Wie meningsverschillen over waarden onderdrukt, krijgt ze terug als alternatieve feiten

In de Humo van 10/10/2017 houdt Bert Kruismans een pleidooi voor een herwaardering van naakte feiten en cijfers, als tegengif voor “alternatieve feiten”. Ook al geniet ik van zijn “Bert en de Belgen” rubriek in het VRT-programma “Iedereen Beroemd”, en ook al blijft hij voor altijd de allerslimste mens ter wereld, voor één keer ben ik het niet met hem eens. Niet een gebrek aan waardering voor “echte” feiten vormt de voedingsbron voor alternatieve feiten, denk ik, wel een terughoudendheid om waarden te bespreken, te bevestigen en indien nodig in vraag te stellen.

  • Chris Goldberg (CC BY-NC 2.0) De “Unisphere” in Queens, NY. Chris Goldberg (CC BY-NC 2.0)

Kruismans is niet alleen. In De Morgen van dezelfde dag komt de kersverse rector van de Universiteit Gent, Rik Van de Walle, aan het woord: “Rationale argumenten worden versmacht door emoties”. Emoties als tegenpool voor de rede. Alsof men niet op een redelijke manier over emoties kan spreken.

Kennis over feiten en kennis over waarden zijn twee verschillende soorten kennis. Een stelling over feiten kunnen we erkennen als waar of onwaar. Bijvoorbeeld, dat het in de landen ten noorden van de Kreeftskeerkring warmer is in juli dan in januari. Een stelling over waarden kunnen we ook erkennen als waar of onwaar, maar dan bedoelen we toch iets anders. Bijvoorbeeld, de stelling dat vrouwen evenveel kansen om al hun talenten te ontplooien zouden moeten krijgen als mannen. Voor mij is dat ook een ware stelling, maar daarmee bedoel ik dan een rechtvaardige stelling.

Wanneer ik tegenover iemand sta die meent dat vrouwen vooral kansen moeten krijgen om hun talent als moeder te ontplooien, dan heb ik geen thermometer om haar of hem (wellicht: hem) te bewijzen dat zijn stelling onwaar is. Wel kan ik aanvoeren dat zijn stelling onrechtvaardig is, of tot onrechtvaardige gevolgen leidt.

Een artikel dat uitdrukkelijk over waardeoordelen gaat, lijkt al gauw op een verkooppraatje, eerder dan een wetenschappelijk onderbouwde of uitgevoerde redenering.

Ik kan mij beroepen op wetteksten, op mensenrechten, op democratische principes, maar uiteindelijk gaat het over een verschil in waarden tussen hem en mij (en de meerderheid in onze maatschappij), niet over een onenigheid over feiten. En waarden zijn afgeleiden van emoties: gevoelens en intuïties over wat goed en kwaad is, wat rechtvaardig en onrechtvaardig is.

Kennis over feiten is kennis over de wereld zoals die is; kennis over waarden is kennis over de wereld die zou moeten zijn.

De meeste wetenschappers houden zich in wanneer ze het over waarden hebben, precies omdat ze niet op dezelfde manier bewezen kunnen worden als feiten. Een artikel dat uitdrukkelijk over waardeoordelen gaat, lijkt al gauw op een verkooppraatje, eerder dan een wetenschappelijk onderbouwde of uitgevoerde redenering.

Beleidsmakers, en zij die hen proberen te beïnvloeden, zijn iets minder terughoudend (dan wetenschappers) wanneer het over waarden gaat, maar toch: een uitdrukking als ‘bij de feiten blijven’, geldt ook voor hen als norm. Dat is merkwaardig, aangezien het de taak van beleidsmakers en wetenschappers is om de wereld beter te maken. Kennis over de wereld zoals die is, helpt dan wel, maar volstaat niet.

Schoonmoeder

Bijvoorbeeld, uit het feit dat het verstrekken van seksuele opvoeding en voorbehoedsmiddelen de gelijkheid van kansen tussen vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt bevordert, volgt niet logisch dat de overheid seksuele opvoeding en voorbehoedsmiddelen zou moeten verstrekken. Daarvoor heb je nog een andere premisse nodig, namelijk dat de overheid de gelijkheid van kansen tussen vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt zou moeten bevorderen. Dat laatste is een waarde – geen feit.

Dat er in de Verenigde Staten jaarlijks evenveel mensen sterven in het verkeer als door vuurwapens, leidt niet tot discussie over de vrijheid van de automobilist om af en toe dronken achter het stuur te kruipen

Over de waarden van anderen zijn we minder terughoudend, zeker wanneer die afwijken van de onze.

Bijvoorbeeld, na beelden over de recente schietpartij in Las Vegas volgt gauw een uitspraak over het naar ons gevoel dwaze waardeoordeel van veel inwoners van de Verenigde Staten over het bezit van vuurwapens. De feiten tonen toch aan dat daar ongelukken van komen? Dat er jaarlijks evenveel mensen sterven in het verkeer als door vuurwapens (in de Verenigde Staten), leidt niet tot discussie over de vrijheid van de automobilist om af en toe dronken achter het stuur te kruipen, de veiligheidsgordel niet te gebruiken, te snel te rijden, of te telefoneren. Die “waarden” delen velen van ons immers, en zelfs voor wie die waarden niet deelt, zijn ze niet vreemd.

We weten allemaal dat bij het volgende wetsvoorstel om de maximumsnelheid op de snelweg te beperken tot pakweg 110 kilometer per uur, vele politici en commentatoren elkaar zullen verdringen om de woorden ‘overheid als schoonmoeder’ in de mond te nemen. Dat is net wat veel inwoners van de Verenigde Staten denken over gecontroleerd vuurwapenbezit. Feiten alleen zullen hen niet overtuigen, en met cijfers alleen brengen we het aantal verkeersdoden in België ook niet terug.

Gedeelde waarden

Zolang we overleggen met mensen die, tenminste in grote lijnen, onze waarden delen, is het niet nodig om die waarden telkens opnieuw te bevestigen. Wanneer u en ik het erover eens zijn dat we als maatschappij moeten proberen om het aantal werklozen zo laag mogelijk te krijgen, kunnen we een volwassen gesprek voeren over de feiten en cijfers die aantonen dat deze of gene maatregel de werkloosheid naar beneden brengt. Het zou erg vervelend zijn als we na elke zin zouden moeten bevestigen dat we een lage werkloosheidsgraad belangrijk vinden.

De mondialisering brengt nieuwe uitdagingen met zich mee, waarvoor onze oude waarden geen pasklaar antwoord bieden.

Maar ik vrees dat er in deze tijden steeds minder zekerheden zijn over gedeelde waarden, onder andere door de mondialisering. Steeds meer mensen vestigen zich elders dan waar ze zijn opgegroeid, brengen hun waardeoordelen mee, en geven ze door – geheel of gedeeltelijk – aan hun kinderen. Wat in het buitenland gebeurt, heeft gevolgen voor mensen die hier wonen. Die gevolgen zijn niet altijd prettig en “de buitenlander hier” wordt dan gauw vereenzelvigd met “het buitenland”.

Tenslotte brengt de mondialisering nieuwe uitdagingen met zich mee, waarvoor onze oude waarden geen pasklaar antwoord bieden.

Bijvoorbeeld: hebben de inwoners van een arm land in Afrika een morele plicht om de productie van tabak te verminderen, met als bedoeling het aantal slachtoffers van longkanker in België te verminderen? Of mogen ze zeggen: ‘wij produceren tabak, geen kanker, als mensen in België die tabak willen oproken is dat hun probleem’?

Het feit dat wij 7% van ons BNP besteden aan gezondheidszorg in België, en 0,07% van ons BNP aan gezondheidszorg in het armste ontwikkelingsland, geeft een idee van onze waardeverhoudingen. (Inderdaad, cijfers tellen ook.) Als we die waardeverhoudingen toepassen op alle mondiale uitdagingen gaan we niet ver komen.

We moeten bereid zijn om onze waarden te bespreken, ook en vooral met mensen die ze niet delen.

Ook ik voel me ongemakkelijk wanneer ik word uitgedaagd om waardeoordelen die echt belangrijk voor mij zijn, bespreekbaar te maken. Ik probeer begrip op te brengen voor mensen (mannen) die de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen in twijfel trekken, bijvoorbeeld, maar zou zelf nooit met mijn gezin willen wonen in een land waar het volgens de beleidsmakers niet onrechtvaardig is dat mijn dochter minder kansen krijgt dan mijn zoon.

Terugdenken aan mijn jeugd, toen mannen niet met mannen mochten trouwen, en vrouwen niet met vrouwen, helpt om te beseffen dat veel waardeoordelen niet zo vanzelfsprekend zijn als we zouden willen. Maar ik blijft toch graag gebruik maken van de Universele Verklaring van de Mensenrechten als een vestingmuur – alsof de waarden die daarin vervat zijn eeuwig en universeel zouden zijn.

Toch denk ik dat we bereid moeten zijn om onze waarden te bespreken, ook en vooral met mensen die ze niet delen. Bespreekbaar maken is niet hetzelfde als opgeven – in tegendeel, wat mij betreft – maar het vraagt wel een bereidheid om evidenties opnieuw te bevragen. Want als we meningsverschillen over waarden onderdrukken, dan komen ze terug in de vorm van alternatieve feiten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift