Vlaamse landbouw promoot vleesexport naar Afrika met EU-subsidies

Half miljoen subsidies in 2018 voor Vlaams vlees in Afrika. Verstandig in tijden van migratie?

In zijn begroting voorziet het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserij Marketing (VLAM) voor het EU-programma Afrika pluimvee en vleeswaren voor dit jaar 519.745 euro. Tachtig procent daarvan ofte 415.000 euro wordt gedekt door de Europese subsidies. ‘Die middelen kunnen ingezet worden voor kosten gemaakt voor het deelnemen aan handelsbeurzen of allerlei andere vormen van promotie van de Vlaamse landbouwproducten in Afrika,’ verduidelijkt Dirk Vanderhaegen van het Vlaamse Departement Landbouw en Visserij.

CC Fodil Seddiki (CC BY 2.0)

 

Het gaat om een Europese subsidiepot waarvoor organisaties zich kandidaat kunnen stellen. Het VLAM heeft een programma voorgelegd met daarin ook een luik Afrika en dat programma is goedgekeurd door het Directoraat-Generaal Agri van de Europese Commissie. Het Vlaamse departement landbouw sluit dan een contract af met het VLAM over de uitvoering en de controle van dat programma.

België voerde in 2016 15.000 ton kippenvlees uit naar Congo

Waarover gaat het dan concreet? België voerde bijvoorbeeld in 2016 meer dan 15.000 ton kippenvlees uit naar de Democratische Republiek Congo of ruim 8000 ton naar Ghana. Ook van slachtafval van kippen of vleesbereidingen gaan vele tonnen richting beide landen.

Diepgaande vragen

Dat roept de aloude vraag of het verstandig is dat een rijk handelsblok als de EU zijn landbouwers met subsidies ondersteunt om de Afrikaanse landbouwmarkten te veroveren – als je weet dat de overgrote meerderheid van de Afrikanen nog in de landbouw werkt, en dat de Afrikaanse boeren doorgaans op erg weinig steun van hun eigen overheid kunnen rekenen.

Dat de EU ondanks zijn eigen retoriek over vrijhandel zijn uitvoer van landbouwproducten subsidieerde, was vele jaren een struikelsteen tijdens internationale onderhandelingen over handelsakkoorden. Intussen is de traditionele techniek van rechtstreekse tegemoetkoming in de exportprijs – na de jarenlange zware kritiek vanuit de ontwikkelingslanden – verlaten maar de agrosector geniet nu dus dit soort onrechtstreekse overheidssteun voor de export van zijn producten. De vraag heeft des te meer relevantie nu Europa worstelt met migratie vanuit Afrika.

Boerenbond verdedigt aanpak

Peter Van Bossuyt, algemeen directeur van de Boerenbond, die mee het VLAM aanstuurt, reageert graag op die vragen: ‘De middelen voor exportpromotie hebben geen invloed op prijs of de beschikbaarheid van producten op de markt in tegenstelling tot de vroegere exportsubsidies of de door andere handelsblokken gebruikte alternatieven als daar zijn: niet-marktconform aangekochte voedselhulp (VS) of handel via exportagentschappen (Canada, Oceanië). Deze steun voor de exportpromotie is louter gericht op bekendheid en het uitbouwen van contacten, niet op de operationele kosten van de uiteindelijke commerciële handel, laat staan op de prijs of de hoeveelheid van het aangeboden product. Exportpromotie zoals Europees ondersteund en uitgewerkt door het VLAM is niet concurrentieverstorend en dit wordt ook als dusdanig erkend door de Wereldhandelsorganisatie (WTO) die deze vorm van overheidssteun als behorend tot de zogenaamde “groene doos” beschouwt, in tegenstelling tot exportsubsidies of andere vormen van steun aan de export.’

‘Europa neemt Afrikaanse landen in de tang’

CC Eveline (CC BY 2.0)

 

Thierry Kesteloot die de handels- en landbouwproblematiek al vele jaren volgt bij Oxfam-Solidariteit erkent dat dit soort subsidies volgens de letter van de WTO toegelaten is. Toch past dit voor hem in een voortdurend verhaal oneerlijke handel: ‘Ook deze “toelaatbare” of “groene doos” subsidies zijn een vorm van dumping. Ze komen bovenop de directe inkomenssteun of investeringssteun die bij de WTO als niet/nauwelijks handelsverstorend wordt gezien, maar het feitelijk mogelijk maken om uit te voeren onder de productiekostprijs. Dit gebeurt ook voor melk, tarwe, … naar diezelfde landen.

‘Inkomenssteun laat toe tarwe een derde onder kostprijs te verkopen’

De Franse landbouweconoom Jacques Berthelot berekende dat dit voor 2016 toeliet om de melk 20,8% onder de kostprijs en de tarwe 34.4% onder de kostprijs te verkopen. Aan de andere kant werd bij de invoerende ontwikkelingslanden liberalisering van handel doorgeduwd en zijn de importheffingen in bijvoorbeeld West-Afrika beperkt tot 5% voor magere melkpoeder en tarwe. Hoe moeten die landen dan een sterke eigen landbouw uitbouwen?’

Onverantwoordelijk

Van Bossuyt wijst erop dat de Boerenbond er consequent voor pleit dat landen zelf in hun voedsel voorzien maar dat handel kan als het eerlijk gebeurt en om tekorten en overschotten uit te wisselen. ‘Op allerlei manieren proberen wij bij te dragen tot de uitbouw van een sterke boerenstand in ontwikkelingslanden. Desondanks zijn de mogelijkheden van heel wat lokale boeren in ontwikkelingslanden om de markt te bedienen zeer beperkt. Bovendien wil de Belgische consument wil vooral de edele delen van een kip (kippenborst en in mindere mate kippenbil). Met de overige delen kan men twee dingen doen: ze exporteren naar die gebieden waar er wel vraag naar is of ze laten vernietigen in het vilbeluik van Denderleeuw en een flinke bijdrage leveren tot de voedselverliezen.’

‘Met die kippendelen staan we voor de keuze: exporteren of naar het vilbeluik’

Europees parlementslid voor Groen, Bart Staes, die al vele jaren het Europese landbouwbeleid volgt, is niet overtuigd: ” Het besluit van het VLAM is onverantwoordelijk, gezien de massale werkloosheid in Afrikaanse landen en het strategische belang van die landen om een meer solide eigen voedselvoorziening te ontwikkelen, een basis voor maatschappelijke stabiliteit.’

‘Dit voorbeeld maakt duidelijk dat de klassieke dumpingpraktijken op één of andere schaal nog steeds bestaan én inmiddels ook aangevuld worden met de door de EU afgedwongen marktliberalisering via de EPA’s (Economische Partnerships Akkoorden, nvdr). Beiden ontmoedigen en concurreren lokale boeren weg. Een voorbeeld is inderdaad de export naar West-Afrika van kippenvleugels en -nekken. De prijs daarvan is laag in vergelijking met die van lokaal kippenvlees omdat het kippenvoer in Europa een stuk goedkoper is als gevolg van Europese landbouwsubsidies. Deze export is de afgelopen jaren enorm toegenomen en wordt blijkbaar met EU-geld gestimuleerd. De gevolgen zijn voorspelbaar: lokale kippenboeren kunnen niet op tegen de Europese importkip.’

Europese januskop

Staes vindt dat dit illustreert dat het Europese beleid niet samenhangend is. ‘Dit is helaas de januskop die de EU soms laat zien: aan de ene kant spreken over armoedebestrijding en economische ontwikkeling van Afrika willen stimuleren zoals eind november nog tijdens de EU-Afrika top. En aan de andere kant de kaart trekken van de export van Europese voedsel- en landbouwproducten, waar de lokale Afrikaanse producenten vaak niet tegen op kunnen. Dat is onverantwoord als je weet dat ongeveer 60 procent van de West-Afrikanen werkt in de landbouw. Eigenlijk zouden Afrikaanse landen het recht moeten claimen om hun markten op slot te gooien voor dit soort producten als zij dat wenselijk achten, ten einde zo hun fragiele boeren te beschermen. Maar de vrees is dat de EPA’s net dat onmogelijk maken.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur