Regering moet bescherming bieden aan kwetsbare groepen, de grens beschermen, de onderhandelingen versnellen en mensenrechtenschenders berechten

Geweld in Darfoer roept herinneringen op aan jaren 1990

Mohamad Almahady, UNAMID (CC BY-NC-ND 2.0)

Na een periode van relatieve rust is er opnieuw sprake van geweld in de Soedanese regio Darfoer. Alleen al in juli werden meer dan zestig mensen gedood, volgens de Verenigde Naties. Er moet meer aandacht komen voor het opbouwen van vertrouwen tussen gemeenschappen, schrijft historicus Tsegat Etafa van de Colgate University in New York.

Darfoer heeft te maken met hernieuwde aanvallen op vreedzame demonstranten, burgers, plattelandsdorpen en opvangkampen voor intern ontheemden.

Protesten werden aangewakkerd door diverse gebeurtenissen, zoals frequente aanvallen op opvangkampen en plattelandsdorpen en boerderijen. Maar de recente geweldsuitbarstingen houden ook verband met landelijke protesten; burgers eisen implementatie van hervormingen door de Soedanese regering. Daartoe behoort ook het berechten van degenen die verantwoordelijk zijn voor de aanslagen op vreedzame demonstranten in Khartoem in december 2018.

Daarnaast wacht een reeks beloofde hervormingen op actie. Daartoe behoren ook de benoeming van een wetgevende raad en burgergouverneurs voor alle deelstaten, het vormen van mensenrechtencommissies, wettelijke hervorming en overgangsjustitie.  Mensen worden ongeduldig, omdat het al vijftien maanden geleden is dat president Omar al-Bashir werd afgezet.

Libië

In Darfoer lijkt ook de rechtshandhaving te lijden onder de overgangsperiode. De wapensmokkel uit Libië, een van de zes landen waar Soedan een grens mee deelt, nam sterk toe. Noord-Darfoer deelt slechts een korte grens met Libië. Maar omdat het een poreuze grens is, is het broeinest van wapensmokkel.

De chaos in Libië in de afgelopen zes jaren heeft de activiteiten van milities nieuw leven ingeblazen.

De chaos in Libië in de afgelopen zes jaren heeft de activiteiten van milities nieuw leven ingeblazen. De situatie lijkt op die in de jaren 1980 en 1990, toen milities zich snel verspreidden in afwezigheid van effectief toezicht door de Soedanese regering. Destijds waren er frequente clashes tussen Arabieren en niet-Arabieren, nomaden en boeren, en zelfs nomaden en nomaden. De ruzies gingen meestal over rechten op water en weidegrond.

Net als in de jaren 1980, is Libië nog steeds een belangrijke bron van wapenhandel. Dit draagt bij aan de instabiliteit in Darfoer. Veel Soedanezen steken de grens over naar Libië voor een militaire training door gewapende groepen. Volgens een VN-rapport vechten huurlingen uit Darfoer voor de troepen van generaal Khalifa Haftar in Libië. Hun doel is het versterken van hun militaire macht met geld en wapens.

Echo’s uit het verleden

Op 25 juli vielen zo’n vijfhonderd Janjaweed het dorp Mesteri, in West-Darfoer aan. Het was een vergeldingsaanslag voor de moord op een vrouw en haar twee kinderen door onbekende schutters.

De milities vielen herhaaldelijk ongewapende burgers aan. Ze zouden gebruik hebben gemaakt van motorfietsen en SUV’s. Volgens de VN werden tussen 19 en 26 juli minstens zeven van dergelijke aanvallen uitgevoerd in de regio.

Daardoor sloegen mensen op de vlucht en kwamen boerderijen stil te liggen. Dit gebeurde na een periode van relatieve rust die volgde na onderhandelingen tussen rebellen uit Darfoer en de regering.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De gebeurtenissen doen denken aan het midden van de jaren 1990, toen de regering-Bashir de provincie Dar Masalit in kleinere districten verdeelde, in een poging de Masalit (de niet-Arabische bevolking) te verzwakken. Khartoem gaf Arabische stammen meer macht over Masalit-dorpen, om zo de oppositie van de Umma Partij te neutraliseren. Deze partij had veel aanhang in Dar Masalit.

Dit leidde tot een opstand onder de Masalit in 1995. In reactie daarop bewapende en stationeerde de regering de Janjaweed-militie. De Janjaweed waren vooral afkomstig uit Arabische groepen in Noord-Darfoer. Het leger ontwapende de Masalit, terwijl de Janjaweed-militie terugkeerde om te verwoesten en te plunderen. De verwoesting was enorm en de relaties tussen de Arabieren en niet-Arabieren bereikten een kookpunt.

Straffeloosheid

De Janjaweed en andere tribale milities zijn nog steeds actief in Darfoer. Ze kopen wapens in Libië en vormen een bedreiging voor burgers. Half juli bijvoorbeeld, was er een aanval op ontheemde demonstranten in Noord-Darfoer die bescherming door de overheid eisten. De aanvallers, naar verluidt Janjaweed, kwamen op paarden en motorfietsen om te moorden, plunderen en bezittingen te verwoesten.

De cultuur van straffeloosheid – die diepgeworteld raakte tijdens het vorige regime – bestaat nog steeds.

Volgens de Janjaweed ‘was het de bedoeling van de demonstranten hen te verjagen uit de regio.’

Ook andere factoren dragen bij aan de onveiligheid en instabiliteit. Grensoverschrijdende criminele activiteiten zijn er daar een van. Een andere is onprofessioneel en wreed gedrag van veiligheidstroepen van de overheid. De cultuur van straffeloosheid – die diepgeworteld raakte tijdens het vorige regime – bestaat nog steeds.

Daar komt bij dat de activiteiten van gewapende groepen in de afgelopen maanden zijn geëscaleerd. Op 15 juli arresteerden Soedanese veiligheidstroepen 160 mensen die op weg waren naar Libië om zich aan te sluiten bij gewapende groepen. Volgens het rapport van het Soedanese Panel van Experts ‘hebben de Darfoerese gewapende groepen die in Libië opereren hun militaire capaciteit vergroot met nieuwe uitrustingen en worden op grote schaal nieuwe leden gerekruteerd.’

De proliferatie van wapens leidt tot een ernstige verslechtering van de veiligheid en toegenomen roverij en chaos.

Aanvallen en conflicten troffen ook Centraal-Darfoer half juni. En uit Zuid-Darfoer kwamen berichten over conflicten tussen Arabieren en niet-Arabieren.

Weinig hoop op vrede

Het Soedanese Bevrijdingsleger, een rebellengroep onder leiding van Abdel Wahid al-Nur, deed niet mee aan het Juba-vredesproces tussen de Soedanese regering en andere rebellengroepen. In plaats daarvan riepen de rebellen op tot alomvattende vredesbesprekingen in Soedan zelf, en beloofden ze te participeren als het proces in eigen land werd voortgezet.

In maart accepteerden ze een staakt-het-vuren, maar ze weigerden nog steeds te participeren in het proces. Het Soedanese Bevrijdingsleger stelt dat de nieuwe regering geen autoriteit heeft en dat de macht bij het leger en de Janjaweed ligt. De gesprekken in Juba zijn volgens de rebellen “cosmetisch”, om de regering legitimiteit te verschaffen.

De groep stelt alleen te willen participeren in het vredesproces als de wortels van het conflict worden aangepakt.

Hoe nu verder?

Terwijl de vredesonderhandelingen doorgaan, kan meer gedaan worden aan het stabiliseren van de situatie ter plaatse.

Herverdeling van land en rechten op weidegrond voor nomaden is ook essentieel.

Er moet meer aandacht komen voor het opbouwen van vertrouwen tussen gemeenschappen. Dit kan via dialoog, ondersteund door dorpsoudsten, academici, rebellen, de regering, niet-gouvernementele organisaties en de gezamenlijke missie van de VN en de Afrikaanse Unie in Darfoer.

Herverdeling van land en rechten op weidegrond voor nomaden is ook essentieel. Dit kan tijd kosten, dus de regering moet werken aan herstel van het vertrouwen. Hiervoor moeten onder meer bijeenkomsten in dorpen worden belegd.

De plaatselijke burgerlijke autoriteiten en academische instituten kunnen dergelijke processen faciliteren. Het is bemoedigend om te zien dat universiteiten interveniëren met oplossingen.

De regering moet bescherming bieden aan kwetsbare groepen, de grens beschermen, de onderhandelingen versnellen en mensenrechtenschenders berechten. Ook plaatselijke functionarissen die loyaal zijn aan het vorige regime en destabilisatie in de hand werken, moeten van hun posten ontheven worden.

Tot slot moet de gezamenlijke missie van de Afrikaanse Unie en de VN minimaal tot het einde van zijn mandaat, in december 2020, in Darfoer blijven.

Tsegat Etafa is historicus aan Colgate University in New York en gespecialiseerd in inter-etnische relaties.

Bron: The Conversation

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift