Voormalig Belgisch mandaatgebied zet koloniale hersteleisen op papier

Kolonialisme en herstel(betalingen): wat verwacht Burundi zelf?

Rachel Strohm (CC BY-ND 2.0)

In Burundi, voormalig Belgisch mandaatgebied, staat het koloniale verleden al een tijd op de politieke agenda. De senaat formuleerde er onlangs een aantal concrete aanbevelingen. Volgens Stef Vandeginste (Universiteit Antwerpen) kunnen de leden van de Belgische bijzondere parlementscommissie wat opsteken van de Burundese invulling van het begrip ‘herstel’.

Herstelbetalingen zijn wellicht dé hete aardappel voor de bijzondere parlementscommissie die zich buigt over het Belgische koloniale verleden. Het publieke debat ging tot vandaag vooral over twee vragen: zijn herstelbetalingen opportuun (of zelfs verplicht, om morele of juridische redenen) en, zo ja, hoe kunnen de betalingen de bevolking, en niet de politieke elite, ten goede komen?

Wat tot dusver grotendeels ontbreekt in het debat, zijn de verwachtingen van de Congolese, Rwandese en Burundese autoriteiten. Dat het debat er wel degelijk leeft, bewijst Burundi. Daar zal een waarheids- en verzoeningscommissie zich in de komende maanden ook over het koloniale verleden buigen.

Ook de Burundese senaat heeft zich ondertussen over de kwestie uitgesproken. Vanwaar de belangstelling van de Burundese senaat? En welke eisen worden door de senaat op tafel gelegd? 

Het loont de moeite de Burundese aanbevelingen van naderbij te bekijken en mee te nemen in onze debatten. Uit deze aanbevelingen blijkt namelijk nog maar eens dat herstel voor koloniaal onrecht ook voor Burundi meer omvat dan enkel herstelbetalingen.

Voormalig mandaatgebied

De standbeelden van Leopold II zijn nooit onderwerp van discussie geweest in Burundi.

Het was Duitsland dat, vanaf 1896, Burundi koloniseerde als deel van Duits Oost-Afrika, waartoe ook het huidige Tanzania en Rwanda behoorden. Na de Duitse nederlaag in Wereldoorlog I en het Verdrag van Versailles werden de Duitse kolonies verdeeld. Van de Volkenbond kreeg België het mandaat over het gebied Ruanda-Urundi. Na Wereldoorlog II werd dit door de Verenigde Naties als Belgisch voogdijgebied erkend. Op 1 juli 1962, twee jaar na de Congolese onafhankelijkheid, werden Burundi en Rwanda twee aparte onafhankelijke staten.

Vragen om herstel voor koloniaal onrecht richten zich in Burundi logischerwijze tot Duitsland, België en, in mindere mate, ook tot de Verenigde Naties. Omdat Burundi nooit deel uitmaakte van de ‘speeltuin’ van Leopold II, Congo-Vrijstaat, zijn de standbeelden van Leopold II dan ook nooit — ook niet recent, na de wereldwijde Black Lives Matter betogingen — onderwerp van discussie geweest in Burundi. Hoe kwam het thema dan wel op de politieke agenda terecht?

2015: crisis tussen Burundi en België

De eis tot herstel voor koloniaal onrecht werd niet door burgers op de Burundese politieke agenda geplaatst. De concrete aanleiding voor de Burundese senaat om het koloniale verleden te bestuderen en aan te klagen was de zware crisis in de bilaterale betrekkingen tussen Burundi en België in 2015. President Pierre Nkurunziza ambieerde toen een derde ambtstermijn, wat inging tegen het vredesakkoord van Arusha en duizenden betogers op straat bracht.

De Burundese regering zag een Belgische hand achter de eerder ongeziene betogingen tegen Nkurunziza en de mislukte poging tot staatsgreep op 13 mei 2015. België werd ook met de vinger gewezen als drijvende kracht achter de Europese hulpsancties tegen Burundi, die tot op vandaag nog steeds gelden. Een verbreking van de diplomatieke betrekkingen werd ternauwernood voorkomen.

Het thema werd een barometer voor de politieke relaties tussen ons land en het voormalige voogdijgebied.

Een jaar eerder, in mei 2014, richtte het parlement een waarheids- en verzoeningscommissie (CVR) op. In de opdracht van de CVR kwam het koloniale verleden toen niet aan bod. De commissie zou zich buigen over de periode vanaf de onafhankelijkheid, op 1 juli 1962, tot het einde van de burgeroorlog in 2008.

Het was bovendien een bewuste keuze van de Burundese wetgever om het onderzoek naar de Belgische betrokkenheid op de moord op prins Louis Rwagasore, de grote voorvechter van de Burundese onafhankelijkheid, op 13 oktober 1961 buiten de opdracht van de CVR te houden. ‘We willen de donoren niet voor het hoofd stoten’, zo vertelde de voormalige Burundese minister van Buitenlandse Zaken mij destijds. 

Gevoed door de diplomatieke crisis tussen België en Burundi groeide het thema uit tot een barometer voor de politieke relaties tussen ons land en het voormalige voogdijgebied. 

De senaat roert zich

President Nkurunziza werd in 2015 dan toch opnieuw verkozen. En terwijl de diplomatieke crisis met België aanhield, organiseerde de Burundese senaat een aantal bijeenkomsten. Daarbij werd ze ondersteund door een academische expertengroep.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het centrale thema was hierbij het koloniale verleden en, in het bijzonder, de vraag hoe een administratieve hervorming in 1929 de etnische tegenstelling tussen Hutu en Tutsi heeft aangewakkerd. Een vraag die overigens ook voor de Belgische bijzondere parlementscommissie belangwekkend is. In maart 2018 en in juli 2020 werden de bijeenkomsten telkens afgesloten met een communiqué met een aantal concrete aanbevelingen.

In maart 2018 stelde de senaat voor om de opdracht van de CVR uit te breiden. In november van dat jaar stemde het parlement een nieuwe wet waar door de CVR zich voortaan ook zou buigen over de volledige koloniale periode, inclusief de moord op Rwagasore dus.

Niet enkel het mandaat, maar ook de samenstelling van de commissie werd ondertussen gewijzigd. Niet langer Jean-Louis Nahimana, die nu deel uitmaakt van de expertengroep van de Belgische bijzondere parlementscommissie, maar wel de meer gezagsgetrouwe oud-voorzitter van de kiescommissie, Pierre-Claver Ndayicariye heeft vandaag de leiding over de CVR.

Ook al is de nieuwe CVR het voorwerp van kritiek, onder meer vanuit een deel van de Burundese diaspora in België, het lijkt mij niet mogelijk en niet wenselijk dat de bijzondere parlementscommissie geen zou rekening houden met de deels overlappende activiteiten van de Burundese CVR. Een samenwerking dringt zich hoe dan ook op. 

Herstel

De senaat legt daarnaast in haar communiqués van maart 2018 en juli 2020 ook een brede waaier van hersteleisen op tafel. Die zijn vooral gericht aan de oorspronkelijke koloniale mogendheid, Duitsland, en aan België.

Een eerste vorm van herstel, aldus de senaat, bestaat uit een formele erkenning van het koloniale onrecht en een vraag om vergiffenis aan het Burundese volk. In zijn spijtbetuiging op 30 juni 2020, naar aanleiding van de zestigste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid, had Koning Filip het enkel over Congo, maar niet over Burundi en Rwanda. 

De senaat vraagt ook dat de archieven over de koloniale periode naar Burundi worden gerepatrieerd. Onder meer op basis van die archieven vraagt de senaat de heropening van het onderzoek naar de moord op Rwagasore.

Al deze vormen van herstel brengen een relatief beperkt kostenplaatje met zich mee.

Een team van Burundese, Belgische en Duitse experten moet onderzoeken hoe het koloniale bewind aan de oorzaak lag van de latere etnische verdeeldheid in Burundi. Hoe die verdeeldheid kan worden overwonnen, moet de volgende vraag zijn die wordt beantwoord.

Aan België wordt ook een financiële bijdrage gevraagd om in het onderwijs in Burundi, op alle niveaus, meer aandacht te kunnen besteden aan het koloniale verleden. Ook vraagt de Burundese senaat dat in Belgische scholen het koloniale verleden wordt onderwezen.

Oude koloniale wetgeving die vandaag nog steeds van toepassing moet volgens de senaat, met Belgische steun, in kaart worden gebracht en vervolgens gewijzigd. 

Al deze vormen van herstel brengen een relatief beperkt kostenplaatje met zich mee. Herstel betreft duidelijk meer dan herstelbetalingen. Deze voorstellen kunnen ongetwijfeld inspiratie bieden aan onze bijzondere parlementscommissie.

43 miljard dollar voor 424 koeien

De senaat roept echter ook op om herstelbetalingen te eisen van België en Duitsland. Indien mogelijk worden deze betalingen geregeld met een diplomatiek akkoord, indien noodzakelijk via gerechtelijke weg.

De omgerekende actuele waarde van de koeien zou ongeveer 43 miljard dollar bedragen.

De enige reeds concreet becijferde eis tot betaling springt daarbij wat in het oog. Op 6 juni 1903 werd in een verdrag tussen de Burundese koning Mwezi Gisabo en Duitsland bepaald dat de koning 424 koeien moest afstaan als ‘boete’ voor zijn jarenlange strijd tegen de Duitse bezetter.

117 jaar later vraagt de Burundese senaat daarvoor nu een herstelbetaling. De omgerekende actuele waarde van de koeien zou ongeveer 43 miljard dollar bedragen. Jawel, het staat er echt. De berekening werd gemaakt door een professor economie van de Université du Burundi. Hij hield rekening met vermoedelijke nazaten van de koeien en de gebruikelijke sterftecijfers, maar bracht de maatschappelijke waarde van koeien nog niet eens mee in rekening. Koeien maken traditioneel vaak deel uit van een belangrijke bruidsschat.

Het torenhoge bedrag steekt schril af tegen de herstelbetaling van tien miljoen euro die Duitsland aan zijn andere voormalige kolonie Namibia bood. Die betaling diende het herstel van het leed als een gevolg van de genocide op de Herero tussen 1904 en 1908. Namibia weigerde een paar dagen geleden echter het aanbod. 

Deze concrete eis illustreert het feit dat becijferde claims voor herstelbetalingen het debat tussen België en de voormalige kolonie en mandaatgebieden dreigen te bemoeilijken.

Samenwerking dringt zich op

Het Belgische koloniale verleden is in Burundi reeds voorwerp van onderzoek en debat, alsook van politieke instrumentalisering. Anders dan in Congo en in Rwanda is er reeds een waarheids- en verzoeningscommissie met de uitdrukkelijke opdracht de koloniale periode onder de loep te nemen.

Door het formuleren van onrealistische financiële claims loopt men het risico die deur terug te sluiten.

Een zorgvuldig doordachte samenwerking met de Burundese overheid dringt zich op. De verzuchtingen van de Burundese diaspora in België moeten hierbij echter terdege in rekening worden genomen. 

Het is de verdienste van de Burundese senaat om aan het begrip herstel een brede betekenis te geven. Daarmee lijkt de deur geopend voor een dialoog tussen Burundi en zijn voormalige koloniale overheersers over wat gepaste herstelmaatregelen zijn. Die maatregelen kunnen verschillende vormen aannemen en hoeven niet noodzakelijk grote financiële implicaties te hebben.

Door het formuleren van onrealistische financiële claims loopt de senaat echter het risico om die deur ook meteen terug te sluiten. Tegelijk leert de context ons echter ook dat eisen om herstelbetalingen ook en vooral een spiegel zijn van de bilaterale relaties tussen de betrokken landen, eerder dan een uiting van nobele morele principes of juridische verplichtingen. Een verbetering van die betrekkingen, bijvoorbeeld naar aanleiding van het (nakende?) einde van de Europese hulpsancties, zal wellicht voor een vriendelijker klimaat zorgen om het koloniale verleden tussen de Belgische en Burundese overheid te bespreken.

Dr. Stef Vandeginste is hoofddocent aan het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid van de Universiteit Antwerpen.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift