Armoede, geweld, ongelijkheid en corruptie blijven wijdverbreid

‘Als er al vrede heerst in Guatemala, is het een vrede die verdacht veel lijkt op oorlog’

Barry Pousman (CC BY 2.0)

25 jaar na de ondertekening van het vredesakkoord dat een einde maakte aan de 36-jarige burgeroorlog in Guatemala, is de vrede in het Midden-Amerikaanse land ver te zoeken, zegt de Canadese hoogleraar W. George Lovell. Armoede, geweld, ongelijkheid en corruptie blijven er wijdverbreid. 

29 december markeerde de 25ste verjaardag van de ondertekening van het vredesakkoord dat effectief een einde maakte aan 36 jaar gewapend conflict in Guatemala. Toen wat bekendstaat als het Akkoord van de Vaste en Duurzame Vrede werd ondertekend, was de Guatemalteekse burgeroorlog een van de langste en bloedigste conflicten in het Latijns-Amerika van de twintigste eeuw.

Een kwart eeuw later is die “vaste en duurzame” vrede in geen velden of wegen te bekennen. Als er al vrede heerst in Guatemala, is het een vrede die verdacht veel lijkt op oorlog.

Ik heb, als onderzoeker met langdurige interesse in de historische geografie van Latijns-Amerika, Guatemala jarenlang bestudeerd. Mijn memoires uit 2019 gaan over de door het leger gedomineerde staat en de impact daarvan op de inheemse Maya-bevolking.

Een erfenis van geweld

De ongewapende, inheemse bevolking vormde meer dan 80 procent van de slachtoffers in de burgeroorlog. Een door de Verenigde Naties gesteunde commissie beschuldigde de Guatemalteekse strijdkrachten van genocide en hield hen verantwoordelijk voor 93 procent van de moorden. Guerrilla-opstandelingen, die vochten om het regime omver te werpen, werden verantwoordelijk gehouden voor 3 procent van de wreedheden.

De meeste gewelddadige sterfgevallen in Guatemala worden nooit onderzocht, laat staan ​​voor de rechter gebracht.

De Amerikaanse antropoloog Victoria Sanford vatte de benarde situatie na de oorlog als volgt samen: als het aantal slachtoffers zou blijven stijgen, ‘zullen er meer mensen sterven in de eerste 25 jaar van vrede ’dan tijdens de burgeroorlog. Daarin vielen volgens een VN-onderzoek meer dan 200.000 doden.

Dit grimmige beeld van Sanford is terug te zien in het aantal moorden in Guatemala. In 2009 waren dat er maar liefst 45 per 100.000 inwoners. Ter vergelijking: het aantal moorden in Canada was in 2020 1,95 per 100.000 mensen, en in de Verenigde Staten 7,8.

De meeste gewelddadige sterfgevallen in Guatemala worden nooit onderzocht, laat staan ​​voor de rechter gebracht. De aard van de meeste moorden is niet langer openlijk politiek, maar in plaats daarvan gerelateerd aan bendegeweld, drugshandel, afpersing, frauduleuze transacties en het vereffenen van eeuwenoude rekeningen.

In sommige jaren na het akkoord – bijvoorbeeld in 2006 – werden er maar liefst vijfhonderd moorden geteld, wat neerkomt op zeventien per dag.

Neoliberalisme en enorme ongelijkheid

Álvaro Arzú was president van Guatemala ten tijde van het vredesakkoord in 1996. En hoewel hij een van de functionarissen was die het ondertekenden, weigerde hij drie jaar later te erkennen dat de gruweldaden tijdens het conflict daadwerkelijk hadden plaatsgevonden – althans niet in die mate, en niet door het Guatemalteekse leger.

Onder zijn neoliberale beleid bleven wijdverbreide armoede en massale ongelijkheid – de belangrijkste grondoorzaken van het conflict – niet alleen in stand; ze namen zelfs toe.

In 1999 belandde Guatemala naar aanleiding van de bevindingen van een VN-enquête naar menselijke ontwikkeling op de 117de plaats wat betreft kwaliteit van leven, ruim achter buurland Costa Rica (45ste) en onder twee zeer kwetsbare landen, El Salvador (107de) en Honduras (114de).

Uitgebuit, niet onderontwikkeld

Guatemala is geen onderontwikkeld land. Integendeel, Guatemala is rijk aan natuurlijke en menselijke hulpbronnen. Maar het is lamgelegd door de oneerlijke verdeling van hulpbronnen, met name land, en loopt over van de ongelijkheid.

Guatemala is rijk aan natuurlijke en menselijke hulpbronnen.

Ongelijke landverdeling vormt de kern van de problemen van Guatemala. Nog steeds wonen veel mensen op het platteland, en zijn de contrasten enorm tussen de levens van duizenden gezinnen met een laag inkomen en die van een bevoorrechte groep die is verbonden door de politiek van grondbezit.

In Guatemala is 90 procent van de boerderijen goed voor 16 procent van het totale landbouwareaal, terwijl 2 procent van het totale aantal boerderijen 65 procent van de totale landbouwgrond beslaat. Het beste land wordt gebruikt om koffie, katoen, bananen en suikerriet te verbouwen voor de export, niet om de ondervoede lokale bevolking te voeden. Zolang deze disbalans niet is verholpen, zullen de problemen blijven bestaan.

Corrupt leiderschap

Vijf opvolgende presidenten na Arzú beloofden allemaal economische en sociale verbetering, vooral voor de 85 procent van hun 17 miljoen burgers die volgens de VN in armoede leven – 70 procent van hen zelfs in extreme armoede. Geen van de opvolgers deed het beter dan Arzú.

Twee voormalige presidenten (Alfonso Portillo en Álvaro Colom) raakten verstrikt in beschuldigingen van corruptie en werden na hun ambtstermijn gevangengezet. Een ander, Otto Pérez Molina, werd uit zijn ambt ontheven en belandde in de cel wegens het aannemen van steekpenningen zodat bedrijven invoerrechten konden ontlopen.

In 2006 werd de Internationale Commissie tegen straffeloosheid in Guatemala (CICIG) opgericht om dit soort wangedrag te onderzoeken. De door de VN gesteunde CICIG ontmantelde 60 criminele bendes en vervolgde 680 prominente personen voor corrupte activiteiten. In 2019 besloot de toenmalige president Jimmy Morales echter om het mandaat op te heffen en de medewerkers uit het land te verbannen.

‘Heksenjacht’

De huidige president Alejandro Giammattei werkt op dezelfde manier als zijn voorgangers. Hij ontslaat anticorruptie-aanklagers die dapper genoeg zijn om belastingontduikers en witwassers ter verantwoording te roepen.

Alleen al in het afgelopen jaar zijn 280.000 Guatemalteken door Amerikaanse grensbeambten aangehouden bij mislukte pogingen om vanuit Mexico de VS binnen te komen.

Ook noemt hij anticorruptie-initiatieven een ‘heksenjacht’ waarin ‘linkse advocaten’ – zoals rechter Juan Francisco Sandoval, voormalig hoofd van het speciale openbaar ministerie tegen straffeloosheid – personen aan de andere kant van het politieke spectrum ‘belasteren’. ‘Iedereen heeft recht op zijn eigen ideologie’, zei Giammattei in een recent media-interview. ‘Het probleem is wanneer je die ideologie overbrengt op je acties, en erger nog, wanneer je de leiding hebt over justitie.’

Nadat ze door Giammattei waren afgezet, vluchtten Sandoval en andere aanklagers uit angst voor hun veiligheid het land uit. De Amerikaanse regering-Biden heeft haar zorgen geuit over de corruptie in Midden-Amerika en legt verbanden met de wanhoop die de Guatemalteekse bevolking voelt over hoe ze wordt bestuurd, wat velen ertoe aanzet een beter leven te zoeken in El Norte (Noord-Amerika).

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Alleen al in het afgelopen jaar zijn 280.000 Guatemalteken door Amerikaanse grensbeambten aangehouden bij mislukte pogingen om vanuit Mexico de VS binnen te komen.

Aan het einde van 2021 en het begin van 2022 is de 25ste verjaardag van de ondertekening van het vredesakkoord, gezien de precaire wijze waarop Guatemala nog steeds wordt bestuurd, geen enkele reden tot feest.

W. George Lovell is Professor Geografie en Planning aan de Queen’s University in Ontario, Canada.

Deze opiniebijdrage is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3277   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift