders mogelijk om, voor een beperkte periode, in geïndustrialiseerde landen te komen werken. Dat zal dan aan dezelfde voorwaarden zijn als autochtone arbeiders en in dezelfde werkomstandigheden, geen sociale dumping. Maar voor een aantal knelpuntberoepen kan dit instrument zeer welkom zijn. En door toename van het arbeidsaanbod zal er ook wat druk komen op de lonen.

De economische meerwaarde van deze regeling wordt verdeeld tussen, enerzijds, de arbeidsmigranten, en anderzijds, de bedrijven die hiervan gebruik maken. Rodrik stelt ook voor om deze laatsten eventueel te belasten om het geleden loonverlies van autochtone arbeiders te compenseren. Dat is uiteraard iets vriendelijker dan het voorstel van Milanovic om deze compensatie te zoeken bij de migranten zélf.

Varianten van dergelijke programma’s bestaan trouwens al: Canada recruteert bijvoorbeeld Latijns-Amerikaanse seizoensarbeiders. Er zijn ook heel wat vergelijkbare historische voorbeelden van wat ondertussen de circulaire migratie werd gedoopt. Je kan best kritisch zijn over dergelijke initiatieven, vanuit het oogpunt van het land van bestemming, maar je moet ze zeker ook bekijken vanuit het perspectief van de kloof tussen burgerschapsmeer- en minwaarden in noord en zuid.

Globale rechtvaardigheid blijft een grote puzzel

WEF / Jolanda Flubacher (CC BY-NC-SA 2.0)

Rodrik zélf ziet zijn voorstel (belast bedrijven die gebruik maken van arbeidsmigranten om het geleden loonverlies van autochtone arbeiders te compenseren) niet als het nieuwe mirakel.

Rodrik zélf ziet zijn voorstel niet als het nieuwe mirakel. Net zoals we tot op de dag van vandaag geen enkel land kennen waar ontwikkelingshulp een cruciaal verschil maakte, kennen we tot op de dag van vandaag geen enkel land waar inkomsten uit migratie aantoonbaar leidden tot een groeispurt.

Toch is de afwezigheid van dit soort van bewijs allerminst een bewijs van afwezigheid van een oorzakelijk verband. Bovendien betaalt arbeidsmigratie zichzelf meer dan terug voor economieën van de initiatiefnemende landen, terwijl dat voor ontwikkelingshulp slechts op collectief niveau en op langere termijn het geval is. Voor individuele donorlanden is ontwikkelingshulp een budgetpost zonder veel electoraal gewicht.

Voorts is er uiteraard ook niets op tegen om ondertussen ook andere instrumenten in de aanslag te houden om meer internationale rechtvaardigheid te realiseren: van initiatieven voor meer rechtvaardige handel over de strijd tegen belastingparadijzen tot de opbouw van internationale publieke goederen.

En uiteraard zijn naast die internationale context van ontwikkeling, ook interne institutionele factoren van cruciaal belang. Zelfs in de meest optimale internationale omstandigheden blijven de ontwikkelingskansen van, zeg maar, Congo, en de perspectieven op het vergroten van de Congolese burgerschapsmeerwaarde, ook onvermijdelijk een interne congolese aangelegenheid.

Niemand beweert dat een complex probleem een makkelijke oplossing kan vinden. Maar Herbergen kan misschien wel een nieuw puzzelstukje worden.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift