Actievoerster Marylia werd opgepakt en bedreigd, maar heeft meer hoop dan ooit tevoren

Politiegeweld in Wit-Rusland: ‘Ik hoorde het doffe geweld van matrakken op zijn lichaam’

© Reuters

In Berlijn wordt betoogd tegen politiegeweld en de verkiezingsuitslag in Wit-Rusland, 15 augustus 2020.

Ze kwamen er al bij al nog “goed” mee weg, de 31-jarige Marylia en haar vrienden. Ze werden “maar” een nachtje geïntimideerd, beledigd en geslagen, terwijl andere Wit-Russische actievoerders nog steeds in de gevangenis zitten en martelingen ondergaan. ‘Maar mensen zien de agressie en kunnen niet accepteren dat dit het nieuwe normaal is.’ Het protest in Wit-Rusland is nog niet neergeslagen.

De Wit-Russische minister van Binnenlandse Zaken Joeri Karayev excuseerde zich vorige week op de staatstelevisie voor de “randschade” tegenover ‘toevallige voorbijgangers’. Het was een zeldzaam moment van zelfkritiek. Het regime was tot deze tactische terugtocht gedwongen, omdat de maatschappij haar afschuw had getoond tegen het brutale optreden van de Wit-Russische ordediensten.

De protesten in Wit-Rusland halen al nu al twee weken de internationale media. Op de avond van de verkiezingen, op 9 augustus, leek de regering nog te denken de straten van Minsk met de klassieke middelen te kunnen schoonvegen. Maar toen de protesten de volgende dagen verspreid en onregelmatig opdoken, trad de politie willekeurig op. Vanuit ongemerkte busjes werden toevallige raids op groepjes burgers uitgevoerd. Soms werden zelfs ambulances voor dat doel ingezet.

Minister Karayev sloeg deels mea culpa, en de regering liet daarop naar schatting een derde van de 6000 opgepakte actievoerders vrij. En dan zijn er nog de waarschijnlijk ontelbare arrestaties die niet in de officiële statistieken terechtkomen. Beelden tonen het brutale, fysieke geweld vanwege Loekasjenko’s interne troepen. Geen land in Europa heeft trouwens zoveel politieagenten per inwoner.

Marylia, een 31-jarige mensenrechtenactiviste, was één van de actievoerders die vrijgelaten werd. Marylia en haar man hadden er op 12 augustus al een paar dagen van protest op zitten zonder dat ze in de problemen gekomen waren. Tot een autorit naar huis hun dagen in een nachtmerrie veranderde.

Marylia zou tijdens haar gevangenschap de “lichte” behandeling krijgen. MO* kon met haar spreken en brengt haar getuigenis hieronder woord voor woord. Want koude cijfers en beelden zeggen weinig over de psychische martelingen waar de arrestanten mee te maken krijgen.

Opgepakt voor foto’s van protesten

Marylia: Ik reed ‘s avonds met mijn man en drie vrienden over een van de hoofdlanen van Minsk. We hadden geen vlaggen of kleuren van de oppositie aan onze wagen vastgemaakt. Er was verder weinig verkeer op de weg en er was geen spoor van demonstranten. Een verkeersagent deed ons stoppen.

Plots zagen we gemaskerde agenten op onze auto afkomen. Sommigen hadden grote geweren bij zich, zeker geen kleine pistolen. Ik merkte toen de typische minibusjes van de OMON (de Wit-Russische oproerpolitie, red.) op. Er was er zeker één agent voor elk van ons.

Ze deden ons uitstappen en bevalen ons de foto’s op onze smartphone te laten zien. Mijn man vroeg me wat er gebeurde, maar werd toegeblaft dat hij moest zwijgen.

Op een van onze telefoons vonden ze foto’s van de protesten. De mannen moesten daarop voor de wagen gaan staan, met hun handen op het koetswerk. Ik kon me nog min of meer vrij bewegen. Ze zeiden: ‘Ah, jullie willen Peremen? (‘Verandering’, naar het lied van Viktor Tsoi dat populair is bij de oppositie, red.) Dan tonen we jullie Peremen.’

Het was toen dat ik een onwillekeurig lachje voelde opkomen. Ik had al gehoord dat zij dit zeggen wanneer ze mensen slaan. Dat ze dit nu tegen ons zeiden, leek zo’n absurde situatie.

‘Waarom protesteren jullie?’, praatten ze intussen verder in op de mannen. ‘Je krijgt een loon, er is eten in de winkels. Wat heb je tekort? Bastaarden! Jullie veroorzaken deze onrust!’ Alle onrust was onze schuld, want we hadden het lef verandering te vragen. Hoe konden we?

Ik belde niet om hulp omdat ik niet dacht dat ik niet opgepakt zou worden. Ze brachten ons naar het politiebureau van het centrale arrondissement. De mannen moesten een busje in, handen op de nek, gezicht naar beneden gericht. Een agent herinnerde zich dat hij mijn telefoon niet had gezien, nam die af en eiste dat ik het paswoord intoetste. Ik vertelde dat mijn handen te hard trilden en een ander zei me met rust te laten. Maar mijn agent deed verder. Toen hij ook foto’s op mijn telefoon zag, zei hij: ‘Zij is hetzelfde, neem haar mee.’

Op het politiebureau moesten we uitstappen. De mannen werden meteen uitgescholden. In dit land kan je voor die taal de gevangenis in, maar de politie mag alles.

Vlak na middernacht werden we naar een binnenplein gebracht. Ik zag dat er mannen op de grond lagen en dat één vrouw met haar gezicht tegen de muur stond. Of ik dacht dat het nu serieus werd? Ik dacht niet aan de toekomst, maar aan hoe koud ik het zou krijgen als ik op die vloer zou moeten liggen.

Ik moest naast de andere vrouw gaan staan. Mijn man en mijn vrienden werden naar de andere kant geleid, maar ik kon nog horen wat er gebeurde. Ik wist dat ze mishandeld werden.

Marylia en haar echtgenoot tijdens een betoging. Op haar plakkaat staat: ‘Mijn man houdt van mijn knuffels, niet van de matrakken van de OMON (de Wit-Russische oproerpolitie).’

Een wreed spelletje

Marylia: Eén van de symbolen van Svetlana Tichanovskaya (de kandidaat-presidente van de oppositie, red.) is de kleur wit, voor geweldloosheid. Ze riep haar aanhangers op om deze kleur te dragen. Mijn man had die nacht als enige een wit armbandje om. Toen ik de agenten daar naar hoorden verwijzen, wist ik dat ook hij geslagen werd. Ik probeerde om te kijken, maar een agent riep me toe dat ik mijn hoofd omlaag moest houden. Alles was een wreed spelletje.

‘De agenten krijgen te horen dat ze op straat aan de bomen zullen hangen als Loekasjenko vertrekt.’

Er kwam een agent in burger om mijn gegevens op te nemen. Hij was vriendelijk en speelde een “goede flik”. Toen hij mijn naam vroeg, zei ik ‘Masha’. Dat is het verkleinwoord voor Marilya. Van toen af noemde hij me ‘Mashenka’, de naam die je aan een klein meisje zou geven. De agent vertelde mij en de andere vrouw dat we alles konden krijgen wat we wilden. Dat was nadat mijn man geslagen werd. Hij zei de anderen: ‘Behandel Mashenka en haar man goed!’ Ik zei hem niet dat het daar wat laat voor was.

Toen hij wegging, begon het schelden weer. ‘Zo, jullie haten ons. Maar als er iets met je gebeurt, dan weet je ons wel te vinden.’ De mannen moesten opstaan. Een van hen was IT’er. Hij werd aangesproken met ‘die computernerd’. Een agent vroeg me of ik kinderen had. Ik zei van niet, waarop hij zei dat ik beter thuis zou zitten om baby’s te maken dan op straat te gaan protesteren.

Ik probeerde een paar keer oogcontact te maken, maar ik zag niet veel empathie. Toch geloof ik niet dat het allemaal sadisten zijn. Ik denk dat ze gebrainwasht zijn. Zij krijgen te horen dat ze op straat aan de bomen zullen hangen als Loekasjenko weggaat. Media laten nu veel beelden zien van gewonde OMON die ‘de vrede bewaren, tegen de terroristen’. Ik begrijp niet hoe je naar mij en mijn man kan kijken en terroristen zien.

Binnen de politie gaat ook het cliché de ronde dat wij jongeren te veel geld en tijd hebben. Voor hen zijn we zeurderige, verwende bourgeois, die niet weten wat echt werk is. De reden waarom de agenten ’s nachts op moeten, zijn die “softies”, die hen niet respecteren, maar die bij hen komen uithuilen wanneer hun dure iPhone gestolen is.

Beltoon

Na een uur kwam de agent in burger terug. Hij gaf onze paspoorten en telefoons terug. Toen we weggeleid werden, snauwde een agent me toe mijn hoofd naar beneden te houden. De “goede flik” zei: ‘Laat haar maar.’

‘Ik hoorde hem schreeuwen en hoorde het doffe geluid van matrakken op zijn lichaam.’

We dachten dat het voorbij was, maar toen ging de gsm van een vriend af. Zijn vrouw was doodongerust en zijn beltoon was het lied Peremen. Hij probeerde het toestel uit te zetten. ‘Ze hebben hun lesje nog niet geleerd’, zei een van de agenten.

De mannen moesten onmiddellijk weer in een ongemakkelijke houding gaan staan, handen op het hoofd, benen wijd open. Ik werd alleen gelaten, tot er een agent kwam die me ook beval zo te gaan staan. Een ander zei me na een tijd om weer een normale pose aan te nemen. Het was daar een komen en gaan van OMON en gewone politieagenten.

Een van ons zei dat hij het gevoel verloor in zijn hand. Ze riepen hem toe dat hij geen echte man was. ‘Blijf dan thuis als je zo zwak bent.’ BIj een ander begon het been pijn te doen, dus bewoog hij er wat mee. ‘Wil je wat sit-ups doen?’, vroegen ze hem. Toen hij zich daarvoor in de houding legde, kwam er een andere agent naar voren om hem een trap te geven. ‘Je hebt geen geluk vandaag, jongen’, zei een ander.

Ik stond weer tegen de muur, maar ik wist dat ze toen een andere man aftuigden. Ik hoorde hem schreeuwen en hoorde het doffe geluid van matrakken op zijn lichaam.

Na een tijdje vroeg een agent om ‘de agressiefste eruit te halen, maar niet het meisje’. Dus wezen ze één van ons aan en dwongen ze hem push-ups te doen terwijl ze lachten en telden. Toen was het gedaan. De agent in burger kwam terug en zei ons dat ze ons zouden laten gaan zonder aanklacht. ‘Ik hoop dat we elkaar niet meer tegenkomen en dat jullie ons niet te veel verwijten. Protesteer niet meer.’ Hij wilde ons laten merken dat we er licht mee wegkwamen.

We hebben nu een klacht neergelegd (na de afschuw bij het publiek en de internationale gemeenschap liet de Wit-Russische overheid weten elke aanklacht tegen onrechtmatig geweld te onderzoeken, red.). Het gebouw van die commissie die de klachten onderzoekt, ligt naast dat politiekantoor. En daar zag ik die agent in burger weer. Pas toen kreeg ik het gevoel dat het echt was gebeurd. Het leek allemaal zo’n nare droom.

‘Meer hoop dan ooit tevoren’

Veel opgepakte arrestanten in Wit-Rusland worden het slachtoffer van martelingen, met interne bloedingen en striemen op het lijf als gevolg van het slaan met matrakken. Bij sommige opgepakte actievoerders vertoonden de wonden patronen in de vorm van kruisen of figuren. Ook nu nog verzamelen familieleden met hun artsen zich voor de poorten van de gevangenissen. Zij blijven in het ongewisse over de toestand van hun geliefden.

‘We schaamden ons omdat anderen zoveel erger hadden meegemaakt. Maar als je die gevoelens toelaat, normaliseer je het geweld.’

Wanneer we met Marylia afspreken, om haar verhaal te doen, is de toestand in het land omgeslagen. De troepen van OMON houden zich afzijdig en mensen met verschillende achtergrond blijven op straat komen. Het protest vond zijn hoogtepunt in een voor Wit-Rusland onuitgegeven massabetoging in Minsk, op zondag 16 augustus, en die werd op 23 augustus nog eens makkelijk overgedaan.

Voor Marylia en haar vrienden is dat alles een onwaarschijnlijke wending. Toch blijft de herinnering aan die nacht spelen.

‘Ik heb mijn verhaal al aan veel mensen kunnen vertellen, en we hebben nu groter werk te verrichten. Misschien praat ik later met een psycholoog. Maar nu voel ik dat ik het niet nodig heb, in de rush van de protesten. Het leven is al tien dagen niet normaal meer. We slapen weinig, eten niet goed. Ik werk wat, maar ik ben niet veel alleen op kantoor, zodat ik niet veel tijd heb om erover na te denken.’

‘Toen we dit meemaakten, was er nog weinig bekend over wat er gebeurde in de gevangenissen. Maar later beseften we dat we er goed mee weggekomen zijn. We namen contact op met een internationale ngo, maar schaamden ons omdat anderen zoveel erger hadden meegemaakt. Wij hadden blauwe plekken, anderen interne bloedingen. Maar als je die gevoelens toelaat, normaliseer je het.’

Ben je niet bang voor de gevolgen op lange termijn? President Loekasjenko wankelt, maar hij geeft geen blijk van de wil om te vertrekken.

Marylia: Ik probeer er niet over na te denken. We hebben nu meer hoop dan ooit tevoren. Maar als ik de kleinste gedachte toelaat dat Loekasjenko aanblijft, voel ik paniek. Als hij blijft, weet ik niet of we nog veilig zijn. Ik heb al een tijd in het buitenland gewoond, dus vluchten schrikt me niet af. Maar dat wil ik niet. Nooit waren we zo dicht bij verandering.’

In 2010 zagen we al zulke protesten. Toen heeft Loekasjenko die kunnen breken.

Marylia: Ik herinner me de verkiezingen van 2010 goed, ik studeerde toen aan de universiteit. Toen werden ook mensen mishandeld na de protesten. Ik herinner me van die tijd de complete wanhoop die ik toen voelde. Mijn vrienden zaten vast maar niemand trok het zich aan. De onverschilligheid toen ik naar de les ging en alles vertelde…

Nu is het volledig anders. Mensen zagen de agressie en konden niet accepteren dat dit het nieuwe normaal is. Door die empathie in de hand te werken, heeft het regime een grote fout gemaakt. Mensen die zich nooit, werkelijk nooit met politiek zouden inlaten zijn nu actief op de sociale media. Heel mijn Instagram-account staat vol met foto’s en filmpjes van politiegeweld. Maar het zijn ook de stemmen die gestolen werden. Mensen pikken dat niet meer.

Geen weg terug

Die verkiezingsfraude gebeurde in het verleden ook, zoiets is een publiek geheim. Waarom revolteren de Wit-Russen er nu wel tegen?

Marylia: Ik heb daar geen sluitende verklaring voor. Maar weet je wat interessant is? Tichanovskaya’s campagne ging over empowerment. Ze bracht een positief verhaal an maakte andere mensen dan de gebruikelijke activisten warm voor het opnemen van hun rechten. Ik heb dit nog nooit gezien hier, mensen die ervan genoten te doen waar ze recht op hebben: campagne voeren, het tellen van de stemmen waarnemen…

‘Mensen lachen het systeem in zijn gezicht uit.’

En dan komt zo’n flagrante leugen als die tachtig procent voor Loekasjenko hard aan. Die nieuwe mensen, die nooit met politiek bezig waren, voelen zich vernederd. Als je iets met je eigen ogen ziet, maar de kiescommissie zegt dat wit zwart is en de staatsmedia blijven zeggen dat je zwart hebt gezien, dan heb je het gevoel je verstand te verliezen.

Dat lijkt op een psychologische techniek: “gaslighting”. Doe mensen twijfelen aan hun eigen verstand, om er macht op uit te kunnen oefenen.

Marylia: Ja, misschien kan je dat zo noemen. Maar het werkt niet meer. Mensen steken er zelfs de draak mee. Na elke verkiezing zegt de staatstelevisie dat alleen drugsverslaafden, betaalde opposanten, werklozen en hooligans zijn gaan betogen. Niet echt mensen waar men zich mee gaat identificeren. Nu zegt Loekasjenko hetzelfde en zie je mensen plakkaten maken met slogans als: ‘Ik ben een ingenieur.’ Op de betoging riep iemand: ‘Wie is er hier een drugsverslaafde?’, waarna iedereen: ‘Ik!’ Mensen lachen het systeem in zijn gezicht uit.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Dat systeem lijkt nochtans te hopen dat de protesten leegbloeden. Is dat een realistische verwachting volgens jou?

Marylia: Ik denk niet dat er een weg terug is. Als mensen zoveel solidariteit voelen als op de betoging van zondag (200.000 mensen kwamen in Minsk samen voor een onuitgegeven manifestatie, red.), met vrijwilligers die water uitdelen, onbekenden die elkaar omhelzen, dan is er iets veranderd. Je dacht dat je landgenoten onverschillig waren, maar je ziet dat ze het niet zijn.

Wit-Russen stonden lang bekend als eerder gelaten, fatalistische mensen. Zoals je het beschrijft, heeft het land zichzelf teruggevonden.

Marylia: Weet je, er doet een grap de ronde. Al die ongelukkige Wit-Russen waren depressief omdat ze dachten dat er iemand was die voor Loekasjenko stemde. Nu hebben ze ontdekt dat het niet waar is.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur