De klimaatcrisis: vijf essentiële stellingen

Op 13 mei werd de nieuwe uitgeverij Luster boven de doopvont gehouden. Meteen werden ook 12 nieuwe boekjes voorgesteld in de reeks De Essentie. De reeks bevat teksten van onder meer Walter Zinzen, Ivo Belet, Peter Tom Jones, Kris Deschouwer, Ludo Abicht en Lucas Catherine. Zij leggen op amper 50 pagina’s een actueel thema uit, zoals Congo, Europa, de klimaatwijzigingen, Brussel-Halle-Vilvoorde, Islam of de Midden-Oostenproblematiek. In ‘Klimaatcrisis: Het failliet van het klimaatscepticisme’ presenteert Peter Tom Jones vijf essentiële stellingen over de klimaatproblematiek.

Stelling 1: De klimaatproblematiek is hét mondiale vraagstuk van de 21e eeuw.


Vanwege zijn verregaande impact op andere wereldproblemen (voedsel, water, conflicten, migratie, economische en sociale stabiliteit, gezondheid etc.) is het klimaatvraagstuk hard op weg hét belangrijkste vraagstuk van de 21ste eeuw te worden. Sinds de publicatie van het laatste VN-klimaatrapport in 2007 is de urgentie van dit probleem alleen maar groter geworden. De recente ontwikkelingen blijken in bepaalde gevallen sneller te gaan dan in de worst-case scenario’s van het VN-klimaatpanel werd vooropgesteld. En in het medisch tijdschrift The Lancet werd zopas, in een prestigieus rapport over de relatie tussen klimaat en gezondheid, de opwarming van de aarde omschreven als “the biggest health threat of the 21st century”. Zonder dat velen het beseffen, zijn wij allemaal betrokken bij een onbedoeld maar wel potentieel catastrofaal experiment met het klimaat van de planeet aarde. Indien de wereld niet snel overgaat tot het nemen van de vereiste maatregelen, dan kunnen de gevolgen van de klimaatwijzigingen bijzonder schadelijk uitvallen en onze capaciteit om ons aan te passen tenietdoen. Niet onterecht noemde VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon het klimaatprobleem “the defining challenge of our age”.

Stelling 2: Het klimaatvraagstuk is in essentie een ethisch vraagstuk.


Een uitermate relevant gegeven in het klimaatvraagstuk behelst de omgekeerde relatie tussen de historische verantwoordelijkheid voor de opwarming en de kwetsbaarheid voor het probleem. De landen die de laatste 200 jaar voor de grootste uitstoot hebben gezorgd (de Verenigde Staten, Europa en Japan: ongeveer 60% van de historische koolstofuitstoot) zijn niet de landen waar vandaag en morgen de slachtoffers vallen. In jargon spreekt men van klimaatonrechtvaardigheid, zowel binnen de huidige generaties als ten aanzien van de toekomstige generaties. Het VN-ontwikkelingsprogramma erkent dat klimaatwijzigingen een nefaste invloed hebben op de ontwikkelingskansen voor miljoenen, ja zelfs miljarden mensen in deze wereld. Klimaatwijzigingen verhogen de druk op verarmde samenlevingen, waardoor die in een negatieve spiraal van deprivatie terechtkomen. De kwetsbaarheid ten aanzien van extreme weerfenomenen – waarvan de frequentie toeneemt naarmate de planeet verder opwarmt – is extreem ongelijk verdeeld in deze wereld. Het risico ten aanzien van klimaatrampen is 79 maal kleiner voor een inwoner uit een rijk OESO-land dan voor iemand uit een ‘ontwikkelingsland’. Op het vlak van gezondheidsgevolgen is deze ongelijkheid even schrijnend. In The Lancet stelt men het als volgt: “The inequity of climate change will prove to be a source of historical shame to our generation if nothing is done to address it.”

Stelling 3: Anno 2009 is klimaatscepticisme een misdaad tegen de mensheid


In die context is het klimaatscepticisme vandaag niet alleen totaal wetenschappelijk achterhaald maar ook ethisch onaanvaardbaar. Het disproportionele gewicht dat de laatste jaren in de populaire media werd gegeven aan een kleine schare klimaatsceptici heeft ertoe geleid dat er een enorme kloof is ontstaan tussen de perceptie van de gewone man versus de stand van zaken in de klimaatwetenschap zelf. Het klimaatscepticisme is vandaag, naast structurele, culturele en gedragsmatige factoren, nog steeds één van de belangrijkste verklaringen voor de maatschappelijke en politieke inertie terzake. Gegeven de alsmaar toenemende kennis over de potentieel catastrofale gevolgen voor miljoenen tot miljarden mensen in het geval van verdere inactie is klimaatscepticisme anno 2009 een misdaad tegen de mensheid. 

Vanwege zijn verregaande impact op andere wereldproblemen is het klimaatvraagstuk hard op weg hét belangrijkste vraagstuk van de 21ste eeuw te worden.
Stelling 4: De VN-klimaatconferentie in december 2009 in Kopenhagen is een historisch scharniermoment.


In 2012 loopt het Kyotoprotocol af. Gezien de wetenschappelijke gegevens over de noodzakelijke, draconische emissiereducties, is het van vitaal belang dat er na 2012 een krachtdadige opvolger voor Kyoto tot stand komt. Voor een post-Kyoto-overeenkomst wordt aangestuurd op een langetermijnverbintenis met als eindpunt 2050. Globaal genomen zal de totale broeikasgasuitstoot tegen 2050 met minstens 50 à 85% moeten dalen (om een redelijke kans te hebben de 2°C te vermijden). Gezien hun historische koolstofschuld zullen rijke landen het initiatief moeten nemen. Om effectief en legitiem te zijn, zal een post-Kyoto-regime moeten kunnen steunen op een bredere participatiebasis, met inbegrip van ook landen als China, India en Brazilië. In Kopenhagen (december 2009) moet het raamwerk voor een nieuw akkoord definitief afgesproken worden. De druk is enorm. Omwille van de urgentie van het vraagstuk is uitstel geen optie meer. Economieën kunnen zich herstellen van een financiële crisis. Helaas is er geen terugspoelknop voor een globale opwarming die een reeks van kritische drempelwaarden onomkeerbaar overschrijdt. De Conferentie in Kopenhagen zal de geschiedenis ingaan als het moment waarop de mondiale klimaatoorlog gewonnen of verloren werd. 

Stelling 5: Een stringent klimaatbeleid biedt tal van onmiddellijke, lokale voordelen.


In vergelijking met de ronduit dramatische kost van inactie – zoals ook Nicholas Stern aangeeft – is het kostenplaatje van zelfs een uitermate stringent klimaatbeleid al bij al perfect beheersbaar. Bovendien werd tot op heden veel te weinig aandacht besteed aan de zogenaamde ‘secundaire voordelen’ van een klimaatbeleid. Een recent rapport van het Europees Vakverbond toont aan dat een pro-actief klimaatbeleid (40% daling EU-CO2-uitstoot in 2030) een netto positief effect zou hebben op de werkgelegenheid. Netto gezien zouden er 1,5% extra jobs bijkomen ten opzichte van een business as usual-scenario. Andere evidente kansen doen zich voor op het vlak van energieonafhankelijkheid en leefbare steden (met schonere luchtkwaliteit, lagere gezondheidskosten en meer verkeersveiligheid). De beperkte studies die hierover bestaan, suggereren zelfs dat deze meervoudige voordelen financieel zwaarder wegen dan de kostprijs van het klimaatbeleid zelf. Omdat deze ‘secundaire voordelen’ ook nog eens onmiddellijk en lokaal voelbaar zijn, is een stringent klimaatbeleid een economisch rationele keuze, ongeacht of andere landen inspanningen leveren om de uitstoot terug te dringen.
 
 
Peter Tom Jones (1973) is burgerlijk ingenieur Milieukunde, doctor in de Toegepaste Wetenschappen en werkzaam als Onderzoeksmanager (IOF) aan de KULeuven. Hij publiceerde in diverse tijdschriften omtrent thema’s als klimaat en ecologische economie. Hij is o.a. co-auteur van Terra Incognita: Globalisering, ecologie en rechtvaardige duurzaamheid (Ginkgo, Academia Press, Gent, 2006/2007), Het Klimaatboek: Pleidooi voor een ecologische omslag (Epo, Berchem, 2007) en Klimaatcrisis: Het failliet van het klimaatscepticisme (Luster, Antwerpen, 2009). Zie ook http://www.petertomjones.be/. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift