Landbouwsector buit migranten uit

Migranten verrichten slavenarbeid in Mexico

Peter Haden

 

Migranten die werk zoeken in de Mexicaanse landbouw, lopen het risico slachtoffer te worden van slavenarbeid. “Ze worden gelokt met goede beloningen, maar krijgen in de praktijk veel minder. Rekruteerders en werkgevers bedriegen hen”, zegt Marilyn Gómez, een migrant in Mexico.

Gómez, die zelf in de landbouw werkt, is lid van de coöperatie Mixteco Yosonuvico de Sonora Cerró Nublado en moeder van twee kinderen. Ze vertelt dat migranten soms gedwongen worden alles te kopen in de winkel van de werkgever, “waar het superduur is”. Ze mogen het terrein van de boerderij niet verlaten.

“Er is geen sociale zekerheid en er zijn geen contracten. Er worden hele lange dagen gemaakt. De mensen hebben werk nodig en daar wordt misbruik van gemaakt”, zegt Gómez, die al sinds haar dertiende jaar op het veld werkt. Ze plukt druiven en oogst groenten in het noorden van de staat Sonora.

12-urige werkdag

De nu 27-jarige migrant en activist zegt in het verleden geregeld slecht betaalde dagen gemaakt te hebben van meer dan twaalf uur. Haar verhaal illustreert de werkomstandigheden van migranten in de Mexicaanse landbouw. Deze migranten zijn van groot belang voor hun werkgevers en zorgen ervoor dat er groene en fruit op tafel staat bij Mexicaanse en Amerikaanse consumenten.

Meestal gaat het om kleine boeren die tijdelijk of permanent migreren van de zuidelijke staten naar het midden en noorden van Mexico, waar ze meewerken aan het oogsten van exportgewassen.

Migranten die werken in de landbouw zijn de belangrijkste slachtoffers van slavenarbeid of gedwongen arbeid. Het Nationale Netwerk identificeerde gevallen van uitbuiting, mensenhandel en gedwongen arbeid.

Arbeidscontracten, goede werkomstandigheden, sociale zekerheid en betaling voor overwerk ontbreken vaak, staat in het rapport Volación de derechos de las y los jornaleros agrícolas en México, een publicatie van het Nationale Netwerk van Dagarbeiders in de Landbouw.

Het rapport noemt migranten die werken in de landbouw de belangrijkste slachtoffers van slavenarbeid of gedwongen arbeid. Het Nationale Netwerk identificeerde gevallen van uitbuiting, mensenhandel en gedwongen arbeid.

In het laatste Nationale Onderzoek naar Beroep en Werk, uit 2017, staat dat het land 2,9 miljoen migranten telt die in de landbouw werken. Het Programma voor Zorg aan Dagarbeiders in de Landbouw, een overheidsprogramma, schat hun aantal op 1,54 miljoen, plus 4,41 miljoen gezinsleden die meereizen met deze arbeiders.

De regering van de linkse president Andrés Manuel López Obrador, die in 1 december aantrad, heeft het programma ontmanteld en is nog niet met een alternatief gekomen.

Regionale context

De Global Slavery Index, een ranglijst van de ngo Walk Free Foundation in Australië, stelt dat de Amerika’s 1,95 miljoen slachtoffers van slavenarbeid tellen.

In 66 procent van de gevallen gaat het om gedwongen arbeid. Personen, met name vrouwen, in gedwongen huwelijken vertegenwoordigen 34 procent. Van slachtoffers van gedwongen arbeid gaat het in een derde van de gevallen om schuldslavernij. Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied tellen 4 procent van alle uitgebuite arbeiders wereldwijd.

Procentueel doet het probleem zich het vaakst voor in Haïti, Venezuela en de Dominicaanse Republiek. Brazilië, Mexico en Colombia tellen in absolute getallen de meeste mensen in slavernijsituaties.

In Brazilië gaat het op een bevolking van 208 miljoen mensen om 369.000 mensen, of 1,8 per 1000 inwoners. In Mexico, dat 129 miljoen inwoners telt, leven 341.000 mensen in een slavernijsituatie, of 2,71 per 1000. In Colombia gaat het om 131.000 mensen op een bevolking van 45 miljoen, of 2,7 per 1000 inwoners.

Chilipepers

Tot moderne slavernij rekenen de onderzoekers mensenhandel, gedwongen arbeid, schuldslavernij, gedwongen huwelijken en commerciële seksuele uitbuiting.

“Er bestaat een wervingsketen waarin rekruteerders mensen werk en een vooruitbetaling aanbieden, maar zonder contract”

Arbeiders in de landbouw zijn kwetsbaar voor uitbuiting en mensenhandel, zegt Mayela Blanco, onderzoeker bij de ngo Centro de Estudios de Cooperación Internacional y Gestión Pública. “Er bestaat een wervingsketen waarin rekruteerders mensen werk en een vooruitbetaling aanbieden, maar zonder contract. In sommige situaties krijgen pas betaald aan het einde van hun werkperiode”, zegt Blanco.

Dit fenomeen op het Mexicaanse platteland is onderwerp van een groeiend aantal studies, maar er is weinig verbetering zichtbaar.

Het Amerikaanse ministerie van Handel publiceerde in 2018 een lijst met goederen geproduceerd door kinderarbeid, en daarop staan ook chilipepers uit Mexico. “Veel slachtoffers worden geworven door tussenpersonen die liegen over de werkomstandigheden, uren, betaling en leefomstandigheden”, staat in het document.

Volgens het rapport doen de problemen met chilipepers zich vooral door bij kleine en middelgrote bedrijven in staten zoals Baja California, Chihuahua, Jalisco en San Luis Potosi.

SDG’s

Op de Amerikaanse zwarte lijst staat ook ranches en pindaproducenten in Bolivia, textielfabrieken en bosbouwbedrijven in Brazilië en houtkappers in Peru. Officieel is de import van goederen geproduceerd door slavenarbeid, in de VS verboden.

Van de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s), gaat nummer 8 over fatsoenlijk werk. Dit doel roept op tot “onmiddellijke en effectieve” maatregelen tegen dwangarbeid, moderne slavernij en mensenhandel, en het uitroeien van de ergste vormen van kinderarbeid.

Hoewel er enkele stappen zijn gezet, boeken Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied matig vooruitgang in de strijd tegen dit fenomeen. De Global Slavery Index geeft de regio de rating B, en wijst erop dat Argentinië, Chili en Peru hun status verbeterd hebben ten opzichte van 2016. In Brazilië, Mexico en de Centraal-Amerikaanse landen bleef de situatie echter ongewijzigd.

Blanco zegt dat de omstandigheden van migrantenwerkers in Mexico als normaal beschouwd worden. Deze werknemers worden niet als slachtoffer gezien. Gómez, die nog steeds fruit en groenten oogst, maar nu in betere omstandigheden dan vroeger, zegt dat de overheid moet interveniëren. “De instituten doen niet wat ze moeten doen. Wij vragen om actie, zodat onze rechten beter nageleefd worden”, zegt ze.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift