Waarom Tunesische vrouwen warmlopen voor IS

Amel Grami: ‘Niemand gelooft dat vrouwen zélf kunnen kiezen. Daarom konden we hun keuze voor IS niet voorkomen'

© recht-als-kultur.de

 

‘Kijk, daar liep ik’, wijst Amel Grami vanuit het sjieke etablissement George V in een zakenwijk van Tunis. ‘Ik was op weg naar de apotheek, toen ik plotseling werd aangevallen door een vrouw.’

Grami begreep meteen wat er aan de hand was; in de dagen ervoor had ze al doodsbedreigingen ontvangen na een brisant optreden op de staatstelevisie. Ze kreeg bedreigende berichten via Facebook, maar ook per post op haar kantoor bij de Manouba universiteit.

© Amel Grami/Facebook

 

‘Na die aanval kreeg ik politiebeveiliging en werd mijn huis bewaakt. Ik kon een tijd niet meer naar de universiteit. Maar op een gegeven moment wen je er min of meer aan – het wordt onderdeel van je dagelijks leven.’

Amel Grami, islamoloog en hoogleraar genderstudies aan de Manouba-universiteit in Tunis, schuwt de controverse niet. Ze verdedigt gelijke rechten LHBT door te wijzen op transgenders in de entourage van profeet Mohammed, en ging undercover in nikaab om te begrijpen wat geradicaliseerde vrouwen beweegt. Onlangs publiceerde ze haar boek ‘Vrouwen en terrorisme’.

Wat ging er aan die bedreigingen vooraf?

Amel Grami: In 2016 werd ik uitgenodigd voor een interview op de nationale zender voor een gesprek over politiek, islam, en de relatie tussen mannen en vrouwen. In die tijd was er een polemiek rond homoseksualiteit; drie of vier mensen waren om deze reden gedood door hun familie. De journaliste vroeg mijn mening over homoseksualiteit en de relatie met de Koran. Ik heb daar veel onderzoek naar gedaan en zei, uiteraard: er is geen duidelijke bestraffing op homoseksualiteit in de Koran. De profeet Mohammed had transgenders in zijn entourage. Ik haalde dat aan, om zo LGBT-rechten te verdedigen. Maar op die manier refereren aan de profeet, bleek een groot taboe.’

‘Mijn man kreeg berichten dat ik vreemdging. Je familie betaalt de prijs als je activist bent.’ 

Na de bewuste uitzending trad de machinerie van Ennahda in werking, zegt Grami, verwijzend naar de regeringspartij van gematigde islamisten. ‘Mijn man kreeg berichten dat ik vreemdging, er circuleerden gefotoshopte beelden van mij, mijn reputatie werd beschadigd. Je familie betaalt de prijs als je activist bent.’ 

Faculteit onder vuur 

Amel Grami is professor aan de Manouba Universiteit in Tunis, waar ze deel uitmaakt van een vakgroep die pleit voor een moderne herinterpretatie van de islam. De vakgroep kwam eind 2011 onder vuur te liggen van salafisten. ‘Ze bezetten de letterenfaculteit en eisten scheiding van mannelijke en vrouwelijke studenten, en andere salafistische leefgewoontes.’ Met haar collega’s wist ze de vrije ruimte die ze hadden te verdedigen, Grami werd een publiek figuur met optredens in talkshows en een column in de krant Al Maghreb. Ze doet onderzoek naar de definitie van vrouwelijkheid in de islamitische cultuur – een thema dat volop in beweging raakte in postrevolutionair Tunesië.

Dat deze vrouwen nu een gezichtssluier konden dragen, was voor hun een herwonnen vrijheid.

Amel Grami: Januari 2011 was de maand van de grote omwenteling met het vertrek van dictator Ben Ali. Maar wat er volgde in februari, heeft me volledig in beslag genomen. Plotseling zag ik vrouwen, volledig bedekt in nikaab, de straat op gaan om hun rechten te eisen. Dat was een vreemde combinatie voor me.

De nikaab, die gezichtssluier die alleen de ogen vrij laat, was een nieuw fenomeen in Tunesië – onder Ben Ali was het verboden. Onder zijn regime was er sprake van opgelegd staatsfeminisme, en religieuze uitingen werden streng gecontroleerd. Dat deze vrouwen nu een gezichtssluier konden dragen, was voor hun een herwonnen vrijheid. Voor mij was het een aardverschuiving: ik realiseerde me dat er niet langer sprake was van dé Tunesische vrouw die vrijheid zoekt.

Magharebia (CC BY 2.0)

Straatprotest voor vrouwenrechten in 2011 in Tunis

Nieuwe groep vrouwen

Grami raakt gefascineerd door deze nieuwe groep vrouwen. Net als haar zijn ze opgegroeid in een Tunesië dat altijd trots is geweest op haar voorbeeldpositie in de Arabische wereld als het gaat om vrouwenrechten. Hoe konden zij zich aangetrokken voelen tot een gedachtegoed dat hun rechtspositie achteruit bracht?

Toen steeds meer foto’s verschenen op sociale media van Tunesische vrouwen poserend met wapens , realiseerde ik me dat zij een rol zouden spelen in terroristische organisaties.

Amel Grami: ‘Ik verzamelde alles wat ik over hen kon vinden. Vanaf 2012 ontstonden er steeds meer salafistische websites beheerd door vrouwen en Facebookgroepen waarin video’s werden gedeeld over polygamie en sharia wetgeving.

Ze bespraken nieuwe rolmodellen – niet de vrouwen waarmee wij werden onderwezen, zoals Simone de Beauvoir, Nawal al-Saadawi of Fatima Mernissi, maar beroemde vrouwelijke strijders van Hamas en jihadisten uit Tsjetsjenië. Deze vrouwen werden vereerd als heldinnen.

Gaandeweg zag ik dat de jihad een steeds belangrijker onderwerp werd in de discussies. Toen er vervolgens steeds meer foto’s verschenen van Tunesische vrouwen poserend met wapens op sociale media, realiseerde ik me dat Tunesische vrouwen een rol zouden gaan spelen in terroristische organisaties zoals de terreurgroep Ansar al-Sharia.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Tunesië staat bekend als het land waar de meeste strijders van IS vandaan komen. U zag hun vertrek dus al aankomen?

Amel Grami: Al voor de grote groep Tunesiërs naar IS vertrok, begreep ik dat dit risico bestond. Ik vond het alarmerend wat ik online las, en waarschuwde de politici van Ennahda, die destijds nog de grootste partij was: Er is iets gaande, houd deze mensen in de gaten. Laat deze vrouwen toch, kreeg ik te horen. Ze nemen slechts de ruimte om hun mening te uiten. Ik ben nog steeds geschokt dat ze dit niet serieus hebben genomen. Hadden ze dat wel gedaan, dan hadden we de massale uitstroom misschien kunnen afremmen.

Waarom werd u niet serieus genomen?

Amel Grami: De regering wist heel goed dat er, onder de paraplu van liefdadigheid, reizen naar IS-gebied werden georganiseerd door de Tunesische tak van terreurbeweging Ansar al-Sharia. Het was regeringsbeleid om dit te negeren – Ennahda heeft mensen in hun gelederen die betrokken zijn geweest bij het organiseren van reizen naar IS. Parlementariër Leila Chettaoui heeft hier onderzoek naar gedaan en aangetoond dat een aan Ennahda verbonden imam hierin een rol speelde.

Wat ook een rol speelde, is dat men gewoonweg niet wilde geloven dat deze vrouwen hun familie, hun leven zouden achterlaten om zich bij IS te voegen. Laat staan uit eigen keuze, als strijder. Het past niet in een patriarchale samenleving als die van Tunesië.

Ennahda was in die tijd vooral druk bezig met een eigen revolutie, ze dachten toen nog dat ze het verhaal van Iran konden kopiëren en een religieuze staat konden vestigen. Het succes van de Moslimbroederschap in Egypte had ze hoop gegeven. Ze hadden sterke banden met de broederschap in Jordanië, Egypte en Qatar. Er was geld, een sterke organisatie, groepen die veel invloed hadden binnen het onderwijs, groepen die de kleding van vrouwen op straat konden corrigeren. Ze hadden niet verwacht dat het verzet tegen hun pogingen een religieuze staat te vestigen zo groot zou zijn.

Zwijgcultuur

Zijn er cijfers over hoeveel Tunesische vrouwen zich bij IS hebben gevoegd?

Amel Grami: Nee. Er is veel onduidelijkheid over de hele kwestie rond jihadgangers. Het ministerie van Binnenlandse Zaken sprak eerst over ongeveer honderd vrouwen die zijn vertrokken. Maar volgens het ministerie van Vrouwenzaken zou het om 700 vrouwen gaan. Rond dit onderwerp bestaat een grote zwijgcultuur.

Onlangs publiceerde u het boek ‘Vrouwen en terrorisme’. Wat kunt u zeggen over de rol van vrouwen in terroristische groeperingen?

Amel Grami: Er bestaat nog altijd een sterk stereotype over vrouwen die zich bij IS of andere groeperingen voegen. In de Arabische wereld zijn vrouwen allereerst een lichaam. Dus gaan we ervanuit dat ze seksslavinnen zijn, of op zijn minst minnaressen, van IS-strijders. In organisaties als Al-Qaida zag je vrouwen nog wel veel in klassieke rollen – koken, ondersteunen, verzorgen. Maar dat is veranderd. Bij IS zie je vrouwen in nieuwe rollen: aan de frontlinie om te vechten, maar ook als bijvoorbeeld dichteres om te schrijven over de heldendaden – een klassieke mannenrol in de Arabische geschiedenis. IS stimuleert vrouwen hun verhaal te delen. En zij rekruteren zo andere vrouwen. 

U ging voor uw boek undercover als salafiste de moskee in, om te begrijpen wat vrouwen aantrekt in deze groepen.

Amel Grami: Ik heb een nikaab gekocht en deed me in de moskee voor als moslima die op zoek is naar haar identiteit. Zodoende kwam ik in gesprek met veel salafistes. Als islamoloog ken ik hun taal, zodoende won ik vertrouwen. Deze vrouwen zijn geradicaliseerd, maar niet per definitie van plan zich bij de jihad te voegen – dat zijn echt verschillende niveaus. Voor zover ik weet, heeft geen van de vrouwen die ik sprak, zich uiteindelijk bij IS gevoegd.

Wat me opviel in de gesprekken, is dat zij een vrouwbeeld koesteren dat nieuw is in Tunesië. Ze zijn op zoek naar bescherming. Dat heeft een directe link met het vijandige klimaat. Er is veel criminaliteit en onveiligheid, ook binnen relaties – geweld tegen vrouwen is hier alomtegenwoordig. In deze kringen gaan foto’s rond van mannen die lachend poseren met bijlen of kalasjnikovs. Het is een beeld als uit een actiefilm: een man die jou beschermt, jij zult zijn koningin zijn. Een comfort dat haaks staat op hoe er in Tunesië met hen wordt omgegaan.

Geven deze vrouwen hun rechten op, simpelweg voor de belofte van bescherming door een man?

Daarbij is er interessant verschil tussen vrouwen uit de Maghreb en vrouwen uit Saoedi-Arabië en de Golflanden. Deze laatsten voegen zich óók bij IS om zich te bevrijden van de hegemonie van mannen en het regime in hun thuisland.

Amel Grami: Vrouwen bij IS zijn geen zielige figuren. Ze hebben een goede positie, worden geëerd, kennen waardigheid. In onze cultuur is eer en trots nog altijd van groot belang. Tegelijkertijd dulden we het niet dat iemand fouten maakt in zijn leven – er is weinig ruimte voor herstel. Denk je de positie in van een gescheiden vrouw of alleenstaande moeder. Voor ons zijn ze hun waardigheid verloren. Bij IS kunnen ze die heroveren.

Die aantrekkingskracht is voor veel vrouwen sterker dan de puur religieuze overtuiging. Het gaat om richting en betekenis geven aan je leven. Voor deze vrouwen, maar net zo goed voor de mannen, geldt dat ze in een proces van wedergeboorte zijn. Ze beginnen een nieuw leven, krijgen een nieuwe identiteit. Ze geven alles op om de mythe te leven van een islamitische staat.

Daarbij is er interessant verschil tussen vrouwen uit de Maghreb en vrouwen uit Saoedi-Arabië en de Golflanden. Deze laatsten voegen zich óók bij IS om zich te bevrijden van de hegemonie van mannen en het regime in hun thuisland. Zo zijn er vrouwen die alleen met hun kinderen naar IS zijn vertrokken, terwijl ze hun man achterlieten. Eenmaal bij de groep worden ze hartelijk verwelkomd. Ze veranderen van positie: van onderdrukte naar moedige vrouw.

Islamitische Staat geldt ondertussen als bijna verslagen. Naar schattingen van de VN hebben ruim 5.000 Tunesiërs zich in de strijd gemend. Wat gebeurt er met degenen die terugkeren?

Amel Grami: We hebben werkelijk geen idee hoe de regering hier mee omgaat. Of ze meteen naar de gevangenis gaan, of niet. Er is nul informatie. Op dit onderwerp rust een groot taboe. Ik weet dat een aantal strijders heeft weten te ontsnappen en terug is in Tunesië. Waar die zijn gebleven, is de grote vraag.

Op dit moment zitten er veel Tunesische vrouwen vast in Libische gevangenissen. Libië wil dat Tunesië ze terugneemt, maar daar is groot verzet tegen. De samenleving is kwaad, accepteert deze mensen niet, en we hebben niet het geld om ze te behandelen of vast te zetten. Ennahda-leider Ghannouchi heeft in eerste instantie voorgesteld ze gewoon terug in de samenleving op te nemen. Daar is groot protest tegen geweest.

Ik ben ervan overtuigd dat hierover wordt onderhandeld tussen regeringspartijen Ennahda en Nidaa Tounes. Dat Nidaa deze mensen laat terugkeren zonder automatische gevangenisstraf, in ruil voor steun aan haar programma. Nidaa heeft dat hard nodig, want de partij raakt steeds verder gefragmenteerd.

Wat zou Tunesië volgens u moeten doen?

Amel Grami: Ook al haten we de verschillen tussen ons en deze strijders, het zijn Tunesiërs. Dus moeten we onze verantwoordelijkheid nemen en ze toestaan terug te komen naar ons land. We moeten dit probleem samen oplossen. Of en hoe je kunt deradicaliseren, dat is niet mijn domein.

Ook al haten we de verschillen tussen ons en deze strijders, het zijn Tunesiërs.

Wat betreft vrouwen leven we nog steeds in ontkenning. We blijven ze als slachtoffer behandelen, geloven niet dat ze ooit strijder kunnen zijn – dat past niet in een patriarchale samenleving als de onze.

En het komt voort uit angst: als we erkennen dat vrouwen niet alleen lief zijn, maar in staat zijn tot moorden, onthoofden, en daar ook nog trots op zijn, beseffen we dat we voor een groot probleem staan met de mensen die terugkeren. Maar dat besef is nodig om daar daadwerkelijk iets aan te doen.

Bovendien moeten we waakzaam zijn als het gaat om onze vrijheid. Ook voor degenen die niet de strijd zijn aangegaan, geldt dat ze een nieuwe stem vertegenwoordigen in Tunesië. Dat brengt het risico op achteruitgang met zich mee als het gaat om vrouwenrechten. Misschien niet meteen op juridisch niveau, maar wel als het gaat om het debat.

Dat zagen we al in de grondwetgevende vergadering: ineens hoorden we voorstellen over segregatie in de sport en in de publieke ruimte. De vrouwen van Ennahda streden voor de notitie dat vrouwen ‘complementair’ zijn aan mannen. Wij vrouwen moeten misschien wel meer dan ooit onze ruimte verdedigen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift