Twee vrouwen over leven en migreren

Lydia Chagoll en Luanda Casella: ‘Niets is rationeler dan empathie’

© Bart Lasuy

 

De een past qua lengte twee keer in de ander. Als de ander haar levensjaren verdubbelt, komt ze nóg niet tot de leeftijd van de een. Die laatste is vluchteling geweest. Ze is een rebel die een wereldoorlog torst, een oorlog die haar zes jaar in de onuitsprekelijke gruwel van een Jappenkamp deed belanden en de tiener in haar koud ombracht. De ander noemt zichzelf de luie migrant maar ze weet wat racisme doet met een mens. En hoe woorden en kennis helpen om je daartegen te wapenen.

Wat filmmaakster-choreografe Lydia Chagoll (87) en woordkunstenares Luanda Casella (42) gemeen hebben is hun directheid, kennishonger en verteldrang. Tastbaarder en banaler is hun Belgische identiteitskaart, ook al zijn ze allebei niet in België geboren. Ze vinden het een triviaal ding, want eigenlijk moet je niet veel kunnen voor zo’n elektronisch kaartje, waarmee nochtans zo gemakkelijk deuren opengaan.

Omdat tijd, leeftijd en taal grenzen hebben, zitten we niet samen om de tafel. De ene dag drink ik pinot gris in een boekenhuisje op een heuvel, in het licht van een spotje en met een serie glimlachende miniboeddha’s in mijn rug. De andere dag drink ik koffie en eet ik zelfgemaakte notencake van de echtgenoot, in een rijhuis, naast de piano van de negenjarige dochter. Dat heel veel mensen minstens een beetje migrant zijn is het gezellige gespreksonderwerp dat ik heb meegebracht.

‘Het was 1932’, zegt Lydia Chagoll. ‘Je “migreerde” niet. Je ging gewoon naar een ander land.’

© Bart Lasuy

Lydia Chagoll

‘Het was 1932’, zegt Lydia Chagoll. ‘Je “migreerde” niet. Je ging gewoon naar een ander land. Mijn vader maakte een weekblad met nieuws voor Nederlanders die in het buitenland woonden. Omdat Brussel mooi tussen zijn bureaus in Nederland en Frankrijk in lag, en omdat het een centraal punt was in Europa, verhuisden we. Ik was één jaar.’

Technisch gezien is ze dus een migrant. Ze vindt het onzin, al die ‘lullige debatten over migratie waarmee ze ons dagelijks vervelen’. Alsof het bestaat: mensen die altijd op dezelfde plek blijven. Zelfs in het klein verplaatsen mensen zich de hele tijd. Haar ouders waren van Amsterdam, haar zus werd geboren in Rotterdam en zelf gaf ze haar eerste levensgil vlak bij Den Haag. ‘Maakt me dat nu een nomade?’

Tien jaar geleden was de verhuizing van São Paulo naar Gent een simpel gevolg van de pendeljaren die eraan voorafgegaan waren. Het pendelen had Luanda Casella naar Belgische podia, nieuwe uitdagingen en vooral de liefde van haar leven geleid.

Luanda Casella was altijd al de andere geweest. Hoe blank haar huid ook is, ze bleef de zwarte in een witte geprivilegieerde omgeving. Dat ze zich altijd extra moest bewijzen en het racisme te lijf moest gaan, maakte haar soms heel moe maar bovenal moedig. Haar migratie naar België was geen groot obstakel waar ze overheen moest springen. ‘Ik liep gewoon door.’

Afwijkende normen

Af en toe wordt Luanda Casella hier als migrant-in-een-vakje begroet. Haar vaderland doet de fantasie van een Vlaming, ook de cultureel beschaafden onder ons, weleens op hol slaan. Carnaval, samba en voetbalfeesten zijn nochtans niet van toepassing op de Braziliaanse, over de caipirinha’s hebben we het niet eens gehad. Het jaar dat Europalia Brazilië in de kijker zette, werd haar eerste performance-idee afgewezen. Het was niet Braziliaans genoeg. De tweede inzending kreeg wel groen licht: Exotica.

Exotica was een aanklacht tegen de kolonisering van het beeld van de Braziliaanse vrouw: sexy, dom, gewillig, koopbaar.’

‘Ik had alle verwachtingen en stereotypen van wat dan wel Braziliaans genoeg was in mijn performance gestopt. Exotica was een aanklacht tegen de kolonisering van het beeld van de Braziliaanse vrouw: sexy, dom, gewillig, koopbaar.’ Het statement was gemaakt.

Aanpassen aan elkaar doe je met z’n tweeën, gaandeweg vond de podiumwereld dat het meer kon zijn. Luanda Casella mocht meningen hebben die voorbijgingen aan haar geboorteland, vrouw-zijn, zwarte-vrouw-zijn, zwarte-migrant-zijn. Ze vindt het na tien jaar best meevallen hoe ze benaderd wordt, zolang ze niet, ‘écht niet’, tot een slachtoffer wordt gereduceerd. ‘Want soms word je in een heel beperkte framing neergezet: je bent of de luie migrant of het slachtoffer.’ Ze verkiest dus het eerste stereotype, wie zou het andere kiezen?

De Joodse rebel haat passiefvormen – in het leven zit je het best zelf met je handen aan het stuur en met je voet stevig op het gaspedaal. ‘Ik heb bijvoorbeeld niets tegen geloof, maar ik kan er niet tegen als mensen bijvoorbeeld tot hun God bidden dat hun leven mooi mag blijven. Je maakt het zelf. Punt.’ Soms is het individu wel niet opgewassen tegen de dictaten van de macht. Dan moet er gestreden worden.

Nog niet zo heel lang geleden stapte Lydia Chagoll met haar wandelstok door Brussel, in een protest tegen het Israëlische anti-Palestijnse beleid. Het was te veel voor haar lijf, maar ze zal nooit stoppen met het onrecht helder te benoemen en te bestrijden. Ze is een rebel met een warme binnenkant. Ze is direct zonder te beledigen, zegt de waarheid terwijl ze empathisch blijft. Dan komt het hard aan als je als Joodse antisemiet wordt genoemd.

‘De Duitsers hebben mijn hele familie vermoord. Ik heb verdomme in Jappenkampen gezeten. Ik heb jaren moeten zwijgen. Zwijgen. Zwijgen. Toen ik eruitkwam, kon ik niet meer spreken.’ Dans werd haar nieuwe taal. Op haar zesentwintigste – het was 1956 – had ze al haar eigen dansgezelschap.

Het was typisch Chagoll. Ze opende zoals het hoorde met een klassiek Ballet Blanc. En ze week af. Ze zette een Congolese en Chinese danser in witte tutu op het podium, het publiek ademde verschrikt in en uit en applaudisseerde. Ze haalde ook een Japanse danser en een Duitse danseres binnen, een statement tegen het onrecht. ‘Kinderen hoeven geen rekenschap af te leggen voor de daden van hun ouders.’ Niemand besluit om uit bepaalde ouders op een bepaalde plek in een bepaalde taal of een bepaald ras geboren te worden.

Onbehagen

Casella’s vader stamt af van Afrikaanse slaven, Portugese kolonisten en inheemse Indianen. Haar moeder heeft Spaans en Italiaans bloed. ‘Ik ben dus veel rassen of culturen samen. Maar als je puur naar mijn huidskleur kijkt, dan behoor ik tot een uitgesloten ras.’ Ze zat een paar maanden aan haar computerscherm gekluisterd. Hoe dichter de Braziliaanse verkiezingen naderden, hoe groter de wanhoop werd. Het rassendenken kreeg met de nieuwe president Bolsonaro opnieuw een prominente plaats in haar geboorteland, waar het eigenlijk nooit weg was.

© Bart Lasuy

Luanda Casella

‘Brazilië had stappen gezet, er waren wetten aangenomen, maar het gevecht tegen het racisme, de homofobie, het seksisme was nog niet eens goed begonnen.’ Dat de Brazilianen stemden om de militaire dictatuur van haar kindertijd in de jaren tachtig terug te brengen, noemt Casella pure Braziliaanse borderline. ‘Toen Bolsonaro parlementslid was, zei hij recht voor de camera tegen een vrouwelijke collega dat hij haar niet zou verkrachten “omdat ze dat niet eens waard was”. Brazilië heeft een maniak tot president verkozen en dat leidt nu al tot rap toenemend geweld in de samenleving. Ik heb zo’n behoefte om dit te begrijpen, aan mensen die me uitleggen waar dit nieuwe rassendenken, waar die onwetendheid vandaan komt.’

Het zijn vreemde tijden. Mondiaal is een nieuw onbehagen naar boven komen drijven. Lydia Chagoll herkent de angst, ze behoorde zélf tot degenen die gevreesd en gehaat werden. ‘We waren letterlijk nergens welkom. In Frankrijk moesten we eruit omdat we het werk van de Fransen afpakten, in Portugal hetzelfde, in Spanje ook – daar waren we bovendien verdomde democraten – en in Mozambique idem.’

De familie moest ook weg uit Zuid-Afrika. Op 7 november, een maand voor Pearl Harbor, kwamen ze aan in Japan. De mensenrechten werden uitgeveegd, de genocide zou volgen. ‘Het was wit tegen zwart, rijk tegen arm, en één groot antisemitisme.’ Het hield niet op, alle wetten tegen racisme, alle conventies over mensenrechten en goed fatsoen ten spijt.

Vandaag zijn de moslims de gebeten hond. Het is een vooruitgang dat voor de ramen van de Brusselse cafés geen borden meer hangen met “Ni chiens ni Nord-Africains”. We bevinden ons niet meer in de jaren vijftig. Toch is het navelstaren teruggekeerd.

Luisterbereid

Het nieuws van de dag moet snel en gemakkelijk zijn. Het journaille van radio en televisie is jong, snel en ongedocumenteerd en graaft te weinig. ‘We hebben zo’n behoefte aan verhalen. De verhalen zijn er, maar we vinden de plek niet meer om te luisteren. Luisterbereidheid, we ontgroeien het, bazelen na wat men ons voorkauwt omdat tijd geld is en onze agenda’s vol afspraken staan. Druk druk druk.’

Het voorgekauwde schiet door in onze taal, in kranten en in gesprekken. Mensen zijn illegaal, zeggen we. ‘Hoe durf je een medemens illegaal te noemen? Alsof die niet werkelijk bestaat. Alsof die persoon geen naam heeft, geen familie, geen geschiedenis, geen verhalen in zich draagt.’

Misschien is het niet alleen onbehagen, maar een gemakkelijkheidsoplossing, een manier om het laat-maar-waaien te legitimeren. ‘Misschien willen we gewoon niet helpen. Dat kost minder tijd en moeite.’

We praten beter over “Een beetje Nieuws” dan over “Het Nieuws”, zegt Luanda Casella in haar jongste performance Short of Lying. Want het schept verkeerde verwachtingen, creëert illusies. De macht van communicatie is een rode draad door haar voorstellingen. Taal is haar werkmateriaal. Zelf zit ze na tien jaar in een technische tussenpositie van talen. Haar moedertaal is Portugees, schrijven doet ze in het Engels, thuis spreekt ze meer en meer Nederlands. Ze denkt wel steeds vaker in het Nederlands. Het helpt met thuiskomen in gesprekken en in vriendschappen. Aangezien taal cultuur is, brengt het spreken ervan nieuwe gevoelslagen en beter begrip.

Ze begreep dat de Vlaming wat meer tijd en een paar glazen alcohol nodig heeft om zielenroerselen bloot te leggen.

‘Als je de taal van een land waarin je woont niet spreekt, komt dat land brutaler over en zijn de verschillen groter en schokkender. Ik weet nog hoe ik de Nederlandse taal zo indirect en passief vond – het duurde zo lang voor ik begreep wat het punt nu was. “Zég het nu dan.” Ze werd wat bedachtzamer, denkt ze, leerde dat ze haar enthousiasme in vriendschappen moest temperen, begreep dat de Vlaming wat meer tijd en een paar glazen alcohol nodig heeft om zielenroerselen bloot te leggen. Gaandeweg ging Casella van onze taal houden, ze vond het een uitdaging en spannend om de zinnen van de ander te voltooien. Ze is geen Braziliaanse meer, ook geen Belg. Of Vlaming.

‘Ik ben een Belg’, zei Lydia Chagoll toen ik haar aan de lijn had. ‘We zullen het over de vanzelfsprekendheid van migratie hebben, omdat u technisch –’ ‘Ik ben een Belg’, onderbrak ze me meteen. Ze zegt het opnieuw. Ze houdt van dit land. Ze is patriot, maar een die niet opstaat voor het volkslied. Dat vindt ze onzin en voer voor nationalisme. We weten waartoe het leidt. Ze heeft veel meer met empathie. Het heeft haar gered van de gelatenheid, het heeft haar tot de rebel gemaakt die ze vandaag is. Ze heeft die rebellie bijwijlen duur betaald maar is empathisch gebleven.

‘Ik word ook altijd heel boos als iemand empathie neerzet als een gevoel. Alweer onzin. Er is niets rationeler dan te pogen je te verplaatsen in de persoon van een ander, proberen te begrijpen. Het maakt het leven ook zo de moeite waard.’

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur