In hoofdstad Bujumbura staat het vervoer volledig stil

Geen brandstof, geen taxi's en lange wachtrijen voor vervoer in Burundi

ⓒ Elien Spillebeen

Interpetrol, in handen van de Belg Bashir Tariq, heeft een monopolie over de brandstoflevering, en beschik over eigen tankstations. Ook hier is het aanschuiven.

De straten van Bujumbura ogen leeg sinds twee maanden geleden een ban op twee- en driewielers in het centrum van kracht ging. Door het tekort aan brandstof en de extreme prijsstijgingen door de oorlog in Oekraïne staan bovendien ook steeds meer auto’s en bussen aan de kant. De hoofdstad van ’s werelds armste land Burundi lijdt aan een mobiliteitsinfarct.

Omdat twee- en driewielers de belangrijkste oorzaak zijn van de vele verkeersongevallen in het stadscentrum van de Burundese hoofdstad Bujumbura, is een ban uit de hoofdstad een noodzakelijke maatregel, klonk het bij monde van de minister van Binnenlandse Zaken en Openbare Orde, Gervais Ndirakobuca. Eind februari maakte hij deze beslissing bekend.

Gele riksja’s, of lokaal ook de taxi-tuk-tuk, mogen daardoor sinds 21 maart niet langer het stadscentrum in. Ook rode taxibrommers kunnen enkel nog in de periferie van de hoofdstad circuleren. Het derde belangrijke transportmiddel, de fiets, is eveneens verbannen.

Aan de rand van de stad, waar de perimeter eindigt, worden goederen van fietsen en riksja’s overgeladen in andere vervoersmiddelen en tegen woekerprijzen het centrum ingevoerd. De snel stijgende brandstof- en voedselprijzen, die wereldwijd de allerarmsten zorgen baren, worden aan deze opgeworpen grens zo nog eens omhoog gestuwd.

Gevreesde tweewielers

Helemaal nieuw is de maatregel niet. Toen de bevolking in 2015 haar onvrede uitte over de ambities van president Pierre Nkurunziza om een derde mandaat te bemachtigen, werden protesten hardhandig onderdrukt. Een mislukte staatsgreep deed de repressie escaleren.

Het verbod op gemotoriseerde tweewielers volgde in 2016 na enkele granaataanvallen in de hoofdstad.

Duizenden Burundezen, kritische journalisten, opposanten, mensenrechtenactivisten en demonstranten, vluchtten daarop naar het buitenland. Tijdens de protesten vielen tientallen doden, maar ook in de jaren die volgden werden kritische stemmen opgesloten of verdwenen ze spoorloos.

Taxibrommers toonden via symbolische tekens hun solidariteit met wie werd onderdrukt, zoals met takken vastgebonden aan het stuur, of een groene armband. Die steun werd niet in dank afgenomen.

In 2016 werden taxi-moto’s al uit de ministeriële wijken van de hoofdstad gebannen na enkele granaataanvallen in de hoofdstad. Taxi-moto’s vervoeren te vaak criminelen, oordeelde de burgemeester van de hoofdstad toen.

De uitbreiding van het verbod tot het hele stadscentrum en voor alle twee- en driewielers zou dus de verkeersveiligheid moeten bevorderen. Maar aan die motivatie wordt weinig geloofwaardigheid gehecht. Luid klinkt de kritiek voorlopig nog niet, want de schrik voor het regime is nog te groot.

ⓒ Elien Spillebeen

Taxibrommers, fietsen en riksha’s mogen het stadscentrum van Bujumbura niet meer in.

Lange wachtrijen

Faustin Ndikumana van de organisatie PARCEM (Paroles et actions pour réveil des consciences et le changement des mentalités) is na enkele jaren ballingschap terug in het land. Hoewel de repressie nog groot is, hoopt hij toch weer aan de slag te kunnen.

Sinds begin maart heeft de middenveldorganisatie opnieuw een vergunning. Maar hij is nog voorzichtig. De eerste persconferentie die Ndikumana organiseerde, over de ban op twee-en driewielers, werd onmiddellijk door de politie stilgelegd.

Nochtans klonk de kritiek mild. ‘We hebben begrip voor de bezorgdheid over de verkeersveiligheid, maar blijven met onbeantwoorde vragen, in de eerste plaats over de impact van deze maatregel’, stelde de organisatie. De maatregel duwt de 20.000 bestuurders die met het transport hun brood verdienen, de armoede in. ‘De eigenaars zullen niet langer hun leningen kunnen afbetalen.’

De maatregel ging niet gepaard met alternatieve investeringen om het wegvallen van de twee-en driewielers te compenseren. Zonder het snelle en toegankelijke transport van tuk-tuks, brommers en fietsen, staan bewoners die uit de periferie komen en in het centrum werken elke ochtend voor een dilemma. Gaan ze naar het centrum door urenlang te wachten op een bus? Of vatten ze de lange tocht te voet aan?

Interpetrol, geleid door een Belg, beschikt over het monopolie op de import van brandstof.

Ook de avondspits is enkele weken sinds de invoering van de maatregel ronduit schrijnend. Een mensenmassa staat apathisch stil in de buurt van het busstation. Elke avond vormt een oneindig lange en kronkelende slang een wachtrij voor de enkele minibussen die nog rijden.

Want wie dacht dat het verbod misschien een win kon opleveren voor wagen-taxi’s en bussen vergeet de impact van de brandstofcrisis. Burundi kreunt onder een tekort aan diesel en benzine. Niet alleen waar een rijdend publiek voertuig te vinden is, maar vooral eentje met een volle tank, staan mensen aan te schuiven.

Door dit tekort aan brandstof, staan twee op de drie bussen stil, te wachten om te worden bijgetankt. De combinatie van het verbod op kleine voertuigen en de brandstofschaarste maakt woon-werkverkeer stilaan onmogelijk. ‘Onze werknemers geraken gewoonweg niet meer in het centrum’, klinkt het unaniem.

Monopolie

Sinds de Russische inval in Oekraïne kampen verschillende Afrikaanse landen met een brandstoftekort. Niet enkel in Burundi, maar ook in Kenia, Kameroen en zelfs het olieproducerende land Nigeria staan lange wachtrijen aan tankstations. Afrika’s grootste olieproducent, importeert geraffineerde olieproducten zoals diesel en benzine en weet dus geen voordeel te maken van de eigen olievoorraden.

Luchtvaartmaatschappijen ervaren ook problemen om vol te tanken in Zuid-Afrika en Senegal. Vluchten worden opgeschort of moeten tussenlandingen toevoegen om de lijnen nog te kunnen garanderen.

Nog voor de oorlog in Oekraïne gingen de olieprijzen pijlsnel de hoogte in. Het conflict voerde die prijs verder op. In tijden van schaarste en hoge prijzen, kiezen leveranciers van brandstof liever voor landen waar ze net wat meer winst kunnen maken. De harde concurrentie tussen landen onderling, treft in tijden van schaarste de meest kwetsbare landen eerst.

In ruil voor de steun aan de rebellenbeweging kreeg Interpetrol bevoorrechte toegang tot de deviezen, buitenlandse betaalmiddelen die nodig zijn voor de import.

Bovendien zijn verschillende Afrikaanse landen afhankelijk van eerder kleine importeurs, die zelf in de problemen lijken te komen met hun winstmarges en bevoorrading. In Burundi heeft het bedrijf Interpetrol, geleid door de Belg Tariq Bashir, een problematische monopoliepositie, waardoor het land bijzonder kwetsbaar is.

Bashir woont in Tanzania. Van aan de oceaanhaven van Dar es Salaam importeert hij brandstof richting Burundi. De goede banden met de voormalige president van Tanzania, Jakaya Kikwete en een bevoorrechte positie in de Burundese energiemarkt, maken dat Interpetrol haast alleenheerser is in Burundi.

Al op het einde van de burgeroorlog, begin deze eeuw, koos Interpetrol strategisch de kant van de CNDD-FDD, de rebellenbeweging, die na de vredesakkoorden van Arusha de eerste verkiezingen won. In ruil voor de steun kreeg Interpetrol bevoorrechte toegang tot de deviezen, buitenlandse betaalmiddelen die nodig zijn voor de import.

Over de afspraken tussen Interpetrol en de Burundese overheid hing steeds een zweem van corruptie. In 2007 werden drie hoge ambtenaren nog beschuldigd van miljoenenfraude in de aanbestedingsprocedure met Interpetrol. In 2011 wordt ook Tariq Bashir persoonlijk aangeklaagd voor fraude. Maar na enkele politieke manoeuvers, zal uiteindelijk niemand ooit veroordeeld worden.

Geen deviezen

In 2017 was het de beurt aan Interpetrol om een klacht tegen de Burundese overheid neer te leggen. De betaling van de leveringen liet op zich wachten. Ook toen ontstonden lange wachtrijen aan de pomp. ‘Er zijn onvoldoende deviezen’, was toen, net als vandaag het antwoord op de vraag waarom er niet meer geïmporteerd kan worden.

Sinds de politieke crisis van 2015 wegen internationale sancties op het land. De VS, de EU en ook ons land België, namen economische sancties tegen het regime, en een half miljard euro aan rechtstreekse overheidssteun werd bevroren. De toegang tot buitenlandse munten, deviezen, is sindsdien bemoeilijkt.

‘Het probleem is groter dan de oorlog in Oekraïne.’

De export is sinds 2015 stilgevallen en ook het toerisme kreeg door de crisis en gevolgd door de pandemie dodelijke klappen. Dollars gaan enkel nog het land uit, maar komen moeizaam Burundi binnen. De beperkte toegang tot buitenlandse munten speelt het land parten.

Enerzijds weegt het op de relaties tussen de staat en Interpetrol, anderzijds zorgt het ervoor dat weinig andere bedrijven een contract met een slechte betaler willen overnemen. Bovendien heeft Tariq Bashir dankzij zijn sterke banden met Tanzania evenzeer een voetje voor. Het lijkt in elk geval niet vanzelfsprekend de bevoorrading via Dar es Salaam met ander partijen te organiseren.

Vandaag blijft de positie van Interpetrol sterk. Niet alleen importeert de maatschappij meer dan 90% van de brandstof, het bedrijf is ook eigenaar van verschillende tankstations, die in tijden van crisis vaak eerst bediend worden.

Het bedrijf zou ook de afgelopen maanden de Burundese overheid onder druk zetten om de prijzen aan de pomp te verhogen. Sinds het begin van het jaar steeg de prijs al met 50%. Maar zonder oplossing voor het deviezentekort, is het brandstoftekort moeilijk op te lossen.

‘Het probleem is inderdaad groter dan de oorlog in Oekraïne’, vreest Faustin Ndikumana van PARCEM. Als er geen deviezen zijn, zal Interpetrol, ondanks contractuele afspraken, soms ook elders de bestelde brandstof verkopen. Er zijn ook geen strategische voorraden in ons land.’ Een derde oorzaak waardoor Burundi volgens hem in een erg zwakke onderhandelingspositie zit.

Zwarte markt

Burundi is met een jaarlijks bruto nationaal inkomen van 270 dollar per hoofd van de bevolking het armste land ter wereld, oordeelde de Wereldbank vorig jaar. In een zes uur durende persconferentie antwoordde de president Evariste Ndayishimiye op vragen over schaarste. Behalve benzine en diesel, ontbreekt het ook aan suiker, bier, medicijnen en bouwmaterialen. De president vroeg aan de bevolking om veerkracht te tonen. ‘Wees geduldig en produceer meer om zelf het verschil te maken’, klonk de boodschap.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Rijdende taxichauffeurs zuchten bij de vraag waar ze de tank vandaag wisten te vullen. ‘We betalen makkelijk 6000 tot 7000 Burundese frank per liter (€2,8 — €3,2, red.) in plaats van de 3000 die betaald wordt aan de pomp. Op de zwarte markt, bedoel ik uiteraard’, verklaart een bestuurder anoniem.

Hoe nijpender het tekort, des te interessanter het is voor speculanten om jerrycans te laten vullen om die aan woekerprijzen te verkopen aan zij die het zich niet kunnen permitteren om uren tot dagen aan schuiven.

Op vragen over het circulatieverbod voor twee- en driewielers gaf de president een vage belofte om na te denken over een manier om het vrije verkeer van goederen en personen in de hoofdstad opnieuw te bevorderen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift