Dossier: 
Arbaeen, een sjiitisch-islamitische pelgrimstocht naar Kerbala, Irak

Miljoenen pelgrims op straat in Irak

© Karim Abraheem

IS werd in deze regio twee jaar geleden verslagen. Strijders probeerden de klokkentoren van de kerk te beschadigen maar hij hield stand

‘Ga je naar Arbaeen?’, textte een vriend en Iran-kenner uit België. Ik beken zwart op wit: theologie is niet mijn expertise, ik ben nog altijd een islamleek. Ik dacht — foutievelijk — dat Arbaeen de Iraanse vertaling was van Asjoera, de islamitische herdenkingsdag die weken geleden al plaatsvond.

Intussen, na een paar dagen in Irak, weet ik wat Arbaeen betekent. Zowel in de religieuze betekenis als in de praktische zin. Ik bevond me onverwacht midden in het grootste, jaarlijkse, religieuze ritueel ter wereld. Over hoeveel miljoen gelovigen het echt gaat, op weg naar Kerbala, is moeilijk te zeggen, zeker in een land als Irak. Wat wel duidelijk is: ze leggen het land en zelfs de protesten tegen de regering stil, en dus ook het verkeer op de grote wegen.

Pelgrims herdenken Hoessein

Sinds gisteravond zitten fotograaf Karim en ik in een christelijk dorp, niet ver van Mosoel. Een rustig en, naar Iraakse normen, veilig dorp. De grenzen van dit eeuwenoude dorp worden vierentwintig uur op vierentwintig bewaakt, maar twee jaar na de doortocht van IS keerde nog maar twintig procent van de oorspronkelijke bewoners terug. Ze hebben genoeg van de ellende, ze wachten op duurzame verbetering en veiligheid, klinkt het.

Ook de betekenis van ‘rustig’ verloor hier vanmorgen even wat kracht.

Na alweer een te late avond in Irak werd ik er opnieuw te vroeg gewekt. Deze keer door spelende schoolkinderen en door een plaatselijke donderslag, de eerste keer overigens dat ik regen meemaak in dit warme en droge zonland.

Maar écht wakker werd ik een paar minuten later door religieuze muziek uit luidsprekers die op een Belgisch straatfestival niet zouden misstaan. Ze begeleidden de sjiitische pelgrims op weg naar de Iraakse stad Kerbala.

Met miljoenen werden ze vrijdag in Kerbala verwacht voor hun jaarlijkse pelgrimstocht. Het betekent het einde van de veertig dagen rouw waarmee sjiieten de kleinzoon van de profeet Mohammed, Hoessein Ibn Ali, herdenken.

In en rond dit dorp, gelegen in de Noord-Iraakse Nineveh-provincie, vormen de sjiieten een kleine minderheid. Maar toch wordt ook hier het dagelijkse leven stilgelegd en zitten de wegen, net als in de rest van Irak, buiten de dorpen potdicht. Lees: je geraakt niet van punt a naar punt b.

Arbaeen betekende voor ons in elk geval bijna een terugkeer naar Erbil, de hoofdstad van de Koerdische Autonome Regio, waar we vandaan kwamen.

De pastor verliest zijn geduld

‘Weet je dan niet dat er een uitgaansverbod is opgelegd?’, snauwde een man door het open autoraam van Thomas*, de kerkelijke leider van het dorp waar we verbleven.

Shabakmilities

In het dorp waar Karim en ik verblijven, hebben sjiitische milities de rol overgenomen van de politie. De milities hier zijn sjiitische Shabaks, een etnische minderheid die vaak gelinkt wordt aan Iran. Ze maken als kleinere groep deel uit van de paramilitaire groep PMU (sjiitische Populaire Mobilisatie Units), die aan de zijde van de regeringstroepen tegen IS vochten.

De oorspronkelijke bevolking in het dorp overwegend (95 procent) christelijk. Vijf procent zouden Shabaks zijn. Nu zwaait deze kleine minderheid de plak, met het nodige machtsvertoon. Maar niemand spreekt zich er graag over uit.

 

Een soldaat aan het checkpoint Erbil-Mosoel had pastor Thomas al gewaarschuwd: ‘Je geraakt er niet door. Door Arbaeen morgen zit vandaag al alles potdicht.’ De weg naar het dorp van Thomas was geblokkeerd, voegde hij toe. Het was de boodschap die iedereen kreeg. Aan het checkpoint richting Mosoel was dus zowat 95 procent van de auto’s teruggekeerd.

Thomas was toch verder gereden. Dat hij het wel zou regelen, had hij gezegd. Hij kende deze mannen, velen kenden hem.

Aan het volgende checkpoint, dit keer bemand door milities en dus niet het Iraakse leger, waren het aarzelende mannen van de Shabakmilitie (zie kader) die vertelden dat we niet verder mochten rijden. Er was dus dat fameuze uitgaansverbod, waarvan de meeste mensen niet eens op de hoogte waren.

Ze zeiden het half verontschuldigend, terwijl ze zijdelings naar hun vermoedelijke leider keken. Die was van meet af aan onverbiddelijk. Omdat pastor Thomas zijn geduld had verloren, tegen hem had geroepen dat hij in zijn bed wilde slapen, omdat hij terugsnauwde dat hij desnoods een hele nacht zou wachten, weigerde de man ook nog maar een duimbreed toe te geven. Hij was zelf ‘een religieus man’, klonk het, en hij eiste van een andere ‘religieuze leider’ zoals pastor Thomas minstens het nodige respect.

En toen kregen ze ons, Karim en mij, de ene al wat Europeser dan de andere, plots in de gaten. Ze schudden hun hoofd vragend in onze richting. ‘Wie we waren, wat we hier deden?’
‘Parkeer je auto aan de kant, en iemand komt jullie paspoorten en visum voor Irak controleren.’

Terwijl we ons mentaal al hadden voorbereid op een bocht van 180° richting Erbil, stapte een nieuw gezicht op ons af: een man van de Mukhabarat, de Iraakse (toegegeven: niet zo) geheime diensten. Nadat hij onze paspoorten nauwelijks bekeek, knikte hij goedkeurend en gaf zijn zegen: we konden gaan. Nog even rolde hij met zijn ogen in de richting van de Shabak-milities.

Dit is de omgekeerde wereld, zuchtten we tegelijk verbaasd en opgelucht toen we verder reden: een man van de nationale inlichtingendiensten die zich verontschuldigt voor het gedrag van de milities en ons echt welgemeend en warm welkom heet in zijn land.

Telkens ik Irak bezoek, komt die prettige zekerheid terug dat dit vermoeide en kapotgeschoten, maar eigenzinnige en warme mensenland zich onmogelijk laat vangen in doosjes.

*Schuilnaam om veiligheidsredenen. Om veiligheidsredenen laten we ook de naam van het dorp waar we verblijven achterwege.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

randomness