Een mooie melting pot, maar ook een kruitvat in het klein

Asielcentrum Broechem, stad in een dorp

public domain (CC0)

 

Een week na ons verblijf in het gesloten opvangcentrum van de luchthaven van Zaventem, werd de beslissing genomen om ons in het Fedasil-opvangcentrum te Broechem te huisvesten.

Het was september 2013, om een uur of tien, toen we met knikkende knieën de veertien minuten van het busstation in Broechem naar het opvangcentrum wandelden. De receptioniste wachtte ons op en verwelkomde ons warm en respectvol. Alles was voorbereid en klaargezet. De kamer en het bednummer, een deken, een tasje met een lepel, een aluminium bordje, een tandenborstel en één condoom. Ik vroeg me af welke gek in deze omstandigheden over een luxe als seks kon nadenken.

Het centrum was stil en het donker sprak boekdelen. Ik weet niet welk gevoel toen sterker was: de angst voor het onbekende, of de opluchting van de ontsnapping aan een zwarter lot. De receptioniste liet me mijn kamer zien en toonde me mijn bed. Mijn kamergenoten waren twee Congolese jongens. Ze hadden een glimlach rond hun mond maar vragen in hun ogen, over deze vreemdeling die hun kamer en hun comfort maar misschien ook hun dromen en hun pijn zou delen.

Die nacht was slapen onmogelijk in een plaats waar ik nog niets over wist behalve de naam.

Ik bracht mijn bed in orde, wetende dat ik er vannacht toch geen oog in zou dichtdoen, en ging naar buiten. Aan de kleine achterdeur met uitzicht op het veld fluisterden de bewoners zachtjes in het donker en hing er een vreemde geur in de lucht die ik toen nog niet herkende. Ik kan nu niet anders dan deze geur associëren met Antwerpen: zodra een vrouw de stad ingaat, verdwijnt haar parfum erbij in het niets.

Het was een zeer lange nacht. Die nacht was slapen onmogelijk in een plaats waar ik nog niets over wist behalve de naam: “Opvangcentrum Fedasil – Broechem”.

De volgende ochtend kwam iemand van het personeel ons uitleg geven over de regels en het regime in het centrum. Het centrum was een aaneenschakeling van barakken. Bewakingscamera’s waakten over de veiligheid van bewoners en personeel. Er was een barak voor elke afdeling. De belangrijkste barakken waren de woonafdelingen. De netheid en huiselijkheid van de kamers verraadde meteen waar de families leefden en waar de singles de nacht doorbrachten. Er was een refter. Een afdeling voor kledij. Voor schoenen. Voor was. Internet. Schoonmaakmiddelen. Sport. Gezondheid. Boeken. Televisie. Er was ook een afgesloten gedeelte voor bezoekers, want verder dan de deur mochten zij niet komen. In elke barak was er een klein kantoortje voor het personeel dat ons hielp en hun best deed om ons op ons gemak te stellen. Zelfs zes jaar later zijn deze plaatsen nog in mijn geheugen gegrift.

Zoals in een stad borrelden er conflicten die niet altijd zichtbaar waren voor zij die de taal niet spraken.

Het asielcentrum van Broechem kwam me voor als een kleine stad, die aan alle kleine behoeften kon voldoen. Het was een plek die mij veiligheid gaf. Zoals in een stad, leefden er verschillende nationaliteiten naast en met elkaar. Maar ook zoals in de stad borrelden er conflicten, die niet altijd zichtbaar waren voor zij die de taal niet spraken. Het centrum was de thuisbasis van tientallen verschillende nationaliteiten, etniciteiten en overtuigingen. Deze werden in alles gereflecteerd, van de inrichting van de kamers tot de keuze van de kledij.

Zes jaar geleden al was het een thuis voor zoveel verschillende mensen. Syriërs die sympathiseerden met Assad en zij die dat totaal niet deden. Syrische moslims, christenen, Koerden en Arabieren. Afghanen die soennieten waren, of sjiieten, dari of pashtu. Afrikanen die christen waren of moslim en Engels of Frans of een van de vele Afrikaanse talen spraken. Palestijnen met sympathieën voor Hamas of Fatah en Libanese aanhangers van Hezbollah of Tayyar Al-Mustaqbal. En nog zoveel meer. Zelfs binnen de nationaliteiten lagen de overtuigingen vaak sterk uiteen. Een mooie melting pot, maar ook een kruitvat in het klein.

Het werd me snel duidelijk dat je als inwoner van een opvangcentrum zeer voorzichtig moest zijn in het delen van je ideeën. Het was geen plaats om je mening achteloos achter te laten. De bewoners droegen in hun hart de wonden nog mee die werden gemaakt door de brute politieke conflicten in hun thuisland. Het leek me dat het zaken waren die beter onberoerd werden gelaten om explosiegevaar te vermijden. Toch was het ook een ideale situatie om mensen aan de andere kant van het spectrum echt te leren kennen. Lief en leed werden intens gedeeld. Er werden vriendschappen voor het leven gesmeed.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Na zes jaar komen de beelden van het leven in Broechem glashelder terug. Het doet me pijn dat het onder deze omstandigheden moet zijn. Een kind werd op brutale wijze vermoord. De Belgische en Arabische media staan er vol van. Het wordt een gespreksonderwerp zoals een ander, de basis voor de volgende holle verkiezingsslogan. Ik hoop dat de waarheid snel aan het licht komt en gerechtigheid kan geschieden. Voor Broechem. Maar vooral voor Daniël.

Adnan Alahmad is een Koerdisch-Syrische journalist. Hij kwam in 2013 naar België als vluchteling.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift