Robin Hammond fotografeert mentale gezondheidszorg, en het gebrek daaraan

‘Een op vier mensen krijgt ermee te maken, maar we zwijgen erover’

© Robin Hammond

 

Robin Hammonds werk rond geestelijke gezondheidszorg begon in januari 2011, in Zuid-Soedan. ‘Ik was daar om het referendum over de onafhankelijkheid te verslaan. Tijdens die reportage stelde ik vast dat de gevangenissen vol zaten met mensen die mentale problemen hadden, maar waarvoor nergens anders zorg of opvang was.’

De confrontatie met de ellende en uitzichtloosheid waarin die mensen verkeerden en de machteloosheid van de omgeving, wekten in Robin Hammond de oude hoop dat hij met zijn camera de wereld kon veranderen of een beetje menselijker maken. De beelden die hij zeven jaar geleden maakte, mondden uit in One day in my world, een langdurig project dat mentale gezondheid en de noodzakelijke zorg daarrond op de politieke agenda wil krijgen, overal ter wereld.

Op welke manier was die ervaring in Zuid-Soedan anders dan de voorafgaande ontmoetingen met al die andere mensen die moeten vechten om te overleven en het al te vaak zonder toekomstperspectieven moeten stellen?

Robin Hammond: Ik stond oog in oog met een jonge man in ketenen. Hij was naakt, de vloer van zijn cel was echt vies. Hij was niet in staat te communiceren, en dus was het ook onmogelijk om zijn instemming te vragen of te krijgen voor het maken van een foto. Ik heb dat ethische dilemma toen opgelost door een afspraak met mezelf te maken, namelijk dat ik die foto alleen zou nemen met de bedoeling om iets in zijn leven ten goede te veranderen.

85 procent van alle mensen met mentale problemen in arme en opkomende landen krijgen helemaal geen zorg

Dat was het begin van heel wat onderzoek en engagement, zeker toen ik vaststelde dat 85 procent van alle mensen met mentale problemen in arme en opkomende landen helemaal geen zorg kregen, waardoor onnoemelijk veel levens maar ook gezinnen en gemeenschappen verwoest worden.

Het was in wezen een confrontatie met de selectieve blindheid voor de problemen van mentale gezondheid, en ik moest vaststellen dat die deelde. Een op vier mensen op aarde krijgt op een bepaald moment in zijn of haar leven te maken met een probleem van mentale gezondheid, en toch zien we dat niet. Het is maar door errond te werken dat ik er me ook bewust werd van de aanwezigheid van die problemen in mijn omgeving.

Mentale gezondheid is een stigma waarover ook in rijke landen niet gepraat wordt. Daarom koos ik voor het vertellen van de echte verhalen van mensen die onder mentale problemen lijden, vanuit de overtuiging dat die levensverhalen ons meer tot actie zullen aanzetten dan abstracte cijfers en statistieken.

Wat gebeurde er met dat ene beeld dat je nam?

Robin Hammond: De Sunday Times publiceerde het verhaal, en ik had gehoopt dat dit de aanzet zou zijn om die jongen een beter onderkomen en opvang te geven, maar er gebeurde niets. Zelfs de meeste ngo’s die ik contacteerde in Juba reageerden dat dit probleem niet echt tot hun werkveld behoorde.

Het is altijd de verantwoordelijkheid van iemand anders, en ik begrijp dat wel, want het is heel moeilijk om er fondsen voor te krijgen. Hoe maak je de aanpak van mentale gezondheid immers zichtbaar voor donoren, en hoe meet je de effectiviteit van die aanpak? Alleen werden de beelden wel opgemerkt door Handicap International, die aan de slag gingen in Zuid-Soedan. Het gevolg is dat van de 88 mensen die destijds in die gevangenis vastzaten, er nu 80 bevrijd zijn.

Van de 88 mensen die destijds in die gevangenis vastzaten, zijn er nu 80 bevrijd

Zelf ging ik terugdenken aan die andere Afrikaanse landen waar ik gewerkt had en waar ik nooit stilgestaan had bij de mentale gezondheidsimpact van de trauma’s, conflicten en de implosie van de overheid en openbare gezondheidszorg die ik er gecoverd had. Somalië, Congo, Liberia, Sierra Leone.

Ik had in Mogadishu gewerkt, waar ik een voormalig Italiaans project voor mentale gezondheidszorg bezocht had. Toen de oorlog begon, waren de Italianen vertrokken en werd het centrum overgenomen door religieuze autoriteiten. De westerse medicijnen en therapieën werden vervangen door gebeden. Voor heel veel mensen is dat de enige zorg of opvang die ze krijgen: gebed.

Onderzoekt u dan of dat werkt voor die patiënten?

Robin Hammond: Ik was vorig jaar in Ghana waar ik ook een religieuze opvang bezocht, en zowel de patiënten als de hulpverleners drukten me op het hart dat bidden werkt. Vaak zijn religieuzen de enigen die aandacht hebben voor mensen met mentale problemen. Die aandacht kan positief zijn, in de vorm van luisteren en begeleiden, maar ook negatief, in de vorm van opsluiten, ketenen of erger. Zelf ben ik er van overtuigd dat goede medicatie in elk geval noodzakelijk is voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen.

Mentale gezondheidsproblemen wegen meer op de levensverwachting van mensen en op de economie van een land dan ziektes als malaria, kanker of hartziekten. Mensen met mentale problemen leven gemiddeld twintig jaar minder lang dan wie er niet mee geconfronteerd wordt. En de voornaamste drempel voor een meer efficiënte aanpak, is het stigma.

De voornaamste drempel voor een meer efficiënte aanpak, is het stigma

Als ik op een lezing zou vragen wie er kanker overwonnen heeft, zouden er zeker een paar handen omhoog gaan, en iedereen zou applaudisseren. Maar als ik zou vragen wie een mentale ziekte overwonnen heeft, zou niemand wat zeggen, want er leeft heel veel schaamte over. En omdat er geen publiek debat over is, is er ook geen druk op de overheid om er iets aan te doen.

Ook donorlanden, die voor een groot deel de gezondheidsbudgetten van de armste landen financieren, zijn er niet gevoelig voor. Je vindt mentale gezondheid zelfs nauwelijks in de alomvattende duurzame ontwikkelingsdoelen.

© Robin Hammond

 

Maar het probleem bestaat, zegt u, en het zorgt voor mensonterende situaties?

Robin Hammond: Ik was in een vluchtelingenkamp in Somalië, meer bepaald Puntland, en ik had al heel wat mensen gezien die vastgebonden of geketend waren. Op een bepaald moment kom ik zo een twaalfjarige jongen met zware mentale problemen tegen die vastgebonden was aan een paal. Ik vroeg aan de moeder hoe lang haar zoon al vastgebonden werd, en ze bleek dat al negen jaar lang te doen.

Op mijn vraag hoe ze dat haar eigen kind kon aandoen, antwoordde ze dat ze vier kinderen had. Als ze haar zieke zoon zou losmaken, moest ze zich voltijds met hem bezighouden en zouden de andere kinderen geen of onvoldoende eten hebben.

Ik besefte daardoor dat vastbinden of ketenen niet altijd een zaak van misbruik is, maar vaak ook een uiting van het volkomen gebrek aan keuzes of alternatieve opties. Liefde wordt wanhoop, en wanhoop toont zich als misbruik.

Dat betekent ook dat het opzetten van mentale gezondheidszorg niet enkele een zaak is van opvang voor wie ziek is, maar ook veronderstelt dat er meer kansen gecreëerd worden voor het hele gezin.

Robin Hammond: Mentale problemen wegen inderdaad ook op de omgeving, en zeker in arme landen beletten ze meerdere mensen productieve arbeid te verrichten, omdat ze benomen worden door de zorg. In een vluchtelingenkamp aan de rand van Hargeisa in Somalië werd ik naar een schuurtje gebracht waar een jonge man al tien jaar vastgebonden werd.

Nadat ik het verhaal aan een lokale ngo vertelde, zorgden zij ervoor dat de man de juiste medicatie kreeg. Hij gaat nu elke dag naar het medisch centrum, krijgt daar zijn medicatie en zorgt verder voor zichzelf. Dat geeft zijn moeder eindelijk de kans om te werken en een inkomen te verdienen.

Als fotograaf moet je niet alleen een antwoord vinden op de vraag hoe je een effectieve campagne kan lanceren rond deze problematiek, maar ook hoe je het onderwerp en de betrokken mensen in beeld brengt. Hoe bewaak je de waardigheid van de mensen wier verhaal je wilt vertellen?

Als deze man of vrouw familie van mij zou zijn, zou ik dan tevreden zijn om hem of haar op de cover van een tijdschrift te zien staan?

Robin Hammond: Dat is een belangrijke vraag, en ik ken het goede antwoord daar eigenlijk niet op. Het veilige antwoord is dat je, zeker in deze omstandigheden, de toestemming moet vragen van de betrokkenen. Maar soms zijn de mensen niet in staat om daar zelf over te oordelen of een duidelijke keuze te maken of te communiceren. Toch vind ik dat ook die mensen het recht hebben om hun verhaal verteld te krijgen. Mijn lakmoesvraag is dan: als deze man of vrouw familie van mij zou zijn, zou ik dan tevreden zijn om hem of haar op de cover van een tijdschrift te zien staan?

Maar het gaat niet alleen over de vraag of je een foto maakt, maar ook hoe je die maakt en wat je toont. Dat lijkt me belangrijker vanuit het standpunt van menselijke waardigheid.

Robin Hammond: Fotografen moeten inderdaad de integriteit van hun werk goed bewaken. Maar bij mij gaat het niet alleen om een foto, maar ook om het verhaal en om de kans die mensen krijgen om hun eigen verhaal te vertellen en te controleren -wat normaliter niet gebeurt.

Ik zie mijn rol eerder als een tussenpersoon, de schakel tussen deze mensen en een ruim publiek. Dat creëert de ruimte voor andere mensen om ook met hun verhaal over mentale gezondheid te komen.

Als er al medicatie is in de armste landen, dan gaat het om middelen van vijftig jaar terug. Wij zouden die medicatie nooit meer voorschrijven of nemen.

Soms is de impact ook ruimer. Tijdens een van mijn presentaties was ook een ceo van Johnson&Johnson aanwezig. Hij heeft de uitdaging aangenomen, en het bedrijf heeft nu een pilootprogramma lopen in Rwanda om medicatie tegen schizofrenie tot bij de armste patiënten te krijgen.

Dat is enorm belangrijk, want als er al medicatie is in de armste landen, dan gaat het om middelen van vijftig jaar terug. Wij zouden die medicatie nooit meer voorschrijven of nemen.

U hebt vooral in Afrika gewerkt, naast occasionele opdrachten in Libanon of Kroatië. Is er een verschil tussen vertellen over mentale gezondheidsproblemen in Afrika of elders?

Robin Hammond: Dat verschil bestaat, ja. Ik heb de indruk dat in het Noorden het gevoelen groeit dat sub-Saharaans Afrika een beetje een hopeloze zaak is. Of misschien heeft het te maken met het feit dat het publiek hier zich makkelijker herkent in de verhalen uit bijvoorbeeld Kroatië. Het stelt de kernvraag van ons beroep superscherp: hoe portretteren we de andere als een herkenbare mens, waarmee we ons kunnen identificeren? Hoe overstijgen we de afstand die klasse, huidskleur, afkomst, nationaliteit of gender creëert?

Wat doet dit werk met u persoonlijk?

Robin Hammond: Het is vaak zwaar en veeleisend, maar het feit dat ik kan samenwerken met mensen die het probleem echt aanpakken, geeft het allemaal een doel. En dat maakt echt een verschil. Want anders riskeert het allemaal eerder voyeurisme te zijn.

Handicap International zet in op mentale gezondheidszorg in het Zuiden via de campagne Touching Minds, Raising Dignity. Meer info op www.handicapinternational.be

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur