Kate Raworth: ‘Het hart van de economie is een donut’

De meest effectieve vorm van protest is iets nieuws voorstellen. Met Doughnut Economics schuift de Britse econome Kate Raworth een omkering van het economische denken naar voor, een omkering waarbij de natuur niet langer de blinde vlek van het systeem is, maar er samen met de mens het hart van vormt. 

© kateraworth.com

 

‘De toekomst is hier’, zegt Kate Raworth terwijl ze uit haar valies op haar hotelkamer in Stockholm een gele tuinslang haalt. Ze houdt het ene uiteinde boven haar hoofd en laat het andere omlaag bengelen. ‘De oude economie. We stoppen er bovenaan iets in, het komt er onderaan weer uit en valt in het beste geval in de vuilniszak met de juiste kleur. Het proces is grotendeels lineair. Van grondstof over product naar afval dat voor een klein deel hergebruikt wordt.’

Dit’ - ze houdt de uiteinden op borsthoogte tegen elkaar zodat de slang een gesloten kring vormt - ‘is een eerste stap in de goede richting: het circulaire model. Er gaan zo min mogelijk materialen en grondstoffen verloren. Alleen zijn we druk doende deze kringlopen bedrijf per bedrijf, sector per sector te organiseren.

Een beetje lachwekkend

Het zijn circulaire silo’s. Je kapotte laptop moet terug naar het bedrijf dat die laptop monteerde; je lege, glazen waterfles naar het bedrijf dat het vulde met water. Als je er vanop een afstand naar kijkt, is het een beetje lachwekkend. De natuur is op dat vlak zo veel efficiënter. Een dode papegaai wordt niet afgebroken en weer opgebouwd tot een papegaai, die wordt voedsel voor zowat alles.’

‘Een dode papegaai wordt niet afgebroken en weer opgebouwd tot een papegaai, die wordt voedsel voor zowat alles.’

Ze legt de gele tuinslang opzij, duikt even weg naast het kleine, fineerhouten bureau en balanceert nu een bol gemaakt van Knex tussen beiden handen. Om rond te blijven, moet de verhouding tussen de verschillende plastic staafjes, hoekelementen en knooppunten in evenwicht zijn.

Dat is de toekomst waar ze het zo even over had. Een economie als een ecosysteem, waar alles met elkaar verbonden is, waar de afvalstoffen van het ene bedrijf de grondstoffen van het andere zijn, waar warmte niet langer via indrukwekkende schoorstenen in de lucht wordt uitgebraakt, maar doorheen een netwerk van reële buizen van fabriek naar woonwijk en weer terug circuleert en waarbij de ambitie niet is om ‘niet langer te vervuilen’, maar om het land waarop men zich bevindt, de lucht waarin men werkt te voeden en te laten floreren.

Eeuwige groei destructief

Raworth noemt het de ‘open source circulaire economie’. Het is de kern van de Doughnut Economics, of Donut Economie die ze in haar boek beschrijft. Het is de economie waar de vraag naar groei wegdeemstert, ja zelfs wat overbodig en ouderwets aanvoelt. Of die groei nu groen, duurzaam, inclusief, slim, goed, evenwichtig of welk ander adjectief men er tegenwoordig op politiek niveau graag aan vastlijmt, is bijna irrelevant.

Het gaat over hoe we op deze planeet kunnen thuiskomen, hoe we de ‘eco’ in economie kunnen koesteren. ‘Groei is eenvoudigweg onvoldoende als doel op zich’, meent Raworth terwijl ze haar attributen weer opbergt.

‘Groei is goed zo lang het nodig is. Ik wil mijn kinderen zien groeien, ik wil de planten in mijn tuin zien groeien, maar ik weet ook: als mijn kinderen nooit stoppen met groeien, dan passen ze binnenkort niet meer aan mijn tafel en zullen ze uiteindelijk door het dak van mijn huis breken.

‘Een systeem gebaseerd op de utopie van eeuwige groei is voorgeprogrammeerd om zichzelf te vernietigen’

Een systeem gebaseerd op de utopie van eeuwige groei is voorgeprogrammeerd om zichzelf te vernietigen. Groei is een wonderlijke, gezonde fase in het leven en de natuur, maar evengoed in de economie.

Het is een overgangsfase naar volwassenheid, naar wasdom. Waarom durven we als economen die vraag nauwelijks aanraken? Al zeker niet publiekelijk. Niet in de vier jaar dat ik economie aan Oxford studeerde, heeft men het gewaagd voorbij de groei te kijken.

Of werd er nagedacht over eenvoudige vragen als: waarom is groei een doel? Is het voldoende als doel? Is groei altijd mogelijk? Wenselijk? Noodzakelijk? We moeten die vragen op tafel gooien. Doordat we ons fixeren op die groei, door ieder maatschappelijk discours te verengen tot een groeiverhaal, lijken we niet langer verplicht moeilijkere, hardnekkigere en meer fundamentele zaken te bespreken.

Als de economie eeuwig groeit, dan hoeven we het niet over herverdeling te hebben. Dan regelen die zaken zich vanzelf. Dan hoeven we het niet over een rechtvaardiger belastingsysteem te hebben waarin de totale afdruk en kost van economische activiteiten in rekening worden gebracht. Groei is het wiegeliedje waarmee we ons in slaap laten sussen. Alles komt goed, want het groeit.

Maar als jij aan mij vraagt: “Hoe voel je je?” en ik antwoord: “Ik heb een groei,” dan klinkt het alsof ik een vreemde en rare ziekte heb.’

Poëzie van de economie

Afstand nemen van groei, ‘er agnostisch over zijn’, noemt Raworth het, is slechts een van de zeven paden van verandering die ze in Doughnut Economics beschrijft. Van mechanisch naar dynamisch, van atomistisch naar holistisch, van enkelvoudig naar complex en distributief, van de egoïstische, rationele mens naar de sociale en verbonden mens, van anthropocentrisme naar planetair denken en de fetisj van het bruto binnenlands product vervangen door, wel ja, de donut.

Je kan aan belastingvoeten sleutelen of je kan een andere manier van kijken en denken uitwerken’, meent Raworth. ‘Dat laatste heeft zijn tijd nodig, maar er zijn van die momenten waarop het plots sneller gaat dan verwacht, waarop het nieuwe het oude inhaalt.’

‘Afstand nemen van groei, “er agnostisch over zijn”, noemt Raworth het, is slechts een van de zeven paden van verandering’

Het is vijf jaar geleden dat Raworth haar economische theorieën in een beeld probeerde te vatten en ze op een kladblad een grote cirkel met daarbinnen een kleine tekende. Je kon er een zwemband in zien, een deurspion of een donut. Raworth koos voor het laatste. ‘Omdat economie ook gewoon grappig mag zijn.’

In haar hoofd kwam in deze twee cirkels de hele levende wereld samen. De buitenste kring symboliseerde de negen planetaire grenzen die het team rond de Zweedse aardwetenschapper en systeemdenker Johan Rockström in 2009 definieerde.

Zij vormen het plafond boven de menselijke ontwikkeling. Van chemische vervuiling, landontwikkeling, verdunnning van de ozonlaag over luchtvervuiling, klimaatverandering, het verlies van biodiversiteit tot oceaanverzuring, stikstof- en fosforkringloop en de uitputting van zoet water.

De vloer, de binnenste kring, wordt bepaald door twaalf sociale voorwaarden voor een menswaardig leven. Van politieke inspraak over onderwijs tot gezondheiszorg, sociale en gendergelijkheid, recht op wonen, arbeid, water, voedsel, tot toegang tot energie, sociale netwerken en onafhankelijke rechtspraak.

Donut als nieuw paradigma

De donut is de plek waarbinnen de mensheid kan opbloeien en gedijen, ‘de g-plek van de mensheid’, een economie die de boven- en ondergrenzen respecteert, is een economie die niet enkel de mensheid dient, maar ook de wereld om zich heen voedt. Raworth noemt het bijna poëtisch een ‘regeneratieve en genereuze economie’, het is een dichterlijk taaljargon dat ze bewust bespeelt.

‘De donut is de plek waarbinnen de mensheid kan opbloeien en gedijen, de g-plek van de mensheid’

We moeten volgens haar immers ‘opnieuw vanuit ons hart over de economie leren spreken, we moeten er terug met passie tegenaan kijken en niet enkel door de zoemlens van kwartaalcijfers en aandelenkoersen.’

Raworth hield van het beeld, maar kon zich niet voorstellen dat het voor anderen iets kon betekenen. Ze stopte het blad in haar bureaulade en concentreerde zich in haar toenmalige functie van campagneleider klimaat bij Oxfam op de volgende manier waarop ze impact konden hebben op een zoveelste klimaattop.

Toch liet de tekening haar niet los. Uit haar cursussen economie had ze minstens dit onthouden: een beeld heeft de mogelijkheid onze manier van kijken en denken te beïnvloeden en te veranderen. Om, zoals Raworth het uitdrukt, het heersende paradigma uit te dagen, te doorprikken en te doen kantelen.

© Pelckmans Uitgeverij

 

Zwarte gaten en blinde vlekken

Toen ze de tekening van de donut in 2012 een eerste keer uit haar lade haalde en op een whiteboard in een vergaderzaal schetste, stelde ze vast dat mensen er ingespannen naar keken en daarna meestal voorzichtig knikten. ‘Hij bleek gesprekken open te breken’, vertelt ze. ‘Mensen in de milieubewegingen zeiden me: ‘Nu kan ik het eindelijk over de sociale aspecten hebben’ en bij mensen in sociale organisaties klonk het: ‘Nu kan ik het over het milieu hebben.’

‘Ecologie is geen luxe die er pas bijkomt als al het andere is geregeld, maar het uitgangspunt van een sociaal, rechtvaardig leven’

Ecologie is geen luxe die er pas bijkomt als al het andere is geregeld, maar het uitgangspunt van een sociaal, rechtvaardig leven. Alleen zijn we er in dit economisch systeem in geslaagd de levende wereld te reduceren tot een blinde vlek. Het is die vaststelling van zwarte gaten en blinde vlekken, achter tabellen en grafieken die me tot de donut hebben gebracht.

Ik heb dit boek dan ook niet geschreven om hier en nu ineens alles te veranderen. Het is een boek voor de lange termijn, voor de verre horizon. De ondertitel is niet: economie voor 2030, maar wel voor de 21e eeuw.’

Toch heeft ze hier en nu een openliggende zenuw geraakt. Haar boek schoot bij de verschijning in april van dit jaar prompt naar de hogere regionen van de bestsellerlijsten. In Groot-Brittannië alleen werden twintigduizend exemplaren verkocht en er staan vertalingen in acht talen op stapel. Dat is niet slecht voor een boek dat grotendeels de geschiedenis van ons economisch denken en vooral van onze economische misverstanden, mythes en illusies beschrijft.

En ook al kijkt Raworth zelf graag naar de einder in een verdere toekomst, ze wordt vooral gevraagd om uit te leggen wat we nu onmiddellijk allemaal kunnen doen. Het boeiende is: die vraag komt lang niet alleen uit de te verwachte hoek van klimaatactivisten, ngo’s en sociale middenveldorganisaties. Tal van ontwerpers en stadsplanners lieten haar weten: wat jij beschrijft, is wat wij proberen bereiken.

Tuinslang en de Knexbol

Daarom doorkruist Raworth met een gele tuinslang en een Knex-bol in haar valies half Europa. ‘Mocht ik geen partner hebben en geen tweeling van acht, dan pakte ik mijn koffer en ging ik een jaar lang op tournée. Ik voel dat mensen hier overal ter wereld over willen praten en nadenken. Mijn plan is: ik ga daar waar de energie zit.’

‘Ik voel dat mensen hier overal ter wereld over willen praten en nadenken. Mijn plan is: ik ga daar waar de energie zit’

De voorbije week sprak ze in Zweden met studenten, ontwerpers, bedrijfsleiders, academici en stadsontwikkelaars over de donut en het economische model dat erbij hoort.

Ze deed haar truc met de tuinslang en de Knexbol, ze liet hen zich een wereld verbeelden waarin de industrie genereus is en ons als mens doet thuishoren niet zozeer op deze planeet maar vooral in deze biosfeer.

Aan hen die beleefd naar haar luisterden, hun wenkbrauwen fronsten en haar daarna voor de voeten wierpen dat dat allemaal mooi en lief en inspirerend, maar toch ook vooral tenenkrullend naïef was, toonde ze haar wereldkaart van de zichtbare verandering. ‘De toekomst is hier al’, zei ze ook tegen hen en ze somde bestaande voorbeelden op.

Het Zweedse kledingbedrijf Houdini Sportswear dat een eigen tweedhandsdienst heeft en waarbij je in de winkels niet alleen de kleren van het eigen merk, maar om het even welk kledingstuk kan laten herstellen. In Durban, de grootste en snelst groeiende stad van het Zuidafrikaanse Kwazulu-Natal, gebruiken ze de donut om de toekomstvisie op hun stad scherp te stellen.

Kritische massa of de onzichtbare hand

Raworth spreidt haar hand en beweegt langzaam haar vingers als de tentakels van een inktvis. ‘Er is een nieuwe economie aan het ontstaan. Deze kleine experimenten knagen aan de randen van de oude economie. Zo werken evoluties: er ontwikkelt zich iets nieuws, dat verspreidt zich en eens je een voldoende, kritische massa bereikt, creëert het zijn eigen patronen, cultuur en normen.

‘Er is een nieuwe economie aan het ontstaan. Deze kleine experimenten knagen aan de randen van de oude economie’

Natuurlijk sta je tegenover een stevig verankerde macht. Ze hebben deze terugwerkende krachten georganiseerd tussen politiek en zakelijke belangen, ze profiteren van de huidige weeffouten in het systeem.

Ze blijven beweren dat de wereld staat of valt bij het respect voor de onzichbare hand, dat de markt beter weet wat goed voor ons is dan wijzelf.

Dan heb je de keuze: je valt ze frontaal aan, onthult de vele subsidiestromen tussen fossiele industrie en overheid, je zet de spotlichten op de draaideurpolitiek. Dat is de keuze van de confrontatie. Een absoluut belangrijke keuze.

Het zijn die mensen die zich vastketenen aan boorplatformen, en ik ben er zeker van dat we later in de geschiedenis op hen zullen terugkijken als de zij die vochten voor ieders toekomst. Maar het is niet mijn manier. Ik heb ervoor gekozen te proberen het paradigma te verschuiven.’

Speculatie en wishful thinking

‘Nu kan je zeggen: “Beste Kate, allemaal goed en wel, maar de uitstoot van broeikasgassen moet ieder jaar met zo’n acht procent dalen, willen we de grootste schade van de klimaatverandering tot een minimum beperken. Er is geen tijd om nog dertig jaar te schaven aan een paradigmawissel.

‘We hebben geen idee wat het voor ons en voor de aarde betekent om zo langdurig druk uit te oefenen op het klimaat’

Het is nu dat het moet gebeuren” en dan kan ik enkel antwoorden dat je volkomen gelijk hebt. We zijn al laat. We hebben onbekend gebied betreden.

We hebben geen idee wat het voor ons en voor de aarde betekent om zo langdurig druk uit te oefenen op het klimaat, op de stikstofkringloop, op de verzuring van de oceanen.

Precies daarom word ik zo boos als ik vaststel dat we aan de faculteiten Economische Wetenschappen nog steeds dezelfde theorieën doceren als honderd en tweehonderd jaar geleden, dat we het niet nodig vinden de geschiedenis achter die theoriën mee te geven, of de twijfels van de bedenkers van de bewuste wetten waarmee we alles stutten.

Zoals Simon Kuznets, de uitvinder van het BBP en degene die de correlatie tussen groei en afnemende vervuiling en ongelijkheid in een simpele lijn ving. Hij schreef zelf dat zijn curve voor vijf procent gebaseerd was op data en voor 95 procent op speculatie en wishful thinking. Hij noemde het een historisch product, maar wij hebben er ondertussen een dogma van gemaakt.

Hongerig en kwetsbaar

Het hele neoliberale discours is geschreven op een economie die geen raakpunten heeft met de planeet waarop ze zich afspeelt. Nog steeds blijven we onze eigen omgeving uit die economische modellen snijden. Ik wil op z’n minst de volgende generatie de kans geven om het verstandiger aan te pakken, om hen een rijkere, diepere visie op de mens en zijn wereld te geven. Jonge mensen zijn hongerig naar deze kennis. Het maakt hen ook bijzonder kwetsbaar.

‘Het bijzonder moeilijk werk te vinden voor de “nieuwe” economist, jobs gaan nog steeds naar de beoefenaars van de oude school’

Ze hebben een beeld van een wereld die nog niet bestaat. Het is een niet te onderschatten mentale uitdaging: leven tussen twee paradigma’s.

Op dit moment is het bijzonder moeilijk een job te vinden als “nieuwe” economist, ze gaan nog steeds naar de beoefenaars van de oude school. Het is bijzonder lastig om in een overgangstijd te leven.

Ik heb het om me heen gezien: een ontwerper die echt ver wil gaan om de principes, normen en waarden van de donut te vertalen, maar die altijd weer botst op de boekhoudkundige logica van de financier die toch vooral geïnteresseerd is in de onmiddellijke winst. Nochtans maken berekeningen duidelijk dat de donut economie op termijn een veel bredere en grotere winst oplevert.

In plaats van de verbeelding de nek om te wringen, moeten we de structuur van financiering en het doel van een bedrijf heruitvinden. Is dat het opdrijven van de eigen marktwaarde? Het vergroten van het marktaandeel? Of is dat ook, en vooral, bijdragen aan de levende wereld? Wie daar nu al voor gaat, vecht soms tegen reuzen. Maar ik weet ook: die hebben lemen voeten.’

© kateraworth.com

The Doughnut Economy

Onnozele donut

Het was haar achtjarige zoon die haar wees op de pijn van deze spreidstand tussen de ideale en de werkelijke wereld. Ze had hem alles verteld over CO2 en broeikasgassen, over waarom ze als familie geen vliegvakantie boeken. Toen ze met hem door de stad liep en hij bedachtzamer en stiller dan anders naast haar stapte, fluisterde hij plots: ‘Mama, waarom geven mensen zo weinig om koolstof?’

Als in een flits zag ze de straten, voetpaden en ronde punten die zich op hun weg bevonden door zijn ogen. Ze begreep hoe ongerijmd het voor hem was. Als je weet dat wat je doet, schadelijk is voor mens en natuur, waarom blijf je het dan stug en koppig verder doen? De getergde blik van haar kind voedde haar overtuiging dat het belangrijk is om met een nieuw economisch denken, dat prikkelend en prettig is, de gangbare normen uit te hollen.

‘‘Als er genoeg beweging en momentum ontstaat rond deze nieuwe visie, dan verandert het argument van rechtvaardiging van eigenaar’

‘Als er genoeg beweging en momentum ontstaat rond deze nieuwe visie, dan verandert het argument van rechtvaardiging van eigenaar. Dan zijn het de vervuilende industrieën die zich zullen moeten verantwoorden voor de reden waarom ze zich nog vastklampen aan de oude denkwijze. Dan is het aan de pensioenfondsen om zich te verdedigen waarom ze niet desinvesteren in fossiele brandstoffen.

Dat is de kracht van een positieve visie en een positieve theorie: het maakt marginaal en abnormaal wat nu als normaal en onveranderlijk geldt. De donut beschouw ik daarbij als een heel eenvoudige opstap. Het woord is dwaas genoeg om nieuwsgierigheid te prikkelen. Misschien stoot het anderen af omdat ze donuts haten. Ik zie mezelf graag als de stand-upper die een paar gerichte grappen vertelt voor de echte voorstelling.

Daar sta ik dan met mijn donut. Het ziet er onnozel uit, maar hij is langs alle kanten berekend en gewogen. Het is een zeer rationele donut. Maar hij wil ons ook verleiden om andere woorden te beginnen gebruiken als we het over economie hebben.

Ik citeer graag Janine Benyus, biologe en taalkundige, die de natuur gebruikt om te ontwerpen. Die zegt dat we de industrie moeten heruitvinden om weer thuis te komen. Zodat we weer deel uitmaken van dit huis dat niet alleen van ons is.’ Ze raapt de Knexbol van de grond, laat hem in haar hand op- en neerstuiteren. ‘Zoals dit.’

Kate Raworth is op zondag 8 oktober te gast op Digital Together Ecopolis in het Kaaitheater in Brussel. Om 11 uur spreekt ze over Doughnut Economics. Meer info: http://ecopolis.be

De Nederlandse vertaling, Donut Economie, verschijnt begin januari bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.

LEES OOK

© Statoil
Hywind Scotland, het eerste drijvende windmolenpark ter wereld, produceert sinds deze week stroom. Drijvende turbines kunnen de kosten van windenergie op zee drastisch omlaag halen.
SarahTz (CC BY 2.0)
Wereldwijd daalt het aantal mensen zonder elektriciteit heel snel. Maar toch, in 2030 zullen nog altijd 600 miljoen Afrikanen geen stroom hebben.
Alex Proimos (CC BY-NC 2.0)
Vervuiling is wereldwijd verantwoordelijk voor de dood van negen miljoen mensen per jaar, meer dan aids, malaria en tuberculose samen.
four12 (CC BY-NC-ND 2.0)
De uitstoot van containerschepen en tankers kan met een derde dalen als de schepen verplicht worden trager te varen.

Meest recent van Tine Hens

CC Karen Elliot (CC NY-NA 2.0)
De échte klimaatvraag: hoe zeggen we dag tegen gas?
Vraag: als zestig procent van ons energieverbruik uit warmte bestaat, waarom hebben we het dan altijd over windmolens en zonnepanelen en nauwelijks over onze verwarmingsketels?
Public domain (CC0)
Klimaatverandering doet bergen wankelen
In de Alpen stijgt de temperatuur dubbel zo snel als in het lager gelegen land en dat laat zich steeds duidelijker zien: de gletsjers verdwijnen, maar ook het ijs in het hart van de bergen smelt.
Public Domain (CC0)
Minder vlees is altijd beter – voor dieren, mensen én klimaat
Met 860.000 zijn ze, de kippen, runderen en varkens die dagelijks in vrachtwagens over de Belgische wegen denderen met als enige doel geslacht te worden. Het is een duizelingwekkend cijfer.
© Brecht Goris
Facebook en ik: it’s complicated.
Nadat ik het contract had getekend waardoor ik hier niet langer columniste ben maar halftijds redacteur klimaat bij MO* word, kwam nog een laatste vraag.