Charkaoui richt met boek aandacht op psychologische impact van racisme bij kinderen

Naima Charkaoui: ‘Racisme is schadelijker dan men denkt’

© Samira Bendadi

Naima Charkaoui

W anneer je als ouder op zoek gaat naar informatie over hoe je als persoon best omgaat met racisme of hoe je je kinderen best kunt ondersteunen, vind je die nauwelijks, stelt kinderrechtencommissaris ad-interim Naima Charkaoui vast. Daarom begon ze aan het boek Racisme. Over wonden en veerkracht.

‘Ik probeer in het boek antwoorden te geven op vragen die ouders met een migratieachtergrond zich kunnen stellen. Zo geef ik bijvoorbeeld tips over hoe ze het gesprek over racisme met hun kinderen aangaan of hoe belangrijk het is het evenwicht te vinden tussen bepaalde problemen benoemen en tegelijkertijd geen negatieve houding ten opzichte van de samenleving aan de kinderen doorgeven.’ Het boek richt zich ook tot professionals die met kinderen werken, zoals leerkrachten, jeugdwerkers, opvoeders, mensen in de gezondheidssector. Die mensen zijn cruciaal om de aanpak van racisme doeltreffend te maken, vindt Charkaoui.

In uw boek legt u de nadruk op wat u microkwetsingen noemt, waarom deze focus?

Naima Charkaoui: Als het over het topje van de ijsberg gaat, als het om fysiek geweld gaat bijvoorbeeld, gaat men verontwaardigd zijn en vindt bijna iedereen dat dit niet kan. Dat bepaalt heel sterk het beeld dat we van racisme hebben. Maar waar we ons minder van bewust zijn, is het sluipend gif dat racisme is en wat dat met jou als persoon doet. In die zin heb ik zelf altijd gezegd dat ik als persoon niet kan klagen over racisme, want wat heb in mijn leven meegemaakt? Bijna niets. Nu denk ik er anders over.

Als je van de samenleving voortdurend de boodschap krijgt dat je er niet bij hoort, dat je anders bent, dat je raar bent, … dat doet iets met je, ook al word je niet in elkaar geslagen omdat je zwart bent. En dat moet men beseffen. Er is met andere woorden een belangrijke samenhang tussen zware uitingen van racisme en de kleinere, soms heel subtiele vormen ervan. Ik spreek over microkwetsingen en niet over microagressies juist omdat ik de slachtoffers centraal wil stellen. Die microkwetsingen moeten we niet overdrijven maar we moeten ze zeker niet onderschatten.

‘Je zegt ook niet tegen een holebi die voor zijn rechten opkomt dat hij dankbaar moet zijn’

Wanneer racisme ter sprake komt, krijgen mensen vaak te horen dat ze dankbaar moeten zijn dat ze hier zijn. Men gebruikt ook vaak het argument van omgekeerd racisme om het effect van racisme te relativeren, hoe staat u hier tegenover?

Naima Charkaoui: Zeggen dat je dankbaar moet zijn dat je hier bent, is op zich een vorm van racisme. Als je je mening niet mag uiten, dan ben jij niet evenwaardig. Je zegt ook niet tegen een holebi die voor zijn rechten opkomt dat hij dankbaar moet zijn. Hij komt voor zichzelf op en moet daarin gerespecteerd worden.

De reactie van omgekeerd racisme, krijg ik vaak op Twitter. Je belandt heel snel in een semantische discussie. Zelf denk ik dat uitsluiting nooit goed is, van welke kant ook. Maar racisme is duidelijk verbonden met macht. Sociologen zeggen dat je het op een maatschappelijk niveau en ook op een historisch niveau moet bekijken. Als een Nederlander een Vlaming beledigt of omgekeerd, zegt men nooit dat dit racisme is. In ons land zie je duidelijk een patroon van uitsluiting van de witte dominante groep tegenover andere minderheden. Dat zijn op dit moment de machtsverhoudingen. Als je naar China gaat zijn het misschien andere verhoudingen. Het boek gaat over hoe het nu is in onze samenleving.

Bovendien is er een groot verschil in de kwantiteit van dat zogenaamde omgekeerd racisme. Je komt het niet tegen telkens als je de krant omslaat, naar televisie kijkt of een leesboek in handen neemt.

U focust op kinderen, waarom?

Naima Charkaoui: Omdat de impact bij kinderen en jongeren het grootst is. Ze nemen dat snel op in hun zelfbeeld en dat beïnvloedt sterk hun ontwikkeling. Orlando Verde van de interculturele beweging Kif Kif heeft een mooi stuk geschreven over hoe hij, ondanks het feit dat hij in Venezuela in een arm gezin opgegroeid is met heel veel zaken die lastig zijn, één geluk had toen hij naar België kwam. Dat geluk is dat zijn identiteit al gevormd was. Racisme heeft minder impact op hem gehad juist omdat hij op vlak van identiteit sterk in zijn schoenen stond.

Ik geloof dat wel. Dat zie je ook bij nieuwkomers. Het kan best choquerend zijn om geconfronteerd te zijn met racisme maar het feit dat je sterk in je identiteit bent, helpt om daarmee om te gaan. Maar bij kinderen die hier geboren of opgegroeid zijn, is er een te groot risico dat ze het beeld dat van hen wordt gemaakt, heel snel gaan opnemen in hoe ze zichzelf definiëren en in hun plannen voor de toekomst. Ik heb op die groep gefocust omdat de urgentie op dat vlak heel groot is.

‘Ik denk ook dat veel ouders nog in het modus zitten van “negeer het gewoon” wanneer hun kinderen met racisme geconfronteerd worden’

U geeft aan de ouders een aantal tips, maar zijn die voldoende? U zegt het trouwens zelf in het boek. Een positieve identiteit is enorm belangrijk en veel ouders met een migratieachtergrond werken er spontaan aan. Ik kan me voorstellen dat ondanks dit boek veel ouders toch op hun honger zullen blijven zitten.

Naima Charkaoui: Het boek is om te beginnen bedoeld als aanzet. Ik hoop dat anderen, waaronder onderzoekers er een vervolg aan zullen geven. Ik heb zelf geen onderzoek gedaan maar ik heb het geschreven omdat ik veel informatie had verzameld en die informatie wilde toegankelijk maken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Het klopt wel dat veel ouders spontaan de nadruk leggen op een positieve eigen identiteit maar evident is het niet. Denk maar aan gemengde gezinnen, adoptiegezinnen, pleeggezinnen, enzovoort.

Ik denk ook dat veel ouders nog in het modus zitten van ‘negeer het gewoon’ wanneer hun kinderen met racisme geconfronteerd worden. Ze doen alsof het niet bestaat. Ik hoor van onderzoekers dat veel mensen er niet over praten wanneer ze op straat uitgescholden worden in het bijzijn van hun kind.

Je hebt ouders die veel druk zetten op hun kinderen om te excelleren. Het is misschien een manier om te compenseren en het is goed om te proberen iets negatiefs in iets positiefs om te zetten, maar daar moet men ook voorzichtig mee zijn.

In uw boek verwijst u soms naar wat u zelf hebt meegemaakt. Waarom?

Naima Charkaoui: Ik ben heel lang heel discreet gebleven over mijn persoon. Nu deel ik een aantal zaken omdat ik denk dat het me helpt om mijn punt te maken. Als zelfs ik, met de nadruk op ‘zelfs ik’, die opgegroeid is in een Vlaams gezin in West Vlaanderen, en die kan zeggen dat dit mijn taal is en dat dit mijn cultuur is, door racisme geraakt ben, dan weet je dat de kwestie van taal of cultuur slechts een excuus is.

Dat herken ik ook bij iemand als Dalilla Hermans. Ze noemt zich Vlaams-Kempisch. “Als ik tegen racisme bots, is dat niet omdat ik een andere cultuur heb of een andere taal spreek, maar omdat ik zwart ben”, zegt ze. In mijn geval is dat vanwege mijn naam of wat dat bij mensen oproep. Ik weet het, het is erg en het zou niet mogen, maar ik gebruik wat ik zelf meegemaakt heb omdat het op één of andere manier meer Vlamingen aanspreekt en het helpt me mijn punt te maken.

U geeft tips aan ouders en aan professionals, maar u blijft op het individu focussen. De rol van de politiek in het veroorzaken van die microkwetsingen komt niet ter sprake in uw boek. Is de urgentie ook op dat vlak niet groot?

Naima Charkaoui: Ik denk dat een racistische uitspraak of racisme relativerende uitspraken van een vooraanstaande persoon, of het nu om een politicus of om iemand anders gaat, een dubbel effect hebben. In de eerste instantie voel je je gekwetst door wat de persoon zegt, want je voelt je niet erkend in hoe je je voelt en wat je meemaakt. In tweede instantie weet je dat een dergelijk discours, zoals de ‘dansende moslims’ bijvoorbeeld, een impact zal hebben op je dagelijks leven.

De reden waarom dat punt niet duidelijk aan bod komt, is omdat 90 of 95 procent van het debat over racisme hierover gaat. Ik wil de schijnwerper leggen op het ontbrekende stuk van de puzzel dat over het hoofd wordt gezien.

‘Racisme is gewoon een realiteit en laten we kijken hoe we met dat stuk van de realiteit best omgaan’

Ik ben er van overtuigd dat er in onze samenleving nog een groot potentieel is aan mensen die racisme afkeuren en daar niet aan willen meedoen. Maar ze weten niet wat ze kunnen of moeten doen. Denk maar aan witte mensen die zich misschien onwennig voelen bij een uitspraak in hun directe omgeving maar die niet reageren. Of aan leerkrachten die niet weten hoe ze moeten reageren op uitspraken van hun collega’s. Ik denk dat die mensen een meer actieve antiracistische rol kunnen opnemen en een stukje tegengewicht kunnen bieden.

Veel mensen met een migratieachtergrond hebben het opgegeven om de antiracistische strijd te voeren door altijd uitleg te geven en te proberen te overtuigen. Ze hebben afgehaakt omdat ze het gevoel hebben dat dit niet helpt.

Naima Charkaoui: In de strijd tegen racisme heb je verschillende strategieën nodig. Elk persoon gebruikt de strategie die het best aansluit bij wie hij of zij is. Er zijn mensen die veel meer gaan confronteren en die een hardere taal gebruiken. Je hebt mensen nodig die de dingen heel scherp kunnen benoemen. Maar het is niet het ene of het andere. De strijd is en politiek, en juridisch, en een kwestie van mentaliteitsverandering, en een strijd van onderuit. Persoonlijk wil ik me richten tot mensen in de samenleving die vooruit willen. En die zijn er.

Er zijn in de samenleving verschillende tendensen tegelijk bezig. Er is misschien die tendens om bepaalde zaken terug te schroeven. Anderzijds stel ik vast dat de diversiteit groeit. In elk bedrijf, in elke organisatie, social profit of commercieel, groeit die trend. Dat kan ook niet anders. De samenleving wordt diverser. Er groeit een tekort aan arbeidskrachten en dat besef wordt groter.

Je ziet ook dat parallel aan de verstrakking ten opzichte van thema’s als de positie van minderheden of migratie, er een ongelooflijke golf aan solidariteit is. Ik denk dat de debatten op sociale media een te pessimistisch beeld geven van de Vlaming juist omdat veel mensen door de polarisering afhaken. En er zijn mensen die zich hier heel onzeker bij voelen en zich afvragen wat ze ervan moeten denken. Ik heb een veel positiever beeld van de Vlaming dan sommige politici.

Niemand hoort het woord racisme graag en niemand gebruikt het graag, waarom heeft u dat woord als titel gekozen?

Naima Charkaoui: Ik heb er bewust voor gekozen om het woord racisme te gebruiken omdat het te lang niet uitgesproken kon worden. We hebben te lang in termen van diversiteit gesproken. Men wilde een positieve benadering hanteren. Maar als we het probleem niet benoemen, blijven we rond de pot draaien. Racisme is gewoon een realiteit en laten we kijken hoe we met dat stuk van de realiteit best omgaan.

Racisme. Over wonden en veerkracht wordt uitgegeven door EPO vzw ; ISBN: 9789462671614

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur