Het Zuiden heeft plannen, ook voor het klimaat

Kimja Vanderheyden, vrijwilligster voor Broederlijk Delen in Ecuador, maakt een analyse van de klimaatconferentie in Cancún. Ze nuanceert hierbij de stelling dat het om “moeilijke, maar succesvolle” onderhandelingen ging die door een aantal ontwikkelingslanden werden afgeremd. Vanuit Ecuador bijvoorbeeld komt niet enkel kritiek op de rijke landen, maar wordt ook een innovatief voorstel naar voor geschoven om de natuur en het klimaat te beschermen, dat zelfs de Waalse gemeenschap tot financiële steun kon verleiden.

Cancún, een succes?

De VN-conferentie rond klimaatverandering in Cancún, van 29 november tot 10 december 2010, werd volgens de pers vooral getekend door “succesvolle” onderhandelingen. Maar voor een aantal belangrijke thema’s werden concrete maatregelen opnieuw uitgesteld en volgens de milieuorganisaties blijft er nog een lange weg te gaan.

Het welles-nietes spelletje over het Kyotoprotocol laat vooral zien dat de rijke landen de natuur en vooral het klimaat meer als een onderhandelingsmiddel beschouwen dan een prioriteit in hun politiek. De ontwikkelingslanden lieten ook duidelijk van zich horen in dit debat. Een aantal van hen remden de besprekingen van het protocol af en Bolivia toonde zijn ongenoegen door de eindtekst integraal te verwerpen. Maar het beschuldigend vingertje waarmee de ‘grote’ landen wijzen naar de ontwikkelingslanden die dwars lagen, is niet echt terecht. Meer dan dwars liggen, eisen de ontwikkelingslanden immers dat het rijke Noorden zijn historische verantwoordelijkheid erkent in het klimaatdossier als maatschappijen die massaal milieuonvriendelijke producten blijven consumeren en zeer slordig omgaan met energie. En in Ecuador bewijzen zowel regeringsinitiatieven als acties van lokale bewegingen en organisaties dat het Zuiden wel degelijk besef heeft van het belang van de natuur en initiatieven neemt die de klimaatsverandering kunnen afremmen.

Op 25 en 26 november 2010 werd in Quito het internationale seminarie “Rechten van de natuur en Sumak Kausay: een visie vanuit de volkeren van het Zuiden” gehouden, waar gedebatteerd werd over de toepassing van de rechten van de natuur en andere thema’s gerelateerd aan de natuur en het klimaat. Met de aanwezigheid van prominente activisten zoals Vandana Shiva uit Indië (Alternatieve Nobelprijswinnaar) en Nmino Basey uit Nigeria werd ook een internationale rechtszaak aangespannen tegen British Petroleum wegens de olieverspilling in de Golf van Mexico in april van dit jaar. De aanklacht: schending van de rechten van moeder aarde.

Ecuador erkende in de nieuwe grondwet van 2008 de rechten van de natuur, wat van het land een pionier maakt op het vlak van juridische bescherming van hun milieu. Volgens de activisten vallen de rechten van de natuur onder de internationale jurisdictie, omdat ze grensoverschrijdend zijn. Met de rechtszaak tegen Britisch Petroleum willen de aanklagers dat de informatie over de milieuramp in Deepwater Horizon vrijgemaakt wordt en dat het bedrijf stopt met offshore booractiviteiten. Ook wordt er geëist dat ze bij wijze van compensatie geld investeren in initiatieven om de olie onder de grond te houden.

Biodiversiteit in het Yasúnipark

Het welles-nietes spelletje over het Kyotoprotocol laat vooral zien dat de rijke landen de natuur en vooral het klimaat meer als een onderhandelingsmiddel beschouwen dan een prioriteit in hun politiek.
Hiermee wordt de band gelegd met de campagne Yasuní ITT, een voorstel dat de Ecuadoraanse regering lanceerde in 2008. Dit voorstel wil een uitgestrekt nationaal park in het hart van het Amazonegebied vrijwaren van olie-exploitatie met steun van de internationale gemeenschap. 

Onder de bodem van het ITT-blok van het Yasuni park zit 20% van de oliereserve van Ecuador, ongeveer 1000 miljoen vaten. Door het niet te exploiteren wordt de ontbossing van het gebied vermeden en blijft een zeer divers ecosysteem beschermd. Het zou ook betekenen dat 410 miljoen metrische ton CO2 niet vrijkomt in de atmosfeer. De bedenkers van het project vragen in ruil voor de gederfde inkomsten een compensatie van de nationale en internationale gemeenschap. Men hoopt een bedrag van 3600 miljoen dollar binnen te halen, gespreid over 10 jaar en dat te investeren in het behoud van het gebied, duurzaam management van de biodiversiteit in diverse natuurparken van Ecuador en het ontwikkelen van hernieuwbare energiebronnen.

Alleen al de enorme biodiversiteit van het Yasunipark is een goede reden om het initiatief te steunen.  Op een oppervlakte van 9.820 km² vindt men meer dan 4000 soorten planten, 2200 soorten bomen, 567 soorten vogels, de grootste diversiteit aan amfibieën ter wereld, 83 soorten reptielen. Het is ook de leefwereld van twee stammen, de Tagaeri en Taromenane, die er bewust voor gekozen hebben om in isolement te leven en in harmonie met de natuur. En naast het park, ligt het territorium van de Huaorani, een Amazonevolk dat sinds decennia het hoofd biedt aan de olie-exploitatie en illegale houtkap in hun leefgebied. De exploitatie van de olie die er ondergronds zit zou dus erg nefaste gevolgen hebben, niet alleen voor de flora en fauna, maar ook voor de natuurvolkeren die in het gebied leven.

De uitkomst van de REDD+ onderhandelingen in Cancún, inzake compensaties voor het tegengaan van ontbossing in ontwikkelingslanden, opent perspectieven voor internationale steun aan Yasuní ITT initiatief. Ook de oprichting van het Groene Klimaat Fonds, dat geld moet kanaliseren naar de ontwikkelingslanden die kampen met de gevolgen van de klimaatsveranderingen, biedt perspectieven.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift