In het reine komen met het koloniaal verleden

Decolonize the mind – Ik begin alvast met mezelf

Collectie Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen (CC0)

De Belgische Minister van Koloniën tijdens een bezoek aan de Katholieke missie in Congo

Een paar maanden geleden werd ik helemaal van mijn sokken geblazen in het National Museum for Afric an American History and Culture (NMAAHC) in Washington, nog maar anderhalf jaar open. Ik was erg onder de indruk van de eerlijke en lucide manier waarop men de pijnlijkste delen van de Amerikaanse geschiedenis toonde en mee opnam in de collectieve identiteit: het maakte Amerika mee tot wat het is. Sommige delen van de collectie raakten me tot in het diepst van mijn wezen, zoals de Memorial voor Emmett Till, de 14-jarige jongen die in 1955 in het zuiden werd verminkt en vermoord omdat hij naar een blank meisje zou gefloten hebben. De verontwaardiging na zijn dood was een belangrijke impuls voor de burgerrechtenbeweging.

Ik kwam buiten in een rollercoaster van emoties. Diep respect, in de eerste plaats. Maar ik was ook kwaad. Ik vroeg me af waarom wij er in België niet in slagen om ons koloniaal verleden haarscherp te fileren, en het lijden, de onderdrukking en het racisme glashelder te benoemen om te kiezen voor een maatschappij met plaats voor iedereen. Ik hield er ook veel goesting aan over. Goesting om me hierin te engageren. En goesting om een paar zwarte auteurs te (her)lezen, mensen die dat lijden en die onderdrukking een stem gaven. En geven.

Maar dus ook: goesting om me te engageren. Ik leid een leven als Congo-deskundoloog met een opleiding in Afrikaanse filologie en geschiedenis aan de universiteit van Gent, maar tot nu toe heb ik me buiten het kolonisatiedebat gehouden. Ik vond dat mijn meerwaarde zat in het feit dat ik de geschiedenis van de laatste twee decennia goed ken. Dankzij mijn analysekader en uitgebreid netwerk in Congo zie ik verbanden en grondlagen die veel andere internationale waarnemers niet zien. Ik leef van de studies die ik maak en de aanbevelingen die ik doe. Maar ik voelde niet onmiddellijk de behoefte om in het “Decolonize the mind”-debat te stappen.

Onze eigen koloniale geschiedenis en de manier waarop we er als gemeenschap naar kijken zitten niet alleen helemaal fout, ze staan ook tussen ons en onze toekomst.

Maar wat ik helemaal niet verwacht had: dat kantelde in enkele uren. Toen ik weer buiten kwam uit het NMAAHC, stond het me scherp voor de geest: onze eigen koloniale geschiedenis en de manier waarop we er als gemeenschap naar kijken zitten niet alleen helemaal fout (daar was ik al 35 jaar uit), ze staan ook tussen ons en onze toekomst.

Op de stoep van dat museum begreep ik dat we dringend en radicaal op een heel andere manier naar onze geschiedenis moeten leren kijken, en dat minstens op vier vlakken:

public domain (CC0)

Het afkappen van handen in Belgisch Congo

  1. De kolonisatie is een onherstelbaar onrecht: het heeft in de gekoloniseerde maatschappijen allerlei lokale historische processen van natievorming en maatschappijopbouw afgebroken, en die maatschappijen in een ondergeschikte rol geïntegreerd in onze geschiedenis, op basis van een cultureel en moreel superioriteitsgevoel, vaak met humanitaire motieven als schaamlapjes op economische en politieke drijfveren.

    We moeten het structureel, collectief en individueel lijden, uitbuiting en onderdrukking onder ogen durven zien, benoemen en erkennen. Wat die onderdrukking en dat lijden in de praktijk betekenden, werd nooit beter verwoord dan in de historische en onvoorziene toespraak die Patrice Lumumba hield tijdens de onafhankelijkheidsceremonie op 30 juni 1960. Het feit dat de kolonisatie ook positieve zaken met zich heeft meegebracht (scholen, gezondheidszorg, wegen..) verandert fundamenteel niets aan de onrechtvaardigheid ervan.
     
  2. We moeten erkennen wat de bijdrage van dat lijden is geweest tot wat België uiteindelijk geworden is, in termen van economische groei, welvaartstaat en aura. De kleine natie werd een koloniale mogendheid en de Congolese grondstoffen leverden de economische actoren in het moederland fabuleuze winsten op. Het koloniale leger droeg in beide wereldoorlogen bij tot de overwinning, en in ’40-’45 betaalde de kolonie de facturen van de Belgische regering in ballingschap.
     
  3. We moeten erkennen wat de kolonisatie heeft teweeggebracht in de gekoloniseerde samenleving en op welke manier het bijgedragen heeft tot falende post-koloniale staten. Congo is daar helaas een dramatisch voorbeeld van. Het koloniaal model dat België neerzette was meer dan andere betuttelend en had geen enkele visie op wat erna zou komen. België ging prat op het onderwijs in Congo, maar dat was alleen in de breedte uitgebouwd: velen volgden lager onderwijs, de besten lager middelbaar onderwijs en erg weinigen raakten verder dan dat.

    De rol die Belgisch Congo voorzag voor Congolezen beperkte zich in het beste geval tot die van uitvoerende bedienden. In 1960 werd Congo souverein verklaard met slechts een handvol universitairen. Congo werd onafhankelijk zonder dat ooit iemand economische of politieke macht had uitgeoefend. Het infantiliserend koloniaal model weegt overigens nog steeds door in hoe we hier naar Congolezen en Afrikanen kijken. Ook in de buurlanden is er racisme, maar ik weet niet of Afrikanen elders in dezelfde mate als kinderen beschouwd worden.

    Na de onafhankelijkheid werd Congo onmiddellijk op een neokoloniaal spoor gezet met Mobutu als centrale figuur. Hij had twee bestaansredenen: enerzijds als bastion tegen het toenemend aantal nieuwe staten die zich beriepen op een vorm van Afrikaans socialisme, anderzijds om een voor het westen zo gunstig mogelijk investeringsklimaat te scheppen.
    Het mondde allemaal uit in zo ongeveer de worst governance die we ons kunnen indenken en uiteindelijk in de implosie van het land, met name een golf van geweld die we de Eerste Afrikaanse Wereldoorlog zijn gaan noemen. Het nieuwe regime dat twintig jaar geleden aan de macht kwam, deed een poging het land te dekoloniseren maar slaagde er niet in het kleptocrate DNA van Mobutu’s Zaïre uit het nieuwe Congo te halen (eerlijk gezegd heeft het dat ook niet echt geprobeerd), en net daarom staat het op dit eigenste moment voor zijn eigen implosie.

    De kolonisatie heeft Congo en Afrika afgesneden van haar eigen geschiedenis, en de gevolgen daarvan lopen door tot vandaag. Het is erg belangrijk dat we ons daar bewust van zijn, maar we mogen de hele problematiek niet daartoe herleiden. Er ligt natuurlijk een bijzonder zware verantwoordelijk op de schouders van de Afrikaanse leiders, en ook daar mogen we niet blind voor zijn.
     
  4. Ik wil staan voor een samenleving waar de anti-valeurs (zoals men dat in Congo zo mooi zegt) van de kolonisatie worden uitgehaald. Een inclusieve, warme, solidaire, tolerante en rechtvaardige maatschappij in plaats vande structurele onderdrukking en de afhankelijkheid, de uitsluiting en de vernedering. En dit gaat enkel lukken als we ons verleden onder de loep nemen.

Toen ik twintig was besloot ik Afrikaanse talen en geschiedenis te studeren. Met een groep vrienden waren we net begonnen om in de wijk rond Noord-Zuidthema’s te werken. We waren een wereldwinkel gestart, we deden mee aan de 11.11.11-campagne en zo. Toen dacht ik: als we echt menen wat we zeggen, als we onze solidariteit serieus nemen, dan moeten we onze activiteiten boven de liefdadigheid uittillen. We hebben mensen nodig die in staat zijn met Afrika te dialogeren, naar Afrikanen te luisteren en dat mee aan boord nemen van gemeenschappelijke actie.

We moeten als samenleving eerst in het reine komen met ons koloniaal verleden, de dingen benoemen en een plaats geven, voor we echt stappen vooruit kunnen zetten in de strijd tegen racisme en onderdrukking.

Dertig jaar later ben ik gestopt met NGO’s omwille van de kramp in mijn handen (we stonden constant met het wijzend vingertje klaar) en een permanente verkoudheid (door de hele tijd open deuren in te slaan stond ik te vaak in de tocht). De laatste jaren kom ik aan de kost als onafhankelijk analist en maak ik studies voor diverse actoren waarbij ik de complexiteit van Congo van onderuit probeer te begrijpen en te verklaren. En dat kan alleen maar door intens samen te werken met lokale onderzoekers, in een sfeer van groot vertrouwen en totale gelijkheid. In een volgende fase is het de bedoeling om hen zichtbaarder te maken, bijvoorbeeld door samen met hen stukken te publiceren.

Ik weet dus al een tijdje dat kolonisatie is een misdaad is. Ik heb ook geleerd hoe essentieel die kolonisatie was voor onze welvaartsstaat. Ik zie elke dag in mijn werk hoe moeilijk het is om iets op te bouwen op het gruis dat de kolonisatie en Mobutu’s neokoloniale rijk achterliet. Maar het is pas in het NMAAHC in Washington dat ik volop besefte dat we als samenleving eerst in het reine moeten komen met ons koloniaal verleden, de dingen moeten benoemen en een plaats geven, voor we echt stappen vooruit kunnen zetten in de strijd tegen racisme en onderdrukking.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur