Expert Luc Van Liedekerke over de realiteit van duurzaam ondernemen

Professor bedrijfsethiek: ‘De dag dat grote spelers de weg van duurzaamheid kiezen, moet iedereen mee’

© Charles Eteroma (CC0)

 

Duurzaam ondernemen is populair. We worden om de oren geslagen met startups die kiezen voor circulair ondernemen en zien we meer en meer ecologische kledingmerken op de markt verschijnen. Ook grote vaste waarden pakken uit met sociale en ecologische doelstellingen. Zo werkte Unilever een Sustainable Living Plan uit en houdt Philips vast aan een Sustainability Program. Is er écht een ommekeer aan de gang of blijft het bij modewoorden en tijdelijke trends?

Volgens Professor Luc Van Liedekerke gaat het verder dan alleen de zakelijke kant. Hij doceert sinds 1992 ‘ethisch ondernemen’ en is professor aan de universiteit van Antwerpen en de KULeuven. Samen met Johan Verstraeten publiceerde hij het meest succesvolle boek over bedrijfsethiek in het Nederlandstalige taalgebied: Business & Ethiek. ‘Het gaat er om dat je een activiteit doet en beseft wat de impact daarvan is op de rest van de wereld’, zegt Van Liedekerke.

‘Ethisch ondernemen begint op de dag dat je grenzen stelt aan wat je wel of niet wil doen. Ons moreel kompas bepaalt die grenzen en ze zitten deels in wetgeving, maar je kan er ook voor kiezen om steeds een stap verder te gaan en je bewuster te worden van je total impact. Die impact zit altijd wel ergens: bevoorradingsketen, uitstoot van CO², grondstoffen of het soort van klanten dat je wel of niet bedient. Als je enkel de commerciële kant ziet en doorgaat zonder nadenken over de gevolgen van je handelen, dan ben je niet goed bezig.’

Het lijkt alsof steeds meer bedrijven aandacht hebben voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, of is dat alleen maar schijn?

Luc Van Liedekerke: Die gevoeligheid nam zeker toe. Dat kunnen we alleen maar toejuichen en verder pushen. In de Verenigde Staten staan ze al een stap verder met B Corporations. Dat zijn bedrijven met een speciaal statuut die vertrekken vanuit hun maatschappelijke impact, die ze laten voorgaan op de winst. Het is opvallend hoeveel bedrijven bereid zijn om zich aan die kant te positioneren. Zo nam de Amerikaanse branche van Danone het B Corp-statuut aan, toch geen kleine speler. Het is een beweging die overal groeit en ik twijfel er niet aan dat ze ook naar hier zal komen.

Hoe ziet u vormen van maatschappelijk verantwoord ondernemen bij ons evolueren?

Luc Van Liedekerke: Ondernemers beseffen dat ze een impact hebben op de wereld en zijn bereid om daar aan te werken. Bovendien wordt de zakelijke kant van het verhaal steeds duidelijker en men beseft dat het niet altijd veel moet kosten. Als een staal- of chemiebedrijf zijn water- en energieverbruik kan verminderen, is de productiekost lager en heb je tegelijk een positieve impact op een aantal elementen in de wereld. Die twee dingen kunnen samengaan. Het inzicht is gegroeid en de systemen zijn verbeterd dus ik denk dat we daar goede stappen in zetten.

In de voedselsector bijvoorbeeld veranderde Unilever zijn strategie. Ze zeggen dat ze eerst naar de impact kijken en dan pas iets lanceren. Hun Sustainable Living Plan zit heel mooi in elkaar. Let op, het blijft wel een commercieel bedrijf, onderworpen aan commerciële logica. Zeer radicale stappen ga je dus niet meteen zien en de spanning met de dominante rol van aandeelhouders, die enkel de financiële kant van het verhaal zien, blijft groot. Zo kwamen Akzo Nobel en Unilever in Nederland, twee kampioenen in duurzaam ondernemen, onder druk te staan van aandeelhouders om hun opbrengst te vergroten. Hier stonden twee modellen van ondernemen tegenover elkaar, het oude model dat enkel gericht is op maximale aandeelhouderswaarde creëren, en het nieuwe model dat kijkt naar de totale impact van het bedrijf op al zijn stakeholders.

Het is cruciaal dat de grote bedrijven stappen ondernemen. De dag dat chemiereus BASF zijn strategie verandert richting duurzaamheid, moet iedereen mee.

Bij kleine bedrijven ligt dat anders. Zij zijn zelden beursgenoteerd, sleuren geen erfenis met zich mee, en durven radicale ideeën naar de markt te brengen. In de voedingssector zijn er tientallen voorbeelden van ondernemers die met nieuwe proteïnerijke voeding zoals insecten experimenteren. Ngo’s geven kritiek op grote bedrijven en moeten dat blijven doen, want grote spelers kunnen hele sectoren verplaatsen. Het is daarom cruciaal dat zij ook stappen ondernemen. De dag dat bijvoorbeeld chemiereus BASF zijn strategie verandert richting duurzaamheid, moet iedereen mee.

We zien een positieve evolutie. Toch gaan veel grote bedrijven nog de mist in, zoals Volkswagen met de sjoemelsoftware of Danske Bank met het witwassen van miljarden euro’s…

Luc Van Liedekerke: In alle sectoren zit een leidersgroep die de rest trekt, maar het peloton meekrijgen is nog altijd een zware opgave. Over het algemeen is het zo dat productiesectoren zich er meer bewust van zijn omdat hun impact op de wereld duidelijk te zien en te meten is. Het gebeurt verre van perfect, maar het thema is heel aanwezig. Dat geldt dan weer minder voor servicebedrijven. Waar de impact ligt is niet meteen zichtbaar, waardoor de druk van de buitenwereld minder is. 

Hoe krijgen we het hele peloton over de streep?

Luc Van Liedekerke: Met een staat die reguleert vanuit een lange termijn perspectief, bedrijven die verantwoordelijkheid nemen, de consument die vanuit zijn eigen keuzevrijheid een signaal geeft voor verantwoorde producten en aandeelhouders die letten op het duurzame karakter van hun investering. Kortom: een verantwoordelijke houding bij alle stakeholders. Wanneer Danske Bank 200 miljoen witwast, moet dat inderdaad zwaar afgestraft worden, net als de BP-ramp in de Golf van Mexico. Die factuur ligt voor het bedrijf rond de 65 miljard euro, wat zelfs voor een wereldspeler als hen heel zwaar is om te dragen. Zo zijn er tientallen voorbeelden, ook in de financiële en farmaceutische sector. Je ziet die boetes jaar na jaar toenemen en dat raakt de bedrijven hard.

Die wetten en straffen zijn nodig, maar zijn niet voldoende. Mensen moeten de wet ook in hun hoofd accepteren, anders heeft ze geen effect. Daarom dat actie moet worden gemotiveerd, zoals met prijzen en wedstrijden rond duurzaam ondernemen. Vergelijk het met verkeersgedrag: je kan strengere wetten opleggen tegen alcohol achter het stuur, maar er moet even goed ingezet worden op bewustwording. De BOB-campagne werkte goed op dat vlak. Voor mijn generatie was het totaal aanvaard om dronken achter het stuur te zitten, voor de nieuwe generatie is het crimineel gedrag. Op de dag dat een wet onderdeel wordt van het waardepatroon, heb je ze eigenlijk niet meer nodig.

Er zijn bedrijven die winst zien in duurzaam ondernemen, maar er zijn ook sectoren waar dat minder van toepassing is. Waarom zouden bedrijven uit die sectoren er dan rekening mee houden?

Het rechtvaardig verdelen van onze belastingen is al langer een structureel probleem in onze samenleving, maar de laatste jaren wordt het pijnlijk duidelijk dat een aantal zeer grote spelers amper bijdragen

Luc Van Liedekerke: In de eerste plaats moeten we hen wijzen op de impact die ze hebben, vaak zien ze die zelf niet. Als die impact negatief is moeten ze afgestraft worden door het regulerend kader. Het rechtvaardig verdelen van onze belastingen is bijvoorbeeld al langer een structureel probleem in onze samenleving, maar de laatste jaren wordt het pijnlijk duidelijk dat een aantal zeer grote spelers amper bijdragen. Consultancybedrijven geven enerzijds advies aan de minister van Financiën, anderzijds adviseren ze de bedrijven over hoe ze de belastingen kunnen ontwijken. We moeten hen er op wijzen dat ze een lijn moeten trekken in het soort adviezen dat ze geven en op hun verantwoordelijkheidszin spelen. Zo lang ze wetten maken en daar zelf gaten in schieten is het slecht voor de samenleving.

De overheid hoeft niet alles te reguleren maar kan werken met sectororganisaties om hele sectoren mee in de juiste richting te duwen. Dat is bijvoorbeeld het geval in de voedselsector in België, waar ingezet wordt op een verlaging van het suiker- en zoutgehalte. Ik zie dat als een belangrijk onderdeel van het ‘opvoedingsproces’ van het bedrijfsleven. Bedrijven opvoeden is namelijk een werk van lange adem.

Grote spelers, bijvoorbeeld in de kledingsector, hebben meestal vestigingen in landen met een zwakke wetgeving. Toch gaan ze er prat op dat ze duurzaam ondernemen. Valt dat ethisch wel te verzoenen?

Luc Van Liedekerke: Als er vandaag íets aanwezig is, is het meer bewustzijn dat onze spullen ergens vandaan komen en door iemand gemaakt zijn, maar spijtig genoeg is dat nog verre van voldoende. Hoe kunnen we die praktijken in Bangladesh veranderen? Het land heeft wetten, maar ze worden niet afgedwongen. Ook bij ons was het tot nog niet zo lang geleden heel normaal om ’s middags lekker te gaan eten met de belastingcontroleur die op bezoek was bij je bedrijf… Dat soort praktijken zijn in de bevoorradingsketen nog heel vaak aanwezig. Daarom moeten we druk zetten op de grote retailers om ter plaatse controlesystemen uit te bouwen, die blijken dikwijls veel effectiever te zijn dan lokale wetten.

In ons eigen land is lingeriebedrijf Van de Velde daar al decennia mee bezig. Dat is nog steeds één van de weinige Belgische bedrijven die met het SA8000 label werken, een belangrijke internationale standaard voor kwaliteit in de arbeidsrelaties. Meer recent hebben bijvoorbeeld ook JBC en Bel&Bo zich geëngageerd om duurzamer te werken en sloten ze zich aan bij de Fair Wear Foundation. Het heeft even geduurd, maar dat is mainstream kledij die de grote massa draagt!

Er is nood aan een duidelijk en afdwingbaar mondiaal wettelijk kader, maar verwacht niet dat het er morgen kan zijn. Het is vandaag meer gebaseerd op vrijwilligheid en druk van de consument, dan op wetgeving

Voorlopig zijn we dus aangewezen op de goodwill van bedrijven die willen investeren in controlesystemen. Ngo’s wijzen op de nood aan een duidelijk en afdwingbaar mondiaal wettelijk kader. Maar verwacht niet dat dit kader er morgen kan zijn. Je kan alleen maar roeien met de riemen die je hebt en die zijn op dit moment veel meer gebaseerd op vrijwilligheid en druk van de consument, dan op wetgeving.

Hier en daar zien we regulerende initiatieven zoals de Modern Slavery Act in het Verenigd Koninkrijk, die expliciet mikt op de globale aanvoerlijnen van ondernemingen. Of de Franse Devoir de Vigilance uit 2017, die grote bedrijven verplicht om controlesystemen te installeren die toezien op schendingen van mensenrechten.

Wat met bedrijven die er voor kiezen om toch geen rekening te houden met de sociale en ecologische impact van hun daden?

Luc Van Liedekerke: Die zullen sneller afgestraft worden door de overheid, de consumenten en de eigen werknemers die het niet tolereren. Om de juiste mensen aan te trekken zal je ethisch profiel moeten kloppen, als je dat negeert val je op een bepaald moment uit de boot. Een klein bedrijfje dat vooral burgerlijk ingenieurs en architecten in dienst heeft, ondervond in de krappe arbeidsmarkt een probleem om personeel te vinden en moest daarom ieder jaar geld uit geven aan headhunters. Toen ze zich specialiseerden in eco-efficiëntie van gebouwen hadden ze plots keuze uit massa’s talent waardoor ze het headhuntersbudget konden schrappen. Jongeren vinden dat thema interessant en voelen zich aangetrokken tot een bedrijf met een positieve identiteit.

Als universiteit kunnen we daarom een belangrijke rol spelen in het bewustzijn van de nieuwe generatie ondernemers, maar we bewegen daar erg traag in. Zo krijgen studenten uit financiële richtingen nauwelijks inzicht in de ethische kant van financiën, terwijl dit toch nodig is. Als ik mijn collega’s daar op aanspreek, lijken ze het in Keulen te horen donderen, maar ik vind het heel gevaarlijk om studenten financiën niet te wijzen op de impact van hun gedrag en hen zo de bankwereld in te sturen. Welke houding zullen zij hebben ten aanzien van financiële regulering?

Tot slot, wanneer zal duurzaam ondernemen volgens u eerder de norm en niet langer de uitzondering zijn?

Luc Van Liedekerke: In de voedingsindustrie is dat heel dichtbij en is het bewustzijn echt aanwezig, maar er zijn ook sectoren die helemaal nog niet wakker zijn, vooral de dienstenbedrijven. Zij werken heel abstract en het is bijvoorbeeld moeilijk om te zeggen wat de impact is van 200 miljoen dollar witwassen. Niemand ziet het! In ons moreel bewustzijn weegt iemand een mep geven nog steeds veel zwaarder door dan white collar crimes, terwijl je gerust kan beweren dat de finale impact van dat soort misdaden op de samenleving dikwijls veel groter is. Pas als dat besef verandert, zullen ook die sectoren volgen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift