Integratie en inburgering. Feiten of emotie

Voorstellen voor nieuw Vlaams integratie- en inburgeringsbeleid zijn onbegrijpelijk

© Pieter Stockmans

 

De reacties op de voorstellen voor een nieuw integratie- en inburgeringsbeleid van medewerkers van het Agentschap Integratie en Inburgering, van 78 middenveldorganisaties, van de voorzitter van het Minderhedenforum, en van onderzoekers Johan Lievens en Pascal Debruyne getuigen allen van een grote bezorgdheid over de weg die ons beleid op het vlak van integratie en inburgering is ingeslagen. Als voormalige medewerker van de integratiesector, voel ik me nauw betrokken bij dit debat en deel ik deze bezorgdheid.

De inhoudelijke argumenten zijn me niet vreemd. Ze maken deel uit van de kennis en expertise die in het werkveld – en bij uitbreiding ook in de domeinen welzijn, onderwijs, werk, jeugd, cultuur en sport – gedeeld zijn. Deze kennis is gebaseerd op nationaal en internationaal wetenschappelijk onderzoek en praktijkonderzoek en is gestaafd door tientallen jaren ervaring en expertiseopbouw in het werkveld.

Onbegrijpelijk

Ik begrijp oprecht niet hoe voorstellen voor een beleid zo ver kunnen afstaan van wat onderzoek en de praktijk leren. De beleidsvoorstellen druisen zelfs in tegen de geest van het integratie-en inburgeringsdecreet. De memorie van toelichting bij het decreet zegt dat de actoren die uitvoering geven aan het integratiebeleid, zich niet beperken tot de integratiesector maar dat naast anderen ook het middenveld en verenigingen van burgers met of zonder migratieachtergrond een actieve rol spelen.

De memorie heeft het over wetenschappelijk onderzoek naar het omgaan met taalbarrières en zegt dat de Vlaamse overheid overtuigd is van het belang van het sociaal tolken en vertalen voor een inclusief integratiebeleid.

De nota viseert zowel de verenigingen, de sociaal tolken en vertalers als de juridische hulpverlening.

De toelichting bij artikel 46 vermeldt dat het Agentschap moet instaan voor juridische hulpverlening omdat openbare besturen, voorzieningen en organisaties nood hebben aan juridische bijstand inzake vreemdelingenrecht en internationaal privaatrecht. De nota viseert zowel de verenigingen, de sociaal tolken en vertalers als de juridische hulpverlening.

Ik begrijp niet dat waarden, die men uit alle macht wil verdedigen — en die ook de mijne zijn -, geofferd worden op het altaar van de bescherming van diezelfde waarden. Onder meer door de bemoeilijking van toegang tot rechten voor nieuwkomers.

Ik zie wel dat heel wat burgers het discours van dergelijk beleid van afschaffing, verstrenging en bestraffing steunen. Ook dat baart me oprecht zorgen.

De integratiesector was zich, al voor de de fusie-operatie, meer en meer bewust van het feit dat burgers met veel vragen zaten over migratie en het hiermee gepaard gaande beleid. Heel wat integratiewerkers pleitten ervoor ook de vragen van deze burgers mee te nemen in het werk. Maar een beleid baseren op deze emoties staat dwars op de notie zelf van beleid.

Integendeel: het is juist de bedoeling om voorstellen te formuleren die ontdaan van de grote emoties teruggaan tot de kern van de zaak: een onthaalbeleid voor nieuwkomers, taalondersteuning, maatschappelijke integratie,… met het oog op een inclusieve, participatieve en diverse samenleving.

Inclusieve samenleving

Een inclusieve samenleving is immers de doelstelling van het voorgestelde beleid. Ik denk dat velen het hier mee eens zijn. De onenigheid ligt in de weg er naar toe.

De afschaffing van organisaties die mensen verenigen en empoweren staan een inclusieve samenleving in de weg.

De open brief van middenveldorganisaties stelt het duidelijk: de inclusieve samenleving komt niet vanzelf tot stand, niet elke burger krijgt even makkelijk toegang. Dit is niet zomaar een opinie dan wel een op onderzoek en ervaring gebaseerde vaststelling.

Het verenigen van mensen op basis van identiteitskenmerken maakt mensen sterker en slaat bruggen naar de samenleving (ook Vlamingen verenigen zich op basis van hun identiteit). Onderzoek toont aan dat deelnemen aan het verenigingsleven bijdraagt aan de burgerzin, solidariteit en een gevoel van verantwoordelijkheid. De afschaffing van organisaties die mensen verenigen en empoweren staan een inclusieve samenleving in de weg.

Onderzoek wijst uit dat zelforganisaties voor etnisch-culturele minderheden in Brussel een rol spelen als aankomstplek en wegwijzer voor nieuwkomers, als bruggenbouwer en doorverwijzer naar de welzijnssector. De landelijke verenigingen van migrantenorganisaties in Antwerpen zetten in op dezelfde thema’s als het lokaal sociaal beleid. Met hen samenwerken zal mijns inziens meer opleveren dan er op te rekenen dat het beleid wel de relatie met elke individuele burger zal verzekeren. Dat laatste dreigt vooral het belang van de meest mondige burger te dienen.

De integratiesector zelf is ontstaan uit initiatieven van burgers en groeide uit tot een sterk middenveld. De sector zorgde, op basis van de noden die ze vaststelde, voor de uitbouw van juridische dienstverlening, voor een professioneel netwerk van sociale tolken en vertalers en voor inburgering voor nieuwkomers. Het middenveld tekende dus de blauwdruk voor de publieke instelling die het Agentschap nu is.

Mensen willen zich aanpassen, willen meedoen, maar willen ook zichzelf kunnen zijn en erkend worden.

Een inclusieve samenleving veronderstelt solidariteit, vertrouwen en verbinding. Een samenvatting van onderzoeksresultaten uit verschillende onderzoeken naar sociale cohesie, gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, geeft aan dat alle antwoorden in dezelfde richting wijzen, namelijk respect voor de eigen identiteit.

Mensen willen zich aanpassen, willen meedoen maar willen ook zichzelf kunnen zijn en erkend worden. Vele Vlamingen zullen dit herkennen en bevestigen.

Wetenschappelijk onderzoek

Internationaal onderzoek naar de aanpassingsstrategieën van nieuwkomers, waaronder John Berry toonaangevend is, toont aan dat een combinatie van behoud van de eigen cultuur en identiteit enerzijds en aanpassing om te kunnen participeren aan de samenleving anderzijds (= integratie) de meest positieve uitkomsten geeft in tegenstelling tot assimilatie. John Berry zegt dat elke nieuwkomer een socialisatieproces doormaakt waarbij hij keuzes maakt voor het al dan niet behouden van de eigen cultuur enerzijds en het al dan niet participeren aan de samenleving. De combinatie van cultuurbehoud en de wil tot participatie (en de aanpassing die hiermee gepaard gaat) noemt Berry integratie en zou tot de meest positieve uitkomst leiden.

- Berry, J.W. (1997): “Immigration, Acculturation, and Adaptation” in Applied Psychology: An International Review, 46 (1), 5-68
 — Berry, J.W. (2005). Acculturation: Living successfully in two cultures. Intercultural Journal of International Relations, Volume 29 Issue 6, November 2005

Onderzoek aan Vlaamse universiteiten bevestigt dat erkenning van de eigen identiteit tot betere resultaten in het onderwijs en tot meer betrokkenheid op de samenleving leidt.

Deze wetenschap lijkt me ook belangrijk voor de invulling van inburgering met zijn lessen Nederlands en cursussen maatschappelijke oriëntatie. Motivatietheorieën leren ons dat een omgeving die uitnodigt tot leren er een is waarin mensen een zekere autonomie hebben, waar ze het gevoel krijgen competent te zijn en dat in een warme context van verbondenheid.

Over die warme context zegt Hüseiyn Adinli , voorzitter van het Minderhedenforum, in een reactie op het voorgestelde beleid in MO*: ‘Het warme onthaalbeleid wordt op deze manier een kil en koud ontradingsbeleid.’

We schuiven op richting het Nederlandse inburgeringsbeleid waarover de Algemene Rekenkamer in Nederland een vernietigend rapport uitbracht.

Toen ik onlangs aan een vroegere collega uit het Agentschap, die werkt als trajectbegeleider, zei dat haar opdracht en het contact met mensen toch een motiverende werkomgeving was, zei ze me dat haar job een administratieve job geworden was. Dat kan alleen maar erger worden: checken of de inburgeraar voldoet aan de voorwaarden, bedragen innen, boetes uitschrijven. Als het niet motiverend is voor de medewerkers, die zelf alle autonomie verliezen, wordt het dat zeker niet voor de inburgeraar.

We schuiven op richting het Nederlandse inburgeringsbeleid waarover de Algemene Rekenkamer in Nederland een vernietigend rapport uitbracht. Tamar De Waal, onderzoekster naar inburgeringsvereisten, en anderen schreven hierover een stuk onder de titel ‘Stop eens met feitenvrij inburgeringsbeleid’. Wetenschappelijk onderzoek en feiten over welk inburgeringsbeleid het beste werkt in plaats van emoties en ideologische strijdpunten moeten de basis vormen voor het inburgeringsbeleid, stelt ze.

Ik las in de reacties dat integratie geen deel uitmaakt van het nieuw beleid, dat het geen inhoudelijk verhaal is geworden. Ik ga er van uit dat integratie hier over integratiewerk gaat zoals het decreet omschrijft: ‘Het werk op maat en afgestemd op de vraag van de klant en op organisatieniveau om de organisatiestructuur, het beleid en de toegankelijkheid van de dienstverlening beter af te stemmen op de gevolgen van migratie in de samenleving.’

Wat werkt en niet werkt voor een goede dienstverlening en bestuur kom je te weten door te werken en in relatie te gaan met mensen aan de basis en door voldoende ruimte te krijgen om nieuwe manieren van werken uit te proberen.

De afbouw van de juridische hulpverlening en het aanbod van sociaal tolken en vertalen, twee sterke merken van de sector, zijn onbegrijpelijk.

Dit is geen persoonlijke opinie maar een visie gestaafd door onderzoek en literatuur en staat te lezen in de memorie van toelichting van het decreet integratie en inburgering dat zegt: ‘Integratiewerk is gebaat bij voldoende ruimte om op het terrein te kunnen werken zonder al te grote planlast.’

Dat is bij uitstek de ruimte die het middenveld en onafhankelijke organisaties nemen. Hun innovatieve manier van werken aan de basis geeft mee richting aan veranderingen in het beleid. Dat is wat de integratiesector deed toen het nog middenveld was. Kritische (zelf)reflectie en woord en wederwoord, ook intern, zijn onmisbaar om oplossingen te vinden voor nieuwe en steeds veranderende situaties. Deze manier van werken strookt niet met een politiek geleide organisatie die de werking centraal wil sturen met procedures.

De afbouw van de juridische hulpverlening en het aanbod van sociaal tolken en vertalen, twee sterke merken van de sector, zijn onbegrijpelijk.

We lezen in de nota dat ‘Vlaanderen niet bereid is om toegevingen te doen op onze fundamentele normen en waarden, onze pluralistische rechtstaat.’ Nochtans wil men de toegang tot die rechten bemoeilijken door de juridische ondersteuning voor gemeenten, OCMW’s, CAW’s en anderen af te schaffen.

De juridische en administratieve onzekerheid en onduidelijkheid is net wat voor nieuwkomers vaak het meest stresserend is wat hun welzijn aantast en zo hun maatschappelijke participatie in de weg staat. Het lijkt mij contradictorisch dat we waarden als gelijke behandeling en toegang tot rechten bemoeilijken en tegelijk de ander ervan willen overtuigen dat deze waarden heilig zijn.

Ook in de toekomst zullen mensen van elders blijven migreren naar ons land zoals dat al eeuwen gebeurt.

Ook in de toekomst zullen mensen van elders blijven migreren naar ons land zoals dat al eeuwen gebeurt. Samenlevingen en culturen zullen dynamisch blijven en aan verandering onderhevig.

Klimaatproblemen, ongelijkheid, onveiligheid zijn de push factoren die mensen op de vlucht jagen. De pull factoren zijn daar aan ondergeschikt. Het gaat om globale problemen waar elk land, elke overheid een verantwoordelijkheid in heeft. Het lijkt me zinvoller en meer in overeenstemming met onze waarden om onze energie daar in te steken. Meer nog, het is in ons eigen belang.

Ik hoop dat in de huidige onderhandelingen de partijen niet enkel zullen gaan voor het binnenhalen van enkele eigen beleidsprioriteiten ten koste van het integratie- en inburgeringsbeleid. Als migratie dan toch zo’n belangrijk maatschappelijk thema is, zoals sommige politici in het publieke discours beweren, dan vind ik dat schuldig verzuim.

Lut Cloetens werkte in de integratiesector. Zij schreef deze bijdrage in persoonlijke naam.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift