'De klimaatjongeren roepen ons ter verantwoording'

VN-topvrouw voor milieu: ‘Doen we wel genoeg en ligt het tempo hoog genoeg?’

© Joyce Mguya

Joyce Mguya

‘Ik ben optimistisch wanneer ik zie wat er allemaal in beweging is gekomen, maar ik ben bezorgd wanneer ik vaststel dat het allemaal veel tijd vergt terwijl de urgentie enorm groot is’, zegt Joyce Msuya, directeur van het VN-Milieuprogramma UNEP. ‘Ik ben heel blij dat de jongeren ons herinneren aan onze verantwoordelijkheid.’

Klimaatbeleid maken is saai en taai maar noodzakelijk. Het klimaatakkoord van Parijs is volgens Msuya een onmisbaar instrument bij dit intensieve en vaak frustrerende werk. Dat de VS onder Trump het akkoord verlieten, maakt haar niet ongerust. ‘Dit akkoord is “too big to collapse” zegt ze, te groot om in te storten want zoveel landen hebben zich met grote overtuiging achter dit akkoord geschaard.

Tussen december 2015, toen het klimaatakkoord van Parijs het licht zag, en vandaag is de wereld veranderd. Zo’n akkoord zou vandaag geen schijn van kans meer maken. Ziet u nog engagement voor het klimaatprobleem.

Joyce Msuya: De wereld is inderdaad erg veranderd maar ik probeer naar de positieve ontwikkelingen te kijken. Het akkoord van Parijs heeft het politieke profiel van het klimaatprobleem op een hoger niveau getild. Elk land dat ik bezocht, heeft het klimaatprobleem op de politieke agenda staan. Het Parijsakkoord heeft een momentum gecreëerd en in verschillende landen zie je regeringsleiders en politici die actie willen ondernemen. Het klimaatakkoord biedt een kader om een beleid uit te stippelen en om te checken wat landen effectief doen.

Het functioneert als een werkinstrument en drukkingsmiddel?

Joyce Msuya: Precies. Het ondersteunt ook milieuministers om extra inzet en middelen te vragen om het probleem aan te pakken. Ik heb zojuist ambtenaren van de Eilanden van de Stille Oceaan ontmoet. Die regio is uiterst kwetsbaar voor de impact van klimaatverandering. Zij zijn vragende partij om hen te helpen om een klimaatbeleid uit te stippelen en concrete maatregelen uit te werken. Zij schreeuwen om aandacht voor hun probleem en het Parijsakkoord is voor hen een houvast hierbij. Guyana bijvoorbeeld is nu een ontwikkelingsplan voor groene economie aan het uitwerken, geïnspireerd door het akkoord.

‘Ook voor de jongere generatie is het Parijsakkoord belangrijk. Het kreeg heel wat aandacht op de sociale media en genereerde een constructief activisme dat zich vandaag in de straten laat zien.’

Ook voor de jongere generatie is het Parijsakkoord belangrijk. Het kreeg heel wat aandacht op de sociale media en genereerde een constructief activisme dat zich vandaag in de straten laat zien. In verschillende Europese landen is er educatief materiaal over het thema ontwikkeld en ook dat werpt zijn vruchten af. Jongeren zijn geïnformeerd en willen actie zien.

Er worden ook initiatieven genomen op regionaal vlak. Zo organiseren we in maart in Nairobi, waar UNEP zijn hoofdzetel heeft, een One Planet Top met de focus op Afrika.

Toch zijn er ook negatieve ontwikkelingen: de VS die met Trump uit het akkoord stapten en de president van Brazilië die overweegt om hetzelfde te doen. Tast dit de globale ambities niet aan?

Joyce Msuya: Het akkoord van Parijs is too big to collapse, dat kan niet zomaar van tafel geveegd worden. De landen die het akkoord getekend hebben, deden dat met heel veel overtuiging en na lange discussies. Ze zijn zich wel degelijk bewust van het probleem want klimaatverandering kent geen grenzen. Europa blijft nog steeds een voortrekker op het vlak van klimaat, Canada ook. En verschillende staten van de VS houden vast aan een sterk klimaatplan, ondanks het scepticisme van hun president. Je hebt inderdaad landen die achterop geraken of minder geëngageerd zijn, maar over het algemeen zijn de ontwikkelingen zeker positief.

Ik zou wel willen dat het sneller ging, maar realistisch gezien zijn er maatregelen met een hoog kostenplaatje of die een overgangsperiode vergen, zoals het verbod op het gebruik van plastic tasjes. De industrie moet zich aanpassen aan de nieuwe regels van recycleren, hergebruiken en vergroenen.

Ik wil geduldig optimistisch zijn en zie dat veranderingen zich doorzetten, helaas niet aan de snelheid die we zouden willen.

Ziet u een integratie groeien van het klimaatbeleid in het algemene beleid of blijft het een afzonderlijk vakje?

UNEP heeft een sterke werking met de Europese Unie en in haast elke bijeenkomst die we deze dagen hadden, is het klimaatthema aan bod gekomen. Ook circulaire economie staat hoog op de agenda.

Joyce Msuya: UNEP heeft een sterke werking met de Europese Unie en in haast elke bijeenkomst die we deze dagen hadden, is het klimaatthema aan bod gekomen. Ook circulaire economie staat hoog op de agenda. Klimaat doorkruist alle thema’s en regio’s. Als je een rijk geïndustrialiseerd land bent, moet je het afvalprobleem aanpakken. Als je een kleine eilandstaat bent, is de prioriteit de grote kwetsbaarheid voor de klimaatimpact. Ook bij onderzoek en innovatie kwam het klimaatprobleem ten berde.

Klimaatverandering is vandaag een ontwikkelingsthema. Op tal van eilanden zijn de inkomsten uit toerisme sterk gedaald, omwille van de klimaatimpact. Om beleid uit te stippelen, hebben we vandaag veel meer informatie, meer data om beleidsmakers te ondersteunen om keuzes te maken en een pad uit te stippelen.

Ik was in Zuid-Afrika voor een samenkomst over groene economie. Ik was echt onder de indruk van de gedrevenheid. Ministers van Milieu en van Financiën waren echt geïnteresseerd in het ontwikkelen van een groene economie. Een sterke focus was de kost van actie, maar ook de kostprijs van niets doen en dat vond ik erg relevant. Er was een sterk engagement om met dit inzicht de andere politici te gaan overtuigen over wat de gevolgen zijn van niet-handelen.

U wijst op het leiderschap van Europa. Toch heeft dit na de top van Kopenhagen heel wat aan kracht ingeboet. De Unie is een verdeeld blok geworden. Kijk naar Polen waar de steenkoolindustrie zo belangrijk blijft.

Joyce Msuya: Ik ben het daar niet mee eens. In de multilaterale context is de Europese Unie nog steeds een voortrekker. Op de One Planet Top in Nairobi zal ook president Macron aanwezig zijn. Europa speelt nog wel degelijk een belangrijke rol.

Ook in het Zuiden zien we dat het ene land meer doet dan het andere. De lat ligt niet voor alle landen even hoog. Maar Europa blijft wel degelijk een voortrekker, ook op het vlak van financiële en technologische ondersteuning. UNEP heeft bijvoorbeeld een samenwerking met het Technologisch Centrum voor Klimaatverandering in Kopenhagen, Denemarken. Europa steunt ons in het werk rond afval in de zeeën en alles wat er opgezet wordt in de sensibilisering over het probleem van de oceanen.

Op de klimaatconferenties wordt er altijd stevig gediscussieerd over “het recht op ontwikkeling” en over de nood aan een nieuw ontwikkelingsparadigma. Is het vergroenen van de economie dan genoeg?

Joyce Msuya: Groei en duurzaamheid sluiten elkaar niet uit, je kan duurzame groei hebben. We hebben de duurzame ontwikkelingsdoelen met doelstellingen tegen 2030. De keuzes die industrielanden daarbij moeten maken, verschillen van deze die ontwikkelingslanden dienen te maken, wanneer het gaat over productie en consumptie, afvalbeheer, hernieuwbare energie. In de industrielanden is het pad van de circulaire economie echt belangrijk.

‘Je ziet steeds meer hoe landen uit eigen initiatief maatregelen nemen. De Keniaanse regering heeft een verbod uitgevaardigd op plastics voor eenmalig gebruik.’

Je ziet steeds meer hoe landen uit eigen initiatief maatregelen nemen. De Keniaanse regering heeft een verbod uitgevaardigd op plastics voor eenmalig gebruik. Die zijn uit de handel genomen. Dat heeft meteen een positieve impact op de stranden. Ook in Rwanda en Eritrea geldt zo’n verbod. Op sommige eilanden, zoals Palau, moet je bij de aanvraag van een visum om het eiland te bezoeken, een verklaring tekenen dat je geen ecologische schade zult aanbrengen omdat het ecosysteem zo kwetsbaar is.

Volstaat deze vergroening om tot een ander model te komen?

Joyce Msuya: Ik denk het wel, wanneer we echt leren om circulair in plaats van lineair te denken. Neem bijvoorbeeld het domein van voedselproductie en –consumptie. We moeten verspilling tegengaan en anders leren produceren. Technologie heeft daarin een belangrijke bijdrage te leveren, zeker ook in de landbouwsector. Dankzij technologische innovatie kunnen we slimme druppelirrigatie toepassen. In landen als India maakt die technologie echt een verschil.

Rwanda ontving een prijs voor zijn Nationale Koeling Strategie. Wat houdt dit precies in?

Joyce Msuya: Dit gaat over het bannen van giftige gassen die in koelinstallaties zoals koelkasten en airco gebruikt worden. Het is een onderdeel van het Kigali-amendement op het Montreal Protocol (het VN-protocol van 1987, over het uitfaseren van de schadelijke CFK-gassen die de ozonlaag aantasten, adw). Rwanda heeft het duurzamer maken van hun levensstijl echt tot prioriteit gemaakt.

Afrika is een regio die erg kwetsbaar is voor klimaatimpact. Het conflict in Syrië is op gang gebracht door aanhoudende droogte en mondde uit in een stroom vluchtelingen naar Europa. Klimaatvluchtelingen zullen in de toekomst alleen maar toenemen. Hoe moeten we ons hierop voorbereiden?

‘In Zuid-Soedan wordt er samengewerkt met de Europese Unie om te zien hoe je bewoonbare regio’s kunt terugwinnen en veilig stellen voor droogte of andere klimaatimpact.’

Joyce Msuya: Dit is een thema dat zeker onze aandacht trekt en waar we intens willen aan werken als een probleem van klimaat, in relatie met veiligheid, in regio’s als Zuid-Soedan en Afghanistan. In regio’s waar er een grotere kwetsbaarheid is, willen we werken aan preventie en het afremmen van de klimaatimpact, om te voorkomen dat mensen moeten wegtrekken. Het hervestigen van mensen is immers veel duurder. In Zuid-Soedan wordt er samengewerkt met de Europese Unie om te zien hoe je bewoonbare regio’s kunt terugwinnen en veilig stellen voor droogte of andere klimaatimpact. De EU ondersteunt daarbij met technische assistentie en kennis.

Al het werk dat we opzetten rond bosbouw, de strijd tegen erosie, het vrijwaren van bewoonbaar land, aanpassingen op het vlak van landbouw en technologische ondersteuning hiervoor, dat past allemaal in het kader van het voorkomen van klimaatvluchtelingen. We proberen zo het probleem bij de bron aan te pakken.

Migratie heeft vaak ook te maken met armoede. Daarom werken we ook programma’s uit van bosbouw om inkomsten te genereren voor de bewoners, zodat ze niet hoeven te migreren. Zowel de Afrikaanse Unie als de Sahel-landen ondernemen actie, met steun van de Europese Unie, om in deze regio die uitermate gevoelig is voor klimaatimpact, migratie te voorkomen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

U zegt dat u optimistisch wil zijn. Waar ziet u de sterkste impact van het tot nu toe gevoerde klimaatbeleid?

Joyce Msuya: Ik zie optimisme op drie niveaus: er is een veel groter bewustzijn van het probleem dan pakweg twintig jaar geleden. Dat komt ook door de reële impact van de klimaatverandering, kijk naar de tsunami’s in zuidoost-Azië. Een tweede element is het besef dat de klimaatproblematiek raakt aan de economie en aan alle domeinen van ons leven. De politici moeten waken over het welzijn van de mensen, de veiligheid van het land en moeten zich dit probleem aantrekken.

‘De combinatie van jongeren die zich engageren en sociale media die sensibiliseren, genereert constructieve vibes en dat is een groot potentieel.’

En een derde element is de jonge generatie die het thema echt heeft opgenomen. Mijn twee kinderen bijvoorbeeld zijn voortdurend alert op welk plastic we nog in huis hebben. De combinatie van jongeren die zich engageren en sociale media die sensibiliseren, genereert constructieve vibes en dat is een groot potentieel.

Waar maakt u zich zorgen over wanneer het over het klimaatprobleem gaat?

Joyce Msuya: Ik vraag me af of we wel genoeg doen en of het tempo hoog genoeg ligt. Het gaat allemaal erg traag. Ik maak me ook zorgen over hoe de jongere generatie op ons zal terugkijken. Kunnen we zeggen dat we ons best gedaan hebben? Gezien de urgentie, is de snelheid waarmee we in actie komen, te laag. Dat is zorgwekkend. Het is heel goed dat de jongeren ons ter verantwoording roepen. Het is een heel bemoedigend signaal dat jonge mensen zich engageren voor een betere toekomst.

***

Joyce Msuya is gedreven en vriendelijk, en ze leidt momenteel een van de belangrijkste VN-organisaties. Dat ze zelf Tanzaniaanse is en dat UNEP, of UN Environment zoals haar voorganger de organisatie informeel liet hernoemen, zijn hoofdkantoor in Kenia heeft, voegt alleen maar toe aan het belang van een gesprek met haar.

Toch wandel ik buiten met een onvoldaan gevoel. Ik kan ik me niet van de indruk ontdoen dat ook mevrouw Msuya zichzelf voortdurend moest overtuigen van haar optimistische invalshoek. Het klimaatprobleem is sinds het Parijsakkoord wel degelijk op de achtergrond geraakt, en moest wijken voor op het eerste gezicht dringender problemen als migratie en nieuwe geopolitieke spanningen. Alle orkanen, droogtes en hittegolven ten spijt. En het Europese leiderschap is wel degelijk verzwakt, de Unie heeft vandaag veel meer moeite om een ambitieus en eensgezind standpunt te bereiken.

Voor een VN-functionaris is het wellicht ongepast om scepsis of frustratie te tonen. En hoe relevant deze VN- Milieu- en Klimaatinstanties ook zijn om een beleid op wereldvlak vorm te geven, ze geraken niet verder dan soft law, niet afdwingbaar, too little too late. Het is pijnlijk hoe op deze manier de lat schijnbaar steeds lager wordt gelegd, dat men met steeds minder genoegen moet nemen, om doemdenken af te wenden.

Maar het is niet vijf voor twaalf maar middernacht, de opwarming heeft zich al 1°C doorgezet. De toekomstige generaties zullen ons niet in dank afnemen dat we niet vroeger in actie kwamen. En of ze veel begrip willen opbrengen voor de langue de bois die politici, diplomaten en hoge ambtenaren gebruiken om de dreiging van de toekomst te verpakken als optimisme en geloof in het menselijke vermogen, is zeer de vraag. Of neen, het is niete langer een vraag. We kennen het antwoord, elke donderdag opnieuw.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.