Is diepzeemijnbouw een duurzame oplossing?

‘Laat de truffels van de oceaan op de zeebodem’

Dredgepoint / Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0)

Onder meer het Belgische baggerbedrijf DEME houdt zich bezig met diepzeemijnbouw.

‘De wetenschappelijke kennis die voorhanden is, wijst uit dat diepzeemijnbouw onherstelbare schade zal aanrichten’, schrijft 11.11.11-medewerkster Kiki Berkers. ‘Met deze mijnbouw dreigen kwetsbare ecosystemen van zo’n tien miljoen soorten leven, waarvan de biodiversiteit minstens even rijk is als die van tropische regenwouden, te verdwijnen.’

Wie opkomt voor zijn of haar rechten tegenover mijnbouwbedrijven, wordt meer dan ooit gecriminaliseerd, bedreigd en zelfs vermoord. Bekijk even de Environmental Justice Atlas (een project van de Universiteit van Barcelona dat informatie bundelt over milieuconflicten wereldwijd), en de wereldkaart wordt een bonte kleurplaat. Elk bolletje staat voor conflict of mensenrechtenschending.

Het maakt pijnlijk duidelijk hoe sterk mijnbouw gepaard gaat met hoge kosten voor lokale gemeenschappen en ecosystemen. Ook in Europa, trouwens.

Maar met het oog op de noodzakelijke energietransitie zijn alle ogen net op die mijnbouw gericht. Door de uitbreiding van de markt voor elektrische wagens, zal de vraag naar grondstoffen voorlopig blijven stijgen. Ook voor windmolens, elektrische fietsen, zonnepanelen en energieopslag zijn mineralen en metalen nodig.

Diepzeemijnbouw: win-win?

De diepzee wordt vaak als een oplossing opgevoerd. Essentiële metalen zoals nikkel, kobalt, mangaan, zeldzame aardelementen en koper bevinden zich op diepten van 5000 tot 6000 meter, in de vorm van knollen. Mijnbouwbedrijven van over de hele wereld onderzoeken strategieën om deze “truffels van de oceaan” te ontginnen.

Een kernargument dat hierbij wordt aangehaald, is dat mijnbouw in de diepzee duurzamer en minder schadelijk zou zijn dan zijn tegenhanger op het land. Diepzeemijnbouw vormt volgens voorstanders zo de ideale middenweg: weg van de problematische mijnbouwsector, én bevoorradingszekerheid voor de energietransitie: win-win. Beter zelfs: win-win-win, want er valt bijzonder veel geld te verdienen met de ontginning van mineralen.

De wetenschappelijke kennis die voorhanden is, wijst uit dat diepzeemijnbouw onherstelbare schade zal aanrichten.

Dat verhaaltje klinkt goed, maar is in feite niets meer dan greenwashing. Diepzeemijnbouw is absoluut geen duurzame oplossing.

De wetenschappelijke kennis die voorhanden is, wijst uit dat diepzeemijnbouw onherstelbare schade zal aanrichten. Met de metaalknollen verdwijnt al het leven dat zich er aan vasthecht. Kwetsbare ecosystemen van zo’n tien miljoen soorten, waarvan de biodiversiteit minstens even rijk is als die van tropische regenwouden, dreigen te verdwijnen.

Mijnbouw op de zeebodem genereert immers enorme hoeveelheden afval in de vorm van (toxische) stofwolken. De gezondheid van veel organismen komt in gevaar door metalen in de voedselketen. Hele soorten dreigen te verdwijnen en die ecologische kost is enorm. Diepzeemijnbouw zonder netto-biodiversiteitsverlies is zo goed als onmogelijk.

Strijd voor het voorzorgsprincipe

Mijnbouwbedrijven kunnen de diepzee op dit moment nog niet ontginnen. Hiervoor moeten eerst de onderhandelingen over de regulering van de sector worden afgerond.

Toch keurde de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA), die de mijnbouw in internationale wateren regelt, wel al mijnexploraties van meer dan 500.000 vierkante mijl goed. Dat is ruwweg 43 keer de grootte van België. Hier gaan flinke investeringen mee gepaard, die zowel bedrijven als overheden betreffen. De ISA staat dan ook onder ferme druk om vergunningen tot exploitatie te verlenen.

Hoe kon het zo ver komen dat een van de laatste ongerepte plaatsen op de planeet in het vizier kwam als de volgende extractiezone?

Maar ngo’s en overheden staan op de rem. In een wijd gesteunde resolutie werd opgeroepen tot een moratorium op diepzeemijnbouw. Op het IUCN World Conservation Congress stemden 81 van de aanwezige regeringen en overheidsinstanties voor het moratorium (zoals uiteengezet in Motie 69), terwijl 18 tegen stemden en 28 zich van stemming onthielden. 570 ngo’s en middenveldorganisaties stemden eveneens vóór, terwijl slechts 32 tegen stemden en 35 zich van stemming onthielden.
De strijd die nu voorligt, mikt op het zogenaamde voorzorgsprincipe. Dit principe stelt: geen commerciële diepzeemijnbouw zolang niet bewezen is dat er géén onomkeerbare milieuschade plaatsvindt. Dit is een goede zaak en een duidelijk signaal aan de actoren binnen de ISA, waaronder België (dat zelf een mijnbouwconcessie heeft). De komende jaren worden cruciaal voor de uitkomst van deze strijd.

Maar zelfs als het moratorium wordt goedgekeurd, blijft er iets knagen. Hoe kon het zo ver komen dat een van de laatste ongerepte plaatsen op de planeet in het vizier kwam als de volgende extractiezone?

Weg van de groei- en exploitatielogica

Er is juist nood aan een shift die weggaat van de groei- en exploitatielogica en die de nadruk legt op een energietransitie gestoeld op ecologische draagkracht en welzijn op globale schaal. Diepzeemijnbouw is dan ook niet de oplossing, maar een gevolg van het probleem.

Diepzeemijnbouw getuigt van een gebrekkige verbeeldingskracht voor de prangende energietransitie.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Diepzeemijnbouw getuigt bovendien van een gebrekkige verbeeldingskracht voor de prangende energietransitie. De meest effectieve investering is werk maken van een lager energie- en materiaalgebruik. Dat proces is complex en vereist daadkracht.

Toch liggen veel alternatieven reeds op tafel en hebben ze vooral nood aan faciliterend beleid. Zo zijn circulaire strategieën essentieel om de kringloop te sluiten, maar is er meer onderzoek nodig om het recyclagepotentieel van energiemineralen ten volle te benutten.

Bovenal moeten we onze manier van consumeren en produceren aanpassen. Dit kan onder meer door in te zetten op kwalitatief en veilig openbaar vervoer, door de deeleconomie te ondersteunen en door bedrijven te stimuleren om te evolueren naar dienstverlening in plaats van het leveren van producten.

Een alternatieve verbeeldingskracht is mogelijk, mits we afstappen van een model gericht op groei. Dus blijven we investeren in een energietransitie die een van de meest waardevolle ecosystemen op het spel zet, of kiezen we voor alternatieven naar een duurzame en rechtvaardige energietransitie?

Kiki Berkers is beleidsmedewerkster klimaat en natuurlijke rijkdommen bij 11.11.11.
Deze bijdrage verscheen eerder in Sampol.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift