Ousmane Ag Moussa: de blues van de woestijn

Ousmane Ag Moussa is de frontman van de Malinese band Tamikrest. Zijn liederen vertrekken vanuit de klassieke ritmes en melodieën van zijn Toearegtraditie, maar in Ousmane’s gitaarspel herken je ook onmiddellijk de invloed van grote pop- en rockiconen als Mark Knopfler en Bob Marley. De muziek van Tamikrest draait echter niet louter om de muzikale vernieuwing van een oude traditie. Ousmane’s liederen zijn immers ook een aanklacht tegen de onderdrukte situatie van de Toeareg en een pleidooi voor de eenheid van hun gemeenschap. De Britse journalist Andy Morgan, die zowel de muziek als de politiek van de Sahara door en door kent, omschreef het ooit heel treffend: “In het gevecht voor de onafhankelijkheid van de Toearegs, gebruiken de bandleden van Tamikrest hun microfoons en gitaren als geweldloze wapens.”

  • CC BY-NC-ND 2.0 Aktiv Oslo/Ksenia Novikova Ousmane Ag Moussa (centraal). CC BY-NC-ND 2.0 Aktiv Oslo/Ksenia Novikova

Mali, jouw geboorteland, werd de laatste jaren door heel wat conflict en geweld geplaagd. Waar draaien die rond, vanuit jouw perspectief?

Ousmane Ag Moussa: De huidige conflicten ontstonden niet plotseling van gisteren op vandaag. Om ze goed te begrijpen moeten we een grote stap terug zetten in de geschiedenis.

De Toearegs zijn de oorspronkelijke bewoners van de woestijn. Ze doorkruisen die al duizenden jaren. In lang vervlogen tijden hadden zij immers de handel van West-Afrika in handen. Maar ze werden politieke slachtoffers van de wijze waarop men artificiële grenzen trok doorheen West- en Noord-Afrika. Het gebied waarin de Toearegs rondtrokken werd in verschillende stukken opgesplitst. Zo geraakten ze over vijf staten verspreid: Mali, Niger, Burkina Faso, Libië en Algerije.

De situatie verschilt heel erg van land tot land. De Toearegs in Algerije hebben een heel ander leven dan degenen die in Mali of Libië wonen. De grootste problemen doen zich voor in Mali. Sinds de jaren zestig werd het er alsmaar onrustiger. Door de politieke beslissingen van die tijd voelden de Toearegs zich plots als vreemdelingen in hun eigen land. Ze betaalden belastingen, werkten en kwamen hun verplichtingen na, maar ze kregen niets terug van de staat. In ‘63 kwam het dan ook tot een openlijke strijd tussen de Toearegs en de Malinese regering.

In Westerse landen krijgen we ook heel wat nieuws te zien over gewelddaden van islamistische groeperingen in Mali.

Ousmane Ag Moussa: Dat is zo, maar de politieke doelstellingen van groepen zoals AQIM (Al-Qaida in de Islamitische Maghreb) hebben geen enkele relatie met de strijd van de Toearegs.

Het doel van de Toearegs was steeds hun onafhankelijkheid. De wijze van vechten was ook totaal anders. In de jaren zestig gebruikte men nog kamelen. Er waren geen tanks, machinegeweren of raketten. Al dat soort dingen werd net tegen de Toearegs gebruikt en veroorzaakte verschillende bloedbaden onder onze bevolking.

Het leidde er toe dat heel wat jongeren naar Algerije en Libië verhuisden en er een pact sloten met Khadafi. Maar Khadafi maakte daarvan gebruik om hen naar Libanon en Israël te sturen. In de jaren 90 kwamen ze terug om hun eigen strijd terug op te nemen. Zo ontstond in 1990 een nieuwe revolutie. In 1992 werden enkele akkoorden getekend die meer zelfbeschikking en decentralisatie op het oog hadden, maar die verdragen werden nooit uitgevoerd. Daarom kwamen er in 1994 en 2006 nieuwe opstanden.

Waar komen de islamisten dan vandaan in dit alles?

Ousmane Ag Moussa: Al meer dan tien jaar lang vinden er evoluties plaats die niet ‘natuurlijk’ zijn. Ik herinner me goed dat ze in 2001 en 2002 naar de Kidal-regio (het noord-oosten van Mali) kwamen en zich voordeden als heel religieuze mensen. Ze gedroegen zich als pacifisten. Het waren Pakistanen, Algerijnen, enz. Ze kwamen in de moskeeën om er te preken en het geloof van de mensen te verdiepen.

Toen had ik geen flauw idee waar dat allemaal rond draaide. Maar dat werd gaandeweg duidelijk. Tussen de missionarissen zaten immers ook heel wat andere groepen. Sommige waren misschien echte pacifisten maar anderen verhandelden drugs en waren verantwoordelijk voor het kidnappen van toeristen.

Ik ben natuurlijk geen politicus of academicus die alles heel grondig socio-politiek kan analyseren. Maar ik kijk om me heen en merk gewoon op dat er verschillende partijen zijn. Er is een groep die mensen wil ‘bekeren’ en meenemen in hun systeem. En er is ook een groep die de woestijn wil ‘afsluiten’. Nochtans is er niet veel te vinden in de woestijn. De staat heeft er nooit in geïnvesteerd. Al wat er is, werd door de Europeanen uitgebouwd.

Vroeger was er ook wat toerisme. Niet erg veel, maar toch een beetje. Vanaf 2003 begon ook dat te verdwijnen. De autoriteiten zagen het allemaal gebeuren en lieten het oogluikend toe. Ze deden geen enkele moeite voor de regio en gaven vrij spel aan de terroristische groeperingen.

Het religieuze en het politieke werden dus, zoals dat wel vaker gaat, op schimmige manieren met elkaar verweven.

Iemand die werkelijk in God gelooft, is volgens ons iemand die geen kwaad opzet heeft.

Ousmane Ag Moussa: Inderdaad. De aanhangers van de islamistische groeperingen hebben een heel ander doel voor ogen dan wat ze de mensen tonen. Maar wanneer iemand naar de Toearegs komt en zegt dat hij in God gelooft, dan zien we hem als een goede persoon want iemand die werkelijk in God gelooft, is volgens ons iemand die geen kwaad opzet heeft, die zich correct gedraagt en die we kunnen vertrouwen.

Zo gebruiken ze het religieuze om binnen te komen in onze gemeenschap en heel wat Toearegs aan zich te binden. Op die manier willen ze stapje per stapje een strikte interpretatie van de sharia opleggen zoals die vele eeuwen geleden gangbaar was. Maar waarom zouden we naar die tijd terugkeren?

Als religie een toegangspoort is tot de Toeareggemeenschap, zit er in de strijd van de Toearegs dan toch geen enkele religieuze component? Religie kan immers steeds twee kanten uit. Het kan zowel tot onderdrukking leiden als tot bevrijding. Dus, al wensen jullie geenszins een kalifaat op te richten zoals de islamisten, biedt de spiritualiteit van islam geen draagkracht aan jullie strijd voor onafhankelijkheid?

Ousmane Ag Moussa: De Toearegs zijn natuurlijk moslims. Meer dan duizend jaar geleden zijn wij bekeerd. Maar zonder oorlog of geweld. We kozen er zelf voor om moslims te worden. Voor ons was het een tolerante religie. De strijd van de Toearegs draait dus helemaal niet om religie en gaat louter over het herstel van onze rechten. Wij zijn de erfgenamen van de woestijn. We willen heel eenvoudig deel uitmaken van de beslissingen die onze toekomst bepalen en we willen niet dat de woestijn van onder onze voeten wordt weggenomen.

En wat betekent jouw geloof voor jou persoonlijk? Is het bijvoorbeeld een bron van inspiratie voor jouw muziek?

Ousmane Ag Moussa: In alle eerlijkheid moet ik toegeven dat mijn religieuze kant niets met mijn muziek te maken heeft. Ik ben muzikant. Punt. En mijn religie, dat is tussen mij en God.

Wat is dan wel een bron van inspiratie voor je muziek?

Ousmane Ag Moussa: Dat wat ik zie.

Wat me in de muziek duwt is de situatie van de Toearegs.

Wat me in de muziek duwt is de situatie van de Toearegs. Het is wat ik elke dag aanschouw en elke dag beleef. En het kwetst mijn hart.

Wij, Toearegs, zijn een onderdrukte en gemarginaliseerde gemeenschap. Ik heb dan ook de keuze gemaakt om muzikant te zijn om een belangrijke rol in onze samenleving op te nemen. We hebben geen grote plaats in de media of in de Malinese politiek. Maar we hebben een geschiedenis, een cultuur en een taal die voor ons bijzonder belangrijk zijn. Met onze muziek beschermen we ons geheugen. We hebben immers geen archieven. Het zijn de muzikanten die onze geschiedenis bewaren.

Die geschiedenis is natuurlijk complex en kan je niet in één-twee-drie leren kennen. Dat gaat slechts in kleine stapjes. Dat gaat soms traag, maar het is nooit te laat. Dat is ook waarom we met onze muziek naar buiten komen. Met onze muziek doen we een klein stukje van onze traditie door de wereld reizen. Zelfs al verstaan de toeschouwers onze taal, het Tamashek, niet, misschien gaan ze er zich wel voor interesseren. Dat lijkt een kleinigheid, maar het is wel een kleinigheid méér dan voorheen. Zo kan één lied het begin betekenen van een zoektocht die veel verder leidt.

Heel wat liederen op jullie album Chatma gaan over de vrouwen uit de Toeareggemeenschap. Meer nog, de titel is Tamashek voor ‘Mijn zusters’. Houdt dat ook verband met dat ‘collectieve geheugen’ dat je in stand houdt doorheen je muziek?

Ousmane Ag Moussa: Onze vrouwen zijn heilig voor ons. Ze zijn onze eer, onze waardigheid. Wanneer je aan onze vrouwen raakt, raak je aan ons. Daarom schreef ik heel wat liederen over de manier waarop onze vrouwen slachtoffers werden van politieke en terroristische groeperingen die hun levenswijze willen veranderen.

Nochtans zie ik ook dat heel wat vrouwen sterk blijven, de moed bewaren en alle wanhopige situaties weerstaan. Mijn liederen zijn dus niet enkel een aanklacht tegen het onrecht dat hen wordt aangedaan maar ook een lofzang over hun kracht.

Mijn boodschap gaat echter nog verder dan dat. Het is ook een boodschap aan alle mannen, waar dan ook. Want alle mannen moeten zich bewust zijn van de wijze waarop ze vrouwen behandelen. De problemen die wij kennen, vind je nu eenmaal overal terug. Over de hele wereld lokken bepaalde politici oorlogen uit en de grootste slachtoffers van oorlog zijn altijd de vrouwen – hoewel ze er zelf geen enkele schuld aan hebben.

Dit interview werd afgenomen in het kader van het Halal Monk project.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift