VN-topvrouw Cecilia Kinuthia Njenga over droogte, natuur en bestuur in zuidelijk Afrika

‘Met corrupt bestuur kan je geen rechtvaardig en duurzaam natuurbeleid voeren’

CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)

Cecilia Kinuthia Njenga: Het eerste slachtoffer van een bestuur dat in elkaar klapt, is de ecologie.

De droogte in Kaapstad haalde begin dit jaar alle voorpagina’s, want een miljoenenstad die zonder water dreigde te vallen, dat leek een voorafspiegeling van de klimaatrampen die op ons afkomen. We spraken daarover Cecilia Kinuthia Njenga, directeur van UN Environment (UNEP) voor de vijftien landen van zuidelijk Afrika.

Njenga was in Brussel op uitnodiging van de Vlaamse regering die onlangs haar tweede Staten-generaal van de Vlaamse Ontwikkelingssamenwerking hield. ‘Watertekorten vormen het grootste milieuprobleem voor de regio’, bevestigt Cecilia Kinuthia Njenga. ‘Ondanks de aanwezigheid van grote riviersystemen en deltaregio’s, zoals de Okavango-delta in Botswana en Namibië, de Limpopo, de Zambesi, de Oranjerivier en andere, blijft de toegang tot schoon en betrouwbaar drinkbaar water problematisch. Deze waterschaarste is de voorbije jaren scherp toegenomen, nu de temperatuur stijgt en de regen uitblijft.’

Zuidelijk Afrika heeft wel altijd al te kampen gehad met droogtecyclussen.

Cecilia Kinuthia Njenga: Dat klopt, maar de getroffen landen blijken toch helemaal niet goed voorbereid op de trends die zich nu voordoen. De tekorten zijn ook niet helemaal op klimaattrends terug te voeren. De extreme droogte in de Westkaap dit jaar ging gepaard met wateroverschotten in de Noordkaap. Maar omdat de Westkaap onder bestuur staat van de oppositie in Zuid-Afrika, was het blijkbaar politiek heel erg moeilijk om de overschotten van de ene provincie naar de andere te transfereren. Die politieke houding vinden we soms ook terug in grensoverschrijdende waterproblemen: er is niet altijd de politieke wil om ze op te lossen.

Zijn er manieren om die samenwerking te vergemakkelijken of af te dwingen?

‘Het zou veel beter zijn als men water, gezondheid, onderwijs en voedsel zou behandelen als sociale prioriteiten in plaats van als veiligheidsproblemen’

Cecilia Kinuthia Njenga: Paradoxaal genoeg ligt de weg voorwaarts volgens mij in het versterken van provinciale of andere niet-nationale bestuursniveaus. Maar tot vandaag houden de meeste natiestaten heel erg vast aan een nationaal waterbeleid, omdat het vaak gezien wordt als een zaak van nationale veiligheid. Het zou veel beter zijn als men water, gezondheid, onderwijs en voedsel zou behandelen als sociale prioriteiten in plaats van als veiligheidsproblemen, omdat ze dan veel minder gepolitiseerd worden en er veel meer ruimte voor heel praktische oplossingen zou ontstaan.

In Kaapstad slaagde men er uiteindelijk in om de echte dag van totale droogte af te wenden, toen de grote boeren hun geprivatiseerde dammen en waterreservoirs aanspraken om ook de armen in krottenwijken en andere precaire wijken van water te voorzien.

De droogtecrisis in Kaapstad was dus niet alleen een zaak van klimaatverandering, maar ook van politieke spelletjes en economische machtsongelijkheid. Moeten we daar ook de veranderende levensstijl van een groeiende, stedelijke middenklasse aan toe voegen?

Cecilia Kinuthia Njenga: Absoluut. Het gebruik van natuurlijke rijkdommen, zoals water, voor onze productieprocessen en onze persoonlijke consumptie is een fundamenteel deel van het probleem. Toen aangekondigd werd dat inwoners van Kaapstad niet meer dan 50 liter water per persoon per dag zouden krijgen, begonnen veel mensen meteen hun omgang met water te veranderen. Plots beseften ze dat hun wasmachine voor één wasbeurt al 65 liter water verbruikt.

Ik ben opgegroeid in een informele buurt in Kenia. Als kind moest ik de heuvel op om water te halen in een jerrycan van 20 liter. Met een gezin van zes volstond dat voor een dag. Dat kunnen de meeste mensen zich vandaag niet voorstellen. Daarom moeten de inspanningen om mensen bewust maken ook voortgezet worden nadat de ergste crisis in Kaapstad voorbij is. En de stad moet nadenken over instrumenten om die gedragsverandering te bekomen, te belonen en duurzaam te maken – bijvoorbeeld door een substantiële prijsverhoging voor grootverbruik of door mensen te ondersteunen als ze waterreservoirs plaatsen om regenwater op te vangen.

Zijn we niet te vaak bezig met de armen te leren hoe ze duurzaam kunnen leven, terwijl we de rijken – met hun zwembaden, citytrips en Humvees – ongemoeid laten? Is duurzaamheid eigenlijk denkbaar in een wereld die zo ongelijk is als die van vandaag?

Cecilia Kinuthia Njenga: Dat is een enorm probleem, en zeker in Zuid-Afrika, dat een van ’s werelds meest ongelijke samenlevingen is. Die gigantische kloof tussen arm en rijk wordt ook dagelijks zichtbaar in protesten rond basisdiensten, omdat aan de andere kant van de weg mensen in onpeilbare weelde leven. UN Environment probeert dit aan te pakken door de bedrijven te benaderen en te stimuleren om duurzamer te worden en meer in te zetten op hun sociale verantwoordelijkheid.

Anderzijds versterken we gemeenschappen om hun rechten op te eisen en juridisch af te dwingen in conflicten met bijvoorbeeld mijnbedrijven die ecologische schade aanrichten. De vormingen die we daarrond opzetten, zijn echt vernieuwend voor de betrokken rechters.

Kan je zeggen dat natuurbewustzijn niet langer een zaak is van natuurbescherming alleen, maar eerder van ecologische rechtvaardigheid?

Cecilia Kinuthia Njenga: En van mensenrechten. De jongste algemene vergadering van UN Environment boog zich hierover, al waren niet alle lidstaten daar gelukkig mee –waaronder Zuid-Afrika – omdat daardoor de hele situatie in Gaza en de Palestijnse Gebieden deel werd van de discussie.

‘Botswana heeft wellicht het meest vooruitstrevende ecologische beleid van de regio, onder andere voor de bescherming van wilde dieren. Al is er ook wel een probleem met hun shoot to kill beleid tegenover mogelijke overtreders’

Welke landen doen het eigenlijk goed op ecologisch gebied in zuidelijk Afrika?

Cecilia Kinuthia Njenga: Botswana heeft wellicht het meest vooruitstrevende ecologische beleid van de regio, onder andere voor de bescherming van wilde dieren. Al is er ook wel een probleem met hun shoot to kill beleid tegenover mogelijke overtreders. Ook Zuid-Afrika heeft een goed ecologisch beleid, dat voordeel put uit het feit dat de post-Apartheid staat relatief jong is en dus niet de ballast uit het verleden meesleept. Het probleem zit hem in de uitvoering van het beleid. Toch blijkt dat beleid al ontradend te werken voor een aantal mijninvesteringen, die liever naar Mozambique of Tanzania gaan, omdat de normen daar een stuk minder streng zijn.

Op het vlak van waterbeleid staat Namibië aan de top. Tot 98 procent van het afvalwater wordt er gerecycleerd. Dat is nodig natuurlijk in een woestijnland als Namibië, maar ze hebben er de juiste technologie voor gevonden en ingezet, en ze hebben daarmee ook het intuïtieve verzet tegen hergebruik van afvalwater overwonnen. Zelfs Angola is in toenemende mate gewonnen voor duurzamere omgang met natuurlijke rijkdommen en biodiversiteit. Het land lijdt nog steeds onder de gevolgen van een lange burgeroorlog, met inzet van landmijnen en ecologische destructie.

Angola heeft de (olie)inkomsten om een echt natuurbeleid waar te maken – als de overheid daar echt voor zou kiezen. Maar wat kunnen armere landen als Mozambique en Malawi doen?

Cecilia Kinuthia Njenga: Mozambique zou in elk geval moeten zorgen beter voorbereid te zijn voor de frequente overstromingen die het land teisteren. Maar corruptie is blijkbaar een groot probleem. De eerste opdracht is dus het bestuur te verbeteren, want met corrupt bestuur kan je nooit je natuur op rechtvaardige en duurzame wijze beschermen. Al hebben we in de Xaixai regio goede programma’s opgezet voor de bescherming van mangrovewouden, met heel grote betrokkenheid van de lokale gemeenschappen.

Hoe groot is het belang van de actieve betrokkenheid van gemeenschappen in vergelijking met de inzet van nieuwe technologieën, als we praten over natuur en natuurbescherming?

Cecilia Kinuthia Njenga: Ze zijn cruciaal. In Kruger Park hebben we lokale vrouwen opgeleid tot anti-stroperbrigades – the Black Mamba’s – en dat werkt ongelooflijk goed. Zij voeden hun kinderen op tot natuurbewuste burgers, maar ze kunnen ook de stropers zelf op andere gedachten brengen. Trouwens, ook mannen zijn op te voeden tot voortrekkers -als je hen goede banen geeft en duidelijk maakt dat natuurbescherming in het economisch belang is van henzelf en van hun kinderen en kleinkinderen.

Goed bestuur is belangrijk voor ecologisch beleid, maar wellicht is politieke stabiliteit dat ook. En zuidelijk Afrika heeft daar nog altijd geen overschot van.

‘Het eerste slachtoffer van een bestuur dat in elkaar klapt, is de ecologie’

Cecilia Kinuthia Njenga: Het eerste slachtoffer van een bestuur dat in elkaar klapt, is de ecologie. In Zimbabwe, bijvoorbeeld, leidde de ineenstorting van de landbouw tot een grondstoffeneconomie rond diamant en andere grondstoffen, in de handen van een kleine elite. Falend beleid houdt zich niet bezig met het stemmen van nieuwe wetten, maar je weet dat de oude regels niet langer nageleefd worden. En de schade die dan op korte tijd aangericht wordt, vraagt jaren om te herstellen. Zimbabwe zal decennia nodig hebben om zijn ecologische basis te herstellen.

Landbouw is een cruciale sector voor alles wat met klimaat en natuur te maken heeft. Heeft UN Environment voorstellen voor een ecologisch duurzame landbouw in zuidelijk Afrika?

Cecilia Kinuthia Njenga: We hebben studies gedaan naar de manieren om de economie in zijn geheel en landbouw in het bijzonder op weg te zette naar een duurzame aanpak. In Zuid-Afrika heeft dat onder andere te maken met eigendom, want de landbouw is er uitgesproken grootschalig, maar de gemiddelde boer is 74 jaar oud, mannelijk en blank. Er komen dus weinig nieuwe boeren in de sector, terwijl er groot verzet is tegen onteigeningen en herverdeling van het land.

Intussen werken we wel aan een klimaatslimme landbouw met de Zuid-Afrikaanse regering. Dat betreft de verrijking van de grond, wat een urgent probleem is met de grootschalige landbouw, maar ook de vorming van een nieuwe klasse van kleinschalige boeren, én van hun potentiële consumenten. Dat laatste is heel belangrijk in een samenleving die historisch alleen plantagelandbouw kende en waar voeding al heel lang uit de supermarkt komt. Kleinschalige boeren raken daardoor soms hun producten niet kwijt. En de overheid lijkt haar oor meer te lenen aan de grote producenten en aan de zaad- en meststofmonopolies, ook al wordt ecologische landbouw wel beleden.

Als de grote landbouwbedrijven, grotendeels Afrikaner Boeren, zich verzetten tegen kleinschalige landbouw, is dat uit economische overtuiging of uit vrees voor gedwongen herverdeling van land?

Cecilia Kinuthia Njenga: Het is vooral dat tweede: de vrees voor herverdeling. Zij willen de taart niet delen. Maar dat verzet is gedoemd te mislukken, want intussen stuurt Julius Mwalema, de leider van de radicale oppositie Economic Freedom Fighters, zijn mensen om de ene na de andere boerderij te bezetten, ook al hebben ze vaak niet de kennis die nodig is om een boerderij te runnen. De polarisering neemt toe, en de tijd dringt om tot echte oplossingen te komen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur