Klimaatleiderschap in Europa gezocht

Op 2 maart publiceerde de Europese Commissie haar langverwachte evaluatie van het klimaatakkoord van Parijs. Een belangrijk moment, want de vraag die al enkele maanden op ieders lippen brandt, is namelijk hoe we dit akkoord vertalen naar onze eigen Europese achtertuin, stelt Olivier Beys (WWF).

  • 350.org / Flickr (CC by-nc-sa 2.0) Een herziening van onze korte, middellange en langetermijndoelstelling is dus aan de orde, en wordt bovendien wereldwijd van ons verwacht. 350.org / Flickr (CC by-nc-sa 2.0)

Het antwoord op de vraag hoe we het klimaatakkoord naar Europa vertalen, is van essentieel belang om twee redenen. Er gaapt ten eerste een enorme kloof tussen de collectieve ambitie en de individuele verplichtingen in het akkoord van Parijs. In een proces dat voor een groot stuk afhankelijk is van goodwill en vertrouwen, is een sterk signaal van de EU in de komende maanden cruciaal om vooruit te geraken.

Ten tweede kan de EU in haar huidige – relatief zwakke – staat weinig ambitie opleggen aan anderen. De EU moet zich dus profileren als klimaatvoortrekker, in woorden maar vooral in daden, om in staat te zijn invloed uit te oefenen op het internationale toneel.

In plaats van voorstellen te formuleren om de Europese klimaat-en energiedoelstellingen voor 2030 te verhogen, legt de Commissie zich onbegrijpelijk neer bij de status quo.

Tot die conclusie kwamen ook de ministers van Buitenlandse Zaken in hun visie op de toekomst op de Europese klimaatdiplomatie, eerder in februari. Ook de Commissie besluit in haar evaluatie dat een actieve klimaatdiplomatie een strategische prioriteit moet blijven in de toekomst.

Ondanks deze en andere mooie woorden, heeft de Commissie echter een muis gebaard. In plaats van voorstellen te formuleren om de Europese klimaat-en energiedoelstellingen voor 2030 te verhogen, legt de Commissie zich onbegrijpelijk neer bij de status quo.

Aangezien de Commissie de boodschap van Parijs duidelijk niet heeft begrepen, is het nu aan de Europese staats- en regeringsleiders om het klimaatleiderschap van Europa een nieuw elan te geven.

Wat is de situatie?

Om te begrijpen waarom het aan onze verkozen politici is om het momentum van Parijs verder te zetten, moeten we terug naar 2007. De Europese Unie nam toen de lange termijndoelstelling aan om tegen 2050 haar broeikasgassen te reduceren tussen 80% en 95% vergeleken met 1990. Dit was de bijdrage die volgens het VN-Klimaatpanel op basis van wetenschappelijk onderzoek vereist was van Europa om de klimaatopwarming te beperken tot maximum 2°C.

In oktober 2014 goten staats- en regeringsleiders dit op suggestie van de Commissie in een tussentijdse mijlpaal van 40% emissiereductie tegen 2030. In werkelijkheid is dat de vertaling van het minst ambitieuze traject van 80% tegen 2050.

De minimaal ambitieuze doelstelling van de Europese leiders is ruim onvoldoende om het akkoord van Parijs na te leven.

In plaats van de 2°C-doelstelling, vraagt het kraakverse akkoord van Parijs echter om ‘ver onder 2°C te blijven en inspanningen te leveren om de opwarming tot 1,5°C te beperken.’ De ambitie is dus fors verhoogd.

Meteen is duidelijk dat de minimaal ambitieuze doelstelling van de Europese leiders in oktober 2014 ruim onvoldoende is om het akkoord van Parijs na te leven. Bovendien haalt Europa haar huidige kortetermijndoelstelling van 20% reductie tegen 2020 al met de vingers in de neus.

In 2014 zaten de EU-lidstaten gezamenlijk al aan een reductie van -23%, met 30% in het vizier tegen 2020. Kortom, als we onze doelstellingen niet optrekken, gaan we paradoxaal genoeg minder vooruitgang boeken in de periode 2020-2030. En dat kan onmogelijk de bedoeling zijn.

Ambitieuze leiders gezocht

Een herziening van onze korte, middellange en langetermijndoelstelling is dus aan de orde, en wordt bovendien wereldwijd van ons verwacht. Concreet betekent dat: het verhogen van de 2020 doelstelling naar 30%, het opstellen van scenario’s om tegen 2030 verder te gaan dan 40%, en het ondubbelzinnig verhogen van de 2050 doelstelling naar 95% in vergelijking met 1990 in plaats van 80%.

Met de huidige voorstellen van de Commissie zou pas tegen 2023 een ambitieverhoging op de agenda komen.

De samenkomst van de Europese milieuministers morgen is dan ook een uitstekende gelegenheid om die boodschap duidelijk te maken met het oog op de Europese Raad van staats- en regeringsleiders op 17-18 maart. Die politieke lijnen die ze dan uittekenen komen er best zo snel mogelijk.

In 2016 passeert namelijk een reeks belangrijke wetgeving de revue. Het gaat om de hervorming van het emissiehandelssysteem, energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, transport, emissies uit gebouwen. Het is logisch om de verhoogde ambitie meteen in die herziene wetgeving toe te passen. Als dat niet gebeurt mist Europa voor lange tijd de boot.

Met de huidige voorstellen van de Commissie zou pas tegen 2023 een ambitieverhoging op de agenda komen. Kostbare tijd die ons later duur te staan komt, want hoe sneller de klimaatactie, hoe voordeliger op langere termijn.

En wat met België?

Na jaren van stilstand in het Belgisch klimaatbeleid, zien we de kiemen van een hernieuwde aandacht voor het klimaat – onder meer met dank aan Parijs. Op Europees niveau verenigen bedrijven, jongeren, het middenveld en vele anderen zich in een “Coalition for Higher Ambition”, maar ook bij ons zien we steeds meer breed gedragen initiatieven die pleiten voor een rechtvaardige transitie naar een lagekoolstofmaatschappij.

Na jaren van stilstand in het Belgisch klimaatbeleid, zien we de kiemen van een hernieuwde aandacht voor het klimaat.

Minister Marghem sprak zich tijdens haar debriefing van COP21 ten aanzien van de Belgische delegatie al uit voor een verhoging van de Belgische en Europese klimaatambitie. Die boodschap moet absoluut meer weerklank vinden op de top van Europese milieuministers morgen. Willen we het (klimaat)imago van ons land opnieuw opblinken, dan ligt er voor onze beleidsmakers een prachtkans in het verschiet om een glansrol te spelen op het Europese toneel, zij aan zij met landen zoals Frankrijk en Duitsland.

En dus is de vraag: voegen we de komende maanden de daad bij het woord, of verzanden we ook hier in de status quo, zodat we voorbij gestoken worden door nieuwe en opkomende grootmachten? Wij roepen onze ministers op om de eerste optie te kiezen.

Olivier Beys en Julie Vandenberghe zijn beleidsmedewerkers Klimaat en Energie bij WWF België.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift