Onduidelijkheid bij Belgische ngo's in Burundi

Burundi legt werking buitenlandse ngo's lam

MONUSCO/Papy AMANI (CC BY-SA 2.0)

Burundi schort alle activiteiten van buitenlandse ngo’s voor drie maanden op

‘Geen enkele van de naar schatting 130 buitenlandse ngo’s is in regel met de Burundese wetgeving. De nationale veiligheidsraad schorst daarom vanaf maandag 1 oktober alle buitenlandse ngo’s voor een periode van drie maanden.’ Met deze verklaring op de nationale televisie sloeg Silas Ntigurirwa, de voorzitter van de nationale veiligheidsraad van Burundi, de lokale ngo-gemeenschap met verstomming.

Het was donderdag 27 september en via een toespraak op nationale televisie vernamen ngo-medewerkers in Burundi dat hun activiteiten na het weekend als illegaal zouden worden beschouwd. ‘Heeft de veiligheidsraad wel de bevoegdheid om de activiteiten van ngo’s op te schorten? Met welke wetgeving zijn de ngo’s niet in regel? Kan een ziekenhuis van bijvoorbeeld Artsen zonder Grenzen zomaar van de ene op de andere dag de activiteiten staken?’ De mededeling liet de betrokkenen met heel wat vragen achter.

Er werd dit weekend veel over en weer gebeld tussen de buitenlandse hoofdkantoren en hun afdelingen ter plaatse. Care International zette onmiddellijk alle activiteiten stop. De meeste andere ngo’s, waaronder ook de Belgische, wachtten liever op verduidelijking.

Ook onder de Burundese autoriteiten waren de gevolgen van de aankondiging kennelijk niet onmiddellijk helder. De minister van Binnenlandse Zaken Pascal Barandagiye beloofde na het weekend duidelijkheid te scheppen. Maar het overleg van maandag werd uiteindelijk naar de volgende dag opgeschoven. Dinsdag stond hij dan toch in een hotel in de hoofdstad de vertegenwoordigers van de ngo’s te woord.

Schuldig tot het tegendeel is bewezen

‘Ngo’s krijgen drie maanden om te bewijzen dat ze de wetten van het land respecteren’

‘Vanaf vandaag erkent Burundi geen enkele internationale ngo op zijn grondgebied’, bevestigde de minister, ‘De organisaties krijgen nu drie maanden de tijd om te bewijzen dat ze de wetten van het land wel respecteren en moeten daarvoor vier documenten kunnen afleveren.’

De eerste twee documenten, een operationeel protocol en een samenwerkingscontract met het ministerie van Buitenlandse Zaken, hebben de meeste ngo’s al in hun bezit. Vervolgens moeten ze ook het bewijs voorleggen dat ze de financiële wetgeving respecteren. Ook dit lijkt slechts een formaliteit te zijn.

Maar het vierde document baart de organisaties het meeste zorgen. De ngo’s moeten een strategie voorleggen waarmee ze op drie jaar tijd de etnische evenwichten binnen de organisaties zullen corrigeren. Het invoeren van etnische quota’s voor de aanwerving van lokaal personeel zorgt al twee jaar voor spanningen tussen de Burundese autoriteiten en de internationale ngo’s.

Ngo’s weigeren etnische quota toe te passen

In 2000 zetten de akkoorden van Arusha een punt achter een donkere periode van etnisch geweld in Burundi. Het invoeren van etnische quota’s binnen de politieke instellingen, het politie en het leger was onderdeel van de vredesakkoorden. In de overheidsadministratie zou voortaan 60 procent van de posities door Hutu’s worden ingevuld en 40 procent door Tutsi’s.

Twee jaar geleden, nadat een politieke crisis het land opnieuw had ontwricht, kondigde het ministerie van Buitenlandse Zaken aan dat ook het Burundese personeel van buitenlandse ngo’s onder deze regel zou vallen. Veel ngo’s zagen hierin een strategie om hun werking aan banden te leggen en de vaak kritische stemmen uit de ngo-wereld de mond te snoeren.

Volgens Burundi-expert Stef Vandeginste (Universiteit Antwerpen) kan het gebruik van etnische quota verschillende doelstellingen nastreven: ‘Enerzijds kunnen ze dienen om de macht op een duurzame manier te verdelen en spanningen weg te nemen tussen meerderheids- en minderheidsgroepen in de samenleving. Een mechanisme dat ons Belgen niet vreemd is. Ze kunnen echter in bepaalde contexten ook dienen om een historische ongelijkheid weg te werken via positieve discriminatie.’

Vandeginste gelooft dat het invoeren van quota’s buiten de politieke instellingen ook binnen diezelfde doelstelling past: ‘Zoals bijvoorbeeld voor de aanwerving van het lokale personeel van buitenlandse organisaties, waarvan men vermoedt dat zij traditioneel bij de historisch dominante minderheidsgroep rekruteren.

‘De maatregel wordt door velen als een nieuwe vorm van repressie ervaren.’

Om die quota’s te kunnen toepassen moet men natuurlijk de etnische afkomst van het personeel documenteren. Dat ligt in de Burundi gevoelig, bevestigt Vandeginste: ‘Door de geschiedenis van conflict in het land, gekenmerkt door etnisch geweld, wordt de maatregel door velen niet als een antwoord op een oude onrechtvaardigheid maar eerder als een nieuwe vorm van repressie ervaren.’

Om die reden staan de meeste organisaties weigerachtig tegenover het etnisch labelen van hun lokale medewerkers. Het overleg tussen Buitenlandse Zaken en de ngo’s liep uiteindelijk vast. Maar deze zomer trok de voorzitter van de senaat het dossier naar zich toe. Volgens sommigen wilde de man, zelf een Hutu, de quota voor ngo’s doorduwen, niet om discriminatie weg te werken, maar om zo voor zijn eigen (Hutu-)achterban werkgelegenheid te scheppen.

Quota om kritische ngo’s lam te leggen

EC/ECHO Martin Karimi (CC BY-SA 2.0)

Buitenlandse organisaties die ziekenhuizen beheren mogen hun activiteiten voorlopig voorzetten

De plotse aankondiging van de nationale veiligheidsraad en vooral de snelheid waarmee de activiteiten van buitenlandse ngo’s aan banden wordt gelegd, lijkt het vermoeden te bevestigen dat de quota’s dit keer niet dienen om discriminatie weg te werken, noch om jobs te creëren voor een politieke achterban. Het Burundese personeel, zowel Hutu’s als Tutsi’s, vrezen momenteel voor hun job.

De politiek in Burundi is nog steeds erg onstabiel en de repressie blijft groot. De schrik dat er over drie maanden enkel nog humanitaire organisaties op de witte lijst zullen prijken en bijvoorbeeld mensenrechtenorganisaties uit de boot zullen vallen is waarschijnlijk niet onterecht.

‘Wie patiënten aan hun lot overlaat doet dat op eigen verantwoordelijkheid.’

‘Zolang deze vier documenten niet kunnen worden voorgelegd mogen de organisaties niet opereren in het land’, stelde de minister van Binnenlandse Zaken gisteren duidelijk, ’Enkel ngo’s die scholen en hospitalen beheren, mogen voorlopig hun activiteiten verderzetten. Wie patiënten aan hun lot overlaat, doet dat op eigen verantwoordelijkheid’, voegde de minister er fijntjes aan toe.

Zoeken naar een gezamenlijke strategie

Hoewel de minister dinsdag duidelijkheid moest brengen bleven de vertegenwoordigers van de buitenlandse ngo’s met veel vragen zitten: ’Wat met organisaties die preventief in de gezondheidszorg actief zijn? Is bijvoorbeeld het niet langer verdelen van muskietennetten ook niet levensbedreigend?’

Meer dan een speech op tv en een mondelinge verduidelijking van de minister hebben de organisaties niet in handen. De juridische waarde van deze verklaringen kan makkelijk in vraag worden gesteld. Maar wie werkt in Burundi weet dat een speech op nationale televisie in de praktijk het personeel op terrein al in de problemen kan brengen.

Care International trok dit weekend om die reden al het personeel terug. Sommige Belgische ngo’s vroegen het lokale personeel voor alle zekerheid deze week thuis te blijven. Andere werken met lokale partnerorganisaties waardoor de operationele activiteiten voorlopig kunnen worden verdergezet.

In tegenstelling tot Care International nemen de Belgische ngo’s liever geen overhaaste beslissingen. Te vroeg conclusies trekken zou de activiteiten en het personeel op terrein namelijk ook zuur kunnen opbreken.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift