Activist/acteur Yvan Sagnet: ‘Iets weigeren waar slavenarbeid mee gemoeid is, moet normaal zijn’

Van tomatenplukker tot hedendaagse Jezus. ‘Ongelijkheid aanpakken kunnen we alleen samen’

© The New Gospel / MOOOV

‘Heb je naaste lief’, zei Jezus. Thomas Sankara zei: ‘Respecteer je naaste, buit hem niet uit.’ Het is de dezelfde boodschap.

Yvan Sagnet is geen acteur, zo zegt hij zelf. ‘Wel een activist. En ik gebruik cinema om een probleem aan te kaarten.’ Daarmee verwijst de Kameroener naar de erbarmelijke omstandigheden waarin Afrikaanse migranten werken in het zuiden van Italië, voor groenten die in onze supermarktrekken terechtkomen. In Milo Rau’s The New Gospel vertolkt hij de hoofdrol van een hedendaagse Jezus. ‘Want dit is moderne slavernij.’

Sommige mensen kunnen amper een film bekijken waar historische fouten inzitten. Leraars geschiedenis, bijvoorbeeld. Ik herinner me zo iemand: nietsvermoedend strekte hij zich uit op de bank voor Inglourious Basterds, een “film over de Tweede Wereldoorlog” uit de koker van Quentin Tarantino. ‘Dat klopt niet, hoor’, mompelde hij vanaf ongeveer minuut één.

Later begon hij zich in de handen te wrijven bij het aanschouwen van zoveel historische nonsens. Lang voor de ontknoping, waarbij Adolf Hitler tot moes wordt geschoten tijdens een aanslag op een Parijse cinema, was de tv uitgeschakeld.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Ik vraag me af wat hij van Milo Rau’s The New Gospel zou vinden: een film waarbij de handlangers van Pontius Pilatus per auto komen aanscheuren om Jezus te arresteren. Jezus Christus. In een auto. Jezus, die bovendien, net als Judas en zowat alle andere figuren uit zijn entourage, een zwarte man is.

Nu zal het inderdaad zijn dat er wel wat schort aan het beeld dat de Katholieke Kerk heeft opgehangen van Jezus. Een vent uit het Midden-Oosten met halflang blond haar en blauwe ogen?

Rau dingt er niets op af. Hij is een regisseur met een handelsmerk. Net als Tarantino handhaaft hij doorheen z’n oeuvre een thematische zin voor verknipte freaks en, in het geval van The New Gospel, verschoppelingen. Maar waar Tarantino hen laat opdraven ten dienste van breinverschroeiende dialogen en geweld, dienen ze bij Rau een fijnbesnaarder doel. Ze zijn geen loutere stijloefening, ze bepalen de boodschap.

Waarop zou Jezus Christus – mocht die als millennial terugkeren – vandaag zijn pijlen richten?

Die boodschap is even eenvoudig als geniaal. De vraag is: waarop zou Jezus Christus – mocht die als millennial terugkeren – vandaag zijn pijlen richten? Waarover zou hij preken? De Romeinse onderdrukker mag dan al even geweken zijn, maar in welke hoeken van het systeem vallen vandaag de klappen?

Rau vindt het antwoord op die vraag in de seizoensarbeid in het zuiden van Italië. Migranten, veelal uit Sub-Saharaans Afrika, werken er zich voor wat kleingeld kapot op de tomaten- en fruitvelden. Ze overleven er in de marge van de samenleving, in sloppenwijken en onder bruggen. Ze fungeren er louter als bijna gratis handenarbeid. Wie niet meekan, mag verrotten. Het systeem heet caporalata, naar de zogenaamde caporali, die optreden als tussenpersonen tussen de migranten en de landeigenaars.

Matera is zo’n stadje in de Italiaanse hak dat draait op caporalata. Bij het grote publiek geniet Matera vooral bekendheid als filmlocatie voor Jezusfilms. Onder meer The Passion of the Christ van Mel Gibson werd hier in 2004 ingeblikt. In 2019 werd het stadje zelfs Europese Culturele Hoofdstad.

Dat draagt een nauwelijks te bevatten cynisme in zich. Want om te weten wat hedendaagse slavernij is, kan je naar Mauritanië trekken, maar evengoed naar Matera.

Hypocrisie

‘Het verschil tussen rijk en arm heb je overal, maar in Europa komt er een factor hypocrisie bij kijken. Dat maakt het verschil’, zegt hoofdrolspeler Yvan Sagnet door een skypelijn vanuit Rome.

Sagnet weet waarover hij spreekt. Als Kameroenese ingenieursstudent vertrok hij in 2007 naar het Italiaanse Turijn om deel te nemen aan een beursprogramma. Italië! Het land van Juventus FC en dus van zijn dromen.

Het werd een bitter ontwaken. Na een misgelopen examen informatica werd Sagnets beurs ingetrokken. Plots stond hij er alleen voor. Sagnet trok zuidwaarts op zoek naar werk en diende zich nietsvermoedend aan als tomatenplukker bij de caporali.

Geconfronteerd met de bikkelharde realiteit ontbrandde in zijn hart al snel het vuur van de revolte. ‘Het heeft enkele dagen geduurd. Ik was zo ontzet om dit aan te treffen in Europa. Na enkele dagen heb ik een eerste stakingsactie georganiseerd’, vertelt hij.

‘We mogen de onrechtvaardigheden van deze wereld niet langer negeren. Als we dat wel doen, wacht de barbarij.’

Sagnets actie groeide uit tot een massabeweging die ‘de Revolte van de Waardigheid’ wordt gedoopt. De activisten stoelen zich losjes op de leer van de revolutionair en voormalige president van Burkina Faso, Thomas Sankara. ‘We mogen de onrechtvaardigheden van deze wereld niet langer negeren. Als we dat wel doen, wacht de barbarij. Sankara was daartoe een voorbeeld, net als Jezus’, motiveert Sagnet. ‘Zij waren de revolutionairen van hun tijd.’

Milo Rau was rond diezelfde periode op bezoek in Matera, in volle voorbereiding voor een eigen, toen nog vaag gedefinieerde Jezusfilm. Hij vond zijn Jezus gevonden: Yvan Sagnet, politiek activist en student, niet afkomstig uit Nazareth maar uit Kameroen. Jezus van Douala.

Revolutionaire update

In The New Gospel zien we Sagnet als een in doeken gewikkelde halfgod over het strand schrijden richting zijn volgelingen. Enkele van hen krijgen nog wat acteerinstructies. Op de achtergrond zien we toeristen selfies nemen. In een andere scène worden inwoners van de regio gecast voor enkele rollen. Het staat allemaal integraal op tape.

Zo meandert Rau tussen het historische verhaal over Jezus en zijn making-of daarvan. Tussendoor smijt hij de realiteit van de hedendaagse Jezus als een kletsnatte vaatdoek in de smikkels van zijn toeschouwers. Het resultaat is eigenlijk op zich al revolutionair, en zonder meer beklijvend.

© The New Gospel / MOOOV

Uit het gesprek met Yvan Sagnet blijkt dat het wel snor zit met de historische accuraatheid van The New Gospel. Het verhaal werd gewoon geüpdatet naar deze tijd.

Wat is voor u het grote verschil tussen The New Gospel en The Passion of the Christ?

Yvan Sagnet: Het grote verschil is dat Jezus in onze film een syndicalist is. We hebben de religie aangepast aan de hedendaagse realiteit. Die realiteit behelst het leven van immigranten, en de problemen van landbouwers in het zuiden van Italië.

Ik speel Jezus, de zoon van God, die spreekt over de Bijbel, net zoals in The Passion of the Christ. Maar tegelijk voert de Jezus van The New Gospel ook de strijd waarin hij gelooft. Een strijd voor de rechten van immigranten, voor armen en vrouwen.

Psychologische manipulatie

Caporalata. Wat is het juist, wat betekent het?

Yvan Sagnet: Het is een systeem dat wordt gevormd door caporali , de tussenpersonen tussen migranten en Italiaanse landbouwers. Als de landbouwer bijvoorbeeld vijftig mensen nodig heeft voor de oogst, gaat de caporal ernaar op zoek.

Wie geronseld wordt om te werken, krijgt 3,5 euro per gevulde kist van 300 kilo. Ik kon er vier vullen op een dag. Voor de rest wordt alles je aangerekend: vervoer, eten, zelfs water. Na een gemiddelde werkdag van zestien uur hou je nog geen tien euro over.

Tel daarbij dat temperaturen van 42 graden geen uitzondering zijn, en je beseft dat die caporali eigenlijk slavendrijvers zijn. Het is moderne slavernij. De ketens van de zestiende eeuw zijn vervangen door psychologische manipulatie. Mensen worden door hun situatie in het systeem gedwongen, en migranten zijn het makkelijkste slachtoffer.

‘Na een gemiddelde werkdag van zestien uur hou je nog geen tien euro over.’

In Italië is het zo dat er verschillende hefbomen zijn waardoor vooral migranten zich niet kunnen emanciperen en vatbaar worden voor dergelijke slavernij. Racisme, in de eerste plaats. De caporali weten dat en buiten het uit.

Het caporalata-systeem hangt aan elkaar door de netwerken van landeigenaars, caporali, politici en de maffia. Het is een sterk systeem. Moeilijk om daarmee te onderhandelen.

Hoe zijn uw eigen ervaringen?

Yvan Sagnet: Ik was student en had geld nodig. Ik ben erin gerold vanuit de redenering dat het normaal, gereguleerd werk was, met een loon en een contract.

Al snel bleek dat ik een slaaf was geworden. Toen bleek dat de landbouwers en de caporali onze waardigheid niet respecteerden, rebelleerde ik. Ik begon stakingen te organiseren. Tegen de 1200 mensen die in ons kamp woonden heb ik gezegd dat we onszelf zouden bevrijden. De staking duurde twee maanden. Ik kreeg doodsbedreigingen in die periode.

Caporalata is intussen wettelijk verboden, maar het wordt nog steeds toegepast?

Yvan Sagnet: Het is inderdaad verboden door de wet. Net zoals de maffia, maar die blijven ook gewoon bestaan. Zoals steeds hebben we als maatschappij tijd nodig om het volledig te elimineren.

We moeten elke dag strijden om ervan af te raken. We moeten bovendien strijden met efficiënte middelen, de wet alleen is niet genoeg. We kunnen de caporali arresteren, maar daarmee houdt het niet op, er zullen nieuwe komen. We moeten iets veranderen in de hoofden van de mensen, in de cultuur.

Het dictaat van de supermarkten

Met NoCap heeft u een organisatie opgericht die slaafvrije producten verkoopt, als alternatief voor het maffieuze systeem van de caporali.

Yvan Sagnet: Nocap betekent natuurlijk No Caporalata. Ik heb de organisatie opgericht omdat ik begreep dat slavernij inherent is aan het systeem, het wordt er als het ware door uitgelokt. Aan de oorzaak liggen de supermarkten. Als we het probleem van uitbuiting echt willen aanpakken, moeten we onze pijlen op hen richten. Anders blijft het aanmodderen in de marge.

Waarom de supermarktketens? Zij kopen de producten aan uit het zuiden van Italië, om ze te verkopen over de hele wereld. Dat gaat gepaard met een voortdurende strijd voor de laagste prijs, waarmee supermarkten de regels van de markt dicteren. ‘Dit jaar gaan de tomaten negen cent per kilo kosten’, klinkt de boodschap aan de landbouwer. ‘Te nemen of te laten’. De druk op de zwakste schakel in de keten neemt zo toe, want de landeigenaar wil in het systeem blijven. Degene die het land bewerkt, betaalt het gelag.

We richtten NoCap in de eerste plaats op opdat mensen zich meer zouden afvragen waar een tomaat vandaan komt. Wie heeft hem geplant, en onder welke omstandigheden? Dat heet: bewustzijn creëren. In het NoCap-systeem wordt elke stap gecontroleerd en wordt iedereen correct vergoed. De consument kan zo minstens een bewuste keuze maken.

Twee historische figuren komen in The New Gospel ruim aan bod. Naast Jezus zien we ook Thomas Sankara, de revolutionaire president van Burkina Faso die werd vermoord in 1987.

Yvan Sagnet: Sankara vocht om het Afrikaanse volk te bevrijden van de multinationals, de uitbuiting, het neokolonialisme. Hij wou zelfbeschikkingsrecht voor zijn volk. Jezus heeft precies hetzelfde gedaan. Jezus’ strijd ging over het helpen van armen en onderdrukten, mensen die leden onder het bewind van de keizer van Rome.

‘Heb je naaste lief’, zei Jezus. Sankara zei: ‘Respecteer je naaste, buit hem niet uit.’

Het taalgebruik en de gewoonten van beide personen verschillen enorm, maar inhoudelijk zie ik veel gelijkenissen. ‘Heb je naaste lief’, zei Jezus. Sankara zei: ‘Respecteer je naaste, buit hem niet uit.’ Het is dezelfde boodschap. En, niet onbelangrijk: beiden zijn vermoord door de heersende klasse van hun tijd.

Milo Rau had zijn redenen waarom hij u koos om Jezus te vertolken. We leven in een andere tijd, het systeem is ook verschillend. Bent u de Jezus, dan wel de Sankara van onze tijd?

Yvan Sagnet: Ik wil me niet met hen vergelijken. Ik ben een volgeling van Jezus, mijn referentiekader bestaat uit figuren als Thomas Sankara, Karl Marx en Martin Luther King. Ik wil het werk voortzetten van deze illustere mensen, maar ik wil me er niet mee vergelijken.

Wij streven een globale beweging na met de film. Het gaat ons allemaal aan. Ik doe het met de strijd, anderen doen het door bewust te consumeren, door erover te schrijven… Het zou normaal moeten zijn om iets te weigeren waarvan geweten is dat er slavenarbeid mee gemoeid is.

Ziet u in Italië al zaken die een positieve verandering inluiden?

Yvan Sagnet: In Italië zijn we nu tien jaar bezig. Er zijn kleine veranderingen. De politie arresteert soms caporali. Er is een wet. Het debat is gaande en ik merk dat er een groeiend bewustzijn is bij de bevolking. Maar er is nog veel werk. De strijd gaat voort en wordt op politiek, economisch én cultureel vlak gevoerd. De energie is er. We kunnen het.

Hoe contradictorisch vindt u het, dat in de Europese Culturele Hoofdstad van 2019 nog steeds zoiets als slavernij bestaat?

Yvan Sagnet: Het is cynisch. Zoveel uitbuiting, op een plaats die nota bene de Italiaanse cultuur wil vieren. Het bestaat naast elkaar. Milo Rau heeft dat mooi gezien. Het zijn de tegenstellingen waar Europa mee te kampen heeft.

‘Het lijkt alsof Europese politici de reflex hebben om armoede te verbergen, weg te stoppen.’

Armoede bestaat overal ter wereld, maar eigen aan Europa is de hypocrisie. Het lijkt alsof Europese politici de reflex hebben om armoede te verbergen, weg te stoppen. In België weten mensen niet dat caporalata bestaat, omdat er in Italië nauwelijks over wordt gesproken.

Dat heeft uiteraard zijn redenen. Het systeem kan simpelweg niet zonder goedkope arbeid. Politieke en economische macht gaan samen. Erover spreken, het probleem aankaarten, betekent dat je als politicus je eigen machtspositie ondergraaft.

Geen acteur maar activist

U bent een man van vele gezichten: ingenieur, politiek activist, ridder (Sagnet werd in Italië tot ridder geslagen voor zijn werk voor migranten, red.), sociaal ondernemer. Bent u ook een acteur?

Yvan Sagnet: Ik ben geen acteur. Ik ben een activist. Ik ben ingegaan op Milo’s vraag, omdat ik cinema wilde gebruiken als instrument om het probleem aan te kaarten.

Hoe lang hebt u die activistische reflex al?

Yvan Sagnet: Zolang ik mij kan herinneren heb ik een politiek bewustzijn, maar ik deed er lange tijd niets mee. Mijn keuze om ingenieurswetenschappen te studeren is wel mee ingegeven door de wil om mijn land, Kameroen, en het Afrikaanse continent vooruit te helpen.

Het lot heeft mij tot in Italië gebracht, waar ik de uitbuiting ontdekte. Ik heb het zelf ervaren en dat is onder mijn huid gekropen. Dat veranderde mijn leven en stuurde het richting het activisme.

© The New Gospel / MOOOV

Migranten, veelal uit Sub-Saharaans Afrika, werken in Zuid-Italië zich voor wat kleingeld kapot op de tomaten- en fruitvelden.

‘Het echte probleem zijn de multinationals, de rijken. We moeten een coalitie smeden tegen dat systeem, en dat kan alleen samen.’

Houdt u nog van voetbal?

Yvan Sagnet: (Lacht) Nee. Nauwelijks. Ik heb andere dingen te doen nu.

Welke boodschap heeft u nog voor het Belgische publiek?

Yvan Sagnet: Of je nu Belg, Italiaan of immigrant bent, we moeten allemaal aan hetzelfde zeel trekken om de economische ongelijkheid aan te pakken. Dat is niet vanzelfsprekend, want die ongelijkheid is inherent aan het systeem. Het echte probleem zijn de multinationals, de rijken. We moeten een coalitie smeden tegen dat systeem, en dat kan alleen samen.

Mensen zoals Matteo Salvini zeggen dat het probleem wordt veroorzaakt door de migranten. Dat klopt niet, nooit. De immigranten zijn gevlucht voor een oorlog die werd gestart in een poging om de Afrikaanse grondstoffen te veroveren. Wanneer ze aankomen in Europa, worden ze uitgebuit door exact hetzelfde systeem dat hen in Afrika op de vlucht deed slaan.

The New Gospel zal vanaf 31 maart (de woensdag voor Pasen) te zien zijn online bij Cinema Bij Je Thuis, Sooner en Dalton.
 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur