Beeld je eens in welke mortaliteit het huidige coronavirus zou veroorzaken in Afrika

Na ebola, nu corona: bedenkingen van een humanitair chirurg

UNMEER/Martine Perret (CC BY-ND 2.0)

Pas een paar dagen geleden vertrokken uit het door ebola geteisterde Beni in Oost-Congo, komt humanitair chirurg Réginald Moreels terecht in een door corona geteisterd België. De tweedaagse reis van Congo naar België gebruikte hij om enkele bedenkingen over deze gezondheidscrisis neer te schrijven.

Het boek Exodus in de Bijbel beschrijft de tien plagen die God over Egypte zond wegens de weigering van de Farao om het uitverkoren Israëlische volk uit de slavernij te verlossen. Plagen en epidemies zijn dus van alle tijden, toch blijft elke pandemie ook vandaag een mondiale ramp. Een aantal mensen zal versneld sterven, hoewel onze gezondheidsinstellingen en personeel paraat staan om de besmette coronapatiënten op te vangen.

Elke dode blijft voor een zorgverstrekker een mislukking, elke overlevende een succes. Komende vanuit Afrika, waar de eerste gevallen geïmporteerd worden door mensen uit andere continenten, stel ik mij een aantal vragen.

Hoe komt het dat de eerste gevallen nu pas in Afrika opduiken, daar waar het vliegtuigverkeer tussen Afrika en de wereld bleef doorgaan sinds het begin van de pandemie een aantal weken voorheen?

Als je beseft dat China zoveel investeert in Afrika en tienduizenden burgers heeft die daar werken, zou de epidemie daar eerder moeten zijn doorgebroken. Is dit door een gebrek aan testen, is dit door de warmte waarin een coronavirus minder zou aarden?

Elke dode blijft voor een zorgverstrekker een fiasco, elke overlevende een succes.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Of zou het mogelijk zijn dat er reizigers te laat getest worden door gebrek aan testen? Of zou het ook mogelijk zijn — vrome wens — dat Afrikanen een grotere resistentie ontwikkeld hebben tegen het coronavirus in het algemeen, en dit type SARS-CoV2 coronavirus in het bijzonder. De mogelijke verklaring daarvoor kan zitten in het oude antimalariamiddel Chloroquine, dat de coronagriep schijnt te kunnen milderen.

Wat mij verbaast, is dat naast de antiretrovirale middelen die nu gerandomiseerd worden getest tegen het COVID-19 virus, en reeds gebruikt werden tegen ebola en HIV, een oud maar immer efficiënt middel tegen malaria, hydroxychloroquine, actief schijnt te zijn tegen het huidig coronavirus om de besmettingsduur te verkorten en de symptomen te milderen.

Zijn de mensen die zoveel malaria-aanvallen hebben meegemaakt resistenter tegen het coronavirus? Deze vraag is louter persoonlijk en berust op geen enkele wetenschappelijke bevinding. Momenteel denkt niemand aan zulke hypothese, en de toekomst zal uitwijzen of de pandemie Afrika, met uitzondering van de geïmporteerde besmette coronareizigers, zal sparen.

Wordt Afrika een grootschalig kerkhof?

Indien Afrika na China, Europa en de VS even sterk wordt getroffen, wordt het continent een grootschalig kerkhof, dat staat vast.

Zijn de gezondheidssystemen van Afrikaanse landen immers bestand tegen het virus? Mijn antwoord is duidelijk neen. En hier zijn meerdere redenen voor:

  • De nationale rampenplannen in de EU-landen en in de VS schudden onze zeer performante gezondheidszorg door elkaar zowel in potentiële overbezetting van ziekenhuizen, niet in het minst de spoeddiensten en intensieve zorgen, maar ook in aanvoer van beschermingsmaterialen en hygiënische producten als in de werkschema’s en bescherming van gezondheidswerkers.

    Afrikaanse landen hebben op papier een goed functionerend gezondheidssysteem, maar in de praktijk varieert dit enorm en zelfs in grote ziekenhuizen van grootsteden loopt het mank. Uitzonderlijke goed gerunde privéstructuren kunnen alleen de rijkeren opvangen. De armere mensen worden aan hun lijden overgelaten en sterven vroegtijdig.

    Verleden week nog consulteerde ik een aantal kankerpatiënten, waarvan de tumor zo ver gevorderd is dat ze maar wachten op hun doodvonnis. Dit raakt mij diep. De publieke gezondheidszorg, een papieren reus, is in zijn organisatie, personeelsmanagement, aanvoer van medisch materiaal en kwaliteit van geneesmiddelen, een mank lopende dwerg.
  • Het is correct dat door ervaring met epidemieën Afrikaanse gezondheidssystemen beter voorbereid zijn. Alle maatregelen als handen wassen aan grenzen, in ziekenhuizen en gezondheidscentra, privéklinieken, horeca, winkels, worden toegepast in de regio Beni, op de grens met Oeganda. Koorts wordt gemeten, vaccinaties toegepast op grote schaal zover de voorraad schikt, maar door de politieke instabiliteit en de militaire veiligheidssituatie worden deze correcte preventieve maatregelen niet strikt genoeg toegepast.

    De maatschappelijke discipline is zoek geraakt door tientallen jaren afwezig en corrupt leiderschap. Alleen de sociale druk van verwanten, collega’s en verenigingen allerhande, dwingt het naleven van de medische preventiemaatregelen af.
  • In een aantal Afrikaanse landen zijn centra voor epidemiologische controle van overdraagbare ziekten opgericht. Men noemt ze Centers for Disease Control. Dit is een hoopvolle evolutie in landen met een wankel gezondheidssysteem. Maar als een systeem, zelfs vroegtijdig gewaarschuwd, niet uitgerust is om de aankomende ziekte te bestrijden dan staan we terug bij start.

    Vandaar het belang buiten epidemische periodes de gezondheidszorg als een publiek goed prioritair te onderbouwen, degelijk te financieren en de opleidingen te vermenigvuldigen. In de meeste landen waar ik werk en gewerkt heb, haalt geen enkel land de 5 à 7 procent van nationaal budget voor gezondheidszorg. Komt daarbij, op uitzondering van Rwanda, de afwezigheid van een universele of regionale ziekteverzekering waardoor de mensen meer dan de helft van hun zorgen uit eigen zak betalen.
  • Het coronavirus veroorzaakt voornamelijk bij de kwetsbare bevolking ademhalingsproblemen die kunnen evolueren tot een acuut respiratoir falen, ARDS genaamd. In onze ziekenhuizen kan dit opgevangen worden door zuurstoftherapie, en er zijn intensieve zorgen met beademingstoestellen om zwaar aangetaste patiënten respiratoir te ondersteunen.

    In het ‘referentieziekenhuis’ in Beni, waar ik nu opereer, bij gebrek aan het chirurgisch-verloskundig centrum dat ik zou willen opzetten, zijn er welgeteld twee functionerende ‘zuurstofconcentratoren’ die de omgevende lucht (21% O²) samenpersen tot een zuiverder toe te dienen zuurstof. Een intensieve afdeling is onbestaande, en een beademingstoestel is er niet. Niet één, en niemand is echt opgeleid om zo’n toestel te bedienen. Een patiënt met respiratoire problemen heeft maar één uitweg: sterven. Dat geeft meteen een idee welke mortaliteit het huidige coronavirus zou veroorzaken in Afrika.
  • Door de strijd tegen het ebolavirus werd en is nog altijd het gezondheidssysteem ontwricht. Daarbij komt nog dat de zeer regelmatige moordpartijen van een handvol rebellengroepen een bijzondere bijkomende zorg vergen voor de gekwetsten ten nadele van de klassieke ziekenzorg.

    De ziekenvrije periode voor de ebola-epidemie (42 dagen) loopt nog tot 12 april, waarna de epidemie door de nationale gezondheidsoverheid als afgesloten zal worden verklaard (1 jaar en 9 maanden heeft de epidemie geduurd). Daardoor heeft het ontwrichte systeem tijd noch ruimte om zich te herstellen, indien het coronavirus doorbreekt in de streek en het continent.

    Zoals wij nu dagelijks ervaren dat de klassieke geneeskunde bijna telegeneeskunde wordt, dat niet dringende zorg (niet dringend is relatief) wordt uitgesteld, dat bepaalde essentiële beschermingsmiddelen zoals maskers uitgeput raken en de productie niet kan volgen, beeld je dan eens in wat dit betekent indien honderden patiënten per dag in het ziekenhuis van Beni of elders en in aparte tenten moeten worden opgenomen en verzorgd? Zelfs al staat er zoals in de ebola-epidemie een bataljon humanitaire organisaties klaar om de dringende hulp te organiseren en te financieren? Het enige voordeel in Beni en omstreken is dat een basis van materiaal en personeel werkzaam in ebola nog aanwezig is.

Ebola versus corona

Tot slot vergelijk ik samengevat ebola en COVID-19:

  • Ebola heeft een sterftecijfer eenmaal je de ziekte hebt, van gemiddeld 68%. COVID-19, gelijkaardig aan SARS en MERS, corona-epidemieën van begin deze eeuw, een mortaliteit van gemiddeld 3% die na de leeftijd van 60 jaar en bij risicogroepen oploopt tot 12 à 15%. In deze categorie is een respiratoire bijstand frequenter noodzakelijk. Uitzonderingen bevestigen de regels en jonge patiënten kunnen ook ernstig aangetast worden.
  • Het ebolavirus is minder besmettelijk dan coronavirussen. Aanraking met lichaamsvochten in ebola, speeksel-en neussecreet bij corona weliswaar binnen een anderhalve meter afstand. Incubatie ebola 2 tot 21 dagen, maar geen besmettelijkheid tijdens incubatieperiode. Verschil met COVID-19 incubatie 5 tot 7 dagen, en zeer vermoedelijke besmettelijkheid tijdens de incubatieperiode.
  • In beide ziekten kan het virus een aantal dagen overleven op oppervlakken die weinig worden gereinigd. Hier ook kunt u zich inbeelden dat de hygiënische discipline van kapitaal belang is. Minder hygiëne, meer kansen op vliegensvlugge verspreiding van het virus. U kunt raden wat dit betekent voor landen waarvan de regimes hun gezondheidssysteem hebben verwaarloosd…

Cultuurverschillen

Hoe een epidemie wordt aangepakt door de overheid en het gezondheidssysteem is duidelijk verschillend van cultuur tot cultuur. In Beni werd de ebolabestrijding zeer vijandig door de plaatselijke bevolking ervaren.

Dat had onder andere te maken met de gigantische verschillen in salarissen tussen het lokaal, nationaal en internationaal personeel actief in de bestrijding ten opzichte van diegenen die in het klassiek gezondheidssysteem blijven meedraaien. Maar ook met de beschikbaarheid van enorm veel medisch en logistiek materiaal dat meegebracht werd door de humanitaire karavaan ten opzichte van de schaarste aan materiaal om andere zieken te verzorgen.

Het gebrek aan voorbereiding van de lokale bevolking die gemaskerde marsmannetjes zag neerdalen in hun dorpen om hun overledenen weg te halen in zakken en om hun families te verplichten mondstalen te laten afnemen, hebben een indringende sociale shock veroorzaakt in deze regio.

Ik hoop dat het een les zal zijn voor de hulpverleners om het anders aan te pakken bij een volgende epidemie.

Waar elke epidemie gelijkenis vertoont is enerzijds de angst en paniek die ze veroorzaakt, anderzijds de stigmatisatie die ze teweegbrengt. De besmette persoon die anderen besmet is de zondebok, en de overheid moet het ontgelden.

Positief is de solidariteit die in elke epidemie in onze geschiedenis opkomt als een natuurlijke reflex

Deze beide gedragingen zijn universeel. Ebola werd in Congo een politiek virus, binnengebracht door blanken, COVID-19 werd als een Chinese invasie beschouwd, nu worden in Afrika en de wereld de Europeanen met de vinger gewezen.

Angst slinkt weg met de duur van de epidemie wat een heropflakkering kan veroorzaken en stigma’s draaien de wereld rond.

Positief is de solidariteit die in elke epidemie in onze geschiedenis opkomt als een natuurlijke reflex. Al was het maar uit individuele en maatschappelijke overlevingsdrang. Ik zou het samenvatten als een mengsel van biologisch en evolutionair altruïsme.

Deze COVID-19 epidemie en andere epidemies uit vorige decennia tonen aan hoe broos ons economisch, financieel systeem artificieel werd als gevolg van een marktfundamentalisme en een ongebreideld productie- en consumptiemodel, aangemoedigd door de giganten van de informatica.

Een medische epidemie heeft impact op alle maatschappelijke sectoren en gedragingen. Wij functioneren meer een meer in een gemondialiseerde wereld, maar we moeten aanvaarden dat elke schakel die hapert dit allesomvattend wereldsysteem als een pudding doet ineenzakken.

Het enige voordeel van onze quarantaine is dat we wat tijd hebben om erover na te denken. Zonder enige morele pretentie mag ik wel stellen dat wat minder competitiedrang, wat minder vrekkige geldzucht en wat meer dagelijkse solidariteit ons allemaal deugd zouden doen.

Dokter Réginald Moreels, humanitair chirurg.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift